In periode 3 staat het thema media en massamedia centraal. De periode begint met de basisbegrippen rondom media, massamedia en communicatie. Leerlingen leren wat het verschil is tussen media en massamedia, welke functies media hebben en waarom persvrijheid belangrijk is. Ook maken zij kennis met de rol van journalistiek in de samenleving.
Daarna verdiepen leerlingen zich in het Nederlandse medialandschap. Ze leren hoe commerciële media geld verdienen, waarom media zich richten op doelgroepen en hoe mediabedrijven gebruikmaken van data en algoritmes. Leerlingen onderzoeken waarom iedereen online andere informatie en beelden te zien krijgt. Voor kaderleerlingen wordt extra aandacht besteed aan selectieve waarneming, filterbubbels en hoe deze kunnen bijdragen aan complottheorieën.
Na de meivakantie verschuift de focus naar beeldvorming, zelfbeeld en sociale media. Leerlingen leren hoe media invloed hebben op onze kijk op mensen en groepen in de samenleving. Ze oefenen met het herkennen van rolpatronen, stereotypen, vooroordelen en framing. Ook leren zij hoe media en bedrijven mensen proberen te beïnvloeden via marketing, priming en sociale media.
Tot slot bespreken leerlingen de persoonlijke gevolgen van medialisering, zoals invloed op zelfbeeld en online gedrag. Ze leren kritisch omgaan met bronnen, herkennen wanneer informatie betrouwbaar is en denken na over de gevaren van kunstmatige intelligentie. De periode wordt afgesloten met een eindopdracht, stilteweek en toetsweek 3.