Geldsprookjes - te mooi om waar te zijn?
Geloof jij in sprookjes?
Geldsprookjes - te mooi om waar te zijn?
Geloof jij in sprookjes?
Cet élément n'a pas d'instructions
Geldsprookjes - te mooi om waar te zijn?
Geloof jij in sprookjes?
Les 1
5 minuten
Introductievideo
Laat de introductievideo zien. Ga dan in gesprek over wat leerlingen gezien en gehoord hebben. Wat valt op? Wat is herkenbaar?
Vertel dat de leerlingen in de komende lessen gaan nadenken over geldsprookjes en hoe geldsprookjes invloed hebben op hun gedrag.
Wat staat je te wachten?
Geloof jij in sprookjes?
Les 1
herken ik hoe vier geldsprookjes invloed
hebben op mijn keuzes en gedrag
krijg ik inzicht in mijn geldgedrag
leer ik kritische vragen stellen
In de komende lessen:
1 minuut
Vertel de leerlingen wat het doel is van de lessen: situaties herkennen waarin hun geldgedrag beïnvloed wordt en inzicht krijgen in het maken van keuzes met geld.
Wat zijn de doelen van deze les?
Geloof jij in sprookjes?
Les 1
kan ik vier geldsprookjes benoemen
herken ik wanneer mijn geldgedrag wordt beïnvloed
denk ik kritischer na over beloftes rondom geld
kan ik een eigen mening over geldsprookjes vormen en onderbouwen
Na deze les:
1 minuut
Vertel de leerlingen wat het doel is van de lessen: situaties herkennen waarin hun geldgedrag beïnvloed wordt en inzicht krijgen in het maken van keuzes met geld.
Geloof jij in sprookjes?
Les 1
Dit ga je doen bij elk geldsprookje:
1. Stelling
2. Mini-opdracht
3. Expertvideo
Vier geldsprookjes
1 minuut
Vertel dat de leerlingen straks in gesprek gaan over vier geldsprookjes aan de hand van stellingen. Elke ronde bestaat uit drie vaste onderdelen:
1. Praten over een stelling.
2. Uitvoeren van een mini-opdracht.
3. Kijken naar een expertvideo.
Op het bord worden bij ieder geldsprookje drie stellingen gegeven. De docent kiest welke stelling er behandeld wordt. Je kunt ook de klas laten kiezen.
Voor de docent
Is er voldoende tijd en wil je per geldsprookje meerdere stellingen bespreken? Dat kan op verschillende manieren:
Als je meer lestijd hebt (bijvoorbeeld door een blokuur), behandel dan meerdere stellingen tijdens de les.
Kies ervoor om de twee overige stellingen in een volgende les te bespreken.
Verdeel de klas in drie groepen: elke groep bespreekt één stelling en voert de bijbehorende mini-opdracht uit.
Geloof jij in sprookjes?
Les 1
Geldsprookje 1: Gratis aankopen doen
Kies een
stelling!
3 minuten
Laat de klas een van de drie woorden kiezen. Klik erop om de stelling te laten zien. Bespreek de stelling.
Geloof jij in sprookjes?
Les 1
Mini-opdracht
minute
second
Aan de slag!
Mini-opdracht
4 minuten
De leerlingen voeren de mini-opdracht uit die aansluit bij de gekozen stelling van de vorige slide. Zet de timer aan.
Bespreek de mini-opdracht na. Hieronder vind je bij elke mini-opdracht suggesties voor een klassengesprek.
Mini-opdracht 'Gratis':
Wanneer is iets echt gratis? Waarom trappen we vaak in goede deals? Hoe kun je jezelf beschermen tegen aanbiedingen?
Mini-opdracht 'Superdeals':
Hoe beïnvloeden reclames wat jij belangrijk vindt? Word jij beïnvloed door reclames, of vooral anderen?
Mini-opdracht 'Contactloos':
Wat kun je doen om overzicht te houden als je vooral digitaal betaalt? Zou een wereld met alleen contant geld mogelijk zijn?
Geloof jij in sprookjes?
Les 1
Wat zegt de expert?
2 minuten
Bekijk de expertvideo over dit geldsprookje met de leerlingen. Sluit dit sprookje samen af en ga naar het volgende geldsprookje.
Geloof jij in sprookjes?
Les 1
Geldsprookje 2: Slapend rijk worden
Kies een stelling!
3 minuten
Laat de klas een van de drie woorden kiezen en klik erop om de stelling te laten zien. Bespreek de stelling.
Geloof jij in sprookjes?
Les 1
minute
second
Mini-opdracht
Aan de slag!
4 minuten
De leerlingen doen de mini-opdracht die aansluit bij de stelling die is besproken op de vorige slide. Zet de timer aan.
Bespreek de mini-opdracht na. Hieronder vind je bij elke mini-opdracht suggesties voor een klassengesprek.
Mini-opdracht 'Slim geld verdienen':
Wat maakt iemand écht slim met geld? Speelt geluk een grote rol om rijk te worden? Hebben jongeren gelijke kansen om rijk te worden?
Mini-opdracht 'Online geld verdienen':
Waarom lijkt het zo makkelijk om online rijk te worden? Denk je dat influencers een eerlijk beeld geven? Wat is het verschil tussen kans en risico?
Mini-opdracht 'Geldcriminaliteit':
Waarom trappen jongeren hier soms in? Wat zijn de gevolgen als je meedoet? Hoe kun je ‘nee’ zeggen als de verleiding groot is?
Geloof jij in sprookjes?
Les 1
Wat zegt de expert?
