lesson plan

Lespakket Empathie VO

Ready to use this lesson plan? Use the button below to save a copy of this lesson plan in your account. After doing so, you will be able to modify the lessons as you wish.

Beste docent/leerkracht,

 
Wat leuk dat je geïnteresseerd bent in ons lespakket over Empathie. 
We heten je van harte welkom en hopen dat jij en je leerlingen het goed maken. 

Stichting Nederland Wordt Beter streeft naar een inclusieve samenleving waarin geen plek is voor racisme, discriminatie en uitsluiting. 
Niet zelden leidt de diversiteit van onze samenleving tot maatschappelijke discussies en conflicten over cultuur, achtergrond en opvattingen, waardoor Nederlanders verder van elkaar af komen te staan. Anderzijds zijn er ook vele voorbeelden van Nederlanders die voor elkaar opkomen, elkaar helpen en zich in elkaar verplaatsen. 

Om dat laatste te vieren en te bevorderen organiseert Nederland Wordt Beter jaarlijks op 3 mei, aan de vooravond van de Nationale Herdenking en Bevrijdingsdag, de Nationale Dag van Empathie. 

'3 Mei: Nationale Dag van Empathie’ is een jaarlijks terugkerend moment waarop de diverse samenleving samenkomt om elkaar (opnieuw) te leren kennen. Door in gesprek met elkaar te gaan blijk je jezelf vaak te herkennen in verhalen van de ander, met wie je in eerste instantie niets gemeen dacht te hebben. 

Elk jaar worden in steeds meer plaatsen in Nederland gedurende de hele maand mei aanvullende empathische activiteiten georganiseerd. Een belangrijk onderdeel van de Dag van Empathie is dit lespakket.

Als stichting zetten wij ons al ruim tien jaar in om bewustwording in de samenleving te bevorderen door middel van educatie en het organiseren van onverwachte ontmoetingen. Net zoals onze partner onderwijsexpert Bureau Common Ground, die dit lespakket heeft ontwikkeld, onderschrijven wij het belang van inlevingsvermogen en empathie. 

Dit gratis lespakket is dan ook een empathische handreiking van ons aan leerlingen in de bovenbouw van het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs om in een veilige setting in de klas te oefenen met empathie.

Wij wensen jou en de kinderen veel plezier en succes met ons lespakket. Samen met jullie maken wij Nederland empathischer en inclusiever, voor een gezamenlijke toekomst voor iedereen in de samenleving.

Empathische groet,
namens Stichting Nederland Wordt Beter,

Jerry Afriyie

Achtergrond: wat is empathie?

De werkvormen in dit lespakket draaien om empathie. Empathie is een gelaagd en complex begrip, dat wij hier daarom kort toelichten. Wetenschappers maken onderscheid tussen twee soorten empathie:
  • Emotionele empathie (de emoties van iemand anders voelen).
  • Cognitieve empathie (je voelt niet de emoties van een ander, maar je kan je in het perspectief van een ander verplaatsen en op basis daarvan helpen).
HOE ONTWIKKELEN WE EMPATHIE?

Er zijn verschillende manieren om empathie te leren en te oefenen. Op de basisschool bijvoorbeeld kunnen kleuters de reactie van een klasgenoot observeren die diens hand steekt in een doos met onbekende inhoud. Op basis van de reactie raden de kleuters vervolgens of de inhoud van doos fijn voelt of vies of oncomfortabel. 

Daarnaast is veel geschreven over de rol van literatuur in de ontwikkeling van empathie. Literatuur en andere verhalende kunstvormen nemen je mee in de gedachten, overwegingen en worstelingen van mensen die ver van je af staan. Je leeft met ze mee en raakt betrokken bij hun geluk en succes, terwijl dit niets met jou persoonlijk te maken heeft. 
Zo laten goede verhalen je oefenen met je voorstellingsvermogen en verbeeldingskracht, en dus ook met je empathie.
DE RISICO’S VAN EMPATHIE

Sommige denkers waarschuwen voor de gebreken van empathie, zoals filosoof Jesse Prinz: 
“Empathy is not a suitable tool for morality. We can no more overcome its limits than we can ride a bicycle over the ocean; it is designed for local travel.” 

Jesse Prinz, en andere denkers met hem, waarschuwen ons voor het risico van empathie of een op empathie gebaseerde samenleving. Ten eerste kan empathie risicovol zijn, omdat mensen meer empathie voelen voor mensen die op hen lijken. Daarnaast is empathie subjectief. Denk hierbij bijvoorbeeld aan asielprocedures: een sympathiek ogende vluchteling, die goed zijn verhaal kan vertellen, maakt meer kans op asiel dan een stuurse, minder sympathiek ogende asielaanvrager, terwijl ze er wettelijk gezien allebei evenveel recht op hebben. Een ander risico van keuzes maken op basis van empathie is dat symboolpolitiek op de loer ligt. Door empathie te voelen voor een schattig Foster Parents-kind hoef je je als individu niet meer bezig te houden met de grote, structurele problemen die ten grondslag liggen aanrmoede.
EMPATHIE EN IDENTIFICATIE

“Without empathy for others, it is not clear why we would ever be motivated by anything other than selfishness.” - Ramsey McNabb, filosoof en leraar. 

