lesson plan

HOMIES: LGBTQIAP

Ready to use this lesson plan? Use the button below to save a copy of this lesson plan in your account. After doing so, you will be able to modify the lessons as you wish.

Met deze les over LGBTQIAP willen wij de leerlingen aan het denken zetten over seksuele
diversiteit: wat is dit en nog belangrijker wat vinden zij hiervan? De les bestaat uit twee
afleveringen van HOMIES met verschillende opdrachten. In dit lesplan vindt u het
lesprogramma dat u zelf in de klas met uw leerlingen kunt uitvoeren. 

1. Stellingenspel

Duur: 
10 minuten

Doel:
Leerlingen alert maken en op een speelse manier laat nadenken over het thema LGBTQIAP.
De opdracht:
Laat de leerlingen in een kring zitten (aantal stoelen is gelijk aan aantal zittende deelnemers)
en ga zelf in het midden van de kring staan. Je opent het spel door HOMIES te roepen.
Wanneer er HOMIES wordt gezegd, moeten alle leerlingen (en de (gast)docent) van stoel
wisselen. De regel is hierbij dat je niet weer op je eigen stoel of de stoel links of rechts van je
mag gaan zitten. Degene die geen stoel heeft bemachtigd blijft in het midden staan en mag
de volgende ronde HOMIES roepen.

Na 2 rondes HOMIES wordt er een spelelement toegevoegd: Iedereen die… Degene die in
het midden staat verzint nu een zin die begint met ‘Iedereen die..’ en maakt dit af met een
stelling. Iedereen die zich aangesproken voelt, zoekt een andere stoel in de kring.

Voorbeeldenzinnen:
  • Iedereen met blauwe ogen.
  • Iedereen die geen probleem heeft met homo’s.
  • Iedereen die zeker weet dat zijn of haar ouders het niet erg zouden vinden als hij/zij homo is.
  • Iedereen die een homo kent.
  • Iedereen die denkt dat homo’s van shoppen houden.
  • Iedereen die graag een gay best friend zou willen hebben.
  • Iedereen die weet waar alle letters in het woord LGBTQIAP voor staan

2. Herken de HOMO

Duur: 
10 minuten

Doel:
Leerlingen laten nadenken over de vooroordelen die ze zelf misschien (onbewust) hebben.
Laat een gesprek ontstaan over gelijkheid tussen verschillende soorten mensen. Je bent goed zoals je bent.

De opdracht:
In deze les staat een aantal foto’s van bekende en minder bekende mensen. Deze mensen zijn homo, hetero, bi of transgender. De leerlingen krijgen de opdracht om aan de hand van de foto te bepalen wat hij of zij is. Dit kunnen leerlingen met hun device doen, maar deze sleepvraag is ook alleen op het centrale scherm te maken. Haal hiervoor het vinkje bij 'Devices in de klas' weg.

Bespreek daarna waarom ze dit denken en wat iemand dan naar hun idee echt LGBTQIAP maakt.

Aandachtspunten:
  • Houd de vaart erin;
  • Vraag door, wat in het uiterlijk maakt dat je denkt dat hij/zij LGBTQIAP is?;
  • Als je suggesties doet bespreek dan met een open houding de reacties daarop. Voorbeeld: sommige jongens geven aan dat ze een transvrouw vies vinden. Vraag dan door, zodat ze bewuster worden van het onderscheid tussen hun gevoelens/gedachten en de feiten.
  • Benoem/stuur aan op: hoe verschillend we ook kunnen zijn, we zijn altijd gelijkwaardig aan elkaar.

3. Aflevering HOMIES: ‘Vrouwen zijn sexy’

Duur:
10 minuten

De stelling:
Na de eerste aflevering te hebben gezien bespreek je met de klas de stelling: ‘Zoenende meiden zijn sexy, zoenende mannen zijn vies’.

Doel:
Jongeren laten inzien dat er onbewust vooroordelen leven op het gebied van LGBTQIAP.

Hulpvragen bij het bespreken van de stelling:
  • Waarom is het sexy als twee meiden zoenen?
  • Waarom is het vies als twee jongens zoenen?
  • Wat zou je ervan vinden als je beste vriend/vriendin LGBTQIAP is? 
  • Zijn er nog steeds vooroordelen over LGBTQIAP? Wat zijn deze dan?

4. Over de streep

Duur:
10 minuten

Doel:
Leerlingen laten nadenken over homoseksualiteit, duidelijk krijgen hoe jouw klas hierover
denkt.

