Repaso Presente Perfecto y futuro

 Schrijven:  Voltooid tegenwoordige tijd en Toekomende tijd
1 / 10
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 10 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

 Schrijven:  Voltooid tegenwoordige tijd en Toekomende tijd

Slide 1 - Slide

Objetivos de la clase/ leerdoelen

Aan het einde van de les kun je:
  •  met de pretérito perfecto zinnen maken.
  • met de toekomende tijd zinnen maken.
Schrift en een pen

Slide 2 - Slide

El presente perfecto = De voltooid tegenwoordige tijd...
maak je met een hulp ww en een voltooid deelwoord: 
uitgang:

Slide 3 - Slide

Zinnen maken in Pretérito Perfecto
Persoon/ ding         +
 vervoegd werkwoord in PP+
wat (zelfstandig naamwoord + bijvoeglijk naamwoord)

Met wie (persoon)

Waar (plek)

Hoe (bijwoord)
Wanneer
Yo he comido pasta deliciosa con mi familia en un restaurante  por la noche.

Slide 4 - Slide


hablar (praten), escuchar (luisteren) bailar (dansen) 
caminar (lopen)
estudiar (leren)
llegar (aankomen) tocar (muziek spelen) 
trabajar (werken)
viajar (reizen)
cerrar (dicht doen)
saltar (springen)
comprar (kopen)
enseñar (laten zien)
visitar (bezoeken)
buscar (zoeken)


leer (lezen)
aprender (leren)
beber (drinken)
comer (eten)
vender (verkopen)
conocer (leren kennen)

vivir (wonen)
abrir (open maken)
escribir (schrijven)
salir (weggaan/ uitgaan)
ir (gaan)

Regelmatige voltooid deelwoord

      -ar                -er                  -ir

Slide 5 - Slide

Schijven: wat heb je in de vakantie gedaan?


  1. Beantwoord de vraag in het Spaans. 
  2. Schrijf 5 zinnen in Pretérito Perfecto
  3. Elke zin minimaal 15 woorden.
  4. Gebruik je lijst met regelmatige werkwoorden. 
timer
10:00

Slide 6 - Slide

Zinnen maken in Toekomende tijd
Persoon/ ding         +
 vervoegd werkwoord 
gaan+ hele werkwoord+ A
wat (zelfstandig naamwoord + bijvoeglijk naamwoord)

Met wie (persoon)

Waar (plek)

Hoe (bijwoord)
Wanneer
Yo voy a comer sushi con mis amigos Raúl y Camila en Asaka, un restaurante japonés en Apeldoorn, el sábado. (20 woorden)

Slide 7 - Slide

Schijven: wat ga je vandaag doen? (Toekomende tijd)


  1. Beantwoord de vraag in het Spaans. 
  2. Schrijf 3 zinnen in futuro (toekomende tijd)
  3. Elke zin minimaal 15 woorden.
  4. Gebruik je lijst met regelmatige werkwoorden. 
timer
10:00

Slide 8 - Slide

Heb je de lesdoelen behaald?

1. Beatwoord de volgende vragen in het Spaans:
  •  wat heb je in de vakantie gedaan? (¿Qué has hecho en estas vacaciones?)
  •  Was het leuk? (¿Lo has pasado bien?)

Slide 9 - Slide

¡Adiós!

Slide 10 - Slide