TIJDVAK 1914-1918
De Eerste Wereldoorlog
Examenstof geschiedenis en staatsinrichting vmbo
TIJDVAK 1914-1918
De Eerste Wereldoorlog
Examenstof geschiedenis en staatsinrichting vmbo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: GS/K/10 De Eerste Wereldoorlog (1914-1918); GS/K/3 vaardigheden; GS/K/5 Grondwet van 1917. Image credit: Walter Tausch / Wikimedia Commons, publiek domein
TIJDVAK 1914-1918
Wat ga je kunnen?
Ik kan de oorzaken, aanleiding, het verloop en de afloop van de Eerste Wereldoorlog beschrijven en vertellen wat er in Nederland gebeurde.
Cet élément n'a pas d'instructions
Wat weet jij over de Eerste Wereldoorlog?
Verwachte woorden: loopgraven, Duitsland, Hitler (fout: dat is WO II), gifgas, soldaten, Nederland neutraal. Haal WO I en WO II uit elkaar. Groepeer: blok 1 oorzaken en aanleiding, blok 2 verloop en afloop, blok 3 Nederland. BB: herkennen. KB en GL/TL: ook beschrijven en extra begrippen.
TIJDVAK 1914-1918
Waarom brak de oorlog uit?
Militarisme: landen bouwden grote legers en vonden het leger heel belangrijk.
Nationalisme: je eigen land is beter dan andere landen.
Industrialisatie: fabrieken maakten veel nieuwe, moderne wapens.
Bondgenootschappen: landen beloofden elkaar te helpen bij een oorlog.
KB en GL/TL: ook modern imperialisme, een wapenwedloop en vijandbeelden.
Syllabus: oorzaken van verschillende aard herkennen. BB: militarisme, nationalisme, industrialisatie, moderne (wapen)technieken en bondgenootschappen. KB en GL/TL: ook modern imperialisme (landen wilden kolonies en macht), wapenwedloop (landen bleven steeds meer wapens maken) en vijandbeelden (elkaar zien als vijand). Veelgemaakte fout: denken dat er maar één oorzaak was. De moord in Sarajevo was alleen de aanleiding.
Europa in de Eerste Wereldoorlog: Centralen, Geallieerden en neutrale landen
TIJDVAK 1914-1918
Centralen en Geallieerden
De Centralen: Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en het Turkse Rijk.
De Geallieerden: Frankrijk, Groot-Brittannië en Rusland, vanaf 1917 ook de Verenigde Staten.
Nederland was neutraal en koos geen kant.
KB en GL/TL: in 1917 viel de tsaar en brak de Russische Revolutie uit.
Een bondgenootschap is een afspraak om elkaar te helpen. Op de kaart: zoek Duitsland en Oostenrijk-Hongarije (Centralen), Frankrijk en Groot-Brittannië (Geallieerden) en Nederland (neutraal). Rusland hoorde van 1914 tot 1917 bij de Geallieerden. De Verenigde Staten deden vanaf 1917 mee. KB en GL/TL: in 1917 viel de tsaar en brak de Russische Revolutie uit; de VS kwamen erbij na de onbeperkte duikbotenoorlog (zie blok 2). Veelgemaakte fout: Rusland bij de Centralen zetten, of Nederland bij de Geallieerden. Image credit: Department of History, United States Military Academy / Wikimedia Commons, publiek domein
Frans Ferdinand en zijn vrouw Sophie verlaten het stadhuis van Sarajevo, 28 juni 1914, kort voor de moord
TIJDVAK 1914-1918
De moord in Sarajevo
Op 28 juni 1914 werd kroonprins Frans Ferdinand van Oostenrijk-Hongarije vermoord in Sarajevo.
Dit was de aanleiding: de directe oorzaak die de oorlog in gang zette.
KB en GL/TL: de dader was Gavrilo Princip.
Door de bondgenootschappen sleepte dit alle grote landen mee in de oorlog.
Syllabus: aanleiding = moord op kroonprins Frans Ferdinand van Oostenrijk-Hongarije in Sarajevo (KB en GL/TL: door Gavrilo Princip). Hij werd samen met zijn vrouw Sophie gedood. Oostenrijk-Hongarije verklaarde Servië de oorlog en door de bondgenootschappen groeide dit uit tot een wereldoorlog. Veelgemaakte fout: de aanleiding en de oorzaken door elkaar halen. De aanleiding is de directe oorzaak, de oorzaken zijn de diepere redenen. Image credit: Walter Tausch / Wikimedia Commons, publiek domein
Vul in
De Centralen (Duitsland en Oostenrijk-Hongarije) vochten tegen de Geallieerden, zoals Frankrijk en Groot-Brittannië.
Centralen: Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en het Turkse Rijk. Verwachte fout: de twee omdraaien.
Welke gebeurtenis was de aanleiding van de Eerste Wereldoorlog?
