SAMENWERKEN · F2 EN F3
Examentraining
Samenwerken en onderhandelen: zo pak je examenvragen aan
SAMENWERKEN · F2 EN F3
Examentraining
Samenwerken en onderhandelen: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Rob Croes / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0
SAMENWERKEN · F2 EN F3
Wat ga je kunnen?
Ik kan in een opbrengstenmatrix aanpassen wat een boete, norm of contract verandert en het nieuwe evenwicht bepalen.
Cet élément n'a pas d'instructions
SAMENWERKEN · F2 EN F3
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wie zijn de twee spelers en welke keuzes hebben ze?
2. Zoek: de opbrengsten in de matrix of tekst; let op min-tekens en wie A en wie B is.
3. Vergelijk: wat is voor jou het beste bij elke keuze van de ander? Zo vind je dominante strategieën en evenwichten.
4. Pas aan: boete, norm of contract? Tel de verandering bij de juiste vakjes op of af en vergelijk opnieuw.
5. Beargumenteer: noem het begrip, het getal uit de matrix en het gevolg voor de uitkomst.
Cet élément n'a pas d'instructions
SAMENWERKEN · F2 EN F3
Winst van tuinder A en transporteur B bij ochtend of avond
Vraagtype 1: evenwichten en voorkeuren
Situatie: tuinder A en transporteur B kiezen samen ochtend of avond voor het laden.
Een evenwicht: geen speler wil afwijken als de ander zijn keuze houdt.
Controleer elk vakje: wat wint A bij afwijken, en wat wint B?
Bij meerdere evenwichten verschilt de voorkeur van A en B.
Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
Welke uitkomsten zijn een evenwicht?
Beide ochtend en beide avond
Alleen beide ochtend
Alleen beide avond
Ochtend voor A en avond voor B
Bij ochtend en ochtend (5 en 3): afwijken geeft A en B 0. Bij avond en avond (3 en 5) idem. Ochtend voor A en avond voor B geeft 0 en 0: dan wil elk wisselen (3 of 5 in plaats van 0). Verwachte fout: alleen het vakje met de hoogste winst voor A noemen.
Welk evenwicht heeft transporteur B het liefst?
Beide ochtend, want dan krijgt B 5
Beide ochtend, want dat is goed voor A
Ochtend voor A en avond voor B, voor 5
Beide avond, want dan krijgt B 5
B krijgt 5 bij avond en avond en 3 bij ochtend en ochtend. Verwachte fout: het evenwicht kiezen dat A het liefst heeft.
SAMENWERKEN · F2 EN F3
Punten van twee leerlingen bij een groepsopdracht
Vraagtype 2: meeliften en externe effecten
Situatie: twee leerlingen maken een groepsopdracht. Werken kost 5 aan moeite en levert beide 3 punten op.
Is niet bijdragen steeds het beste? Dan is het een dominante strategie: meeliftersgedrag.
Een extern effect is een gevolg voor anderen buiten de prijs, zoals vervuiling.
Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
Wat doen beide leerlingen als ze alleen aan zichzelf denken?
Allebei werken, met 1 en 1
Allebei niet werken, met 0 en 0
A werkt en B niet, met min 2 en 3
B werkt en A niet, met 3 en min 2
Werken kost 5 en levert 3 op per werker. Als B werkt: A werkt 3+3-5=1, A werkt niet 3. Als B niet werkt: A werkt -2, A werkt niet 0. Niet werken is dominant, uitkomst 0 en 0 terwijl 1 en 1 beter was voor beiden. Verwachte fout: allebei werken kiezen omdat dat samen het beste is.
Welk voorbeeld is een negatief extern effect?
Een fabriek loost afval en een visser vangt minder
Een fabriek koopt een filter en betaalt dat zelf
Een visser verlaagt de prijs van zijn vis
Een fabriek betaalt een boete aan de overheid
De visser draagt kosten die de fabriek niet betaalt: negatief extern effect. Verwachte fout: de boete kiezen; dat is een instrument om het effect te verkleinen.
SAMENWERKEN · F2 EN F3
Opbrengst van twee landen bij uitstoot beperken of niet
Vraagtype 3: opbrengsten aanpassen
Situatie: twee landen kiezen of ze uitstoot beperken. Niet beperken is dominant (8 tegen 5, en 2 tegen 0).
Een boete verandert de opbrengsten: trek hem af in de vakjes waar een land niet beperkt.
Vergelijk daarna opnieuw per keuze van het andere land.
Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
Wie niet beperkt, betaalt 4 boete. Wat is het evenwicht?
Geen van beide landen beperkt
Land A beperkt, land B niet
Beide landen beperken de uitstoot
Er zijn twee evenwichten
Niet beperken geeft nu 8-4=4 en 2-4=-2. Voor A: als B beperkt is beperken 5 tegen 4; als B niet beperkt is beperken 0 tegen -2. Beperken is dominant voor beide landen, uitkomst 5 en 5. Verwachte fout: de boete vergeten en bij niet beperken blijven.
Wie niet beperkt, betaalt slechts 1 boete. Wat verandert er?
Beperken wordt de dominante strategie
Niets: niet beperken blijft dominant
Er ontstaan twee evenwichten
Alleen land A gaat beperken
Niet beperken geeft nu 8-1=7 en 2-1=1. Voor A: als B beperkt is niet beperken 7 tegen 5; als B niet beperkt is 1 tegen 0. Niet beperken blijft dominant, uitkomst 1 en 1. Verwachte fout: denken dat elke boete het gedrag verandert; de boete moet groot genoeg zijn.
SAMENWERKEN · F2 EN F3
Vraagtype 4: dwang, zelfbinding, vertrouwen
Situatie 1: bedrijven in een sector maken een cao; de overheid verklaart hem algemeen verbindend.
Situatie 2: een supermarkt legt zich in een prijzenoorlog vooraf vast met een prijsgarantie.
Situatie 3: een teler investeert in een kas voor een afnemer (verzonken kosten).
Noem steeds het begrip, de keuze van de spelers en het gevolg voor de uitkomst.
Cet élément n'a pas d'instructions
Wat is de collectieve dwang bij een algemeen verbindend verklaarde cao?
Een bedrijf kiest zelf of het de cao volgt
De vakbond voert actie voor meer loon
Werkgevers spreken onderling vrijwillig af
De cao geldt voor alle bedrijven in de sector
Collectieve dwang betekent dat iedereen eraan gebonden is. Verwachte fout: het tweede antwoord, dat een actiemiddel is en geen dwang voor alle partijen.
Wat doet zelfbinding in een prijzenoorlog?
Goed antwoord: een supermarkt legt zich vooraf vast (bijvoorbeeld met een prijsgarantie), waardoor de concurrent geen voordeel heeft van onderbieden en de prijzen niet verder dalen. Verwachte fout: zeggen dat de supermarkten een prijsafspraak maken.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Evenwichten en voorkeuren
Meeliften en externe effecten
Opbrengsten aanpassen
Dwang, zelfbinding, vertrouwen
Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen.
SAMENWERKEN · F2 EN F3
Tips voor op het examen
Werk een matrix vak voor vak af: wat is bij elke keuze van de ander het beste voor jou?
Trek een boete of schaamte alleen af bij het vak waarin die speler die keuze maakt.
Een evenwicht is niet altijd de beste uitkomst: bij een gevangenendilemma is het slechter voor beiden.
Bij verbale vragen: noem het begrip, de keuze van de spelers en het gevolg voor de uitkomst.
Cet élément n'a pas d'instructions