Empathie alleen is dus niet voldoende om een rechtvaardige maatschappij in te richten. Maar het is wel onmisbaar om de ander nieuwsgierig en met gezond vertrouwen tegemoet te treden. Het mooie van empathie is dat (bijna) iedereen het heeft - in ieder geval voor een select gezelschap dierbaren om je heen. Het is belangrijk ons niet klakkeloos neer te leggen bij de restricties van empathie. Als het inderdaad zo is dat wij meer empathie voelen voor ‘wie op ons lijkt’, dan moeten we misschien gaan herdefiniëren ‘wie op ons lijkt’. 500 jaar geleden ging dat alleen op voor mensen uit je dorp of streek, 80 jaar geleden alleen voor de mensen binnen iemands eigen zuil. Vandaag de dag identificeren wij ons niet meer alleen met andere inwoners van Nederland, maar bijvoorbeeld ook met medebewoners van de Europese Unie of van ‘de westerse wereld’. Met wie je je identificeert is geen statisch gegeven, maar onderhevig aan nieuwe inzichten en ideeën. Hier zien wij interessante mogelijkheden om samen met leerlingen te definiëren wat onze common ground is en op zoek te gaan naar dingen die we allemaal gemeen hebben. Dit lespakket bevat oefeningen, werkvormen en gedachte-experimenten, waarmee jongeren empathie gaan verkennen en kunnen koppelen aan handelingsperspectieven. Hierdoor leren ze zich te verplaatsen in anderen.

over het lespakket

DOEL LESPAKKET

Wat als er een generatie komt die niet alleen empathie voelt voor haar naasten, maar voor de gehele mensheid? Dit lespakket wil daar een aanzet toe doen. Met de werkvormen in dit pakket ervaren de leerlingen hoe het voelt om (geen) empathie te voelen, onderzoeken ze de beperkingen van empathie en gaan ze vanuit nieuwsgierigheid met elkaar in gesprek over controversiële kwesties.
DOELGROEP LESPAKKET

De werkvormen in dit lespakket zijn bedoeld voor leerlingen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. De werkvormen vormen een samenhangend lespakket, maar kunnen ook afzonderlijk van elkaar worden ingezet in het klaslokaal, naar behoefte en inzicht van de leraar. Hieronder wordt kort uiteengezet wat het doel is van de werkvormen en hoe ze op elkaar voortbouwen.

  1. Zorg dragen voor elkaars verhaal. Met deze oefening werken leerlingen samen aan de sfeer en de randvoorwaarden voor een empathische ambiance in het klaslokaal.
  2. Empathie en robots. Leerlingen verkennen aan de hand van robots en AI wat de rol is van emoties bij empathie en of dat een uniek menselijk gegeven is.
  3. Onrecht en actie. Leerlingen zetten aan de hand van een filmpje of simulatie empathie om naar concrete daden. Hoe kun je opkomen voor de ander als deze wordt benadeeld?
  4. Stapje te ver? Aan de hand van casussen met plot twists gaan leerlingen in gesprek over (de grenzen van) hun empathie.
  5. Je inleven in ‘de andere kant’. Leerlingen verdiepen zich aan de hand van polariserende nieuwsfoto’s en online comments in mensen met een heel andere mening.
  6. Middle Ground-dialoog. Leerlingen gaan empathisch en nieuwsgierig met elkaar in dialoog over controversiële stellingen. Ze luisteren naar andere perspectieven en zoeken naar gemene delers.

TIPS VOOR DE DOCENT

LESPLAN ALS PDF

Wil je liever het lesplan als PDF lezen of printen, dat kan! We voegen hier de PDF toe.
Document
CREËER EEN VEILIGE SFEER

Het behandelen van vraagstukken over empathie gaat pas echt goed als leerlingen zich veilig voelen en zich kwetsbaar durven opstellen. Dan durven ze ervaringen te delen en kritisch op hun eigen houding te reflecteren. Leerlingen hoeven niet van elkaar te winnen, maar kunnen van elkaar leren in een dialoog. Daarbij speel je als leraar een belangrijke rol, bijvoorbeeld door passend op kwetsende of extreme uitlatingen te reageren. Maar er is nog een aantal andere manieren om een veilige sfeer te creëren:

Zet de toon als leraar
Vraagstukken rondom empathie zijn interessant, ingewikkeld en roepen vragen op. Stel je leerlingen gerust dat zij niet in één keer een duidelijke en consequente mening hoeven te hebben en laat zien waar je zelf tegen lastige vraagstukken of twijfel aanloopt. Deel hierbij ook, waar mogelijk, voorbeelden uit je eigen leven. Op deze manier kun je als leraar modelleren welk gedrag je graag van leerlingen ziet. Trap af door iets persoonlijks te vertellen, maak leerlingen deelgenoot van vragen of twijfels die je hebt en wees oprecht nieuwsgierig naar je klas. Als leerlingen beledigende of harde opmerkingen maken, kun je daar vanuit jezelf op reageren, bijvoorbeeld door te zeggen: “Ik schrik van hoe je het zegt, maar ik ben wel heel benieuwd waarom je dat denkt.”

Maak samen afspraken
Je kunt samen met de klas afspraken maken over hoe jullie met elkaar omgaan. Sommige scholen doen dat schoolbreed, maar door ook met de klas afspraken te maken voelen leerlingen zich vaak meer gebonden aan de regels. Ze hebben ze immers zelf opgesteld. Het stelt ze bovendien in staat om elkaar daarop aan te spreken. Als leraar kun je ook op deze regels terugvallen.

Zulke afspraken kun je het beste aan het begin van het schooljaar maken. Voorbeelden van dergelijke regels zijn ‘We vallen elkaar niet aan op persoonlijke kenmerken’ en ‘Eerst samenvatten wat de vorige leerling zei, voordat je je eigen punt gaat maken’. Om leerlingen ook persoonlijk aan deze afspraken te binden, kun je ze ter afsluiting vragen of ze kunnen aangeven wanneer ze zich er echt niet aan kunnen houden. Het is handig om de afspraken te herhalen op momenten of tijdens lessen waarin ze van extra belang zijn. Je kunt ook speciale regels opstellen voor speciale gelegenheden.

Leer elkaar kennen
De meeste mensen kunnen beter empathie voor een ander opbrengen wanneer ze die ander kennen. Het is daarom belangrijk om blijvend te investeren in positieve groepsvorming. Een goed begin daarvan is elkaar te leren kennen, bijvoorbeeld door leerlingen te vragen een lied, een tekst of een voorwerp mee te nemen dat iets over hen zegt. Zo kunnen leerlingen zelf kiezen hoeveel ze van zichzelf laten zien en maken ze tegelijkertijd kennis met de persoon achter de klasgenoot. Doe als leraar zelf ook mee!

