Troefkaart 2 - Drijfveren

Kaart 2: Je drijfveren

Je hebt de kaarten al in handen!

1 / 21
suivant
Slide 1: Slide
newEditorAardrijkskundeCulturele en kunstzinnige vorming+28Middelbare schoolPraktijkonderwijsSpeciaal OnderwijsVoortgezet speciaal onderwijsBeroepsopleidingISK

Cette leçon contient 21 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

Introduction

Waarom LOB-methode Troef? Troef is een vernieuwende, interactieve en praktijkgerichte LOB-methode van LessonUp Originals, die leerlingen helpt hun talenten te ontdekken en slim in te zetten voor hun toekomst. De methode werkt met een herkenbare metafoor: talenten als troefkaarten. Net zoals in een kaartspel vergroot een sterke hand je kansen op succes. Door inzicht te krijgen in hun talenten, leren leerlingen hoe ze deze effectief kunnen inzetten voor studie- en beroepskeuzes. Drijfveren - Wat drijft jou? Troefkaart 2 staat voor de drijfveren van de leerlingen. Wat motiveert hen? Wat zet hen in beweging? Dat is wat in deze les naar boven wordt gehaald. Los van (school-)prestaties en cijfers, wat kunnen ze en waar worden ze blij van? Je leerlingen ontdekken hun drijfveren en worden geïnspireerd en aangewakkerd door klasgenoten.

Instructions

Troefkaart 2: Je drijfveren

Leerdoelen:
  1. Ik kan vertellen welke activiteiten of situaties mij aanzetten en mij energie geven.
  2. Ik herken de zes verschillende drijfveren en kan uitleggen wat ze (voor mij) betekenen.
  3. Ik kan voorbeelden geven van hoe mijn drijfveren zichtbaar zijn in mijn gedrag, keuzes of interesses.
Voorbereiding
  • Neem de handleiding door.
  • Neem de slides door.
  • Zorg dat je voor aanvang de eventuele werkbladen hebt uitgeprint en verdere benodigdheden klaar hebt liggen.
Benodigdheden 
  • Centraal scherm om de les te tonen.
  • Wanneer naast het scherm ook andere benodigdheden vereist zijn, vind je dat in de notities bij de desbetreffende slide.
  • Werkbladen
  • Potloden/pennen
Zonder devices:
Wanneer je leerlingen geen devices gebruiken, dan staat er bij iedere interactieve slide aangegeven hoe je deze vraag klassikaal kan inzetten.
Of maak gebruik van de pdf's in de bijlage.

Portfolio:
Door de opdrachten in deze methode in een map te bundelen, krijgen de leerlingen (en hun ouders/verzorgers) een compleet beeld van de inzichten die verworven zijn tijdens dit traject. 

Éléments de cette leçon

Kaart 2: Je drijfveren

Je hebt de kaarten al in handen!

Cet élément n'a pas d'instructions

LOB (LoopbaanOriëntatie en Begeleiding) helpt je om te ontdekken wat jou kenmerkt, wat jou motiveert en wat jij kan. Als je je daar bewust van bent, wordt keuzes maken voor je toekomst makkelijker. Je weet namelijk wat bij je past en waar je je goed bij voelt. Troef gaat je daarbij helpen. 


De methode ziet jouw mogelijkheden als kaarten in een spel. Als je sterke kaarten in handen hebt, wordt het spel leuker en makkelijker om te spelen. Die sterke kaarten noem je troefkaarten. Jouw eigenschappen en talenten zijn jouw troefkaarten. Met Troef ontdek je jouw troefkaarten en onderzoek hoe je ze slim kunt gebruiken.

Waarom heet deze LOB-methode

Verzamel jouw persoonlijke troefkaarten:

(Klik op de hotspots)

Cet élément n'a pas d'instructions

Cet élément n'a pas d'instructions

Kaart 2: Je drijfveren

Cet élément n'a pas d'instructions

    Schrijf per moment op:

  • 🔥 Wat deed ik precies?

  • 🔥 Wat gaf mij energie?

  • 🔥 Was ik alleen of met anderen?

  • 🔥 Waarom vond ik dit zo leuk?

"Dit vind ik te gek! Hier krijg ik energie van!"

