Lesdoel;
Je leert dat stoffen in drie fasen voorkomen.
Ik ken de betekenis van de volgende begrippen:
• Vaste stof, vloeistof en gas
• Fasen en faseovergangen
• Smelten, stollen en bevriezen
• Verdampen en condenseren
• Smeltpunt en kookpunt
Ik kan de fase van een stof herkennen.
Ik kan bij een beschrijving van een situatie de juiste faseovergang noemen.
Ik kan met de begrippen smeltpunt en kookpunt uitleggen wanneer een stof vast, vloeibaar of gasvormig is.