1. De leerkracht leest de tekst voor.
2. Lees de tekst zelf.
3. Neem de volgende zinnen over in je schrift:
a. Door een bezoek aan het gerestaureerde huis van Jeroen Bosch treed je in de voetsporen van Jeroen Bosch, omdat....
b. Door een bezoek aan het gerestaureerde huis van Jeroen Bosch treed je in de voetsporen van Jeroen Bosch, maar...
c. Door een beoek aan het gerestaureerde huis van Jeroen Bosch treed je in de voetsporen van Jeroen Bosch, dus....
4. Bespreek je antwoorden met je schoudermaatje.
5. Bespreek je antwoorden met de hele klas.
6. Bekijk het filmpje.
7. Schrijf de volgende zin over in je focusschrift en maak de zin af:
a. Ik zou wel/niet graag een bezoek brengen aan het huis van Jeroen Bosch, omdat....
8. Bespreek je antwoord met je schoudermaatje.
9. Bespreek je antwoord met de hele klas.