1. De leerkracht lees de tekst voor en bespreekt de moeilijke stukken met de klas.
2. Lees de tekst zelf of in duo's of in een klein groepje met de leerkracht.
3. Schrijf in je schrift het antwoord op de volgende vraag:
a. Welke wijsheid vind jij door deze tekst?
4. Bespreek je antwoord in een klein groepje
5. Bespreek je antwoord met de hele klas.
6. Maak de volgende zinnen samen met de klas af:
a. De juf is aardig, omdat...
b. De juf is aardig, maar....
c. De juf is aardig, dus....
7. schrijf de volgende drie zinnen over in je focusschrift, en maak de zinnen af:
a. Het is niet goed dat scholen waar net wat minder kinderen in armoede leven geen gratis ontbijt krijgen, omdat....
b. Het is niet goed dat scholen waar net wat minder kinderen in armoede leven geen gratis ontbijt krijgen, maar...
c. Het is niet goed dat scholen waar net wat minder kinderen in armoede leven geen gratis ontbijt krijgen, dus....
8. Bespreek je antwoorden in je groepje.
9. Bespreek de antwoorden met de hele klas