MO 3 - Gemiddelde variabele kosten

Gemiddelde kosten

1 / 17
suivant
Slide 1: Slide
newEditorEconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

Cette leçon contient 17 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min
Signaler cette leçon

Éléments de cette leçon

Gemiddelde kosten

Lesdoelen

•    kostenfuncties en opbrengstenfuncties in een grafiek tekenen.
•    voorbeelden geven van constante kosten en variabele kosten.
•    uitleggen wanneer er sprake is van proportioneel, progressief of degressief variabele kosten.
•    het verloop van de marginale kosten aangeven bij proportioneel, progressief of degressief variabele kosten.
•    verklaren dat een producent winst maakt als de totale opbrengst hoger is dan de totale kosten en dit grafisch onderbouwen.
•    de relatie tussen totale kosten en gemiddeld kosten verklaren.
•    met behulp van de kosten- en de opbrengstlijn de afzet met maximale totale winst afleiden.
•    uitleggen dat de totale winst toeneemt zolang de marginale opbrengst hoger is dan de marginale kosten.
•    uitleggen dat de totale winst afneemt als de marginale opbrengst lager is dan de marginale kosten.

Terugblik

Huiswerk was 1.8 t/m 1.12 maken


Zelfstandig nakijken met nakijkvel.

De prijs stijgt. Wat gebeurt er met het aanbod?

A

Neemt af

B

neemt toe

C

verandert niets

D

schiet mij maar lek

De vraag daalt. Wat gebeurt er met de prijs?

A

Die zal dalen

B

Die zal stijgen

C

Er verandert niets

D

Schiet mij maar lek

Er is een slechte aardappeloogst. Wat is een logisch gevolg?

A

De vraag neemt toe

B

De vraag neemt af

C

De aanbodprijs neemt toe

D

We gaan meer ijsjes eten

Er is een grote vraag naar technisch personeel wat doet dat met het salaris van een techneut?

A

Neemt toe

B

Neemt af

C

Er verandert niets

D

Schiet mij maar lek

Er is een economische crisis in Brazilië Economen verkopen hun aandelen. De vraag naar aandelen.....

A

Stijgt

B

Daalt

C

Blijft hetzelfde

D

Verandert in aanbod

Hoeveelheid geld die iemand in een bepaalde periode ontvangt.

Lijn die bij iedere prijs aangeeft hoeveel stuks de consument bij die prijs willen kopen

hoeveelheid goederen en diensten die met het inkomen gekocht kunnen worden

aantal stuks dat de consumenten bij een bepaalde prijs willen kopen

gevraagde hoeveelheid

vraaglijn

koopkracht

inkomen

De vraaglijn verschuift naar links, dit kan het gevolg zijn van:

A

een hogere koopkracht

B

een prijsstijging

C

een daling van het aantal inwoners

D

het verdwijnen van concurrenten

Gemiddelde variabele kosten (GVK)

= variabele kosten per product


GVK = TVK / q


Gemiddelde variabele kosten = totale variabele kosten /

aantal producten

Verloop gemiddelde variabele kosten (GVK)


Het verloop van de GVK heeft te maken met de marginale kosten (MK). Dit zijn de kosten per extra product.

- Proportionele variabele kosten: MK = GVK

- Degressieve variabele kosten: MK < GVK

- Progressieve variabele kosten: MK > GVK

Gemiddelde constante kosten (GCK)

= constante kosten per product


GCK = TCK / q


Gemiddelde constante kosten = totale constante kosten / aantal producten

Totale kosten = totale constante kosten + totale variabele kosten, oftewel TK = TCK + TVK
Dit zijn de kosten voor de totale productie.

Gemiddelde totale kosten = gemiddelde constante kosten + gemiddelde variabele kosten, oftewel GTK = GCK + GVK
Dit zijn de totale kosten per product. Dit is de kostprijs van het product.

Zelfstandig werken / huiswerk

Maken opdrachten 1.13 t/m 1.18

Evaluatie

•    kostenfuncties en opbrengstenfuncties in een grafiek tekenen.
•    voorbeelden geven van constante kosten en variabele kosten.
•    uitleggen wanneer er sprake is van proportioneel, progressief of degressief variabele kosten.
•    het verloop van de marginale kosten aangeven bij proportioneel, progressief of degressief variabele kosten.
•    verklaren dat een producent winst maakt als de totale opbrengst hoger is dan de totale kosten en dit grafisch onderbouwen.
•    de relatie tussen totale kosten en gemiddeld kosten verklaren.
•    met behulp van de kosten- en de opbrengstlijn de afzet met maximale totale winst afleiden.
•    uitleggen dat de totale winst toeneemt zolang de marginale opbrengst hoger is dan de marginale kosten.
•    uitleggen dat de totale winst afneemt als de marginale opbrengst lager is dan de marginale kosten.