lesson plan

FOUTLOOS REKENEN - PERIODE 1 - SCHOOLJAAR 25/26

Ready to use this lesson plan? Use the button below to save a copy of this lesson plan in your account. After doing so, you will be able to modify the lessons as you wish.

Dit lesplan omvat alle lessen van Foutloos rekenen voor periode 1

Onder het kopje aanvullende documenten vind je alle documenten die je gedurende periode 1 nodig hebt.
De links naar de Jotforms voor verwerking van de tussenmetingen vind je onder iedere paragraaf.
Naast de lessen vind je de leerdoelen van de les. 

aANVULLENDE DOCUMENTEN

Document

1.1 OPTELLEN MET GEHELE EN KOMMAGETALLEN

Leerdoelen
 1. Ik kan het recept voor het optellen met hele getallen benoemen (R).
2. Ik kan het recept voor het optellen met hele getallen nauwkeurig opschrijven (T1).
3. Ik kan het recept voor optellen met hele getallen correct toepassen (T1).
Leerdoelen
 1. Ik kan het recept voor het optellen met hele getallen benoemen (R).
2. Ik kan het recept voor het optellen met hele getallen nauwkeurig opschrijven (T1).
3. Ik kan het recept voor optellen met hele getallen correct toepassen (T1).
Leerdoelen 
1. Ik kan het recept voor het optellen met kommagetallen benoemen (R).
2. Ik kan het recept voor het optellen met kommagetallen nauwkeurig opschrijven (T1).
3. Ik kan het recept voor optellen met kommagetallen correct toepassen (T1).
Leerdoelen
1. Ik kan het recept voor het optellen met kommagetallen benoemen (R).
2. Ik kan het recept voor het optellen met kommagetallen nauwkeurig opschrijven (T1).
3. Ik kan het recept voor optellen met kommagetallen correct toepassen (T1).

1.2 aFTREKKEN MET GEHELE EN KOMMAGETALLEN

Leerdoelen:
  1. Ik kan het recept voor het aftrekken met hele getallen benoemen (R).
  2. Ik kan het recept voor het aftrekken met hele getallen nauwkeurig opschrijven (T1).
  3. Ik kan het recept voor aftrekken met hele getallen correct toepassen (T1).
Leerdoelen:

  1. Ik kan het recept voor het aftrekken met hele getallen benoemen (R).
  2. Ik kan het recept voor het aftrekken met hele getallen nauwkeurig opschrijven (T1).
  3. Ik kan het recept voor aftrekken met hele getallen correct toepassen (T1).
Leerdoelen:
  1. Ik kan het recept voor het aftrekken met decimale getallen benoemen (R).
  2. Ik kan het recept voor het aftrekken met decimale getallen nauwkeurig opschrijven (T1).
  3. Ik kan het recept voor aftrekken met decimale getallen correct toepassen (T1). 
Leerdoelen:
  1. Ik kan het recept voor het aftrekken met decimale getallen benoemen (R).
  2. Ik kan het recept voor het aftrekken met decimale getallen nauwkeurig opschrijven (T1).
  3. Ik kan het recept voor aftrekken met decimale getallen correct toepassen (T1). 

1.3 vERMENIGVULDIGEN MET GEHELE EN KOMMAGETALLEN

Leerdoelen:
  1. Ik weet het recept voor vermenigvuldigen met gehele getallen (R).
  2. Ik kan het recept voor vermenigvuldigen met gehele getallen opschrijven (T1).
  3. Ik kan het recept voor optellen met gehele getallen toepassen (T1).
Leerdoelen:
  1. Ik weet het recept voor vermenigvuldigen met gehele getallen (R)
  2. Ik kan het recept voor vermenigvuldigen met gehele getallen opschrijven (T1).
  3. Ik kan het recept voor optellen met gehele getallen toepassen (T1).
Leerdoelen:
  1. Ik weet het recept voor vermenigvuldigen met decimale getallen (R).
  2. Ik kan het recept voor vermenigvuldigen met decimale getallen opschrijven (T1).
  3. Ik kan het recept voor vermenigvuldigen met decimale getallen toepassen (T2).
Leerdoelen:
  1. Ik weet het recept voor vermenigvuldigen met decimale getallen (R).
  2. Ik kan het recept voor vermenigvuldigen met decimale getallen opschrijven (T1).
  3. Ik kan het recept voor vermenigvuldigen met decimale getallen toepassen (T2).

