LEEFOMGEVING · WATERBELEID
Waterbeleid in Nederland
Examenstof aardrijkskunde havo
LEEFOMGEVING · WATERBELEID
Waterbeleid in Nederland
Examenstof aardrijkskunde havo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: E1 11a.2. Image credit: Sten van Houwelingen / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
LEEFOMGEVING · WATERBELEID
Wat ga je kunnen?
Ik kan het rivierenbeleid sinds 1995 en het huidige beleid tegen overstromingen, wateroverlast en watertekorten beschrijven en beoordelen.
Cet élément n'a pas d'instructions
Wat doet Nederland om droge voeten te houden én genoeg zoetwater te hebben?
Verwacht: dijken, Deltawerken, Maeslantkering, gemalen, waterschap, Afsluitdijk, zandzakken. Weinig leerlingen noemen droogte of water vasthouden: gebruik dat als brug. Het beleid gaat niet alleen over te veel water, maar ook over te weinig.
Militairen leggen zandzakken tegen het hoogwater van de Maas, Borgharen 1995
LEEFOMGEVING · WATERBELEID
1995: een breuk in het denken
In 1993 en 1995 stonden Rijn en Maas extreem hoog. In 1995 werden zo'n 250.000 mensen geëvacueerd.
Tot dan was het antwoord steeds: dijken hoger en sterker maken.
Na 1995 brak een nieuw idee door: geef de rivier meer ruimte.
Hogere dijken hebben een grens: breekt er toch een door, dan is de schade groter.
De syllabus noemt 1995 expliciet als breuk in het denken over overstromingsgevaar van de grote rivieren. In Limburg lag langs de Maas toen grotendeels geen dijk; in 1993 en 1995 liepen daar dorpen onder. Veelgemaakte fout: leerlingen noemen de watersnood van 1953 als breukjaar. Dat was de aanleiding voor de Deltawerken, niet voor het rivierenbeleid. Image credit: Audiovisuele Dienst Koninklijke Landmacht / Wikimedia Commons, CC0
Nevengeul Spiegelwaal met stadseiland, Nijmegen-Lent 2016
LEEFOMGEVING · WATERBELEID
Ruimte voor de Rivier (1995-2019)
Programma met ruim 30 projecten in het rivierengebied, afgerond in 2019.
Maatregelen: uiterwaarden verlagen, nevengeulen graven en dijken landinwaarts verleggen.
Voorbeeld Nijmegen: de dijk ging 350 meter landinwaarts en de nevengeul Spiegelwaal kwam erbij.
Doel: meer water veilig afvoeren en tegelijk de ruimtelijke kwaliteit verbeteren.
Ruimte voor de Rivier is afgerond en wordt in de syllabus 2027 alleen genoemd, niet meer behandeld. Leerlingen moeten het rivierenbeleid uit het recente verleden op hoofdlijnen kunnen beschrijven: meer ruimte in plaats van alleen dijkverhoging. Details van losse projecten zijn geen examenstof. Image credit: Havang(nl) / Wikimedia Commons, CC0
LEEFOMGEVING · WATERBELEID
Dijkringen en de risicobenadering
Het overstromingsgevoelige deel van Nederland is verdeeld in dijkringen: gebieden omsloten door dijken en hoge grond.
Overstromingsrisico = kans op een overstroming x gevolgen (slachtoffers en schade).
Waar veel mensen wonen en veel geld zit, zoals in de Randstad, is de norm strenger.
Hoe streng de norm is, is een politieke en economische keuze: meer veiligheid kost meer geld.
Vroeger had dijkring Zuid-Holland een norm van 1 op 10.000 per jaar en het rivierengebied 1 op 1250. Sinds 2017 zijn de normen per dijktraject gebaseerd op overstromingskans en gevolgen, met een basisbescherming voor iedereen. Veelgemaakte fout: leerlingen denken dat risico alleen over de kans gaat. Laat ze altijd kans én gevolg noemen.
Wat veranderde er na 1995 in het denken over de grote rivieren?
Rivieren meer ruimte geven, niet alleen dijken verhogen
Alle rivierdijken in één keer twee meter verhogen
Rivieren afsluiten met grote stormvloedkeringen
Rivierwater zo snel mogelijk naar zee pompen
Goed: meer ruimte voor de rivier. Leerlingen die kiezen voor dijken verhogen, beschrijven het oude denken van vóór 1995. Stormvloedkeringen horen bij de Deltawerken en de kust.
Vul in
Het overstromingsrisico is de kans op een overstroming maal de gevolgen ervan. Rond de Randstad is de norm daarom strenger dan in het rivierengebied.
Risico = kans x gevolg. In de Randstad zijn de gevolgen groter (meer inwoners en economische waarde), dus de norm is strenger. Verwachte fout: hoogte in plaats van kans.
Een arm van de Maeslantkering in de Nieuwe Waterweg bij Hoek van Holland, 2005
LEEFOMGEVING · WATERBELEID
Het Deltaprogramma
Plannen tegen overstromingen, een tekort aan zoetwater en de gevolgen van extreem weer.
