Hormoonstelsel (Biologie vmbo), les 3: Terugblik quiz

LICHAAM · HORMOONSTELSEL

Quiz

Terugblik: Hormoonstelsel

1 / 13
suivant
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

Cette leçon contient 13 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Terugblik met tien vragen over hormoonklieren, hormonen, het suikergehalte, diabetes en geslachtsklieren, waarvan twee met een tekening met letters.

Éléments de cette leçon

LICHAAM · HORMOONSTELSEL

Quiz

Terugblik: Hormoonstelsel

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Jeremy Thompson / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

Wat is een hormoonklier?

A

Een klier die zweet maakt

B

Een klier met een afvoerbuis naar buiten

C

Een klier die hormonen aan het bloed afgeeft

D

Een klier die alleen in de hersenen ligt

Een hormoonklier geeft hormonen rechtstreeks aan het bloed af. Verwachte fout: de zweetklier kiezen.

Welke letter is de hypofyse?

A

Letter C

B

Letter A

C

Letter B

D

Letter D

De hypofyse zit vlak onder de hersenen: letter C. Verwachte fout: letter A, de schildklier in de hals. Image credit: Eigen tekening

Wat is stofwisseling?

A

Het vervoer van stoffen door je bloed

B

Het opnemen van voedsel in je darmen

C

Het afgeven van hormonen aan je bloed

D

Alles wat in je cellen gebeurt met stoffen en energie

Stofwisseling is alles wat er in je cellen met stoffen en energie gebeurt. Verwachte fout: bloedvervoer kiezen.

Hoe werken hormonen vergeleken met zenuwen?

A

Sneller en korter

B

Langzamer en langer

C

Even snel en even lang

D

Sneller en langer

Hormonen reizen met het bloed en werken langzamer maar langer. Verwachte fout: sneller kiezen.

Welke letter zijn de teelballen?

A

Letter F

B

Letter B

C

Letter D

D

Letter E

De teelballen hangen onderaan het lichaam: letter F. Verwachte fout: letter D, dat is een eierstok. Image credit: Eigen tekening

Wat doet adrenaline met je ademhaling?

A

Die gaat langzamer

B

Die stopt even

C

Die gaat sneller

D

Die blijft gelijk

Adrenaline versnelt de ademhaling. Verwachte fout: langzamer kiezen.

In welk orgaan liggen de eilandjes van Langerhans?

A

In de lever

B

In de alvleesklier

C

In de nier

D

In de maag

De eilandjes liggen in de alvleesklier. Verwachte fout: de lever, die suiker opslaat en afgeeft.

Wat doen sommige mensen met diabetes om hun suikergehalte te regelen?

A

Adrenaline spuiten

B

Zo veel mogelijk suiker eten

C

Schildklierhormoon slikken

D

Insuline spuiten

Sommige mensen met diabetes spuiten insuline. Verwachte fout: adrenaline kiezen, dat verhoogt het suikergehalte juist.

Welke hormoonklier ligt achter je maag?

A

De hypofyse

B

De schildklier

C

De bijnier

D

De alvleesklier

De alvleesklier ligt achter de maag; daarin liggen de eilandjes van Langerhans. Verwachte fout: bijnier kiezen, die ligt boven op de nier.

Welke klier maakt hormonen die je groei regelen?

A

De schildklier

B

De hypofyse

C

De bijnier

D

De alvleesklier

De hypofyse regelt de groei. Verwachte fout: de schildklier, die de verbranding stimuleert.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

LICHAAM · HORMOONSTELSEL

Goed gedaan!

Goed gedaan. Je kent nu de hormoonklieren en weet wat insuline, glucagon en adrenaline doen.

Cet élément n'a pas d'instructions