Codekinderen laat basisschoolleerlingen van groep 3 tot en met 8 kennis maken met de 'achterkant' van de apparaten die ze dagelijks gebruiken. Met de verschillende lessen kunnen kinderen proeven van programmeren en zo hun digitale talenten ontdekken. Alles komt aan bod: van digitaal spelen tot het schrijven van code.
De lessen van Codekinderen zijn opgebouwd uit drie onderdelen.
Unplugged
- In dit onderdeel leren kinderen hoe programmeren werkt, maar zonder gebruik te maken van een computer. De principes van programmeren worden zo heel helder en tastbaar.
Maken
- In dit onderdeel gebruiken leerlingen 'gewone' objecten en maken die vervolgens interactief, of maken leerlingen animatiefilmpjes of apps. Zo leren ze dat programmeren niet een doel op zich is, maar een vaardigheid die je in staat stelt iets te bedenken en zelf te maken.
Programmeren
- In dit onderdeel zetten leerlingen aan de hand van opdrachten hun eerste voorzichtige stapjes op het gebied van programmeren door middel van het schrijven van code. De echte codekrakers kunnen ervoor kiezen extra lessen te volgen.