10

minute

00

second

Denk eens terug aan drie momenten waarop jij dacht:

"Dít vind ik te gek! Hier krijg ik energie van!"


Je hebt 10 minuten

voor deze opdracht.

Voor de docent

Je wilt met de leerlingen onderzoeken wat hen 'aanzet'. Waar gaat hun vlam van branden?

 

Deze openingsopdracht geeft daar al inzicht in, zonder meteen het woord 'drijfveer' te noemen.


Momenten die mij aanzetten (10 min)

Individueel | Stille opdracht

Denk eens terug aan 3 momenten waarop jij dacht:
“Ja! Dít is leuk! Hier krijg ik energie van!”

Schrijf deze 3 momenten op. 

Beantwoord per moment de volgende vragen:
1. Wat deed ik precies?
2. Was ik alleen of met anderen?
3. Waarom vond ik dit zo leuk?

Benadruk dat het hier om allerlei momenten kan gaan; van thuis tot op het werk, van sport tot op vakantie, van school tot op een feestje.


Vraag de leerlingen serieus na te denken wát het precies was waarom ze zo'n energie kregen van die situatie. 
Geef ze daarom ook echt 10 minuten de tijd en benadruk dat hoe eerlijker je antwoord geeft, hoe meer het jou in de toekomst gaat helpen.


Zonder devices:

Print per leerling het werkblad 'MijnVlamwoorden' uit uit de bijlage. Dit werkblad bevat de opdrachten van deze en de volgende twee slides.


Voor de docent

Doe deze opdracht klassikaal, zodat je  leerlingen geïnspireerd kunnen raken door de woorden van klasgenoten. Soms past het antwoord van een ander beter. Geef de leerlingen de ruimte hun momenten of woorden aan te passen.


Woorden die ons aanzetten

Klassikaal | Actieve brainstorm


Met devices:

De leerlingen voeren de woorden in het woordweb in die opkwamen tijdens de vorige opdracht. Dit kunnen activiteiten, situaties en locaties zijn.

Zonder devices:

Optie 1: De leerlingen schrijven de woorden op post-its en plakken deze op het bord. Bepaal in hoeverre je de woorden invoert in het woordweb, zodat ze klassikaal te bespreken zijn.

Optie 2: De leerlingen kunnen hun woorden op een centraal in klas hangen/liggend vel schrijven. Zo heb je in één oogopslag een motivatie-moodboard van je klas!

Optie 3: De leerlingen noemen om de beurt de woorden op uit de momenten die hen energie gaven, jij voert ze direct in op het woordweb.

Vinden je leerlingen dit moeilijk? Zet dan eventueel zelf al woorden op het bord en nodig de leerlingen uit jouw woorden aan te vullen met woorden die hen aanzetten.

Blijft het toch moeilijk zelf met woorden te komen, bepaal dan samen met je klas welke van jouw woorden hen niet aanspreken. Die gooi je weg, maar vraag hen dan ter compensatie een vervangend woord te geven. Zo stimuleer je ze toch met hun eigen woorden te komen. 

Denk voor het woordweb aan woorden als: helpen, maken, muziek, bouwen, bewegen, winnen, onderzoeken, praten, luisteren, verzorgen, tekenen, kinderen, kleding, optreden, samenwerken, details zien, dingen regelen, coachen, dieren, natuur.


Jouw drijfveren, zijn díe woorden die jou in beweging krijgen.

Jouw drijfveren, zijn díe woorden die jou in beweging krijgen.

Schrijf hieronder de vier woorden die jou het meest laten vlammen!

Voor de docent

In het woordweb werden de woorden klassikaal ingevoerd, maar nu is het tijd om de leerlingen hun eigen, persoonlijke woorden te laten kiezen.


Mijn vier woorden zijn...

Individueel/ In stilte

De leerlingen gaan uit alle woorden in het woordweb de vier woorden kiezen die écht bij hen passen.
Geef de leerlingen aan dat ze ook woorden mogen benoemen die nog niet in het woordweb stonden, maar nu pas 'bovenkomen'.

De opdracht wordt bewust individueel en stil gedaan, om de leerlingen hun eigen keus te laten maken.