Luister goed naar de klas
Voor sommige leerlingen is het vermoeiend om lang te praten en te luisteren. Houd dus goed in de gaten wanneer je leerlingen er (even) genoeg van hebben. Geef, wanneer ze zich niet meer kunnen concentreren en onderling gaan kletsen en lachen, duidelijk aan dat dit voor andere leerlingen die aan het woord zijn niet fijn is, maar neem dit signaal ook serieus. Onderbreek de dialoog met een gezamenlijke energizer of door even te bewegen. Je kunt de dialoog ook op een later moment verder voeren.
ZORG DAT IEDEREEN DIENS PERSPECTIEF KAN DELEN

  • Een van de meest praktische manieren voor het delen van iedereens perspectieven is om de klas in groepjes te verdelen en daarna een klassikale discussie te voeren. Door eerst in groepjes op het onderwerp of de vraag in te gaan, durven leerlingen meer te delen, ook daarna tijdens de klassikale discussie. 

  • Een andere manier die goed werkt is om leerlingen eerst hun eigen perspectief te laten opschrijven. Dat kan ook in stappen: eerst je mening opschrijven en daarna de tijd nemen om argumenten voor je mening te noteren. De leerlingen kunnen hun meningen en argumenten vervolgens in tweetallen of in groepjes bespreken, voordat ze eventueel een klassikale discussie voeren. 

  • Er zijn digitale tools die kunnen helpen, zoals Kahoot! of Socrative, of LessonUp als je school daar een abonnement op heeft. Daarmee kun je als leraar lessen interactief maken en iedereen tegelijkertijd een antwoord op een vraag laten formuleren. Zo leren leerlingen van elkaar en in verschillende bewoordingen wat een begrip betekent en kun je vermijden dat een of enkele leerlingen telkens de antwoorden geven, terwijl de rest stil blijft.
LUISTER EN VRAAG DOOR

De werkvormen in dit lespakket kunnen emoties en uitgesproken meningen oproepen bij leerlingen. Om ze te kunnen begeleiden in gesprekken hierover kun je als leraar goed luisteren en doorvragen. Vraag wat de leerling precies bedoelt en ga op zoek naar de onderliggende motivatie: waarom zegt deze leerling zoiets? Daarbij zijn vragen als ‘Begrijp ik goed dat je zegt dat …?’ handig, net als onderzoekende ‘Waarom?’- of ‘Hoe weet je dat?’-vragen. Zo kun je met elkaar de diepte in en verkennen waarop de uiting is gebaseerd. Ook een vraag als ‘Zijn er ook tegenvoorbeelden te geven?’ kan verdieping in het gesprek aanbrengen. Leg uit dat er geen goede of foute antwoorden zijn, maar dat we door middel van dialoog meer leren over onszelf en elkaar.

De werkvormen gebruiken

Dit lespakket bestaat uit zes werkvormen. Deze kunnen op elkaar volgen, maar ook afzonderlijk van elkaar worden ingezet in de les. Met deze werkvormen worden leerlingen aan het denken gezet over spannende, maatschappelijke vraagstukken. Het is dan ook belangrijk om de les goed in te leiden, waar nodig te beginnen of onderbreken met een energizer (een korte oefening om de leerlingen energiek te laten bewegen) en af te sluiten met reflectievragen.

Voor iedere werkvorm is een aparte LessonUp gemaakt. Deze zijn gekoppeld aan dit lesplan.
INLEIDING

Leid elke werkvorm in door een goede sfeer in de klas te creëren en leerlingen te vertellen wat er van ze verwacht wordt. Denk daarbij aan de volgende punten:

Heet alle leerlingen welkom en leg met iedereen even afzonderlijk contact.
Leg uit wat de bedoeling van de les is en check of leerlingen het begrip empathie kennen. Dat kun je doen aan de hand van een eigen voorbeeld als leerkracht, een filmpje of foto of door een mindmap te maken met leerlingen.
Herinner leerlingen aan de afspraken die de klas heeft gemaakt over de manier waarop ze met elkaar in gesprek gaan
Zet waar nodig een kennismakingsoefening in als leerlingen elkaar nog niet goed kennen.
ENERGIZERS

De kennismakingskring
Ga in een kring zitten met één stoel te weinig. Sta als leraar in het midden en zeg bijvoorbeeld: ‘iedereen die een broer heeft / graag kiwi’s eet / wiskunde leuker vindt dan Nederlands moet nu opstaan en van stoel wisselen. Degene die geen stoel weet te bemachtigen staat in het midden en bedenkt een nieuwe: ‘Iedereen die een huisdier heeft / iets blauws draagt / patat lekkerder vindt dan pizza moet nu opstaan en van stoel wisselen.’ Doe als leraar mee en zorg dat de snelheid erin blijft.

Samen tot twintig tellen
 Ga met de klas in een kring staan. Leg uit dat je als klas samen tot twintig gaat tellen. Makkelijk toch? Maar je moet om de beurt het volgende getal zeggen en als je tegelijkertijd begint te praten of langer dan 3 seconden stil bent, moet je weer bij het begin beginnen.

Een ander soort stoelendans
Verdeel je leerlingen in vier groepen en vraag deze om in de vier hoeken van het klaslokaal te gaan staan. Geef elk groepje een kaartje met een opdracht, die ze geheim moeten houden voor de andere groepjes terwijl ze ‘m zo snel mogelijk uitvoeren.

Opdrachten:
- Zet alle stoelen bij het raam.
- Zet alle stoelen bij de deur.
- Zet alle stoelen in een kring.
- Zet alle stoelen op de kop.
Er zal enige chaos ontstaan. Leg na een paar minuten het proces stil en vraag leerlingen wat er gebeurt en of ze kunnen samenwerken in dit proces. Laat ze nog een keer proberen of ze eruit komen.

