Klas 3 gymn Montag, den 9. Mai 2022

Montag, den 9. Mai 2022
  • Willkommen
  • Nachsehen Hausaufgaben
  • Ziele dieser Unterrichtsstunde
  • Wörterliste A Kapitel 14
  • Kapitel 14: Wintergaudi
  • Wiederholung: der- und ein-Gruppe
  • Grammatik: het bijvoeglijk naamwoord + üben
  • Hören
  • Hausaufgaben 
  • Zum Schluss
1 / 41
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Montag, den 9. Mai 2022
  • Willkommen
  • Nachsehen Hausaufgaben
  • Ziele dieser Unterrichtsstunde
  • Wörterliste A Kapitel 14
  • Kapitel 14: Wintergaudi
  • Wiederholung: der- und ein-Gruppe
  • Grammatik: het bijvoeglijk naamwoord + üben
  • Hören
  • Hausaufgaben 
  • Zum Schluss

Slide 1 - Slide

Nachsehen Hausaufgaben:
Kapitel 14 huiswerk maandag 11 april jl.:
Aufgaben 1.1 + 2.1 + 3.1 Seiten 42-43
Aufgabe 3.3 Seiten 44-45

Kapitel 14 huiswerk 22 april:
Aufgabe 3.4  Seiten 45-46
Aufgabe 4.4  Seiten 48-50
Aufgabe 7.1 + 8.1 Seite 54

Slide 2 - Slide

Ziele Unterichtsstunde
  • Je kunt vragen beantwoorden tijdens het luisteren.
  • Je leert hoe je het bijvoeglijk naamwoord gebruikt zonder een woord uit de der- of ein-Gruppe.

Slide 3 - Slide

Wörterliste A  Seite 82
Bespreken linker kolom

Slide 4 - Slide

Kapitel 14: Wintergaudi
=> winterplezier!!

Einleitung Seite 40 gezamenlijk lezen.
Machen Einleitung
timer
1:00

Slide 5 - Slide

der- en ein-Gruppe:
Waar bestaat de ein-Gruppe uit?
Waar bestaan de der-Gruppe uit?


Slide 6 - Slide

Het bijvoeglijk naamwoord:
Het bijvoeglijk naamwoord na een woord uit de der- en ein-Gruppe:
  • Bij welk/welke naamval(len) geen -en achter bijvoeglijk naamwoord?
  • Wat kun je m.b.t. de vorige vraag nog vertellen over de ein-Gruppe?

Het bijvoeglijk naamwoord zonder woord uit de der- en ein-Gruppe!!
Schema.

Slide 7 - Slide

Hören    Seiten 44 + 46-47
Aufgabe 3.2 
Gezamenlijk lezen van de inleiding

Aufgabe 4.1
Gezamelijk lezen van de inleiding

Aufgabe 4.2
Gezamenlijk lezen van de inleiding

Slide 8 - Slide

Was ist das kleinst.... Bundesland Deutschland?

Slide 9 - Open question

Nach kurz... Überlegen (mv) kamen sie zu diesem Entschluss.

Slide 10 - Open question

Er ist ein ganz ungesund.... Mann.

Slide 11 - Open question

Die Preise verschieden... Artikel (mv) sind erhöht worden.

Slide 12 - Open question

Ich sitze an mein... neuen Schreibtisch (m).

Slide 13 - Open question

Im Altersheim wohnen alt.... Menschen.

Slide 14 - Open question

Ich habe eine fröhlich... Deutschlehrerin.

Slide 15 - Open question

Der Ausflug findet nur bei gut... Wetter (o) statt.

Slide 16 - Open question

Das ist gut... alt... Wein.

Slide 17 - Open question

Deutsch.... Schüler fahren oft bevor acht Uhr in d.. Schule.

Slide 18 - Open question

Ich stelle mich hinter d... neu... Stuhl (m).

Slide 19 - Open question

Das Bild hängt an d... schön.. Wand (v).

Slide 20 - Open question

Mein... Vater wohnt in ein... alt.. Reihenhaus in Rotterdam.

Slide 21 - Open question

In (deze) .... Sporthalle trainier ich jeden Mitwoch.

Slide 22 - Open question

Ihr... Eltern haben (hun)..... Haus verkauft und ein... neu... Haus an d... Eifel(v) gekauft

Slide 23 - Open question

Ich trainiere (elke) ... Montag.

Slide 24 - Open question

Ich habe ein... alt... Familienarzt (m).

Slide 25 - Open question

Frisch.... Milch (v) schmeckt mir am besten.

Slide 26 - Open question

Um (welk) .... blau... Auto (o) geht es?

Slide 27 - Open question

Hausaufgaben:
Lernen:      Grammatik Kapitel 13 TB Seiten 64-66  (niet verleden tijd!!!)
                       => Lijst van veel voorkomende sterke werkwoorden dus 
                             helemaal!!!!
Lernen:      Grammatik Kapitel 12 => stencils met de tegenwoordige tijd!!!! 

