After Hours · Sessie 1: Uit New Orleans

AFTER HOURS · SESSIE 1

Uit New Orleans

De wortels van de jazz: van New Orleans via Chicago en Harlem naar het swingtijdperk, ca. 1895–1945.

1

1 / 32
suivant
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMuziekgeschiedenisHBOStudiejaar 1-4

Cette leçon contient 32 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 60 min
Signaler cette leçon

Introduction

Studenten volgen de wortels van de jazz van ca. 1895 tot 1945: van Congo Square, brassbands, ragtime en blues in New Orleans via Chicago en Harlem naar het swingtijdperk. Met Buddy Bolden, Scott Joplin, Bessie Smith, Louis Armstrong, Duke Ellington, Count Basie, Billie Holiday, Django Reinhardt en The Ramblers, en begrippen als call-and-response, syncope, blue notes, scat, stride, riff en swing.

Éléments de cette leçon

AFTER HOURS · SESSIE 1

Uit New Orleans

De wortels van de jazz: van New Orleans via Chicago en Harlem naar het swingtijdperk, ca. 1895–1945.

1

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

LINER NOTES · LEERDOEL

Na deze les kun je…

uitleggen hoe jazz rond 1900 in New Orleans ontstond uit brassbands, ragtime en blues, hoe hij in Chicago en Harlem een muziek van solisten en arrangeurs werd, en hoe de bigbands er in de jaren dertig de popmuziek van een generatie van maakten.

CENTRALE VRAAG

Hoe groeide uit de straatmuziek van één havenstad de popmuziek van een generatie?

Cet élément n'a pas d'instructions

Waar denk je aan bij het woord jazz? Noem een instrument, een plek of een naam.

Bewaar het woordweb. Verwacht trompet, saxofoon, piano, New Orleans, Louis Armstrong. Aan het eind van de les kun je nagaan welke namen en plekken uit het woordweb in de les terugkwamen, en wat er ontbrak (bijvoorbeeld de brassband, de blueszangeressen of Harlem). Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

INLEIDING · CA. 1895-1945

Jazz begon in een havenstad

Rond 1900 woonden in New Orleans mensen met Afrikaanse, Franse, Spaanse, Caraïbische, Italiaanse en Ierse wortels dicht op elkaar. Uit fanfares, kerken, danszalen en salonpiano’s groeide een nieuwe manier van spelen: losser, ritmischer en vrijer.

Foto: de band in de Savoy Ballroom, Chicago, 1941. Van de eerste jaren bestaan geen opnames; wat we weten komt uit herinneringen van musici, foto’s en latere platen. Vanaf 1917 ging het snel: de eerste jazzplaat en de trek van honderdduizenden zwarte Amerikanen naar het Noorden. In Chicago maakte Armstrong van de trompet een solo-instrument, in Harlem ontstond een eigen pianostijl en schreef Ellington voor zijn orkest. In de jaren dertig werd jazz de popmuziek van een generatie, ook in Europa, van Parijs tot Den Haag. De Tweede Wereldoorlog sloot dat tijdperk af. Drie sets: wortels in New Orleans (1895-1917), de grote trek (1917-1935), het swingtijdperk (1924-1946). Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 1 · TAKE 01   ·   1819-1907 · NEW ORLEANS

Trommels, fanfares en Buddy Bolden

  • Congo Square: Afrikaanse muziek en dans in het openbaar, met call-and-response en polyritmiek

  • Elke vereniging een brassband: treurmars naar de begraafplaats, vrolijk terug, met de second line erachter

  • Creolen van kleur (noten lezen) en zwarte musici (op het gehoor, blues) komen in dezelfde bands

  • Buddy Bolden, kornet: hard, los en vrij, maar zonder één opname

Eureka Brass Band

Just a Closer Walk With Thee

Jelly Roll Morton

Buddy Bolden's Blues

Foto: de band van Buddy Bolden, ca. 1905, de enige foto van zijn band. New Orleans werd in 1718 door de Fransen gesticht, kwam in Spaanse handen en werd in 1803 met Louisiana door de VS gekocht: katholiek, lang Franstalig, met veel vrije mensen van kleur en een haven op het Caribisch gebied. In 1819 beschreef architect Benjamin Henry Latrobe de zondagse bijeenkomsten op Congo Square (nu deel van het Louis Armstrong Park): kringen, trommels, een snaarinstrument, dansers. Elders waren trommels voor tot slaaf gemaakten vaak verboden. De bijeenkomsten hielden rond het midden van de eeuw op, lang voor de jazz. Na de Burgeroorlog (1861-1865) waren blaasinstrumenten goedkoop; bekende orkesten waren de Excelsior en de Onward Brass Band. De Eureka Brass Band (opgericht rond 1920) nam in 1951 begrafenis- en optochtmuziek op; de blazers versieren de melodie elk op hun eigen manier. In 1896 bepaalde het Hooggerechtshof in de zaak van Homer Plessy dat gescheiden voorzieningen wettig waren; de Creolen van kleur werden voortaan als zwart behandeld. Bolden (geb. 1877) had rond 1895 een eigen band, werd in 1907 opgenomen in een inrichting in Jackson en overleed in 1931. Jelly Roll Morton nam Buddy Bolden’s Blues in 1939 op: een herinnering, geen opname van Bolden.

