STOFWISSELING · ENZYMEN
Quiz
Terugblik: Enzymen en biotechnologie
STOFWISSELING · ENZYMEN
Quiz
Terugblik: Enzymen en biotechnologie
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Jim Peaco, National Park Service / Wikimedia Commons, publiek domein
Waaruit bestaan enzymen?
Vetten
Koolhydraten
Mineralen
Eiwitten
Enzymen zijn eiwitten. Verwachte fout: koolhydraten, omdat enzymen suikers afbreken.
Vul in
Een optimumkromme laat zien bij welke temperatuur of pH een enzym het best werkt.
Optimumkromme met temperatuur of pH. Verwachte fout: indicator invullen.
Enzym P werkt het best bij pH 2. Waar werkt het waarschijnlijk?
In de dunne darm
In de maag
In de mond
In het bloed
pH 2 is zuur, zoals in de maag (pepsine). Verwachte fout: dunne darm kiezen: daar is de pH licht basisch.
Noem een stof die gist maakt bij gisting.
Antwoord: alcohol of koolstofdioxide. Verwachte fout: melkzuur noemen: dat maken melkzuurbacteriën.
Wat laat rodekoolsap zien?
De hoeveelheid zetmeel
De temperatuur van een enzym
De zuurgraad van een oplossing
De aanwezigheid van eiwit
Rodekoolsap is een pH-indicator. Verwachte fout: de zetmeelindicator jodium verwarren met rodekoolsap.
Hoe maakt een cel enzymen?
Door assimilatie van aminozuren tot eiwit
Door dissimilatie van glucose tot eiwit
Door fotosynthese in het cytoplasma
Door opname van enzymen uit het bloed
Enzymen zijn eiwitten en worden door assimilatie in de cel gemaakt. Verwachte fout: denken dat cellen enzymen kant-en-klaar opnemen.
Wat is metabolisme?
De temperatuur waarbij enzymen werken
Alle stofwisselingsreacties in een organisme
Het DNA van een micro-organisme
Het product van een bioreactor
Metabolisme is stoffen opnemen, omzetten en afgeven. Verwachte fout: metabolisme alleen als dissimilatie zien.
Welk micro-organisme gebruik je om yoghurt te maken?
Gist
Kolibacteriën met recombinant-DNA
Bladgroenkorrels
Melkzuurbacteriën
Melkzuurbacteriën zetten melksuiker om in melkzuur. Verwachte fout: gist kiezen, dat werkt bij brood en bier.
Zet de stappen van het amylase-onderzoek op volgorde
Eerst vraag en hypothese, dan de opzet, dan de metingen, dan de conclusie. Verwachte fout: testen voor het klaarzetten van de buisjes.
Waarom houdt men in een bioreactor de temperatuur constant?
Bij het optimum werken de enzymen het best
Een hogere temperatuur levert altijd meer product
Bacteriën hebben geen enzymen bij lage temperatuur
Dan blijft de pH vanzelf op 7
De omstandigheden liggen bij het optimum van de enzymen. Verwachte fout: denken dat warmer altijd beter is.
Een enzym in de koelkast (5 °C) werkt nauwelijks. Wat is er aan de hand?
De vorm van het enzym is blijvend veranderd
Het enzym is verbruikt
De reactie is traag, maar het enzym is niet beschadigd
Het substraat is omgezet in enzym
Onder het optimum werkt een enzym langzaam, maar het herstelt bij opwarmen. Verwachte fout: denken dat lage temperatuur het enzym kapotmaakt.
Waarom breekt amylase wel zetmeel maar geen eiwit af?
Amylase wordt door eiwit verbruikt
Amylase werkt alleen bij 37 °C
Alleen zetmeel past op amylase
Eiwit is te groot voor elk enzym
Een enzym werkt op één soort substraat. Verwachte fout: de oorzaak bij de temperatuur zoeken.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
STOFWISSELING · ENZYMEN
Goed gedaan!
Goed gedaan. Je kunt nu beschrijven hoe enzymen werken, hoe temperatuur en pH dat beïnvloeden en hoe biotechnologie micro-organismen inzet.
Cet élément n'a pas d'instructions