(Bron: Werkvormen.info)
AFSLUITING

Neem minstens 10 minuten voordat de les afgelopen is de tijd om af te sluiten met leerlingen en met ze te reflecteren op wat ze hebben gehoord en geleerd. Door te reflecteren kunnen leerlingen tot rust komen als zij emotioneel zijn geraakt door de les. Ook zorgt het ervoor dat wat ze hebben geleerd beter beklijft. 

Voorbeelden van reflectievragen voor leerlingen: 
  • Welke vraag of opmerking heb je nog over deze les? 
  • Noem iets wat je hebt geleerd, iets wat je heeft verrast en iets wat je nog wilt leren.
  • Welke klasgenoot wil je graag een compliment geven naar aanleiding van deze les? 
  • Wat betekent empathie voor jou? 
  • Teken (met een emoji) hoe jij je nu voelt. 

Je kunt leerlingen op verschillende manieren deze vragen laten beantwoorden, bijvoorbeeld: 
  • Individueel, op papier; 
  • Klassikaal in de kring, of in duo’s; 
  • Online, met Mentimeter of Kahoot.

Als leraar kun je op de volgende manieren bijdragen aan het reflectieproces: 
  • Deel met leerlingen wat je zelf hebt opgestoken van de les en wat je heeft geraakt; 
  • Geef complimenten over het proces, leerlingen die goed naar elkaar luisterden, leerlingen die voor hun mening durfden uit te komen, etc.; 
  • Benadruk waar iedereen het over eens was en geef aan dat we het met elkaar oneens kunnen zijn en nog steeds kunnen samenleven.
UITREIKING CERTIFICAAT

Na het volgen van de les(sen) krijgen alle leerlingen een print van het certificaat ‘Ik heb Empathie’ mee naar huis. Het bijgevoegde certificaat kan worden uitgeprint en aan het einde van de les aan de leerlingen worden uitgedeeld.
Document

Werkvorm 1: Zorg dragen voor elkaars verhaal

Bij empathie komt verantwoordelijkheid kijken. Denk maar aan de relatie tussen een arts en een patiënt. De arts moet meevoelen met de zorgen van de patiënt, maar moet ook zorgvuldig met dit vertrouwen omgaan. Het is de verantwoordelijkheid van de arts om zorg te dragen voor het verhaal van de patiënt, bijvoorbeeld door op een respectvolle manier over de patiënt en diens verhaal te praten met collega-artsen. In deze werkvorm oefenen leerlingen met deze verantwoordelijkheid door zorg te dragen voor een verhaal van een klasgenoot. Zij ervaren hoe belangrijk het is dat iemand jouw verhaal zorgvuldig en respectvol vertelt.

DOELEN: 
Leerlingen oefenen met empathisch luisteren en zich inleven in de ander; 
Leerlingen voelen zich samen verantwoordelijk voor een open en veilige sfeer in de klas. 

VOORWAARDEN: Alleen in een veilige klas kunnen leerlingen kwetsbaar zijn. Zorg daarom voor een veilige, open sfeer en bepaal de omgangsvormen in de les. Het helpt om de inhoud en het doel van de les vooraf aan te kondigen, zodat leerlingen zelf het belang van de veilige sfeer inzien. Zie ook: Tips voor de leraar > 1b ‘Maak samen afspraken’ of de extra informatie aan het eind van deze werkvorm. 

Duur: 45-60 minuten 
Benodigdheden: Een digibord of andere mogelijkheid om de filmpjes te bekijken.
AANPAK
  • Leid de werkvorm in met een energizer, persoonlijk verhaal of uitleg van het begrip empathie (zie: ‘De werkvormen gebruiken’).
  • Laat leerlingen het filmpje van kunstenaar Marina Abramović zien (zie kopje ‘Extra’). In 2010 zat zij acht uur per dag in een museum en nodigde vreemden uit om tegenover haar te zitten om in stilte in elkaars ogen te kijken. Op een dag kwam haar ex-partner tegenover haar zitten… Vraag leerlingen wat zij zien gebeuren. Waarom is het zo spannend en kwetsbaar om elkaar in de ogen te kijken?
  • Verdeel de leerlingen in duo’s.
  • De leerlingen stellen een aantal inleidende vragen aan elkaar, die oplopen in mate van kwetsbaarheid. Leerlingen komen zo geleidelijk uit hun comfortzone en leren elkaar vertrouwen.
  1. Wanneer heb je voor het laatst de slappe lach gehad? 
  2. Wat is je gelukkigste herinnering? 
  3. Met wie zou je samen op een onbewoond eiland willen leven? 
  4. Wanneer moest je voor het laatst huilen? 
  5. Heb je je wel eens eenzaam gevoeld? 
  • Optioneel: Vraag de leerlingen elkaar twee minuten lang in stilte in de ogen te kijken. Lang oogcontact voelt heel ongemakkelijk (er zal veel gelach klinken) maar het is een krachtige manier om je kwetsbaar op te stellen en empathie voor elkaar te voelen. 
  • Vertel leerlingen dat ze elkaars verhaal gaan vertellen, dus dat ze goed op moeten letten. Laat leerlingen elkaar de vraag stellen: Wil je me iets vertellen over jezelf dat ik nog niet weet? Ze mogen wat steekwoorden opschrijven en vervolgvragen stellen. Geef ze in totaal tien minuten.
  • De leerlingen vertellen het verhaal van hun partner op een empathische en respectvolle manier. Afhankelijk van de hoe veilig de sfeer in de klas is, kun je kiezen om dit onderdeel in groepjes van zes leerlingen te doen (minder veilige klas), of plenair (heel veilige klas).
  • Bedank iedereen voor de eerlijkheid en kwetsbaarheid. Laat als docent zien dat je beschikbaar bent wanneer leerlingen willen napraten.
VARIANTEN
  1. Leerlingen schrijven twee brieven aan elkaar: één waarin ze hun verhaal met de ander delen en één waarin ze reageren op het verhaal van de ander; 
  2. Leerlingen maken samen een kunstwerk/lied/gedicht waarin ze (de emoties van) beide verhalen verwerken; 
  3. Leerlingen zoeken een bestaand kunstwerk/lied/gedicht dat past bij hun verhaal.
EXTRA

Kunstenares Marina Abramović kijkt in de ogen van vreemdelingen. Totdat een oude geliefde tegenover haar plaatsneemt… 
Kijk ook hier.
Is liefde een kwestie van de juiste vragen stellen, luisteren en meeleven? 36 vragen die tot liefde zouden leiden vind je hier.