Luistertips:

  • Eureka Brass Band – Just a Closer Walk With Thee: Een hymne in begrafenistempo: volg hoe de spelers dezelfde eenvoudige melodie elk anders versieren.

  • Jelly Roll Morton – Buddy Bolden's Blues: Een herinnering aan de man van wie geen opname bestaat: luister naar de tekst.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 1 · TAKE 02   ·   1897-1917 · SEDALIA, ST. LOUIS, NEW YORK

Ragtime: de piano syncopeert

  • Pianomuziek op bladmuziek, voor saloon én huiskamer

  • De syncope: een accent tussen de tellen in

  • Vaste linkerhand (bas, akkoord), rechterhand net voor of na de tel

  • Marsvorm: drie of vier strains van zestien maten, bv. AABBACCDD

Scott Joplin

Scott Joplin

Maple Leaf Rag

Joshua Rifkin

The Entertainer

In 1897 publiceerde Tom Turpin uit St. Louis zijn Harlem Rag, de eerste gedrukte rag van een zwarte componist. Joplin (geb. rond 1868 in Texas, zoon van een vroeger tot slaaf gemaakte vader) kreeg klassieke les van een Duitse muziekleraar, speelde in de Maple Leaf Club in Sedalia en kreeg bij uitgever John Stark (1899) een deel van de opbrengst per exemplaar, toen bijzonder. In 1916 speelde hij pianorollen in, ook twee van de Maple Leaf Rag; hoe nauwkeurig die zijn spel weergeven is omstreden (rollen werden bijgewerkt, Joplin was al ernstig ziek). Zijn opera Treemonisha (1911) werd pas in 1972 volledig opgevoerd. Hij overleed in 1917. Ook May Aufderheide gaf vanaf 1908 rags uit en raakte vergeten. Joshua Rifkin nam in 1970 rags op als klassieke pianomuziek; door The Sting (1973) werd The Entertainer (1902) opnieuw een hit. Ragtime is geen jazz: uitgeschreven, zonder improvisatie. Maar syncopen, strains en vaste begeleiding tegen vrije melodie gingen mee; pianisten als Morton speelden Joplin met meer swing.

Luistertips:

  • Scott Joplin – Maple Leaf Rag: Twee handen tegen elkaar: een vaste linkerhand en een rechterhand vol syncopen.

  • Joshua Rifkin – The Entertainer: Ragtime als klassieke pianomuziek: let op het rustige tempo dat Joplin vroeg.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

“

It is never right to play ‘Ragtime’ fast.

SCOTT JOPLIN, WAARSCHUWING OP ZIJN BLADMUZIEK

Joplin zag ragtime als serieuze muziek die je speelt zoals ze op papier staat. Laat de Rifkin-opname nog eens horen: precies het tempo dat Joplin vroeg, zodat je elke syncope hoort. Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

Wat is een syncope in de Maple Leaf Rag?

A

Een accent dat tussen de tellen valt in plaats van erop

B

Een basnoot op de eerste tel

C

Een geïmproviseerde solo van de pianist

D

Een deel van zestien maten met een eigen melodie

A. De linkerhand speelt regelmatig basnoot en akkoord; de rechterhand valt steeds net voor of na de tel. D is een strain.

Luistertips:

  • Scott Joplin – Maple Leaf Rag: Let op de rechterhand boven de vaste linkerhand.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 1 · TAKE 03   ·   1903-1929 · MEMPHIS, NEW YORK

De blues komt op de plaat

  • Plattelandsmuziek uit het Zuiden, met wortels in werkliederen en spirituals

  • W.C. Handy zet de blues op papier: Memphis Blues (1912), St. Louis Blues

  • Twaalfmatenblues: drie akkoorden, tekst vaak in AAB-vorm

  • Blue notes: verlaagde terts en septiem, tussen majeur en mineur

  • De eerste bluesplaten zijn van vrouwen uit het theater; platenmaatschappijen beginnen race records

Mamie Smith

Crazy Blues

Ma Rainey

See See Rider Blues

Bessie Smith

St. Louis Blues

Foto: Bessie Smith, door Carl Van Vechten, 1936. Handy (geb. 1873) hoorde in 1903 op het station van Tutwiler een man zingen die met een mes over zijn gitaarsnaren gleed: de vreemdste muziek die hij ooit had gehoord. Mamie Smith (geb. 1891) nam in augustus 1920 Crazy Blues op voor OKeh, op aandringen van Perry Bradford; begeleiding door de Jazz Hounds. In 1921 begon Black Swan, het eerste grote label in zwarte handen. Ma Rainey (geb. 1886), de Mother of the Blues, nam vanaf 1923 op voor Paramount; in haar band speelde Thomas A. Dorsey, later de vader van de gospel (zie de foto van haar band). See See Rider Blues (oktober 1924) met de jonge Louis Armstrong: call-and-response tussen zangeres en blazer. Bessie Smith (geb. 1894), Empress of the Blues, nam vanaf 1923 op voor Columbia (Downhearted Blues). St. Louis Blues (januari 1925): Fred Longshaw op harmonium, bijna kerkmuziek. In 1929 haar enige filmrol, in 1937 kwam ze om bij een auto-ongeluk. Een groot deel van de jazz na 1920 volgt de twaalfmatenvorm of gebruikt blue notes.

