MOLECULAIR · GENREGULATIE
Examentraining
Genregulatie en celdifferentiatie: zo pak je examenvragen aan
MOLECULAIR · GENREGULATIE
Examentraining
Genregulatie en celdifferentiatie: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Ryddragyn / Wikimedia Commons, publiek domein
MOLECULAIR · GENREGULATIE
Wat ga je kunnen?
Ik kan schema's, tabellen en situaties over genregulatie, kanker, apoptose en stamcellen gebruiken om verklaringen te geven.
Cet élément n'a pas d'instructions
MOLECULAIR · GENREGULATIE
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: over welk organisme en welk gen gaat het, en wat is gegeven?
2. Zoek het begrip: gaat het om een repressor, een transcriptiefactor, methylering, een oncogen of apoptose?
3. Gebruik de gegevens: vergelijk de rijen of kolommen van een tabel of schema en trek een conclusie.
4. Controleer: past je antwoord bij alle gegevens en bij wat de vraag vraagt?
Cet élément n'a pas d'instructions
MOLECULAIR · GENREGULATIE
Vraagtype 1: mutanten bij prokaryoten
Een mutatie in één onderdeel van het regelsysteem geeft een herkenbaar patroon.
Bedenk eerst wat de repressor in een normale stam doet met en zonder stof S, en vergelijk dan met de stam.
Cet élément n'a pas d'instructions
Stam 2 maakt altijd veel mRNA. Wat kan de oorzaak zijn?
De repressor kan stof S niet meer binden
De promotor is veranderd zodat RNA-polymerase niet hecht
Een structuurgen heeft een mutatie gekregen
Het regulatorgen maakt geen werkzame repressor
In stam 1 (normaal) staan de genen uit zonder S en aan met S. Stam 2 maakt ook zonder S veel mRNA, dus de repressor blokkeert niet meer: het regulatorgen is defect. Verwachte fout: de repressor die S niet meer bindt kiezen, dat geeft juist altijd weinig mRNA. Image credit: Eigen schema, LessonUp
Stam 3 maakt nooit veel mRNA. Wat kan de oorzaak zijn?
De repressor kan stof S niet meer binden
Het regulatorgen maakt geen werkzame repressor
De repressor past niet meer op de operator
Stof S breekt de structuurgenen af
Stam 3 blijft uit, ook met S: de repressor blijft op de operator zitten omdat S er niet meer aan bindt. Verwachte fout: een defecte repressor of operator kiezen, dat geeft juist altijd veel mRNA. Image credit: Eigen schema, LessonUp
MOLECULAIR · GENREGULATIE
Vraagtype 2: transcriptiefactoren in een tabel
Vergelijk celtypen met hetzelfde genotype: wat is er verschillend aanwezig en wat is het gevolg voor de transcriptie?
Verandert er maar één ding tussen twee kolommen, dan kun je het effect daarvan aflezen.
Cet élément n'a pas d'instructions
Welke conclusie past bij de gegevens?
Y is nodig om de transcriptie van gen G te starten
X remt de transcriptie van gen G
X is nodig voor transcriptie van gen G, Y versterkt die
De drie celtypen hebben een verschillend genotype
Zonder X (celtype C) is er geen mRNA. Met X en zonder Y (B) is er een beetje mRNA, met X en Y (A) veel. Dus X is nodig en Y versterkt. Verwachte fout: Y als noodzakelijk voor de start zien, maar B laat zien dat de transcriptie ook zonder Y start. Image credit: Eigen schema, LessonUp
In celtype C wordt X aangemaakt, Y blijft ontbreken. Wat verwacht je?