Tip 1: 
Benadruk dat deze woorden geen vaststaand feit zijn, dus wat nu aanspreekt kan zich best in de loop van maanden/jaren aanpassen, maar het laat hen wel zien wat activiteiten, situaties of locaties zijn waar zij door geactiveerd worden en dat levert nu energie op! Energie die hen motiveert om te groeien, te ontwikkelen en in beweging te komen.

Tip 2:

Zet eventueel een timer in als dat helpt om de leerlingen te activeren.

Het kennen van je drijfveren helpt je bij:


Waar jij energie van krijgt, wat jou in beweging brengt, het doel dat jij kost wat kost wil bereiken - dát zijn jouw drijfveren! 

Ze liggen aan de basis van je motivatie en zorgen dat jij uit jezelf in actie komt.

Cet élément n'a pas d'instructions

originalType.poll

Gaat hier jouw vlam van branden?

Gaat hier jouw vlam van branden?

Je werkt op zaterdag in een winkel of supermarkt. Het is superdruk. Jij ziet een slimmere manier om klanten sneller te helpen en stelt het voor aan je leidinggevende. Jouw idee wordt direct ingevoerd – en het werkt!

Voor de docent

Deze vraag representeert de...


Zakelijke drijfveer – “Wat ik doe, moet zin hebben”

Leerlingen met deze drijfveer willen graag resultaat zien. Ze komen in beweging als ze het nut ergens van inzien, en raken gemotiveerd door duidelijke doelen of het oplossen van echte problemen.

Hoe zet je deze leerlingen aan?

Laat zien waar lesstof of vaardigheden in het echte leven voor nodig zijn. Laat ze werken aan concrete projecten of maatschappelijke vraagstukken.

originalType.poll

Gaat hier jouw vlam van branden?

Tijdens de vakantie komt een vriend(in) met een bizar weetje; ‘Cola lost je tanden op’.

Jij gelooft dit niet en start een onderzoek. Je doet een experiment met een eierschaal, je leest artikelen en kijkt filmpjes. Je wil precies weten hoe het werkelijk zit.

Gaat hier jouw vlam van branden?

Voor de docent

Deze vraag representeert de...


Theoretische drijfveer – “Ik wil leren en begrijpen”

Deze leerlingen zijn nieuwsgierig en willen graag weten hoe iets zit. Ze houden van diepgang, verbanden leggen en nieuwe kennis ontdekken.

Hoe zet je deze leerlingen aan?

Geef ruimte voor verdieping, stel uitdagende vragen en laat ze zelfstandig iets uitzoeken of uitleggen.

originalType.poll

Je krijgt de opdracht voor je eindexamen Nederlands een werkstuk te maken over een onderwerp naar keuze. Het mag worden wat jij wilt, een video, podcast, infographic of tijdschrift. Je bepaalt zelf de vorm en inhoud.

Gaat hier jouw vlam van branden?

Gaat hier jouw vlam van branden?

Voor de docent

Deze vraag representeert de...


Individualistische drijfveer – “Ik wil mijn eigen keuzes maken”

Autonomie en zelf vormgeven zijn hier belangrijk. Deze leerlingen houden van vrijheid, verantwoordelijkheid en creativiteit.

Hoe zet je deze leerlingen aan?

Bied keuzeruimte, geef eigenaarschap en laat ze zelf invulling geven aan een opdracht of presentatie.

originalType.poll

Je neefje van 7 logeert bij jullie thuis. Hij is verdrietig, want hij mist zijn ouders. Jij bedenkt voor hem iets leuks; jullie bouwen samen een hut, je speelt mee en zorgt dat hij zich weer fijn voelt.

Gaat hier jouw vlam van branden?

Gaat hier jouw vlam van branden?

Voor de docent

Deze vraag representeer de...


Sociale drijfveer – “Ik wil iets betekenen voor anderen”

Leerlingen met een sociale drijfveer bloeien op als ze kunnen helpen, samenwerken of iets goeds doen voor anderen.

Hoe zet je deze leerlingen aan?

Betrek ze bij groepsprocessen, laat ze tutor zijn of geef ze opdrachten waarin ze voor een ander iets kunnen doen.

originalType.poll

In je vriendengroep wordt één iemand altijd genegeerd of uitgelachen. Jij voelt dat het niet oké is en besluit het bespreekbaar te maken. Je stelt voor om met elkaar duidelijke regels af te spreken over respect.