Luistertips:

  • Mamie Smith – Crazy Blues: De eerste bluesplaat van een zwarte zangeres: luister naar de blazers achter haar stem.

  • Ma Rainey – See See Rider Blues: Zangeres en kornet in gesprek: hoor hoe Armstrong de ruimte tussen haar zinnen vult.

  • Bessie Smith – St. Louis Blues: Stem, kornet en harmonium: tel de antwoorden die Armstrong op elke zin geeft.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

Luister naar St. Louis Blues. Hoe reageert Armstrong op de zang van Bessie Smith, en welk begrip uit Congo Square hoor je terug?

Armstrong beantwoordt de lange tonen van Smith met korte, buigende frasen in de ruimtes tussen haar zinnen: call-and-response, vraag en antwoord tussen zangeres en blazer. Goede antwoorden noemen ook het harmonium, dat de opname bijna laat klinken als kerkmuziek.

Luistertips:

  • Bessie Smith – St. Louis Blues: Tel de antwoorden van de kornet op elke zin.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 1 · TAKE 04   ·   1897-1919 · NEW ORLEANS, CHICAGO, NEW YORK, LONDEN

Morton en de eerste jazzplaat

  • Storyville: geen geboorteplaats van de jazz, wel vaste banen voor musici

  • Morton componeert en arrangeert zonder de vrijheid te verliezen; de Spanish tinge

  • Break en stop-time: één instrument speelt door terwijl de band zwijgt

  • 1917: de eerste jazzplaat, van vijf witte musici

Jelly Roll Morton

Jelly Roll Morton's Red Hot Peppers

Black Bottom Stomp

Original Dixieland Jazz Band

Livery Stable Blues

Storyville (1897-1917), genoemd naar raadslid Sidney Story; de pianisten in de huizen heetten professors. In november 1917 liet de marine de buurt sluiten. Morton (Ferdinand LaMothe, geb. rond 1890, Creoolse familie) beweerde later dat hij de jazz in 1902 had uitgevonden; dat klopt niet. Zijn Jelly Roll Blues verscheen in 1915 als een van de eerste uitgegeven jazzcomposities. Spanish tinge: het habanera-ritme uit Cuba, met een gepunteerde figuur in de bas. De Red Hot Peppers (Victor, Chicago 1926): kornet, klarinet, trombone, banjo, bas, drums, piano. In 1938 nam Alan Lomax urenlange gesprekken met Morton op voor de Library of Congress; Morton overleed in 1941. De Original Dixieland Jass Band (LaRocca, Shields, Edwards, Ragas, Sbarbaro) nam op 26 februari 1917 voor Victor op; in het middendeel van Livery Stable Blues kraait de klarinet, hinnikt de kornet en loeit de trombone. Ongemakkelijk begin: witte musici spelen een zwarte muziek, en LaRocca beweerde later de jazz te hebben uitgevonden. Zwarte bands kwamen pas in de jaren twintig op de plaat. Europa: James Reese Europe met de band van het 369e regiment in Frankrijk (1918); in 1919 de ODJB in Londen en het Southern Syncopated Orchestra van Will Marion Cook met Sidney Bechet, over wie Ernest Ansermet een van de eerste serieuze teksten schreef.

Luistertips:

  • Jelly Roll Morton's Red Hot Peppers – Black Bottom Stomp: Een strak gecomponeerde jazzband: let op de breaks waarin één instrument alleen doorspeelt.

  • Original Dixieland Jazz Band – Livery Stable Blues: De eerste jazzplaat: herken de haan, het paard en de koe in het middendeel.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

AFTER HOURS · SESSIE 1

De grote trek

Van New Orleans naar Chicago en New York: solisten, stride, Harlem en Ellington, 1917–1935.

2

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 2 · TAKE 05   ·   1917-1924 · CHICAGO, RICHMOND (INDIANA)

King Oliver en Lil Hardin

  • Great Migration: honderdduizenden zwarte Amerikanen trekken naar het Noorden

  • King Oliver’s Creole Jazz Band in de Lincoln Gardens, met Armstrong als tweede kornet

  • Collectieve improvisatie: kornet melodie, klarinet tegenmelodie, trombone lage lijnen