 N.B. De filmpjes kunnen ook in de les getoond worden als verdieping of inspiratie.

Werkvorm: EMPATHIE EN ROBOTS

Wanneer ga je iemand troosten? Als je ziet dat diegene zenuwachtig of verdrietig is. En wanneer sla je een sussende toon aan? Als je het vuur uit de ogen van degene tegenover je ziet spuwen! Het herkennen van emoties is de eerste stap naar het voelen van empathie en empathisch reageren. Mensen kunnen dat vaak heel goed, maar zijn ze daarin alleen? Kunnen we robots zo programmeren dat ze empathisch reageren? En hoe moet een robot eruit zien om onze empathie te krijgen?

DOELEN
  • Leerlingen kunnen uitleggen wat de link is tussen emoties en empathie;
  • Leerlingen gaan een empathische robot ontwerpen;
  • Leerlingen gaan in gesprek over (de grenzen van) empathie.
Duur: 45 minuten
Benodigdheden: Digiboard 18
AANPAK
  • Leid de werkvorm in met een energizer, persoonlijk verhaal of uitleg van het begrip empathie (zie: ‘De werkvormen gebruiken’). 
  • Opwarmer: mensen zijn over het algemeen goed in het herkennen van emoties. Er zijn zes basisemoties. Kunnen leerlingen er een paar noemen? 
a) Laat onderstaand plaatje zien op het digiboard en vraag leerlingen of zij de zes emoties herkennen. Een alternatief is dat je de emoties noemt en leerlingen deze koppelen aan het juiste plaatje. De zes emoties zijn: vreugde, verdriet, angst, afschuw, verbazing en woede. (bron)
b) Vraag aan leerlingen hoe zij reageren op deze emoties. Wat doen of zeggen ze als een vriend

  • Mensen kunnen meestal emoties van elkaar herkennen en daar goed op reageren. Maar kunnen andere wezens dat ook? Laat dit filmpje zien en stel de volgende vragen aan je leerlingen: 
a) Wat maakte Phi een goede zorgrobot? 
b) Wat kon Phi allemaal? 
c) Zou Lydia Phi net zo lief hebben gevonden als Phi er zo had uitgezien? 

  • Zet leerlingen in groepjes van drie of vier. Vertel ze het volgende: “Stel je een bejaardentehuis voor. Er wonen veel oudere mensen die zin hebben in gezelligheid, maar hun kinderen en kleinkinderen zijn erg druk. Om de bejaarde mensen gezelschap te houden gaan jullie een Empathische Robot ontwerpen. Jullie mogen daarbij zowel schetsen als schrijven.” Geef elk groepje een groot vel papier en stiften. Toon deze vragen op het smartboard om de groepjes op weg te helpen.
a) Hoe moet een Empathische Robot eruitzien? 
b) Wat moet een Empathische Robot allemaal kunnen? 

  • Laat de groepjes kort hun robot presenteren of laat de groepjes langs elkaars tafels lopen om de andere Empathische Robots te zien. Verzamel klassikaal de inzichten van de groepjes. Een empathische robot is.../moet het volgende kunnen…. 
  • Sluit af door deze vragen te bespreken met leerlingen: 
a) Kan een robot echt empathisch zijn of kunnen alleen mensen dat? 
b) Kun je voor alles en iedereen empathie voelen? Waarom (niet)?

Werkvorm: Onrecht en actie

Hoe voelt het als je ziet dat andere mensen oneerlijk behandeld worden en hoe wil je dat mensen reageren als je zelf oneerlijk behandeld wordt? Hoe kun je gevoelens van empathie omzetten naar een concrete actie? Met deze spannende vragen gaan leerlingen aan de slag tijdens deze werkvorm.

DOELEN
  • Leerlingen voelen hoe empathie voelt door een situatie van onrecht te observeren of zelf te ervaren én hoe het voelt als je hoopt dat de ander empathie met je heeft;
  • Leerlingen zetten empathie voor anderen om in concrete actie. 
VOORWAARDEN: 

Zelf voelen hoe het is om onrechtvaardig behandeld te worden, is niet voor alle klassen geschikt. Alleen als het een veilige en verbonden klas is, kun je variant 2 (hieronder uiteengezet) uitproberen. Als je twijfels hebt over je eigen rol, over hoe je klas of bepaalde leerlingen hierop reageren, raden wij aan om variant 1 te doen. 

