WELVAART · ONGELIJKHEID
Quiz
Terugblik: Ongelijkheid en belasting
WELVAART · ONGELIJKHEID
Quiz
Terugblik: Ongelijkheid en belasting
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Erik Wannee / Wikimedia Commons, CC0
Land A heeft een Gini-coëfficiënt van 0,28 en land B van 0,41. Wat volgt hieruit?
Land A heeft meer inkomensongelijkheid
In land B is het gemiddeld inkomen hoger
Land A heeft een hogere belastingwig
Land B heeft meer inkomensongelijkheid
Een hogere Gini-coëfficiënt betekent meer ongelijkheid. De Gini zegt niets over het gemiddeld inkomen of de wig.
Vul in
Het arbeidsinkomen bestaat uit inkomen uit werk; het totaal inkomen telt ook kapitaalinkomen, zoals rente, en daarnaast uitkeringen mee.
Totaal inkomen is arbeidsinkomen plus kapitaalinkomen en uitkeringen.
Waarom is vermogen meestal ongelijker verdeeld dan inkomen?
Erfenissen en rendement vergroten de verschillen
Iedereen bouwt evenveel vermogen op
Vermogen is een stroom, inkomen een voorraad
Schulden tellen niet mee bij vermogen
Vermogen bouw je over jaren op en wordt geërfd; rendement versterkt dat. Vermogen is een voorraad en inkomen een stroom, en schulden gaan er juist van af.
Vul in
Bij herverdeling kan een afruil ontstaan: de prikkels om te werken of te sparen worden kleiner, terwijl de verdeling rechtvaardiger wordt.
De afruil tussen doelmatigheid en rechtvaardigheid: minder prikkels, maar een gelijkere verdeling.
Over welk bedrag betaalt een bedrijf vennootschapsbelasting?
De omzet van het bedrijf
De loonkosten van het bedrijf
De winst van het bedrijf
Het vermogen van het bedrijf
Vennootschapsbelasting is een belasting op de winst. Verwachte fout: de omzet (winst is omzet min kosten).
Een belasting is 20% van 10.000 euro en 15% van 40.000 euro. Welk stelsel is dit?
Progressief: de belasting in euro stijgt
Progressief: het gemiddeld tarief is laag
Degressief: het gemiddeld tarief daalt
Degressief: de belasting in euro daalt
2.000 euro bij 10.000 (20%) en 6.000 euro bij 40.000 (15%): het gemiddeld tarief daalt, dus degressief. De belasting in euro stijgt wel (2.000 naar 6.000): verwachte fout is daaruit progressief afleiden.
Zet de berekening van de belasting op volgorde
Eerst het belastbaar inkomen (aftrekposten eraf, bijtellingen erbij), dan per schijf rekenen, optellen en als laatste de heffingskorting van de belasting aftrekken.
Waarom drukken btw en accijns relatief zwaarder op lage inkomens?
Zij besteden een groter deel van hun inkomen
Zij betalen een hoger percentage btw
Zij sparen een groter deel van hun inkomen
Zij kopen alleen producten met accijns
Btw en accijns worden betaald bij het besteden. Lage inkomens besteden een groter deel van hun inkomen, dus het gemiddeld tarief over het inkomen is voor hen hoger.
Noem één voorbeeld van een bijtelling.
Bijvoorbeeld een auto van de zaak voor privégebruik: het belastbaar inkomen gaat omhoog. Verwachte fout: een aftrekpost noemen.
Welke maatregel nivelleert?
Een lager tarief voor de hoogste schijf
Een aftrekpost die vooral hoge inkomens gebruiken
Een vlaktaks in plaats van een progressief tarief
Een hogere toeslag voor lage inkomens
Een hogere toeslag verkleint de relatieve verschillen. De andere drie maatregelen vergroten ze (denivelleren).
Waarom is een uitkering ook een vorm van verzekering?
Je krijgt haar alleen als je veel verdient
Je krijgt geld als je inkomen wegvalt
Ze verkleint de belastingwig voor werkgevers
Ze verhoogt het inkomen van alle huishoudens evenveel
Een uitkering (zoals de WW) vangt inkomensverlies op en herverdeelt ook. Verwachte fout: denken dat een uitkering alleen herverdeling is.
Wat geldt altijd bij een vlaktaks?
Er is één marginaal tarief
Het gemiddeld tarief is voor iedereen gelijk
Er zijn geen aftrekposten
Hoge inkomens betalen evenveel belasting in euro
Een vlaktaks heeft één marginaal tarief. Met een heffingskorting stijgt het gemiddeld tarief toch met het inkomen, dus gelijk gemiddeld tarief geldt niet altijd.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
WELVAART · ONGELIJKHEID
Goed gedaan!
Je kunt nu ongelijkheid meten, belasting berekenen en de afruil tussen doelmatigheid en rechtvaardigheid uitleggen.
Cet élément n'a pas d'instructions