  • Lil Hardin, pianiste en componist, spoort Armstrong aan een eigen weg te gaan

King Oliver's Creole Jazz Band

Dipper Mouth Blues

Lil Hardin Armstrong

Oriental Swing

De Chicago Defender riep lezers in het Zuiden op te komen; de Illinois Central reed rechtstreeks van New Orleans naar Chicago. Drooglegging vanaf 1920: clubs vaak gerund of beschermd door gangsters, maar volop werk. Oliver (geb. rond 1881) kwam in 1918 naar Chicago; in de zomer van 1922 haalde hij de 21-jarige Armstrong. De twee kornetten speelden de breaks tweestemmig. In 1923 eerste platen, bij Gennett in Richmond, nog akoestisch: spelen in een grote hoorn, op verschillende afstand, de drummer met een klein deel van zijn slagwerk. Dipper Mouth Blues (april 1923), naar Armstrongs bijnaam: Olivers solo met demper, drie keer twaalf maten, wah-wah als een stem; klarinet van Johnny Dodds. Lil Hardin (geb. 1898, Memphis) studeerde aan Fisk University, speelde bladmuziek voor in een muziekwinkel, trouwde in 1924 met Armstrong. In de jaren dertig nam ze op voor Decca als Lil Armstrong and Her Swing Band; op Oriental Swing (1938) zingt ze en leidt ze de band, Frank Froeba speelt piano. Ze overleed in 1971 aan de piano, tijdens een herdenkingsconcert voor Armstrong.

Luistertips:

  • King Oliver's Creole Jazz Band – Dipper Mouth Blues: Collectieve improvisatie, dan de beroemde solo met demper: hoor de kornet ‘praten’.

  • Lil Hardin Armstrong – Oriental Swing: Lil Hardin als bandleider, vijftien jaar na de Creole Jazz Band.

SET 2 · TAKE 06   ·   1925-1929 · CHICAGO

Armstrong stapt naar voren

  • Hot Five en Hot Seven: zo’n zestig platen in drie jaar

  • Scat: zingen op klanken zonder betekenis, als een blaasinstrument

  • De solo wordt het middelpunt, met een opbouw van begin, hoogtepunt en slot

  • Swing: noten iets voor of na de tel, achtsten lang-kort

  • West End Blues opent met een cadens: een vrije solo zonder begeleiding

Louis Armstrong and His Hot Five

Heebie Jeebies

Louis Armstrong and His Hot Five

Struttin' with Some Barbecue

Louis Armstrong and His Hot Five

West End Blues

Armstrong (geb. 4 augustus 1901, New Orleans) leerde kornet in het Colored Waif’s Home, waar hij na een schot in de lucht op oudejaarsavond 1912 terechtkwam. In 1924 speelde hij bij Fletcher Henderson in New York. In november 1925 terug in Chicago: de Hot Five bij OKeh, een studioband met Kid Ory, Johnny Dodds, Johnny St. Cyr en Lil Hardin Armstrong; in 1927 met tuba en drums de Hot Seven. Heebie Jeebies (februari 1926): volgens Armstrong viel zijn tekstblad op de grond; of dat klopt weet niemand. Scat bestond al eerder, maar werd door deze plaat bekend. Struttin’ with Some Barbecue (december 1927): compositie van Lil Hardin, melodie uit gebroken akkoorden; de solo klinkt als een nieuwe melodie. West End Blues (28 juni 1928), een blues van King Oliver, met pianist Earl Hines uit Pittsburgh; scat-duet met de klarinet, aan het eind een hoge noot van vier maten. Voor velen de plaat waarmee jazz een kunst voor solisten werd. In 1929 naar New York: Ain’t Misbehavin’ van Fats Waller in de musical Hot Chocolates.

Luistertips:

  • Louis Armstrong and His Hot Five – Heebie Jeebies: Woorden worden klanken: luister naar het scat-refrein midden in het stuk.

  • Louis Armstrong and His Hot Five – Struttin' with Some Barbecue: Een compositie van Lil Hardin: vergelijk het thema met de solo van Armstrong.

  • Louis Armstrong and His Hot Five – West End Blues: Begin bij de cadens: een trompet alleen, nog voordat de band invalt.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

Wat doet Armstrong midden in Heebie Jeebies?

A

Hij speelt een cadens zonder begeleiding

B

Hij zingt klanken zonder betekenis, als een blaasinstrument

C

Hij speelt met een plunjerdemper

D

Hij laat de band stoppen voor een break van de klarinet

B. Scat. Volgens Armstrong was zijn tekstblad gevallen en ging hij gewoon door; of dat klopt, weet niemand. De cadens (A) hoor je aan het begin van West End Blues.

Luistertips:

  • Louis Armstrong and His Hot Five – Heebie Jeebies: Luister naar het refrein midden in het stuk.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 2 · TAKE 07   ·   1921-1931 · CHICAGO, DAVENPORT, NEW YORK

Bix en de jonge Chicagoans

  • Jonge witte musici luisteren in de South Side naar Oliver en Armstrong

  • Chicago-stijl: tenorsax erbij, meer solo’s, gejaagder dan New Orleans

  • Bix Beiderbecke: ronde, heldere kornetklank, mooie lijnen in plaats van kracht en vuur