Duur: 45 minuten 
Benodigdheden: Digiboard
Variant 1
  • Leid de werkvorm in met een energizer, persoonlijk verhaal of uitleg van het begrip empathie (zie: ‘De werkvormen gebruiken’).
  • Laat je klas kennismaken met het bekende ‘Bruine ogen, blauwe ogen’-experiment. Gebruik bijvoorbeeld deze documentaire. Deze documentaire is vrij lang, maar als je tussen minuut 15.30 en 30.52 laat zien, krijgen de leerlingen een goede indruk van het experiment en hoe mensen daarop reageren. Je kunt het experiment ook navertellen aan je klas en ze tussendoor vragen stellen. Zie het kopje ‘Achtergrond’ voor een korte samenvatting van het experiment. 
  • Stel de volgende vragen aan je klas: Wat zagen jullie gebeuren? Wat deed de juf en hoe reageerden de leerlingen? Hoe zou je zelf reageren? Heb je zelf weleens zoiets meegemaakt? Maak aantekeningen op het bord van de woorden die leerlingen noemen (bijvoorbeeld: oneerlijk, zielig, privilege, etc.). Herkennen leerlingen hoe het voelt om voorgetrokken of achtergesteld te worden? 
  • Leg uit wat het begrip empathie hiermee te maken heeft. Voelden de leerlingen empathie voor de achtergestelde groep uit het filmpje? Hoe kun je je empathie voor anderen omzetten naar actie? (Bijvoorbeeld: troosten, je solidair opstellen, protest aantekenen, etc.) 
  • Laat leerlingen in duo’s een voorbeeld noemen van een moment waarop zij empathie voelden voor iemand. Wie was het? Waarom? Hoe voelde het? Wat deden ze met dat gevoel van empathie? Probeer met de klas te achterhalen of er gemeenschappelijke elementen in alle verhalen zitten. 
  • Neem de tijd om met leerlingen te reflecteren, zie voor tips ‘De werkvormen gebruiken’.
Variant 2
  • Creëer als leraar een situatie van ongelijkheid. Zorg er bijvoorbeeld voor dat maar de helft van de leerlingen een stoel heeft om op te zitten of dat de helft van de leerlingen langer pauze heeft.
  • Geef je klas de kans om hierop te reageren. Tekenen leerlingen protest aan? Proberen ze een patroon of logica te ontdekken? Hoe reageren de leerlingen die benadeeld of voortgetrokken worden?
  • Stel de benadeelde leerlingen gerust door de stoelen te pakken of door ze te beloven dat zij de volgende les langer pauze mogen houden. 
  • Als de gemoederen zijn bedaard, kun je vragen stellen aan je klas. Wat is hier net gebeurd? Hoe voelden de benadeelde leerlingen zich? Hoe voelden de bevoorrechte leerlingen zich? Ongemakkelijk, of was het wel fijn? Maak aantekeningen op het bord van de woorden die leerlingen noemen (bijvoorbeeld oneerlijk, zielig, privilege, etc.)
  • Koppel de ervaringen van de leerlingen aan het bekende ‘Bruine ogen, blauwe ogen’-experiment. Gebruik bijvoorbeeld deze documentaire. Deze documentaire is vrij lang, maar als je tussen minuut 15.30 en 30.52 laat zien, krijgen de leerlingen een goede indruk van het experiment en hoe mensen daarop reageren. 
Je kunt het experiment ook navertellen aan je klas en ze tussendoor vragen stellen. Zie het kopje "Achtergrond' voor een korte samenvatting van het experiment.

  • Leg uit hoe de ervaringen van de klas zich verhouden tot het begrip empathie. Waarschijnlijk voelde een deel van de leerlingen empathie en hoopte een ander deel dat zij op empathie van de anderen konden rekenen. Voelden ze empathie voor de achtergestelde groep uit het filmpje? Hoe zouden zij empathie uitleggen? Hoe kun je jouw empathie voor anderen omzetten naar een concrete actie? (Bijvoorbeeld: troosten, je solidair opstellen, protest aantekenen). 
  • Laat leerlingen in duo’s een voorbeeld noemen van een moment waarop zij empathie voelden voor een ander of voor zichzelf. Wie was het? Waarom? Hoe voelde het? Wat deden ze met het gevoel van empathie? Probeer met de klas te achterhalen of er gemeenschappelijke elementen in alle verhalen zitten. 
  • Neem de tijd om met leerlingen te reflecteren, zie voor tips: 08 ‘De werkvormen gebruiken’. 
  • Je kunt deze werkvorm eventueel nog een keer doen, maar dan de groepen wisselen, zodat elke leerling beide kanten heeft ervaren. Mocht je de groepen willen wisselen, doe dat dan vóór stap 4 van de werkvorm. 
TIPS
  • Als je gaat voor variant 2: zorg dat de situatie van onrecht gelijk duidelijk is en zet dit als leraar dik aan. Blijf in je rol!
  • Als je gaat voor variant 2: wees alert op de band met de leerlingen die in eerste instantie overgeslagen zijn - misschien dat leerlingen hiervan geschrokken zijn. Benadruk dat je hier geen vervelende bedoelingen mee hebt en dat het slechts om een experiment gaat.
  • Wees niet normatief in de manier waarop leerlingen reageren op de situatie, vermijd conclusies als ‘jij reageerde met empathie, goed gedaan’. Laat leerlingen zelf conclusies trekken door ze openhartig te bevragen. Benadruk hierbij welke handelingsmogelijkheden de leerlingen hebben als zij getuige zijn van onrecht en empathie voelen voor de benadeelden. Ze kunnen bijvoorbeeld protesteren, anderen troosten of zich solidair tonen.
ACHTERGROND

Wat gebeurde er bij het ‘Blauwe ogen, bruine ogen’-experiment? In 1968 splitst een Amerikaanse lerares, Jane Elliot, haar witte basisschoolklas in tweeën: leerlingen met blauwe en leerlingen met bruine ogen. 

Ze trekt de leerlingen met bruine ogen voor door ze complimenten en privileges te geven. Deze bruinogige leerlingen mogen bijvoorbeeld langer buitenspelen. Ondertussen worden de leerlingen met blauwe ogen gekleineerd en kort gehouden. Al snel zie je hoe de bruinogige leerlingen hun positie als natuurlijk gaan beschouwen. Ze gedragen zich gemeen tegen hun klasgenoten met blauwe ogen, die hun achtergestelde positie snel internaliseren. Op deze manier wilde Elliot haar klas laten nadenken over racisme, privileges en ongelijke behandeling. 

Dit experiment is daarna nog vaak nagedaan, bijvoorbeeld door BNN met ‘Het grote racisme-experiment’.

Werkvorm: Stapje te ver?

Leerlingen reageren actief op casussen met plottwists en gaan daarover met elkaar in gesprek. Ze ervaren dat empathie niet alleen gaat over iemand zielig vinden, maar ook over je kunnen inleven in iemands gedachten en beslissingen, zelfs als je deze niet goedkeurt.