Rijk (Rijkswaterstaat), provincies, waterschappen en gemeenten werken samen.
Rijkswaterstaat: grote rivieren, kust, IJsselmeer en grote keringen. Waterschappen: regionale dijken, sloten en peil.
Hoogwaterbeschermingsprogramma: dijken die niet aan de norm voldoen, worden versterkt.
Het Deltaprogramma bestaat sinds 2010 en wordt geleid door de deltacommissaris. Elk jaar op Prinsjesdag verschijnt een nieuw Deltaprogramma. Gemeenten gaan vooral over riolering en klimaatbestendige inrichting van de stad, provincies over ruimtelijke plannen. Veelgemaakte fout: leerlingen denken dat Rijkswaterstaat alle dijken beheert. De meeste dijken zijn van de waterschappen. Image credit: Mark Voorendt / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
LEEFOMGEVING · WATERBELEID
Keuzes op basis van scenario's
Het IPCC maakt wereldwijde klimaatrapporten met scenario's voor temperatuur en zeespiegel.
Het KNMI vertaalt dat naar klimaatscenario's voor Nederland: nattere winters, drogere zomers, heftigere buien.
Het Deltaprogramma rekent met die scenario's: hoe sterk moet een dijk zijn in 2050 of 2100?
Ook het klimaatbeleid van de Europese Unie telt mee bij de keuzes.
Een scenario is geen voorspelling, maar een mogelijke toekomst: daarom rekent men met meerdere.
Syllabus: keuzes zijn mede gemaakt op basis van berekeningen en toekomstscenario's van IPCC en KNMI en op het klimaatbeleid van de EU. Verwachte fout: leerlingen verwisselen IPCC (wereldwijd, VN) en KNMI (Nederland).
LEEFOMGEVING · WATERBELEID
Integraal waterbeheer
Sinds de Tweede Deltacommissie (2008) is het beleid integraal: samenhangend en op alle schalen.
Maatregelen gelden voor het hele stroomgebied, niet alleen voor de rivier zelf.
Te veel water: vasthouden (retentie), bergen of opslaan, en afvoeren bevorderen.
Te weinig water: vasthouden, sparen en aanvoeren.
Vasthouden = water houden waar het valt, in bodem, sloten en beken. Bergen = tijdelijk opvangen in een gebied.
Leerlingen verwarren vasthouden en bergen. Vasthouden gebeurt waar de regen valt (bovenstrooms, in bodem en beken). Bergen is water tijdelijk opvangen in een aangewezen gebied. Sparen is een voorraad aanleggen voor droge tijden, aanvoeren is zoetwater naar een gebied met tekort brengen.
Zet op volgorde, van vroeg naar laat
1995, 2008, 2010, 2019. Verwachte fout: Ruimte voor de Rivier vóór de Tweede Deltacommissie zetten, omdat het programma in 1995 begon. Hier gaat het om de afronding.
Leg uit waarom het Deltaprogramma rekent met scenario's van het KNMI.
Goed antwoord: het klimaat verandert (zeespiegel, neerslag, droogte), maar niemand weet precies hoeveel. Met scenario's kun je dijken en watervoorraden plannen voor meerdere mogelijke toekomsten. Verwachte fout: alleen 'omdat het KNMI het weer voorspelt'.
Lorentzsluizen in de Afsluitdijk bij Kornwerderzand, 2013
LEEFOMGEVING · WATERBELEID
IJsselmeer: een flexibel peil
Winter: lager peil. Er is ruimte voor extra water, dus minder overstromingsrisico.
Zomer: hoger peil. Het IJsselmeer is een strategische zoetwatervoorraad bij droogte.
Spuien: bij eb stroomt water via de sluizen in de Afsluitdijk vanzelf naar de Waddenzee.
Door zeespiegelstijging wordt spuien lastiger. Een hoger peil houdt spuien mogelijk.
De Tweede Deltacommissie stelde voor het IJsselmeerpeil te verhogen, om spuien op de Waddenzee ook in de toekomst mogelijk te maken en om een grote zoetwatervoorraad te hebben. Spuien gaat onder vrij verval: alleen als het IJsselmeer hoger staat dan de Waddenzee. Veelgemaakte fout: leerlingen denken dat het peil in de winter hoog is omdat het dan meer regent. Image credit: Gouwenaar / Wikimedia Commons, CC0
Krammersluizen in de Philipsdam, aan de rand van het Volkerak-Zoommeer, 2015
LEEFOMGEVING · WATERBELEID
Bergen en afsluiten bij extreem weer
Afsluitbare keringen, zoals de Maeslantkering en de Haringvlietsluizen, sluiten bij zware storm.
Normaal staan ze open, zodat rivierwater gewoon naar zee kan.
Zijn ze dicht bij hoge rivierafvoer, dan gaat overtollig rivierwater tijdelijk naar de Zuidwestelijke delta.
