Financieel en niet-financieel (Bedrijfseconomie havo), les 3: Terugblik quiz

Een drukke weekmarkt in Haarlem

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Quiz

Terugblik: Financieel en niet-financieel

1 / 14
suivant
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

Cette leçon contient 14 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Terugblik met een quiz van elf vragen over financiële en niet-financiële informatie, de begrippen en het belang voor het management.

Éléments de cette leçon

Een drukke weekmarkt in Haarlem

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Quiz

Terugblik: Financieel en niet-financieel

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Cees de Boer / Wikimedia Commons, CC0

Welke combinatie hoort allebei bij niet-financiële informatie?

A

Klanttevredenheid en ziekteverzuim

B

Opbrengsten en klanttevredenheid

C

Ziekteverzuim en kosten

D

Resultaat en imago

Syllabus 24.1. Opbrengsten, kosten en resultaat zijn financieel. Verwachte fout: een combinatie kiezen waar één financieel begrip tussen zit.

Vul in

De leveringsbetrouwbaarheid laat zien hoe vaak er op tijd wordt geleverd. De leveringstermijn is de tijd tussen bestelling en levering.

leveringsbetrouwbaarheid
leveringstermijn
klanttevredenheid
innovatiekracht

Syllabus 24.1. Verwachte fout: de twee begrippen omwisselen.

Veel inwoners vinden supermarkt Dagvers onbetrouwbaar, ook wie er nooit komt. Welke informatie is dit?

A

Klanttevredenheid

B

Imago

C

Dataveiligheid

D

Leveringsbetrouwbaarheid

Syllabus 24.1: imago is het beeld bij een breed publiek, ook bij mensen die geen klant zijn. Klanttevredenheid gaat over de ervaring van klanten zelf. Verwachte fout: klanttevredenheid.

Webshop Pixel is gehackt en klantgegevens liggen op straat. Welke informatie komt in het geding?

A

Innovatiekracht

B

Werkgelegenheid

C

Leveringstermijn

D

Dataveiligheid

Syllabus 24.1: dataveiligheid. Verwachte fout: leveringstermijn, omdat het om een webshop gaat.

Welke maatregel past bij diversiteit en inclusie?

A

Teams samenstellen met verschillende achtergronden

B

Alleen mensen werven die al in het team passen

C

Het loon van alle medewerkers verhogen

D

Het aantal medewerkers verminderen

Syllabus 24.1: diversiteit en inclusie. Verwachte fout: een maatregel kiezen die iets anders regelt, zoals loon.

Technobedrijf Volt komt elk jaar met nieuwe producten. Welke informatie past hierbij?

A

Personeelsverloop

B

Leveringstermijn

C

Innovatiekracht

D

Dataveiligheid

Syllabus 24.1: innovatiekracht. Verwachte fout: weinig; let op dat leerlingen het begrip niet met de kosten van onderzoek (financieel) verwarren.

Bij Hotel Duin vertrekt elk jaar een derde van het personeel. Wat betekent dit voor het hotel?

A

Het ziekteverzuim daalt daardoor vanzelf

B

De leveringstermijn van het hotel wordt korter

C

Steeds nieuwe mensen werven en inwerken kost tijd en geld

D

De klanttevredenheid stijgt door de nieuwe gezichten

Syllabus 24.1: personeelsverloop. Een hoog verloop kost geld en tijd voor werving en inwerken, en ervaring gaat verloren. Verwachte fout: denken dat nieuwe medewerkers vanzelf beter zijn voor klanten.

Webwinkel Ruimte belooft levering binnen twee dagen. Wat is 'binnen twee dagen'?

A

De leveringstermijn

B

De leveringsbetrouwbaarheid

C

De klanttevredenheid

D

Het imago

Syllabus 24.1: de termijn is de duur tussen bestelling en levering. De betrouwbaarheid zou het percentage op tijd zijn. Verwachte fout: leveringsbetrouwbaarheid.

Distributiecentrum Noord wil de gemeente laten zien wat het voor de regio betekent. Welk gegeven past?

A

De leveringstermijn van het centrum

B

Het ziekteverzuim in het centrum

C

De leveringsbetrouwbaarheid van het centrum

D

Het aantal banen dat het centrum in de regio biedt

Syllabus 24 en 24.1: werkgelegenheid als niet-financiële informatie over de betekenis voor de samenleving. Verwachte fout: een gegeven kiezen over de eigen bedrijfsvoering, zoals levering.

Noem een gevolg van een slecht imago.

Syllabus 24.1. Goed antwoord: klanten kopen minder of kiezen een concurrent, medewerkers solliciteren minder snel, de opbrengsten dalen. Verwachte fout: een gevolg noemen dat bij een ander begrip hoort, zoals ziekteverzuim.

Het resultaat van Kantoor De Gids stijgt, maar de klanttevredenheid daalt van 8,3 naar 7,5. Wat adviseer je?

A

Niets doen, want het resultaat is immers hoger

B

Onderzoeken waarom klanten minder tevreden zijn

C

Direct medewerkers ontslaan

D

Het imago negeren omdat het niet in euro's is

Syllabus 24: de daling is een waarschuwing, de oorzaak moet worden opgespoord. Verwachte fout: niets doen omdat het resultaat goed is.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Goed gedaan!

Je kunt financiële en niet-financiële informatie onderscheiden en uitleggen waarom het management beide nodig heeft.

Cet élément n'a pas d'instructions