De opdracht:
Alle leerlingen zitten op hun stoel achter hun tafel of in een kring. Bij deze opdracht
behandel je stellingen. De leerlingen moeten kiezen of ze het eens of oneens zijn met de
stelling. Als ze het eens zijn blijven ze zitten, als ze het oneens zijn gaan ze staan. Voordat je
een volgende stelling behandelt kun je vragen waarom de leerlingen het ergens mee eens of
oneens zijn. Kies verschillende leerlingen met verschillende meningen uit zodat er een
discussie kan ontstaan. Als alle stellingen behandeld zijn heb je nog een kort nagesprek met
de leerlingen. Hierin vraag je als docent wat zij hebben gezien en gehoord, wat hen is
opgevallen.

Aandachtspunten:
  • Houd de vaart erin; leerlingen moeten snel kiezen aan welke kant ze willen staan.
  • Houd aandacht voor de hele klas, laat bij elke stelling (ook) andere leerlingen aan het woord.
  • Het is niet nodig om bij elke stelling een vraag te stellen, mocht een stelling al aan bod zijn gekomen dan kun je deze overslaan.
  • Benadruk dat er geen goed of fout is, dat leerlingen met hun eerste ingeving meemoeten gaan en ze eerlijk mogen zijn. Iedereen heeft vooroordelen, het gaat erom er bewust van te worden.
Stellingen:
  • Als je verliefd bent weet je dat altijd;
  • Als je eenmaal homo/lesbi/bi bent dan ben je dat voor altijd;
  • Als iemand bij ons in de klas gay is vind ik dat goed;
  • Alle homo’s zijn gezellig;
  • Ik wil graag een homo als beste vriend;
  • Alle homo’s houden van shoppen;
  • Lesbiennes hebben kort haar en zijn mannelijk;
  • Homo’s willen altijd seks met veel verschillende mannen;
  • Het in onnatuurlijk als homo’s/lesbo’s samen een kind opvoeden;
  • Er is altijd een mannetje en een vrouwtje in een homorelatie;
  • Als mijn beste vriend/vriendin homo zou zijn dan vind ik dat oké;
  • Ik heb er helemaal geen problemen mee als iemand homo is.

5. Aflevering HOMIES: ‘Wat ben ik nou eigenlijk?’ 

Duur:
10 minuten

De stelling:
Na het bekijken van de eerste aflevering bespreek je met de klas de stelling: ‘Homo zijn is best oké, maar transgender of pan is echt raar’.

Doel:
Jongeren laten inzien dat er onbewust vooroordelen leven op het gebied van LGBTQIAP.

Hulpvragen bij het bespreken van de stelling:
  • Welke namen voor verschillende seksuele identiteiten en gender ken je?
  • Van welke weet je ook wat ze betekenen?
  • Ken je iemand die LGBTQIAP is?
  • Kan je het zien aan iemand of hij/zij LGBTQIAP is?
  • Maakt het uit op wie je verliefd bent?
  • Wanneer ben je echt LGBTQIAP?
  • Moet je altijd uit de kast komen?

6. Schrijf een brief

Duur:
20 minuten

Doel:
Leerlingen open en eerlijk laten zijn over hun gedachten en mening over LGBTQIAP.

De opdracht:
Laat alle leerlingen een brief schrijven aan Jason. Jason was in de laatste aflevering erg in
verwarring over wat hij nou precies is. In deze brief mogen de leerlingen alles zeggen en
vragen wat ze nog willen weten over het personage of aan hem willen vertellen. Laat de
leerlingen Jason ook een advies geven. Hij had het er duidelijk moeilijk mee, wat is hun
advies aan hem?

Nabespreking:
Als de leerlingen klaar zijn is er nog een korte nabespreking. Hierin is er ruimte om een
stukje brief voor te lezen. Ook kun je nog een aantal vragen stellen.

Voorbeeldvragen voor de nabespreking:
  • Wat vond je van deze les?
  • Heb je nieuwe dingen geleerd?
  • Kijk je nu anders aan tegen LGBTQIAP?
  • Als je nu iemand ontmoet die LGBTQIAP is, wat doe je dan?
  • Is er iets wat je nog zou willen weten?

VIDEO's uit deze les

Aflevering 11: "Vrouwen zijn sexy"
Aflevering 12: "Wat ben ik nou eigenlijk?"

DOCUMENTATIE BIJ DE LES

Lesbrief
PDF