De Russische Revolutie in 1917
De moord op Frans Ferdinand in Sarajevo
Het begin van de loopgravenoorlog
De inval van de Verenigde Staten
De moord in 1914 zette de oorlog in gang. Verwachte fout: de Russische Revolutie, omdat die ook met de oorlog te maken heeft.
Australische soldaten in een loopgraaf van zandzakken bij Armentières, juni 1916
TIJDVAK 1914-1918
Enthousiasme en loopgraven
In 1914 waren veel mensen enthousiast: ze dachten dat de oorlog snel voorbij zou zijn.
KB en GL/TL: veel jonge mannen meldden zich als vrijwilliger.
KB en GL/TL: Duitsland wilde Frankrijk snel verslaan met het Von Schlieffenplan, via België.
Daarna groeven de legers zich in: een loopgravenoorlog in Noord-Frankrijk en België.
Syllabus: verloop = aanvankelijk enthousiasme, daarna loopgravenoorlog in Noord-Frankrijk en België. KB en GL/TL: vrijwilligers en het Von Schlieffenplan (Duitsland wilde Frankrijk snel verslaan door via België aan te vallen). Dat plan mislukte en het front liep vast. Soldaten zaten maanden in modderige loopgraven en het front verschoof nauwelijks. Veelgemaakte fout: denken dat de oorlog snel voorbij was. Het werd een lange stellingenoorlog. Image credit: Britse officiële fotograaf / Wikimedia Commons, publiek domein
Omslag van het Britse tijdschrift London Opinion door Alfred Leete, 1914: Lord Kitchener wijst naar jou
TIJDVAK 1914-1918
Een moderne en massale oorlog
Er waren nieuwe wapens, zoals machinegeweren, tanks, vliegtuigen en gifgas.
Miljoenen soldaten vochten mee en er vielen veel slachtoffers, vooral onder soldaten.
Propaganda: posters en kranten wilden mensen overtuigen om mee te doen.
KB en GL/TL: censuur en totale oorlog, de hele samenleving werkte voor de oorlog.
Syllabus: kenmerken = moderne wapens en soort oorlogvoering, omvang en massaliteit, veel slachtoffers (vooral soldaten) en propaganda. KB en GL/TL: ook censuur (de overheid controleerde kranten en brieven), totale oorlog en gevolgen voor het dagelijks leven. Bij de afbeelding: Lord Kitchener, Brits minister van Oorlog, wijst naar de kijker; dit ontwerp werd ook als wervingsposter gebruikt voor vrijwilligers. Veelgemaakte fout: denken dat vooral burgers omkwamen. Het waren vooral soldaten. Image credit: Alfred Leete / Wikimedia Commons, publiek domein
Een menigte viert de wapenstilstand bij Buckingham Palace in Londen, 11 november 1918
TIJDVAK 1914-1918
Het einde van de oorlog
In 1917 gingen de Verenigde Staten meedoen aan de kant van de Geallieerden.
KB en GL/TL: aanleiding was de onbeperkte duikbotenoorlog van Duitsland.
Duitsland kon het niet meer volhouden.
In 1918 volgde de wapenstilstand: de gevechten stopten.
Syllabus: afloop = wapenstilstand, met de jaartallen 1917 en 1918. De wapenstilstand ging in op 11 november 1918. KB en GL/TL: Duitse onderzeeboten vielen schepen aan zonder waarschuwing, ook schepen uit neutrale landen en de VS; dat bracht de VS in de oorlog. Veelgemaakte fout: wapenstilstand en vredesverdrag verwarren. Het vredesverdrag (Versailles, 1919) hoort bij het onderwerp Interbellum. Image credit: Amerikaanse officiële fotograaf / Wikimedia Commons, publiek domein
Zet op volgorde, van vroeg naar laat
1914, daarna de loopgravenoorlog, 1917 de VS, 1918 de wapenstilstand. Verwachte fout: de VS na de wapenstilstand zetten.
Waarom heet het een loopgravenoorlog?
De soldaten vochten vooral onder de grond in tunnels
Alleen Frankrijk en Duitsland vochten tegen elkaar
De soldaten werden vooral met schepen vervoerd
De legers lagen maandenlang ingegraven en het front verschoof bijna niet
Het front liep vast in Noord-Frankrijk en België. Verwachte fout: tunnels, omdat je bij loopgraven aan ondergronds denkt.
Nederlandse gemobiliseerde soldaten bewaken de kust, 1914
TIJDVAK 1914-1918
Neutraal en toch gemobiliseerd
Nederland bleef neutraal: het koos geen kant en deed niet mee aan de oorlog.
Toch was er mobilisatie: het leger werd opgeroepen om de grenzen te bewaken.
Soldaten stonden maanden op wacht, ook langs de kust.
KB en GL/TL: handelsbelemmeringen maakten de handel met andere landen moeilijk.