Gaat hier jouw vlam van branden?

Gaat hier jouw vlam van branden?

Voor de docent

Deze vraag representeert de...


Traditionele drijfveer – “Ik zoek houvast en duidelijke waarden”

Deze leerlingen voelen zich prettig bij structuur, duidelijkheid en normen. Ze hechten waarde aan regels, loyaliteit of een vaste manier van werken.

Hoe zet je deze leerlingen aan?

Wees helder over verwachtingen, bied structuur en laat ze zien hoe bepaalde richtlijnen of waarden ergens vandaan komen.

originalType.poll

Je mag je kamer of zolder opnieuw inrichten. Je krijgt een budget en daarmee mag je doen wat je wilt. Je zorgt voor licht, kleuren, planten en posters – totdat het helemaal klopt.

Als je klaar bent, ga je chillen met je favoriete muziek en voelt je kamer helemaal ‘af’.

Gaat hier jouw vlam van branden?

Gaat hier jouw vlam van branden?

Voor de docent

Deze vraag representeert de ...


Esthetische drijfveer – “Het moet kloppen en mooi zijn”

Deze leerlingen zoeken balans, schoonheid of harmonie. Ze letten op vorm, sfeer of detail en worden enthousiast van het mooier maken of verbeteren van dingen.

Hoe zet je deze leerlingen aan?

Geef ruimte voor creativiteit, laat ze werken aan vormgeving of sfeer, of verbetertrajecten waarin het ‘beter’ mag.

Welke drijfveer hoort bij welke uitspraak?

Welke drijfveer hoort bij welke uitspraak?

Drijfveren zijn onderverdeeld in 6 categorieën.

Drijfveren zijn onderverdeeld in 6 categorieën.

Sleep de juiste drijfveer naar de bijpassende uitspraak.







Voor de docent

Doel van de opdracht:

In deze opdracht koppelen leerlingen de zes categorieën drijfveren aan  herkenbare uitspraken. Zo oefenen ze met het herkennen van de betekenis en kern van elke drijfveer.


Leg uit:

Waarom is dit belangrijk?

Leerlingen ontdekken dat motivatie in verschillende vormen bestaat. Door de categorieën te leren kennen, krijgen ze taal voor wat hen drijft en waar ze energie van krijgen. Het helpt ze om bewuster te reflecteren op keuzes in leren, leven en (toekomstig) werk.


Tip 1:

Laat leerlingen eerst individueel of in duo’s werken en bespreek daarna klassikaal enkele uitspraken. Vraag steeds: "Waarom hoort deze uitspraak bij deze drijfveer?" Zo stimuleren we inzicht en niet alleen het ‘goed invullen’.

Tip 2:

Laat leerlingen zelf nog één extra uitspraak bedenken bij een drijfveer die bij henzelf past. Zo versterken ze het persoonlijke eigenaarschap.

Drijfveren worden in 6 categorieën verdeeld. Iedereen heeft drijfveren in meerdere gebieden, maar meestal zijn er een of twee die je extra aantrekken. Het is goed om te weten welke categorie(ën) jou het meest aanzetten, zodat je weet wat voor opdrachten bij jou passen.

Hier staan ze nog eens op een rijtje:

Cet élément n'a pas d'instructions

  1. Jouw drijfveren: je hebt onderzocht wat jouw drijfveren zijn. Je weet de vier begrippen die jou motiveren. Pak die woorden er weer bij.

  2. Lichaamsdelen: Bedenk eens welke lichaamsdelen horen bij jouw drijfveren. Maak die lichaamsdelen die passen bij jouw drijfveren extra groot (zoals grote handen als je graag iets maakt, een groot hart als je zorgzaam bent of grote oren als je motivatie ligt bij de muziek. Uiteraard mag je ook accessoires toevoegen, zoals vleugels, een vergrootglas of een motor.

  3. Avatar: Ontwerp jouw persoonlijke avatar. Wat zijn jouw drijfveren liggen en hoe kan je dat laten zien?

Hiernaast staan wat voorbeelden van mogelijke avatars.