DOELEN
  • Leerlingen gaan aan de hand van casussen open en nieuwsgierig met elkaar in gesprek;
  • Leerlingen oefenen met zich inleven in anderen;
  • Leerlingen krijgen inzicht in waar zij empathie voor voelen en waar zij een grens trekken.
Duur: 30 minuten 
Benodigdheden: Casussen op het digiboard en een rood en groen papiertje voor elke leerling.
AANPAK
  • Leid de werkvorm in met een energizer, persoonlijk verhaal of uitleg van het begrip empathie (zie ‘De werkvormen gebruiken’).
  • Laat de casussen onderdeel voor onderdeel zien in de PowerPoint. Bij elke stelling vraag je de leerlingen om een grote stap naar voren te doen wanneer het antwoord ‘ja’ is en een stap naar achteren als het antwoord ‘nee’ is. Vraag een paar leerlingen om hun antwoord toe te lichten. Laat leerlingen ook op elkaar reageren, maar hou het tempo erin.
  • Is het lokaal te klein? Deel een rood en een groen papiertje uit aan elke leerling. Leg uit dat ze straks gaan reageren op een aantal verhalen, die steeds eindigen met een vraag. Als ze ‘ja’ antwoorden op die vraag, steken ze het groene papiertje op, bij ‘nee’ het rode. Vraag steeds enkele leerlingen om hun antwoord toe te lichten. Laat leerlingen ook op elkaar reageren, maar hou het tempo erin.
  • Stel de volgende reflectievragen:
  1. Wanneer kon jij je (niet) verplaatsen in iemand in een van de verhalen?
  2. Hoe kwam dat?
  3. Heb je een eigen voorbeeld van iemand met wie je geen medelijden had of voor wie je geen begrip had?Wat hebben deze verhalen te maken met empathie?
OPTIONELE OPDRACHT:

Laat leerlingen een brief schrijven aan Milan, Lise of Farhan, waarin ze vertellen wat hun verhaal met ze deed en wat voor advies de leerlingen ze zouden geven.

CASUS 1: MILAN
1. Milan krijgt ruzie met een klasgenoot. Zijn klasgenoot zegt iets gemeens en Milan wordt boos. Hij slaat en schopt om zich heen. Hij moet zich melden bij de directeur van de school. Leef je mee met Milan?
2. Als hij met de directeur praat, vertelt Milan over wat hij vroeger heeft meegemaakt. Zijn vader was vroeger vaak agressief en kon dan heel hard schreeuwen en dingen kapot maken. Snap je waarom Milan zo boos wordt?
3. Milan moet huilen en zegt dat hij veel spijt heeft. Toch stuurt de directeur hem van school. Snap je waarom de directeur die beslissing maakt?

CASUS 2: LISE
1. Lise wordt gepest in de klas. Niemand wil naast haar zitten en via Whatsapp verspreiden haar klasgenoten roddels over haar. Vind je het zielig voor Lise?
2. Een groepje meisjes is boos op Lise en wil haar niet vergeven, omdat zij een geheim van een van hen heeft doorverteld. Snap je de meisjes?
3. Lise heeft sorry gezegd, maar de meisjes blijven haar pesten omdat ze een donkere huidskleur heeft. Vind je dit terecht?

CASUS 3: FARHAN
1. De opa van Farhan heeft kanker. Hij heeft veel pijn en ligt in het ziekenhuis. Waarschijnlijk heeft hij niet veel langer te leven. Heb je empathie voor Farhan?
2. De opa van Farhan is ziek omdat hij vijftig jaar lang veel heeft gerookt. Zijn familie heeft hem heel vaak gevraagd te stoppen, maar hij bleef roken. Kun jij je voorstellen dat hij niet stopte met roken?
3. Ook nu de opa van Farhan ziek is kan hij niet stoppen met roken en glipt hij af en toe naar buiten om een sigaret te roken. Farhan wordt dan boos op zijn opa. Snap je waarom Farhan boos wordt?

Werkvorm: Je inleven in 'De andere kant'

Een beeld zegt meer dan duizend woorden… Maar foto’s kunnen ook voor verdeeldheid zorgen; zeker op sociale media gaat het vaak hard tegen hard. In deze werkvorm gaan leerlingen aan de hand van controversiële nieuwsfoto’s en de commentaren daarop verkennen hoe hetzelfde beeld heel uiteenlopende reacties kan oproepen. Ook oefenen ze met zich inleven in heel andere perspectieven.

DOELEN:
Leerlingen gaan in gesprek over controversiële nieuwsfoto’s;
Leerlingen leven zich in in gepolariseerde comments op deze nieuwsfoto’s.

Duur: 45 minuten
Benodigdheden: Digiboard voor de foto’s
  • Leid de werkvorm in met een energizer, persoonlijk verhaal of uitleg van het begrip empathie (zie ‘De werkvormen gebruiken’).
  • Inleiding:
a) Toon onderstaande foto en vraag leerlingen om hun eerste reactie op te schrijven in één woord. Koppel een aantal antwoorden terug, laat leerlingen hun hand opsteken als hun woord hetzelfde was of er sterk op lijkt.

b) Vertel kort over de foto: deze foto is genomen tijdens een studentenprotest in 1989 op het Tiananmenplein (China) tegen de Chinese overheid. Je ziet een jonge man die weigert voor de oprukkende tanks weg te gaan. Sterker nog: elke keer dat de tank uitwijkt, gaat de man er weer voor staan. Op deze manier dwingt hij de tanks om tot stilstand te komen. Hij wordt ook wel ‘Tank Man’ genoemd.

