lesson plan

Het Leven van Jezus: Macht, Woord en Symboliek

Ready to use this lesson plan? Use the button below to save a copy of this lesson plan in your account. After doing so, you will be able to modify the lessons as you wish.

Doelgroep:
Leerlingen van de middelbare school, bovenbouw.

Tijdsduur:
6 lessen van 45 minuten.

Inclusief toets.

Les 1. Machthebbers IN ISRAËL TEN TIJDE VAN HET NIEUWE TESTAMENT

Leerdoelen:

  • De leerling weet wie de machthebbers waren over Israël ten tijde van het leven van Jezus.
  • De leerling kan uitleggen waarom de streek Galilea belangrijk is.
  • De leerling begrijpt waarom Jeruzalem, en met name de tempel, zo belangrijk was.
  • De leerling kan de volgende termen uitleggen: Farizeeën, Zeloten, en Essenen.
  • De leerling is in staat om het begrip "God van het verbond" uit te leggen.
  • De leerling weet wat het begrip apocalyptiek inhoudt en hoe dit moet worden geduid.

Inhoud:
  • Overzicht van de Romeinse overheersing en de rol van keizers zoals Augustus en Tiberius.
  • Herodes de Grote en zijn nalatenschap.
  • De rol van de Sanhedrin en de hogepriester.
  • Pilatus en zijn bestuur.

Les 2. De Bijbel

Leerdoelen:

  • De leerling weet uit hoeveel boeken de Bijbel bestaat.
  • De leerling kan de twee talen noemen waarin de Bijbel is geschreven.
  • De leerling weet hoeveel Bijbelboeken er zijn.
  • De leerling kan uitleggen waar het Oude Testament en het Nieuwe Testament over gaan.
  • De leerling begrijpt wat de term "familie van Abraham" betekent.

Inhoud:
  • Indeling van de Bijbel: Oude Testament (39 boeken) en Nieuwe Testament (27 boeken).
  • Genres: historische boeken, poëzie en wijsheid, profetische boeken, evangeliën, brieven, apocalyptische literatuur.
  • Voorbeelden van elk genre.

Les 3. Jezus en Zijn Bediening

Leerdoelen:

  • De leerling weet wat de naam van Jezus betekent.
  • De leerling kan in grote lijnen het leven van Jezus navertellen.
  • De leerling is in staat om de belangrijkste aspecten uit Zijn leven weer te geven, zoals geboorte, onderwijs, lijden, sterven, en opstanding.
  • De leerling kan uitleggen wat de verwachtingen waren van de mensen in die tijd.
  • De leerling weet hoe Zijn volgelingen worden genoemd.
  • De leerling kan het evangelie van Jezus uitleggen.

Inhoud:
  • Geboorte, jeugd, doop en begin van de bediening.
  • Belangrijke gebeurtenissen: de Bergrede, wonderen, kruisiging en opstanding.
  • De twaalf discipelen en hun rol.


Les 4. Uitspraken van Jezus 

Leerdoelen:
  • De kent de naam en de inhoud van de belangrijkste redevoering van Jezus.
  • Je kent de inhoud van de Zaligsprekingen en kunt deze vertalen naar onze tijd.
  • Je kunt de term "Koninkrijk van God" uitleggen.
  • Je weet wat de betekenissen zijn van de Ik-ben uitspraken en welke gevolgen deze uitspraken hadden.

Inhoud:
  • Uitspraken zoals "Ik ben het brood des levens", "Ik ben het licht der wereld", "Ik ben de goede herder", enz.
  • De theologische betekenis en context van deze uitspraken.

Les 5. Christelijke Symbolen

Leerdoelen:
  • De leerling weet wat het woord "symbool" betekent.
  • De leerling kan de drie belangrijkste kenmerken van een symbool benoemen.
  • De leerling is in staat om het symbool van de Drie-eenheid duidelijk uit te leggen.
  • De leerling herkent andere belangrijke christelijke symbolen en kan deze op de juiste manier uitleggen.


Inhoud:
  • Symbolen zoals het kruis, de vis (Ichthus), het lam, de duif, enz.
  • Betekenis en oorsprong van deze symbolen.
  • Gebruik van symbolen in kunst, liturgie en architectuur.


Les 6. Rituelen en Sacramenten

Leerdoelen:
  • De leerling weet wat het begrip "sacrament" betekent.
  • De leerling kan de sacramenten van het christendom benoemen en uitleggen.
  • De leerling is in staat om de verschillen tussen de katholieke sacramenten en de protestantse sacramenten aan te geven.
  • De leerling weet ook waarom die verschillen er zijn.

Inhoud:
  • Overzicht van de zeven sacramenten in de katholieke kerk en de twee sacramenten in de protestantse traditie.
  • Betekenis van doop, eucharistie, vormsel, huwelijk, priesterwijding, biecht en ziekenzalving.
  • Andere belangrijke rituelen zoals gebed, vieringen van feesten.