  • Met Frankie Trumbauer bij Goldkette en Paul Whiteman

The Wolverine Orchestra

Jazz Me Blues

Frankie Trumbauer and His Orchestra

Singin' the Blues

Foto: The Wolverines met Bix Beiderbecke, Cincinnati, 1924. Rond de Austin High School: Bud Freeman, Jimmy McPartland; verder Eddie Condon, Gene Krupa en Benny Goodman (geb. 1909). De New Orleans Rhythm Kings namen in 1923 bij Gennett op met Jelly Roll Morton: een van de eerste sessies van zwarte en witte musici samen. Bix (geb. 1903, Davenport, Duits-Amerikaanse familie) leerde zichzelf kornet, met een eigen vingerzetting, en werd van zijn kostschool bij Chicago gestuurd. De Wolverines namen in 1924 op bij Gennett, waar Oliver een jaar eerder opnam. Trumbauer (geb. 1901) speelde C-melodysaxofoon, tussen alt en tenor. Whiteman, de King of Jazz, gaf in 1924 de première van Gershwins Rhapsody in Blue. Singin’ the Blues (februari 1927, met Eddie Lang op gitaar) is geen blues maar een popliedje uit 1920; Bix laat de melodie bijna helemaal los. Lester Young nam Trumbauer als voorbeeld. Bix luisterde naar Debussy en Ravel (In a Mist, 1927) en overleed in augustus 1931, 28 jaar oud.

Luistertips:

  • The Wolverine Orchestra – Jazz Me Blues: Uit de eerste opnamesessie van Bix: zoek de ronde, heldere kornetklank in de solo.

  • Frankie Trumbauer and His Orchestra – Singin' the Blues: Eerst Trumbauer, dan Bix: twee solo’s die als nieuwe melodieën klinken.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 2 · TAKE 08   ·   1917-1934 · NEW YORK, HARLEM

Stride en de Harlem Renaissance

  • Harlem Renaissance: Alain Locke, Langston Hughes, Zora Neale Hurston

  • Rent parties: huurfeesten met een piano, de beste pianisten gaan van feest naar feest

  • Stride: de linkerhand springt tussen basnoot en akkoord

  • Cutting contest: pianisten proberen elkaar te overtreffen

James P. Johnson

Carolina Shout

Fats Waller

Handful of Keys

Foto: kaart van de nachtclubs van Harlem, 1932. Locke bundelde in 1925 The New Negro; Hughes publiceerde in 1926 The Weary Blues, gedichten in bluesvorm; Hurston verzamelde volksverhalen en liederen uit het Zuiden. Shuffle Along (1921) van Eubie Blake en Noble Sissle, een van de eerste musicals geheel door zwarte artiesten; in het koor Josephine Baker, die in 1925 naar Parijs ging. Stride komt uit ragtime, maar is sneller, vrijer en geïmproviseerd; to stride is grote stappen nemen. James P. Johnson (geb. 1894) nam Carolina Shout in 1921 op; de jonge Ellington leerde het door de pianorol langzaam af te spelen en de neergaande toetsen te volgen. Johnson schreef ook Charleston (1923). Fats Waller (geb. 1904) speelde als kind orgel in de kerk en schreef met Andy Razaf Ain’t Misbehavin’ en Honeysuckle Rose; hij overleed in december 1943. Ook Willie ‘The Lion’ Smith hoorde bij deze kring. Basie en Ellington begonnen allebei als stride-pianisten.

Luistertips:

  • James P. Johnson – Carolina Shout: Het examenstuk van Harlem: volg de linkerhand die op en neer springt.

  • Fats Waller – Handful of Keys: Stride in hoog tempo: hoor hoe de rechterhand steeds een nieuwe variatie vindt.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 2 · TAKE 09   ·   1923-1935 · NEW YORK

Duke Ellington in de Cotton Club

  • Ellingtons eigenlijke instrument is het orkest: hij schrijft voor de klank van elke speler

  • Growl: Bubber Miley gromt in zijn trompet, met een plunjerdemper

  • Cotton Club: zwarte artiesten, wit publiek, jungle style met racistische clichés

  • Radio-uitzendingen maken hem in het hele land beroemd

Duke Ellington & His Washingtonians

Black and Tan Fantasy

Duke Ellington

Mood Indigo

Foto: het orkest van Ellington met onder anderen Johnny Hodges, Barney Bigard en Harry Carney, ca. 1940-1942. Ellington (geb. 29 april 1899, Washington) kwam in 1923 met onder anderen Sonny Greer naar New York; als The Washingtonians in de Kentucky Club. Ook trombonist Joe ‘Tricky Sam’ Nanton speelde met growl. Black and Tan Fantasy (1927, Ellington en Miley): blues in mineur en aan het slot de treurmars uit Chopins tweede pianosonate. Vanaf 4 december 1927 in de Cotton Club van gangster Owney Madden; zwarte bezoekers werden niet binnengelaten. Tegenstrijdig: racistische clichés, maar ook een vast orkest, tijd om te componeren en landelijke radio. Adelaide Hall zong in 1927 Creole Love Call zonder woorden; vanaf 1931 Ivie Anderson. Mood Indigo (1930): trompet en trombone met demper en klarinet, met de klarinet als laagste stem. In 1931 nam Cab Calloway de plaats in de Cotton Club over (Minnie the Moocher: hi-de-hi-de-ho, call-and-response met het publiek). In 1933 eerste reis naar Europa, ontvangen als serieus componist.

Luistertips:

  • Duke Ellington & His Washingtonians – Black and Tan Fantasy: Growl-trompet en een treurmars van Chopin aan het slot: wacht op het einde.

  • Duke Ellington – Mood Indigo: Drie instrumenten, één nieuwe klankkleur: welke speelt hier de laagste stem?