Lernen: Wörterliste A Kapitel 14 linker kolom Seite 82
Machen Kapitel 14
  • Aufgabe 10.2  Seiten 59-61

Slide 28 - Slide

Zum Schluss

Slide 29 - Slide

Vervoegen sterke werkwoorden o.t.t.:
Bij sterke werkwoorden met een e in de stam verandert de stam bij de volgende persoonlijke vnw:
  • du/er/sie/es/man -> i   of   ie  
  • è uitspraak -> i
  • ee uitspraak -> ie

Slide 30 - Slide

Aandachtspunten:
Sterke werkwoorden met e in stam:
  1. gehen, stehen en bewegen -> geen i/ie wissel
  2. geben -> geen ie => i
  3. nehmen -> bij du/er/sie/es/man: h wordt m 
  4. nehmen -> geen ie => dus du nimmst/ er/sie/es/man nimmt
  5. treten -> geen ie => i
  6. treten -> bij du er/sie/es/man: uitgang anders dan bij werkwoorden met stam op d of t   
       du trittst    dus niet => tritest
       er/sie/es/man tritt   dus niet => tritet

Slide 31 - Slide

Sterke werkwoorden met a in stam o.t.t.
Bij sterke werkwoorden met een a in de stam verandert de stam bij de volgende persoonlijke vnw:    -> du/er/sie/es/man -> ä

Aandachtspunten:
  • bij laufen en stoßen geldt dezelfde regels als hierboven
  • bij du er/sie/es/man: uitgang anders dan bij werkwoorden met stam op
       d of t   
       du hältst                   er/sie/es/man hält

Schema d/t + halten

Slide 32 - Slide

Vervoegen sterke werkwoorden o.v.t.
-> sterke werkwoorden in het Nederlands zijn vaak ook sterk in het Duits.
-> lijst  veel voorkomende sterke werkwoorden TB Seiten 65-66
-> kolom 4: verleden tijd -> stam

  1. geen uitgang bij ich/er/sie/es/man
  2. bij stam op d/t => uitgang begint altijd met een e
  3. bij stam op sisklank => bij du is uitgang t

Slide 33 - Slide

Sterke werkwoorden en verleden tijd:
Stam verleden tijd in lijst kolom 4 Seiten 65-66
Geen uitgang bij: ich + er/sie/es/man
Standaard uitgang zou zijn: e st t en t en -> denk om stam op sisklank en stam op d/t (+ 5 extra werkwoorden)

Slide 34 - Slide

Sterk ww. + voltooid deelwoord TB Seiten 65-66
Voltooid deelwoord sterke werkwoorden:
  • eindigt op -en
  • klinker wijkt regelmatig af van het hele werkwoord (o.t.t.)

Voltooid deelwoord zwakke werkwoorden:
  • ge+stam+t
  • stam+t   (besuchen, versorgen, trainieren) (be-, ver- en -ieren)
  • ge+stam+et (stam d/t + 5 extra werkwoorden)

Slide 35 - Slide

Voltooid deelwoord sterke werkwoorden:
voltooid deelwoord sterke werkwoorden:
  1. eindigt op -en
  2. klinker wijkt regelmatig af van het hele werkwoord

Slide 36 - Slide

Grammatik: Wederkerend vnw.
Wederkerendvnw aandachtspunten:

  • alleen wederkerend vnw in de zin -> 4e naamval
  • naast wederkerend vnw ook lijdend vnw in de zin -> wederkerend vnw 3e naamval
  • Lichaamsdelen in zin -> wederkerend vnw 3e naamval -> in Nederlands gebruiken we het bezittelijk vnw ipv wederkerend vnw.

Slide 37 - Slide

Betekenis Modalverben:

dürfen = mogen, toestemming hebben

können = kunnen, in staat zijn tot

mögen = houden van, lusten, aardig vinden
müssen = moeten/noodzaak -> het kan niet anders
Betekenis Modalverben:

sollen = moeten/bevel, wil van een ander

wollen = willen

wissen = weten

möchten = zou graag willen
(möchten andere vorm van mögen)

Slide 38 - Slide

Vervoegen van de Duitse Modalverben:
De Duitse Modalverben verschillen in de tegenwoordige tijd in twee belangrijke opzichten van de gebruikelijke vervoeging van Duitse werkwoorden:
  1. de enkelvoudige personen (ich, du, er, sie, es) hebben een klinkerwisseling ten opzichte van het meervoud. Bv. 'ich kann' en 'wir können'.
  2. de 1ste (ich) en 3de persoon enkelvoud (er, sie, es) hebben géén uitgang. Bv. 'ich darf' én 'er darf' (dus niet 'darft!').

Slide 39 - Slide

Uitzonderingen bij wissen en sollen
sollen -> geen klinkerwisseling bij: ich, du, er, sie, es, man

wissen -> bij ich, du, er, sie, es, man -> ss wordt β

Slide 40 - Slide

Möchten
Stam eindigt op een t!!
Ezelsbruggetje: eindigt de stam op een d/t begint de uitgang altijd met een e. Deze regel geldt ook voor möchten, maar.....

Uitzondering op uitgang:
bij er/sie/es/man → niet et    → e    als uitgang
er/sie/es/man möcht                   (er/sie/es/man antwortet)

Slide 41 - Slide