Nog steeds 0 eenheden mRNA
Ongeveer 100 eenheden mRNA, zoals in celtype A
Ongeveer 12 eenheden mRNA, zoals in celtype B
Meer dan 100 eenheden mRNA
Celtype C zou dan gelijk zijn aan celtype B: X aanwezig, Y afwezig. Verwachte fout: 100 kiezen omdat X aanwezig is, terwijl ook Y nodig is voor de hoge transcriptiesnelheid. Image credit: Eigen schema, LessonUp
MOLECULAIR · GENREGULATIE
Vraagtype 3: kanker verklaren
Bepaal welk soort gen is gemuteerd: een gaspedaal dat blijft hangen of een rem die uitvalt.
Gebruik cijfers uit een tabel om te verklaren waarom cellen aan een rem of controle ontsnappen.
Cet élément n'a pas d'instructions
Cellijn B deelt zonder groeisignaal. Het stimulerende eiwit van gen P is altijd actief. Wat is gebeurd?
Een proto-oncogen is door mutatie een oncogen geworden
Een tumorsuppressorgen is door mutatie uitgevallen
Gen P is meer gemethyleerd en wordt dus vaker afgelezen
Een klein RNA-molecuul maakt gen P actiever
Een eiwit dat de deling stimuleert en altijd actief is, wijst op een gaspedaal dat vastzit: een oncogen. Verwachte fout: tumorsuppressorgen kiezen, dat is de rem. Methylering schakelt een gen uit, RNAi breekt mRNA af.
Waarom is de kans op kanker in lijn 2 groter dan in lijn 1?
Cellen met DNA-schade differentiëren sneller
UV-straling beschadigt alleen het DNA van lijn 2
Gen T stimuleert in lijn 2 de celdeling
Cellen met DNA-schade sterven niet en blijven delen
In lijn 2 is het tumorsuppressorgen uitgevallen: bijna geen apoptose en veel delende cellen met DNA-schade, dus meer kans op kanker. Verwachte fout: denken dat lijn 2 meer DNA-schade krijgt; de dosis is gelijk. Image credit: Eigen schema, LessonUp
MOLECULAIR · GENREGULATIE
Vraagtype 4: epigenetica en stamcellen toelichten
Geef bij een situatie de oorzaak en gebruik daarbij de juiste begrippen.
Controleer wat gelijk is en wat verschilt, bijvoorbeeld het genotype of de genexpressie.
Cet élément n'a pas d'instructions
Een eeneiige tweeling heeft gelijke basenvolgorde van gen G maar verschilt in methylering. Wat verklaart dat?
De tweeling kreeg verschillende genotypen
Voeding en stress veranderden de methylering
Een mutagene factor wijzigde de basenvolgorde
RNAi wijzigde de basenvolgorde van gen G
Gelijke basenvolgorde en verschil in methylering: dat is een epigenetisch verschil, veroorzaakt door omgevingsfactoren. Verwachte fout: een mutatie of mutagene factor noemen; die veranderen de basenvolgorde.
Waarom kunnen bloedstamcellen van een donor het beenmerg van een patiënt met leukemie herstellen?
Ze delen en differentiëren tot bloedcellen
Ze differentiëren tot alle celtypen van het lichaam
Ze veranderen het genotype van de leukemiecellen
Ze zijn al gespecialiseerd tot rode bloedcellen
Bloedstamcellen zijn volwassen stamcellen: ze delen en differentiëren tot bloedcellen. Verwachte fout: alle celtypen kiezen, dat geldt voor embryonale stamcellen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Mutanten bij prokaryoten
Transcriptiefactoren in een tabel
Kanker verklaren
Epigenetica en stamcellen toelichten
Cet élément n'a pas d'instructions
MOLECULAIR · GENREGULATIE
Tips voor op het examen
Bij een mutant: vergelijk eerst met de normale stam en kijk wat er met en zonder stof verandert.
Verandert er tussen twee kolommen één ding, dan is dat ding de verklaring voor het verschil in uitkomst.
Een gaspedaal dat blijft hangen is een oncogen, een rem die uitvalt is een tumorsuppressorgen.
Epigenetisch verschil betekent: zelfde basenvolgorde, andere genexpressie.
Cet élément n'a pas d'instructions