Voor de docent

Doel van de opdracht:

Leerlingen onderzoeken hun drijfveren op een creatieve manier. Door zichzelf als avatar vorm te geven, wordt de waarde van hun drijfveren concreter en visueler. Dit versterkt het zelfinzicht en helpt bij het praten over wie ze zijn en wat hen beweegt.


Voorbereiding:

Bedenk hoeveel vrijheid je de leerlingen geeft in het kiezen van de verwerking.

Tekenen: A4-papier, potloden/stiften.

Kleien:  Klei, spatels, bakje water, schorten, tafelbedekking. Bedenk wanneer je gaat kleien, dat het materiaal kan stoffen. Neem de tafels na de les dus vochtig af.
Of kies voor gekleurde, zacht blijvende klei of was.

Digitaal: De leerlingen kunnen hun avatar ook digitaal maken. Denk aan ChatGPT, Get Avataaars, WP-journalist, Powerpuff Yourself, Avachara, Anime Mood.
Of vraag de leerlingen naar de programma's die zij al kennen.

Collage: Laat de leerlingen hun avatar samenstellen met onderdelen uit oude tijdschriften.

Tip 1: Laat leerlingen hun avatar kort toelichten aan een klasgenoot of in kleine groepjes

Tip 2: Laat snelle werkers meerdere versies maken: een ‘school-ik’ en een ‘buiten-school-ik’

Tip 3: Combineer de avatar met een van de Kwaliteit troefkaarten.

Tip 4: Houd het luchtig en laat creativiteit voorop staan – er is geen goed of fout!


(De voorbeelden op deze slide zijn gemaakt in de AI Image Generator van Freepik.)

Je hebt jouw vier drijfveren gevonden – vier begrippen die jou echt in beweging zetten. Voor elke drijfveer maak je een eigen troefkaart die laat zien wat jou motiveert. Zo bouw je verder aan je persoonlijke kaartspel, waarmee jij sterker keuzes kunt maken voor nu en later.

Vul jouw 4 azen in op het werkblad 'Mijn 4 azen'.

Voor de docent

Doel van de opdracht:

Leerlingen verwerken de lesinhoud persoonlijk en concreet. Ze kiezen vier drijfveren die het beste bij hen passen en vertalen deze naar gedrag en motivatie. Zo maken ze inzichtelijk waar hun ‘innerlijk vuur’ van gaat branden.


Werkwijze:

Print voor iedere leerling het werkblad "Azen_Drijfveren" uit.

Laat leerlingen hun vier gekozen drijfveren invullen op de troefkaarten.

Op elke kaart schrijven ze:
- Mijn drijfveer is...
- Als deze drijfveer aanstaat, dan ben    ik iemand die...

Tips voor begeleiding:

Moedig leerlingen aan om breed te denken; bijvoorbeeld wanneer hun drijfveren aangewakkerd worden op school, werk, hobby of thuis.

Geef eventueel een voorbeeld van een van jouw drijfveren op het bord. Bijvoorbeeld:
- Mijn drijfveer is: "Stimuleren".- Als deze drijfveer aanstaat, dan ben ik iemand die "anderen laat zien wat ze kunnen, waardoor ze in hun kracht worden gezet. Ik word dan steeds enthousiaster en energieker."

Rond af door enkele leerlingen hun favoriete kaart te laten delen met de klas of in tweetallen.

Bij deze opdracht wordt bewust geen digitale vraag gegeven, omdat de kaarten een mooie fysieke gespreksopener kunnen zijn. Zowel op school als thuis of tijdens stage.

Materiaal:

Werkblad "Azen_Drijfveren" per leerling uit óf laat ze hun troefkaarten zelf ontwerpen.

Pennen/(kleur-)potloden


"Deze drijfveer herken ik bij mezelf, omdat ..."

Kies één van jouw vier troefkaarten die vandaag het meest over jou vertelt.

"Deze drijfveer herken ik bij mezelf, omdat ..."

Cet élément n'a pas d'instructions


"Als ik dit meeneem naar later, dan..."

"Als ik dit meeneem naar later, dan..."

Cet élément n'a pas d'instructions

Je hebt de kaarten al in handen!

Klik hier voor de volgende troef

Cet élément n'a pas d'instructions