  • Zet de leerlingen in groepjes van vier en geef elk groepje een placemat met daarop vier vragen.
a) Welke emotie roept deze foto bij je op?
b) Waar denk je dat de foto over gaat?
c) Welke vragen heb je over deze foto?
d) Wat voor comments op social media verwacht je op deze foto

  • Toon een van de controversiële foto’s (zie PowerPoint) op het digiboard en geef de leerlingen steeds één minuut om antwoord te geven op de vraag voor hun neus. Na één minuut draait de placemat een kwartslag en gaan leerlingen de volgende vraag beantwoorden.
  • Geef elk groepje een paar minuten om verschillen en overeenkomsten in hun antwoorden te bespreken. Koppel een aantal antwoorden klassikaal terug.
  • Toon op het digiboard twee voorbeelden van online comments op de controversiële foto die ze net hebben besproken en vraag leerlingen:
a) Wat vind je van deze comment? Hoe voel je je erbij?
b) Kun jij je voorstellen waarom mensen dit schrijven?
OPTIONEEL
  • Wijs de helft van de groepjes comment A toe en de andere helft van de groepjes comment B. Laat de groepjes in vijf minuten samen brainstormen welke argumenten, ervaringen of ideeën de schrijver van deze comment zou kunnen hebben.
  • Laat groepjes van comment A en comment B hun antwoorden met elkaar uitwisselen.
  • Neem de tijd om met leerlingen te reflecteren, zie voor tips hierboven bij ‘De werkvormen gebruiken’.

WERKVORM: MIDDLE GROUND- DIALOOG

Deze dialoogwerkvorm is gebaseerd op de YouTube-serie the Middle Ground. Hierin gaan mensen met elkaar in gesprek over polariserende kwesties, zoals abortus of de doodstraf. De voor- en tegenstanders staan in eerste instantie lijnrecht tegenover elkaar en worden uitgenodigd om op vervolgstellingen te reageren. Als zij het eens zijn met de stelling, gaan ze met elkaar in een kring hierover in gesprek. Omdat deze stellingen het onderwerp breder trekken, blijkt al snel dat de voor- en tegenstanders meer met elkaar gemeen hebben dan ze in eerste instantie denken.

DOELEN:
  • Leerlingen zoeken naar overeenkomsten (middle ground) in gesprekken over controversiële kwesties;
  • Leerlingen oefenen met het voeren van een dialoog en daarbij nieuwsgierig en open luisteren en vragen stellen.

Duur: 45 minuten
Benodigdheden: stellingen op digiboard, kring van acht stoelen midden in de klas.
AANPAK
  • Leid de werkvorm in met een energizer, persoonlijk verhaal of uitleg van het begrip empathie (zie: ‘De werkvormen gebruiken’).
  • Geef de leerlingen vooraf een aantal richtlijnen. Dialoog betekent dat iedereen namens zichzelf spreekt en dat het doel niet is om anderen te overtuigen. Benadruk dat we verschillende meningen hebben en dat dat oké is, en dat het vooral waardevol is veel vragen te stellen aan klasgenoten die anders denken.
  • Toon de introductiestelling op het digiboard en vraag je leerlingen of ze het eens of oneens zijn met deze stelling. Laat de voor- en tegenstanders aan verschillende kanten van het klaslokaal staan.
  • Vraag leerlingen van de verschillende groepen waarom zij daar zijn gaan staan en laat leerlingen op elkaar reageren.
  • Lees vervolgens een voor een de vervolgstellingen voor en toon deze op het digiboard. Leerlingen die het eens zijn met de vervolgstelling kunnen plaatsnemen in de kring; de andere leerlingen blijven staan. Waarschijnlijk gaan er zowel leerlingen die voor, als leerlingen die tegen de introductiestelling waren in de kring zitten.
  • Stimuleer de leerlingen die in de kring zitten om met elkaar in dialoog te gaan: Waar dachten ze aan toen ze de stelling hoorden? Waarom zijn ze hier gaan zitten? Laat de leerlingen de stellingen toepassen op hun eigen leven en op het onderwerp dat ter dialoog staat. Houd maximaal drie minuten aan per kringdialoog. De andere leerlingen luisteren en mogen eventueel vragen stellen.
  • Als alle vervolgstellingen zijn besproken, kun je weer terug naar de introductiestelling. Vraag de leerlingen of ze andere meningen of perspectieven hebben gehoord en of dat hun eigen mening heeft veranderd. Waar konden voor- en tegenstanders van de stellingen het met elkaar eens worden? Wat hebben ze zelf geleerd?
STELLINGEN

Zwarte Piet of niet
Introductiestelling: Zwarte Piet hoort niet bij het Sinterklaasfeest.

a) Ik heb me wel eens buitengesloten gevoeld.
b) Als iets of iemand mij pijn doet, wil ik dat die persoon daar onmiddellijk mee stopt.
c) Sinterklaas hoort voor iedereen gezellig te zijn.
d) Iedereen mag meebeslissen over de invulling van het Sinterklaasfeest.
e) We moeten met de tijd meegaan.

Alle kleuren van de regenboog
Introductiestelling: LHBTI’ers zijn niet veilig in Nederland.

a) Iedereen mag in Nederland zichzelf zijn.
b) Als LHBTI’er word je minder makkelijk geaccepteerd dan als hetero.
c) Ik wil zelf bepalen met wie ik later samen wil zijn.
d) Elke vorm van liefde is beter dan haat.

Is de politie je beste vriend?
Introductiestelling: Politieagenten behandelen iedereen gelijk.

a) Mensen hebben wel eens vooroordelen over mij.
b) Ik ben er wel eens achtergekomen dat vooroordelen die ik had niet klopten.
c) Veiligheid is het allerbelangrijkst.
d) Je moet er altijd van uitgaan dat mensen goede bedoelingen hebben.
TIPS
  • Zorg dat verschillende leerlingen in het midden plaatsnemen bij elke stelling. Moedig daarbij ook stillere of introverte leerlingen aan om hun ideeën te delen.

  • Vraag leerlingen welke onderwerpen ze nog meer zouden willen bespreken en bedenk hier stellingen voor. Goede richtlijnen hierbij: formuleer een persoonlijke stelling (‘Ik heb me wel eens buitengesloten gevoeld’), een maatschappelijke stelling (‘We moeten meer naar de stem van minderheden luisteren’) en een algemene stelling die op veel toe te passen is (‘We moeten met de tijd meegaan’).

CONTACT

Heb je vragen, opmerkingen of tips naar aanleiding van dit lespakket? Neem gerust contact op met Nederland Wordt Beter door te mailen naar educatie@nederlandwordtbeter.nl.