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

Wat is er ongewoon aan de klank van Mood Indigo?

A

De klarinet speelt de laagste stem, de trombone juist hoog

B

Er speelt geen enkel blaasinstrument

C

De trompet speelt alleen met growl

D

Het hele orkest improviseert tegelijk

A. Normaal speelt de klarinet in zo’n combinatie de hoogste partij. Ellington draaide dat om, en zo ontstond een zachte, donkere, wat vreemde klank.

Luistertips:

  • Duke Ellington – Mood Indigo: Trompet, trombone en klarinet: wie speelt de laagste stem?

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

Ellington speelde voor een wit publiek in een club met racistische decors. Waarom speelde hij er toch?

De Cotton Club verspreidde het beeld van zwarte mensen als exotische wilden, en zwarte bezoekers mochten niet naar binnen. Maar de club bood Ellington een vast orkest, tijd om te componeren en een podium dat door het hele land op de radio te horen was. Goede antwoorden benoemen beide kanten van die tegenstrijdige positie. Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

AFTER HOURS · SESSIE 1

Het swingtijdperk

Bigbands, Kansas City, zangeressen en jazz in Europa, tot de oorlog het tijdperk afsloot, 1924–1946.

3

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 3 · TAKE 10   ·   1924-1938 · NEW YORK, LOS ANGELES

Van Henderson naar Goodman

  • Don Redman verdeelt de bigband in secties: trompetten, trombones, saxofoons

  • De secties spelen in vraag en antwoord; riffs achter de solist

  • Goodman wordt beroemd met arrangementen van Henderson

  • 1935, Palomar Ballroom: het begin van het swingtijdperk

Fletcher Henderson

Wrappin' It Up

Benny Goodman

Sing, Sing, Sing (live in Carnegie Hall)

Foto: het orkest van Fletcher Henderson, 1925. Henderson (geb. 1897, Georgia) studeerde scheikunde en wiskunde en speelde vanaf 1924 in de Roseland Ballroom, voor een wit publiek. Eind jaren dertig had een bigband drie of vier trompetten, twee of drie trombones, vier of vijf saxofoons en een ritmesectie; alles in een uitgeschreven arrangement, met ruimte voor solo’s. Armstrong (1924-1925) liet de band horen hoe je swingt; Coleman Hawkins maakte bij Henderson de tenorsaxofoon tot solo-instrument. Henderson was een betere arrangeur dan zakenman; rond 1934 financiële problemen. Goodman (geb. 1909, zoon van Joodse immigranten) kreeg in 1934 een plek in het radioprogramma Let’s Dance. Op 21 augustus 1935 reageerden jongeren uitzinnig in de Palomar Ballroom; Goodman werd de King of Swing. Zijn trio en kwartet met Teddy Wilson, Lionel Hampton en Gene Krupa waren gemengde groepen, toen heel ongewoon. Carnegie Hall, 16 januari 1938: twintig jaar jazz en een jamsessie met musici van Basie en Ellington; pas in 1950 op plaat. Sing, Sing, Sing is van Louis Prima; aan het eind een rustige solo van Jess Stacy.

Luistertips:

  • Fletcher Henderson – Wrappin' It Up: Saxofoons tegen koper: volg de vraag en het antwoord tussen de secties.

  • Benny Goodman – Sing, Sing, Sing (live in Carnegie Hall): Tomtoms en riffs die steeds voller worden: het hoogtepunt van de avond in Carnegie Hall.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 3 · TAKE 11   ·   1927-1940 · KANSAS CITY

Kansas City en de riff

  • Een stad die de hele nacht open is: na sluitingstijd de jamsessie

  • Territory bands trekken door het Midden-Westen

  • Vier lichte, gelijke tellen in de ritmesectie

  • Basie: weinig noten; Jo Jones speelt het ritme op de hi-hat

  • Head arrangement: riffs onderling afgesproken, uit het hoofd gespeeld

Bennie Moten's Kansas City Orchestra

Moten Swing

Count Basie and His Orchestra

One O'Clock Jump

Andy Kirk & His Twelve Clouds of Joy & Mary Lou Williams

Walkin' and Swingin'

Foto: Mary Lou Williams, ca. 1946. Politiek baas Tom Pendergast; de drooglegging werd nauwelijks gehandhaafd; bands rond 12th en 18th Street. Bennie Moten (geb. 1894) haalde rond 1929-1930 musici van de Blue Devils van Walter Page, onder wie Count Basie. Moten Swing (december 1932, Camden) is gebouwd op de akkoorden van een popliedje, met riffs als thema. Basie (geb. 1904, Red Bank) leerde stride in Harlem, onder meer van Fats Waller; na Motens dood (1935) eigen band in de Reno Club. John Hammond hoorde in 1936 een nachtelijke radio-uitzending en haalde het orkest naar het oosten. Ritmesectie: Freddie Green, Walter Page, Jo Jones. One O’Clock Jump (juli 1937), twaalfmatenblues en herkenningsmelodie. Lester Young (geb. 1909): lichte, zwevende toon, het tegendeel van Coleman Hawkins; Billie Holiday noemde hem Prez. Mary Lou Williams (geb. 1910) was pianiste en belangrijkste arrangeur van Andy Kirks Twelve Clouds of Joy en schreef ook voor Goodman. In 1942 naar New York; haar appartement in Harlem werd een ontmoetingsplaats voor jonge musici (Sessie 2). In Kansas City groeide Charlie Parker op.

