Marktvormen en winst (Economie vwo), les 2: Examentraining

MARKT · MARKTSTRUCTUUR

Examentraining

Marktvormen en winst: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
suivant
Slide 1: Slide
newEditorEconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

Cette leçon contient 17 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min
Signaler cette leçon

Introduction

Examentraining met vragen over marktvormen herkennen, winstmaximum bij volkomen concurrentie, monopolie rekenen met P = aQ + b en prijsdiscriminatie.

Éléments de cette leçon

MARKT · MARKTSTRUCTUUR

Examentraining

Marktvormen en winst: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Fons Heijnsbroek / Wikimedia Commons, CC0

MARKT · MARKTSTRUCTUUR

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over marktvormen, winstmaximum en prijsdiscriminatie beantwoorden en berekenen.

Cet élément n'a pas d'instructions

MARKT · MARKTSTRUCTUUR

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: welke marktvorm is het en welke gegevens staan er: vraaglijn, TK of MK, prijs?

  • 2. Bepaal MO en MK: een prijsnemer heeft MO = P; anders is MO de afgeleide van TO = P x Q.

  • 3. Los MO = MK op voor Q.

  • 4. Vul Q in de vraaglijn voor P en bereken dan de winst: TW = TO - TK.

Cet élément n'a pas d'instructions

MARKT · MARKTSTRUCTUUR

Vraagtype 1: de marktvorm herkennen

  • Tel de aanbieders, kijk of het goed homogeen of heterogeen is en of toetreding vrij is.

  • Veel aanbieders met een homogeen goed en vrije toetreding: volkomen concurrentie.

  • Veel aanbieders met heterogene goederen: monopolistische concurrentie.

  • Weinig aanbieders: oligopolie. Eén aanbieder: monopolie.

Cet élément n'a pas d'instructions

Honderden kwekers verkopen gelijke tulpenbollen, vrije toetreding. Welke marktvorm?

A

Monopolistische concurrentie

B

Oligopolie

C

Monopolie

D

Volkomen concurrentie

Veel aanbieders, homogeen goed, vrije toetreding. Verwachte fout: monopolistische concurrentie kiezen bij veel aanbieders.

Vier bedrijven doen samen het busvervoer, toetreding is lastig. Welke marktvorm?

A

Oligopolie

B

Monopolie

C

Monopolistische concurrentie

D

Volkomen concurrentie

Weinig aanbieders, homogeen goed, beperkte toetreding: oligopolie. Verwachte fout: monopolie, omdat het een regio is.

MARKT · MARKTSTRUCTUUR

Vraagtype 2: winstmaximum bij volkomen concurrentie

  • Een prijsnemer heeft MO = P; het winstmaximum ligt dus bij P = MK.

  • Staat TK gegeven, bepaal dan MK als afgeleide van TK.

  • Boven dat Q (MK hoger dan P) daalt de winst; eronder (MK lager dan P) stijgt zij.

  • Controleer met TW = TO - TK.

Cet élément n'a pas d'instructions

Bij Q = 40 is MK = 24 en P = 24. Hij maakt er één extra. Wat gebeurt er met zijn winst?

A

De winst stijgt, want P blijft 24 per stuk

B

De winst stijgt, want TO neemt toe

C

De winst daalt, want MK wordt hoger dan MO

D

De winst blijft gelijk, want P is constant

Bij Q = 40 is MO = MK: winstmaximum. Een extra eenheid heeft MK boven 24, dus TW daalt. Verwachte fout: alleen naar de omzet kijken.

P = 24, MK = 0,5Q + 4. Q bij maximale winst?

P = MK: 24 = 0,5Q + 4, dus 0,5Q = 20 en Q = 40. Verwachte fout: Q = 24 (P als Q) of 0,5Q = 28.

MARKT · MARKTSTRUCTUUR

Vraagtype 3: monopolie rekenen

  • Bij P = aQ + b is TO = aQ² + bQ en MO = 2aQ + b: de helling verdubbelt.

  • Los MO = MK op voor Q.

  • Vul Q in de vraaglijn voor P, niet in MO.

  • Winst is TO - TK of (P - GTK) x Q.

Cet élément n'a pas d'instructions

De vraaglijn is P = -Q + 50. Wat is MO?

A

MO = -Q + 50

B

MO = -Q² + 50Q

C

MO = -2Q + 50

D

MO = -2Q + 100

TO = -Q² + 50Q, afgeleide -2Q + 50. Verwachte fout: de vraaglijn zelf nemen, of TO opschrijven.

P = -2Q + 60, MK = 4. Q bij maximale winst?

MO = -4Q + 60 = 4, dus 4Q = 56 en Q = 14 (P = 32). Verwachte fout: MO = -2Q + 60 gebruiken, dan Q = 28.

MARKT · MARKTSTRUCTUUR

Vraagtype 4: prijsdiscriminatie

  • Bij prijsdiscriminatie los je MO = MK per groep apart op.

  • De MK is voor alle groepen gelijk; de vraaglijnen verschillen.

  • De prijs lees je af op de vraaglijn van die groep.

  • De minst prijselastische groep krijgt de hoogste prijs.

Cet élément n'a pas d'instructions

Welke voorwaarde is nodig om te kunnen prijsdiscrimineren?

A

Doorverkoop tussen de groepen is onmogelijk

B

De groepen hebben dezelfde prijselasticiteit

C

De aanbieder is een prijsnemer

D

De MK verschilt per groep

Zonder scheiding kopen de groepen met de lage prijs en verkopen door aan de rest. Een prijsnemer heeft bovendien geen marktmacht. Verwachte fout: denken dat verschillende kosten nodig zijn.

MK = 10. Markt 1: P = -Q + 60, markt 2: P = -Q + 40. Prijs in markt 2?

A

P = 15

B

P = 10

C

P = 35

D

P = 25

Markt 2: MO = -2Q + 40 = 10, Q = 15, P = -15 + 40 = 25. Markt 1 geeft Q = 25 en P = 35. Verwachte fout: Q als prijs (15) of de prijs van markt 1.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

De marktvorm herkennen

2

Winstmaximum bij volkomen concurrentie

3

Monopolie rekenen

4

Prijsdiscriminatie

Cet élément n'a pas d'instructions

MARKT · MARKTSTRUCTUUR

Tips voor op het examen

  • Bij een prijsnemer is MO = P; bij alle andere marktvormen is MO de afgeleide van P x Q.

  • Vul Q altijd in de vraaglijn voor de prijs, nooit in MO.

  • Controleer de winst op twee manieren: TO - TK en (P - GTK) x Q.

Cet élément n'a pas d'instructions