2 minuten
Bekijk de expertvideo over dit geldsprookje met de leerlingen. Sluit dit sprookje samen af en ga naar het volgende geldsprookje.
Geloof jij in sprookjes?
Les 1
Geldsprookje 3: Geld maakt gelukkig
Kies een stelling!
3 minuten
Laat de klas een van de drie woorden kiezen en klik erop om de stelling te laten zien. Bespreek de stelling.
Geloof jij in sprookjes?
Les 1
minute
second
Mini-opdracht
Aan de slag!
4 minuten
De leerlingen doen de mini-opdracht die aansluit bij de stelling van de vorige slide. Zet de timer aan.
Bespreek de mini-opdracht na. Hieronder vind je bij elke mini-opdracht suggesties voor een klassengesprek.
Mini-opdracht 'Rijkdom':
Wat is het verschil tussen rijk en gelukkig zijn? Wanneer maakt geld jou wel gelukkig? Wat betekent ‘genoeg’ voor jou?
Mini-opdracht 'Status':
Hoe beïnvloeden anderen jouw geldkeuzes? Wat heb jij ooit gedaan om ergens bij te horen? Hoe kun je de druk om mee te doen kleiner maken?
Mini-opdracht 'Geluk':
Kan iets jou gelukkig maken, zonder dat het geld kost? Wat zou jij doen met geld om anderen gelukkiger te maken?
Geloof jij in sprookjes?
Les 1
Wat zegt de expert?
2 minuten
Bekijk de expertvideo over dit geldsprookje met de leerlingen. Sluit dit sprookje samen af en ga naar het volgende geldsprookje.
Geloof jij in sprookjes?
Les 1
Geldsprookje 4: Geldzorgen zijn voor later
Kies een stelling!
3 minuten
Laat de klas een van de drie woorden kiezen en klik erop om de stelling te laten zien. Bespreek de stelling.
Geloof jij in sprookjes?
Les 1
minute
second
Mini-opdracht
Aan de slag!
4 minuten
De leerlingen doen de mini-opdracht die aansluit bij de stelling van de vorige slide. Zet de timer aan.
Bespreek de mini-opdracht na.
Hieronder vind je bij elke mini-opdracht suggesties voor een klassengesprek.
Mini-opdracht 'Sparen':
Waarom is sparen soms lastig? Hoe kun je sparen leuk maken?
Mini-opdracht 'Ik beslis':
Wanneer is geld uitgeven zonde en wanneer niet? Hoe kun je een goed overzicht houden van je uitgaven? Waarom is het soms moeilijk om bewuste keuzes te maken?
Mini-opdracht 'Later':
Wat gebeurt er als je later pas leert omgaan met geld? Denk je dat jongeren op school genoeg leren over geld? Wat zou je nu al willen leren over geld? Hoe ga je dat doen?
Geloof jij in sprookjes?
Les 1
Wat zegt de expert?
2 minuten
Bekijk de expertvideo over dit geldsprookje met de leerlingen.
Les 1
Gratis aankopen doen
In welk geldsprookje leef jij?
Geldzorgen zijn voor later
Geld maakt gelukkig
Geloof jij in sprookjes?
Slapend rijk worden
2 minuten
De leerlingen praten na over deze les en beantwoorden de vraag: Welke van de vier geldsprookjes herken je het meest? Hoe komt dat? Hoe kun je ervoor zorgen dat je minder snel in het sprookje trapt?
Geloof jij in sprookjes?
Les 1
1. Maak drietallen
2. Kies een onderzoeksvraag
3. Kies een presentatievorm
4. Zoek informatie op. Gebruik hiervoor de informatiekaart en de extra bronnen online
5. Bereid je presentatie voor
Onderzoeksopdracht les 2
Onderzoeksopdracht
3 minuten
Bied je les 2 van deze lessenreeks ook aan? Verdeel de klas dan alvast in drietallen. Ieder drietal kiest een van de vier onderzoeksvragen (zie volgende slide), passend bij de geldsprookjes, of bedenkt zelf een geschikte onderzoeksvraag. Extra onderwerpen passend bij de geldsprookjes vinden de leerlingen op de informatiekaart. Zorg ervoor dat alle geldsprookjes over de groepjes verdeeld worden.
Deel de bijlagen: Informatiekaarten en Uitleg presentatievorm uit.
Vertel dat de leerlingen de onderzoeksvraag in de volgende les gaan presenteren. Geef de leerlingen als huiswerkopdracht mee dat ze:
zelf een presentatievorm kiezen zoals beschreven in de bijlage Uitleg presentatievorm.
achtergrondinformatie opzoeken.
de onderzoeksvraag beantwoorden.
hun presentatie voorbereiden.
In de volgende les krijgen de leerlingen tien minuten om hun presentatie af te ronden. Het is dus belangrijk dat ze thuis het meeste werk verrichten.
Je kunt ervoor kiezen om een derde les in te plannen, zodat de leerlingen in de volgende les hun presentatie (op school) voorbereiden en in de derde les hun presentatie houden.
Les 1
Kies jullie onderzoeksvraag
Geloof jij in sprookjes?
1. Gratis aankopen doen:
Hoe werkt reclame?
2. Slapend rijk worden:
Hoe werkt crypto en word je daar echt rijk van?
3. Geld maakt gelukkig:
Sociale ongelijkheid in Nederland.
4. Geldzorgen zijn voor later:
Hoe kun je slim besparen?
1 minuut
Deel de bijlagen: Informatiekaarten en Uitleg presentatievorm uit.