Syllabus: neutraliteit en mobilisatie. Nederland wilde voorkomen dat het bij de oorlog betrokken raakte, bijvoorbeeld door een inval. In augustus 1914 werd het leger gemobiliseerd. KB en GL/TL: handelsbelemmeringen, doordat de oorlogvoerende landen de handel hinderden. Veelgemaakte fout: denken dat neutraal betekent dat je geen leger hebt of dat de oorlog geen gevolgen had. Nederland had wel degelijk last. Image credit: Onbekende fotograaf / Spaarnestad Photo / Wikimedia Commons, publiek domein
Distributie van vis in Rotterdam, 1918
TIJDVAK 1914-1918
Schaarste, vluchtelingen en dodendraad
Er was schaarste: te weinig voedsel en goederen.
De overheid regelde distributie met bonkaarten: je kreeg per persoon een vaste hoeveelheid.
Nederland ving Belgische vluchtelingen op die voor de oorlog vluchtten.
Aan de grens stond de dodendraad: een hek met stroom, gebouwd door de Duitsers.
Syllabus: schaarste aan goederen, distributiesysteem met bonkaarten, opvang Belgische vluchtelingen en de dodendraad. De Duitsers legden in 1915 een hek met stroom langs de grens tussen bezet België en Nederland, zodat mensen niet konden vluchten. Veel Belgen kwamen toch naar Nederland. De foto toont de distributie van vis in 1918. Veelgemaakte fout: de dodendraad aan Nederland toeschrijven. Het hek werd door de Duitse bezetter gebouwd. Image credit: Kees Hofker / Wikimedia Commons, publiek domein
TIJDVAK 1914-1918
De Grondwet van 1917
In 1917 kregen mannen algemeen kiesrecht: stemmen (actief) en gekozen worden (passief).
Vrouwen kregen alleen passief kiesrecht: ze mochten nog niet stemmen.
Er kwam evenredige vertegenwoordiging: het aantal zetels hangt af van het aantal stemmen.
KB en GL/TL: dit verving het districtenstelsel, en de Pacificatie maakte een einde aan de schoolstrijd.
KB en GL/TL: in 1918 deed Troelstra een mislukte revolutiepoging.
Syllabus: Grondwet van 1917 met algemeen kiesrecht (mannen actief en passief, vrouwen alleen passief) en evenredige vertegenwoordiging. Voordeel EV: elke stem telt en ook kleine partijen krijgen zetels; nadeel: veel partijen, dus coalities nodig. Districtenstelsel (KB, GL/TL): in elk district won een kandidaat, voordeel is een band met de streek, nadeel is dat stemmen op verliezers verloren gaan. Pacificatie van 1917 (KB, GL/TL): openbaar en bijzonder onderwijs kregen dezelfde financiering. Troelstra (KB, GL/TL): in november 1918 riep hij op tot revolutie, die mislukte. Veelgemaakte fout: actief en passief verwarren.
Video: De Dodendraad: elektrische versperring tussen België en Nederland (Schooltv). Kijkvraag: waarom bouwden de Duitsers de dodendraad en wat gebeurde er met mensen die over het hek probeerden te klimmen? Vergelijk met de dia over schaarste, vluchtelingen en dodendraad.
Vul in
Na 1917 hadden vrouwen alleen passief kiesrecht: ze mochten wel gekozen worden, maar nog niet stemmen.
Passief = gekozen worden, actief = stemmen. Verwachte fout: de twee omdraaien.
Welk onderdeel was voor jou het lastigst?
Oorzaken en aanleiding
Verloop en afloop
Nederland in de oorlog
De Grondwet van 1917
Herhaal het onderdeel dat de meeste stemmen krijgt.
Waarom was Nederland neutraal en toch niet veilig? Leg uit.
Een goed antwoord: Nederland deed niet mee, maar moest het leger mobiliseren, kreeg schaarste en bonkaarten, ving vluchtelingen op en had last van de dodendraad aan de grens. Verwachte fout: alleen schrijven dat Nederland niet meedeed.
TIJDVAK 1914-1918
Begrippen (1/2)
militarisme: Een groot leger is heel belangrijk voor een land
nationalisme: Het gevoel dat je eigen land beter is dan andere
bondgenootschap: Afspraak tussen landen om elkaar te helpen
Centralen: Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en het Turkse Rijk
Geallieerden: Frankrijk, Groot-Brittannië, Rusland en later de VS
Cet élément n'a pas d'instructions
TIJDVAK 1914-1918
Begrippen (2/2)
loopgravenoorlog: Oorlog waarbij legers ingegraven liggen
propaganda: Berichten om mensen te overtuigen van je kant
neutraliteit: Geen kant kiezen in een oorlog
dodendraad: Hek met stroom op de grens van België en Nederland
evenredige vertegenwoordiging: Zetels in verhouding tot het aantal stemmen
Cet élément n'a pas d'instructions