Daar is het Volkerak-Zoommeer een bergingsgebied: zo blijft het risico elders lager.
Syllabus: bergingsgebieden en afsluitbare waterkeringen zorgen bij extreme omstandigheden voor lagere overstromingsrisico's; bij extreme omstandigheden wordt overtollig rivierwater tijdelijk opgevangen in de Zuidwestelijke delta. Het gevaarlijkste moment is een combinatie van (noord)westerstorm, springtij en piekafvoer. Verwachte fout: leerlingen denken dat de keringen altijd dicht zijn. Image credit: Ad Meskens / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Verdord gras na een lange droge periode, juni 2018
LEEFOMGEVING · WATERBELEID
Droogte en verdroging
Droge zomers, zoals in 2018 en 2022, lieten zien: Nederland kan ook te weinig water hebben.
Oorzaken: klimaatverandering en menselijk handelen, zoals snel afvoeren en grondwater oppompen.
Het beleid richt zich meer op bewustwording: burgers en bedrijven moeten weten dat water schaars kan zijn.
Acceptatie en adaptatie: risico's niet helemaal uitsluiten, wel ermee leren leven en je aanpassen.
Droogte speelt in lage én hoge delen van Nederland. Op de hoge zandgronden daalt het grondwater, in laag Nederland dreigt verzilting. Overstromingsrisicobewustzijn: mensen weten vaak niet dat ze onder zeeniveau wonen of wat ze bij een overstroming moeten doen. Adaptatie: bijvoorbeeld hoger bouwen, regenwater opvangen, gewassen die minder water nodig hebben. Image credit: Femke Goutbeek, KNMI / Wikimedia Commons, CC0
Video: Waarom regen ons niet van de droogte gaat verlossen (Nieuwsuur, 2020, 7 min). Kijkvraag: waarom noemt Nieuwsuur de verdroging vooral een politieke keuze? Welke maatregel uit het integraal waterbeheer hoort bij de oplossing? Verwacht: water werd tientallen jaren zo snel mogelijk afgevoerd; de oplossing is water vasthouden en sparen.
Waarom is het IJsselmeerpeil in de zomer hoger dan in de winter?
In de zomer valt er de meeste neerslag
In de zomer kan er niet worden gespuid
Het meer is dan een voorraad zoetwater voor droogte
Schepen hebben in de zomer meer diepgang nodig
Goed: strategische zoetwatervoorraad. Verwachte fout: 'er valt meer neerslag'. Het hogere peil is een keuze van de beheerder, geen gevolg van het weer.
Geef een maatregel tegen droogte. Is het vasthouden, sparen of aanvoeren?
Voorbeelden: stuwen in beken zodat water langer blijft (vasthouden); hoger IJsselmeerpeil in het voorjaar (sparen); zoetwater via rivieren en kanalen naar West-Nederland brengen (aanvoeren). Verwachte fout: een maatregel noemen die water juist afvoert, zoals een extra gemaal.
Wat vond je het lastigst in deze les?
Dijkringen en de risicobenadering
Het Deltaprogramma en wie wat doet
Vasthouden, bergen, sparen en aanvoeren
IJsselmeerpeil en berging in de delta
Herhaal het onderdeel met de meeste stemmen aan het begin van les 2.
Welke maatregel uit deze les vind jij het slimst, en waarom?
Goed antwoord noemt een maatregel en een geografisch argument (gebied, schaal of dimensie). Verwachte fout: alleen 'omdat het goed werkt' zonder uitleg.
LEEFOMGEVING · WATERBELEID
Begrippen (1/2)
Deltaprogramma: nationaal programma tegen overstromingen, zoetwatertekort en de gevolgen van extreem weer
Rijkswaterstaat: uitvoerende dienst van het Rijk voor grote rivieren, kust, IJsselmeer en grote waterkeringen
waterschappen: regionale overheden voor dijken, sloten, gemalen, waterpeil en waterzuivering
dijkring: gebied dat helemaal omsloten is door dijken en hoge gronden, met een eigen veiligheidsnorm
Hoogwaterbeschermingsprogramma: programma van Rijk en waterschappen om dijken te versterken die niet aan de norm voldoen
Cet élément n'a pas d'instructions
LEEFOMGEVING · WATERBELEID
Begrippen (2/2)
integraal waterbeheer: samenhangend beleid voor het hele stroomgebied, voor te veel en te weinig water
vasthouden (retentie): regenwater houden waar het valt, in de bodem, sloten en beken
bergen, sparen, aanvoeren: tijdelijk opvangen in een gebied; een voorraad aanleggen; zoetwater brengen waar tekort is
overstromingsrisicobewustzijn: weten dat je in een gebied met overstromingsgevaar woont en wat je dan moet doen
acceptatie en adaptatie: accepteren dat risico's blijven en je inrichting en gedrag daaraan aanpassen
Cet élément n'a pas d'instructions