Luistertips:

  • Bennie Moten's Kansas City Orchestra – Moten Swing: Riffs en vier lichte tellen: het geluid van Kansas City in de crisisjaren.

  • Count Basie and His Orchestra – One O'Clock Jump: Een blues uit het hoofd gespeeld: tel hoe vaak de secties een nieuwe riff inzetten.

  • Andy Kirk & His Twelve Clouds of Joy & Mary Lou Williams – Walkin' and Swingin': Compositie en arrangement van Mary Lou Williams: luister naar de saxofoonsectie.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

1

Livery Stable Blues

2

Strange Fruit

3

Crazy Blues

4

Dipper Mouth Blues

5

Moten Swing

6

West End Blues

Zet deze opnames in de goede volgorde.

1917 (eerste jazzplaat), 1920 (eerste bluesplaat van een zwarte zangeres), 1923 (Creole Jazz Band), 1928 (Armstrong), 1932 (Kansas City), 1939 (Billie Holiday). Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 3 · TAKE 12   ·   1933-1945 · NEW YORK

Holiday en Fitzgerald

  • De zangeres is meer dan één refrein tussen de orkeststukken door

  • Holiday verschuift woorden, maakt noten korter of langer, zoals een blazer een thema varieert

  • Strange Fruit (1939): een protestlied over lynchpartijen

  • Fitzgerald wint de amateuravond in het Apollo en zingt bij Chick Webb in de Savoy Ballroom

Billie Holiday & Teddy Wilson and His Orchestra

What a Little Moonlight Can Do

Billie Holiday

Strange Fruit

Ella Fitzgerald & Chick Webb and His Orchestra

A-Tisket, A-Tasket

Foto: Billie Holiday in de club Downbeat, New York, 1947. Holiday (Eleanora Fagan, geb. 1915) werd in 1933 gehoord door John Hammond; vanaf 1935 platen met Teddy Wilson, kleine groepen voor de jukebox. What a Little Moonlight Can Do (1935) met Benny Goodman en Roy Eldridge. Ze leerde van Armstrong en Bessie Smith en paste precies bij Lester Young. In 1937 bij Basie, in 1938 bij Artie Shaw: een van de eerste zwarte zangeressen in een wit orkest, met openlijk racisme op tournee. Strange Fruit: gedicht van Abel Meeropol, gezongen in Café Society, waar zwart en wit publiek samen zat; haar eigen maatschappij durfde het niet uit te brengen, Commodore nam het op in april 1939. Ze zingt langzaam en zonder nadruk, juist daardoor komt elk woord aan. Holiday overleed in 1959. Fitzgerald (geb. 1917) leefde na de dood van haar moeder een tijd op straat; in november 1934 wilde ze in het Apollo dansen, maar zong en won. De Savoy: lindy hop en battles of the bands. A-Tisket, A-Tasket (1938) schreef ze met Van Alexander. Na Webbs dood (1939) leidde ze het orkest nog drie jaar. Ook de International Sweethearts of Rhythm (1937), een bigband van alleen vrouwen.

Luistertips:

  • Billie Holiday & Teddy Wilson and His Orchestra – What a Little Moonlight Can Do: Hoe zingt Holiday de melodie anders dan ze op papier staat?

  • Billie Holiday – Strange Fruit: Een protestlied over lynchpartijen: luister naar de tekst en de rust in haar stem.

  • Ella Fitzgerald & Chick Webb and His Orchestra – A-Tisket, A-Tasket: Een kinderversje wordt een swinghit: let op de heldere stem van de 21-jarige Ella.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 3 · TAKE 13   ·   1926-1946 · PARIJS, NEDERLAND

Django en The Ramblers

  • Amerikaanse musici vinden in Europa werk en een publiek dat hen als kunstenaars behandelt

  • Django Reinhardt speelt na een brand met twee vingers van zijn linkerhand

  • Quintette du Hot Club de France: alleen snaren, met la pompe

  • The Ramblers nemen op met Coleman Hawkins

  • De nazi’s noemen jazz ‘ontaard’, toch blijft swing populair

Django Reinhardt

Minor Swing

Alleen snaren: hoor de pompende ritmegitaren onder viool en gitaar.

The Ramblers

I Only Have Eyes for You

Een Nederlands orkest met een Amerikaanse ster: volg de tenorsaxofoon van Hawkins.