1.4 dELEN MET GEHELE EN KOMMAGETALLEN

Leerdoelen:

  1. Ik kan het recept voor delen van gehele getallen benoemen. (R)
  2. Ik kan het recept voor het delen van gehele getallen nauwkeurig opschrijven. (T1)
  3. Ik kan het recept voor delen met gehele getallen onder de 10 effectief toepassen. (T1).
  4.  Ik kan de uitkomst van de deling controleren met het recept voor vermenigvuldigen (T2).
Leerdoelen:

  1. Ik kan het recept voor delen van gehele getallen benoemen. (R)
  2. Ik kan het recept voor het delen van gehele getallen nauwkeurig opschrijven. (T1)
  3. Ik kan het recept voor delen met gehele getallen onder de 10 effectief toepassen. (T1).
  4.  Ik kan de uitkomst van de deling controleren met het recept voor vermenigvuldigen (T2).
Leerdoelen:
  1. Ik kan het recept voor het delen van gehele getallen benoemen. (R)
  2. Ik kan het recept voor het delen van gehele getallen nauwkeurig opschrijven. (T1)
  3. Ik kan het recept voor delen met gehele getallen boven de 10 toepassen. (T2)
  4. Ik kan de uitkomst van de deling controleren met het recept voor vermenigvuldigen (T2)
Leerdoelen:

  1. Ik kan het recept voor het delen van gehele getallen benoemen. (R)
  2. Ik kan het recept voor het delen van gehele getallen nauwkeurig opschrijven. (T1)
  3. Ik kan het recept voor delen met gehele getallen boven de 10 toepassen. (T2)
  4. Ik kan de uitkomst van de deling controleren met het recept voor vermenigvuldigen (T2)
Leerdoelen:

  1. Ik kan het recept voor het delen van gehele getallen benoemen. (R)
  2. Ik kan het recept voor het delen van gehele getallen nauwkeurig opschrijven. (T1)
  3. Ik kan het recept voor delen met gehele getallen boven de 10 toepassen. (T2)
  4. Ik kan de uitkomst van de deling controleren met het recept voor vermenigvuldigen (T2)
Leerdoelen:

  1. Ik kan het recept voor het delen van gehele getallen benoemen. (R)
  2. Ik kan het recept voor het delen van gehele getallen nauwkeurig opschrijven. (T1)
  3. Ik kan het recept voor delen met gehele getallen boven de 10 toepassen. (T2)
  4. Ik kan de uitkomst van de deling controleren met het recept voor vermenigvuldigen (T2)
Leerdoelen
  1. Ik weet het recept voor het delen van een kommagetal door een getal (R),
  2. Ik kan het recept voor het delen van een kommagetal door een getal opschrijven (T1)
  3. Ik kan het recept voor delen met kommagetallen toepassen (T2)
Leerdoelen:

  1. Ik weet het recept voor het delen van een kommagetal door een getal (R). 
  2. Ik kan het recept voor het delen van een kommagetal door een getal opschrijven (T1). 
  3. Ik kan het recept voor delen met kommagetallen toepassen (T2).

1.5 oPTELLEN MET BREUKEN

Leerdoelen:

  1. Ik weet het recept voor het optellen met breuken (R). 
  2. Ik kan het recept voor het optellen met breuken opschrijven (T1). 
  3. Ik kan het recept voor het optellen met breuken toepassen (T1).
Leerdoelen:

  1. Ik weet het recept voor het optellen met breuken (R). 
  2. Ik kan het recept voor het optellen met breuken opschrijven (T1). 
  3. Ik kan het recept voor het optellen met breuken toepassen (T1).

1.6 aFTREKKEN MET BREUKEN

Leerdoelen:

  1. Ik weet het recept voor aftrekken met breuken (R). 
  2. Ik kan het recept voor aftrekken met breuken opschrijven (T1). 
  3. Ik kan het recept voor aftrekken met breuken toepassen (T1).
Leerdoelen:

  1. Ik weet het recept voor aftrekken met breuken (R). 
  2. Ik kan het recept voor aftrekken met breuken opschrijven (T1). 
  3. Ik kan het recept voor aftrekken met breuken toepassen (T1).

1.7 vERMENIGVULDIGEN MET BREUKEN EN 1.8 DELEN MET BREUKEN

Leerdoelen:

  1. Ik kan de recepten voor het vermenigvuldigen en delen van breuken benoemen (R)
  2. Ik kan de recepten voor het vermenigvuldigen en delen van breuken nauwkeurig opschrijven (T1)
  3. Ik kan de recepten voor het vermenigvuldigen en delen van breuken correct toepassen (T1)
Leerdoelen:

  1. Ik kan de recepten voor het vermenigvuldigen en delen van breuken benoemen (R)
  2. Ik kan de recepten voor het vermenigvuldigen en delen van breuken nauwkeurig opschrijven (T1)
  3. Ik kan de recepten voor het vermenigvuldigen en delen van breuken correct toepassen (T1)
Leerdoelen:

  1. Ik kan de recepten voor het vermenigvuldigen en delen van breuken benoemen (R)
  2. Ik kan de recepten voor het vermenigvuldigen en delen van breuken nauwkeurig opschrijven (T1)
  3. Ik kan de recepten voor het vermenigvuldigen en delen van breuken correct toepassen (T1)