Foto’s: Django Reinhardt in New York, 1946; The Ramblers met Theo Uden Masman, 1939. Coleman Hawkins woonde van 1934 tot 1939 in Europa. Hot Club de France (1932); Hugues Panassié, Le jazz hot (1934); Charles Delaunay, tijdschrift Jazz Hot (1935) en label Swing (1937). Reinhardt (geb. 1910, Liberchies, België) kwam uit een familie van Manouches; in 1928 raakte zijn linkerhand verbrand. Het Quintette (1934) met Stéphane Grappelli: viool, sologitaar, twee ritmegitaren, contrabas. Minor Swing (1937) is van Reinhardt en Grappelli; uit deze muziek groeide de gypsy jazz. The Ramblers (september 1926), met Theo Uden Masman, later tientallen jaren de leider; vanaf 1935 platen met Hawkins (later verzameld als The Hawk in Holland). I Only Have Eyes for You is een popliedje uit 1934. In oktober 1939 nam Hawkins in New York Body and Soul op: een hit en een voorbeeld voor elke saxofonist. In de bezette landen moesten Engelse titels vaak verdwijnen; de Swingjugend werd door de Gestapo vervolgd. Grappelli bleef in Londen; Reinhardt nam in december 1940 met Hubert Rostaing op klarinet Nuages op. In 1946 toerde hij met Ellington door Amerika; hij overleed in 1953. Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

Welke instrumenten delen in Nuages (1940) de melodie?

A

Viool en gitaar

B

Klarinet en gitaar

C

Tenorsaxofoon en piano

D

Trompet en trombone

B. Grappelli bleef bij het uitbreken van de oorlog in Londen. Reinhardt speelde in Parijs verder met klarinettist Hubert Rostaing in plaats van de viool. Nuages werd in het bezette Parijs een enorm succes.

Luistertips:

  • Django Reinhardt – Nuages: Grappelli was in Londen gebleven.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

OUTRO · 1942-1946

Het einde van de bigbands

Musici in het leger, benzine op de bon en een opnamestaking van de vakbond: de zangers werden de sterren, de bigbands verloren hun plek. In de kleine clubs van Harlem stond een nieuwe generatie klaar.

Glenn Miller ging in 1942 in militaire dienst; zijn vliegtuig verdween in december 1944 boven het Kanaal. Van augustus 1942 tot in 1944 weigerde de vakbond van musici platen op te nemen; zangers waren geen lid en konden wel opnemen. Na de oorlog hieven veel orkesten zich op of gingen kleiner verder. Na sluitingstijd jamden jonge musici in Harlem: snellere tempo’s, ingewikkeldere akkoorden, lange grillige melodieën, voor een publiek dat stil zat en luisterde. Die muziek heet bebop: Sessie 2. Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

Vul in

In ragtime valt een accent tussen de tellen: een syncope. In de blues klinken iets verlaagde tonen tussen majeur en mineur, de blue notes. In Heebie Jeebies zingt Armstrong klanken zonder betekenis: scat. In Harlem springt de linkerhand van de pianist heen en weer in de stride. Een kort, herhaald motief achter een solist heet een riff.

syncope
blue notes
scat
stride
riff
break
growl
la pompe
strain
cadens

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

Kies één opname uit deze les. Wat hoor je erin terug van de wortels uit New Orleans, en wat is er nieuw?

Slotopdracht. Goede antwoorden noemen een concreet kenmerk uit de wortels (call-and-response, brassband, syncope, twaalfmatenblues, blue notes, collectieve improvisatie) en iets nieuws (de solo en de cadens bij Armstrong, de klankkleuren van Ellington, secties en riffs in de bigband, de zangeres als improvisator, la pompe) en koppelen dat aan de gekozen opname. Kijk terug naar het woordweb van het begin. Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

BONUS TRACK · PLAYLIST

Luister de hele sessie

Alle nummers uit Sessie 1, in de volgorde van het hoofdstuk, staan in een playlist op Spotify. Scan de code met je telefoon, of open de link.

open.spotify.com/playlist/4khMvYwdLd7HjOMsoF0d31

Scan voor Spotify

Playlist van Sessie 1: https://open.spotify.com/playlist/4khMvYwdLd7HjOMsoF0d31. Ook te vinden op sorock.nl/jazz bij de sessie. Geef studenten de tijd om te scannen, of zet de playlist op tijdens het werken aan de opdrachten.

LINER NOTES · BEGRIPPEN

Begrippen

Call-and-response: vraag en antwoord tussen solist en groep

Brassband: fanfare bij optochten, feesten en begrafenissen

Second line: dansende menigte achter een brassband

Ragtime: uitgeschreven, gesyncopeerde pianomuziek

Syncope: accent tussen de tellen in plaats van erop

Twaalfmatenblues: twaalf maten, drie akkoorden, tekst in AAB

Blue notes: iets verlaagde terts en septiem

Break: stilte van de band, gevuld door één instrument

Collectieve improvisatie: blazers improviseren tegelijk

Scat: zingen op klanken zonder betekenis, als een blaasinstrument

Swing: voortdurende beweging, ongelijke achtsten; ook de bigbandperiode 1935-1945

Stride: Harlemse pianostijl: linkerhand springt tussen basnoot en akkoord

Growl: rauwe, grommende toon, vaak met een plunjerdemper

Sectie: groep gelijke instrumenten in een bigband

Riff: kort, herhaald ritmisch motief, als thema of achter een solist

Head arrangement: onderling afgesproken arrangement, uit het hoofd gespeeld

La pompe: korte, stevige akkoordslagen op alle vier de tellen in de gypsy jazz

Cet élément n'a pas d'instructions