Financiering en vermogensmarkt (Bedrijfseconomie havo), les 3: Terugblik quiz

Een bakkerij in een winkelstraat, 2020

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Quiz

Terugblik: Financiering en vermogensmarkt

1 / 13
suivant
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

Cette leçon contient 13 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Terugblik met een quiz van tien vragen over financieringsmogelijkheden, de vermogensmarkt en de toezichthouders, inclusief drie rekenvragen.

Éléments de cette leçon

Een bakkerij in een winkelstraat, 2020

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Quiz

Terugblik: Financiering en vermogensmarkt

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: G.Lanting / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

Een bv wil uitbreiden, maar heeft zelf geen geld. Wat is het belang van de vermogensmarkt voor haar?

A

Ze vindt er nieuwe klanten voor haar producten

B

Ze vindt er personeel voor de nieuwe vestiging

C

Ze vindt er leveranciers die korting geven

D

Ze vindt er geldverschaffers voor de uitbreiding

Syllabus 18.2.2. De vermogensmarkt brengt vragers en aanbieders van geld bij elkaar. Verwachte fout: nieuwe klanten, een verwarring met de afzetmarkt.

Eva start een eenmanszaak. Haar ouders lenen haar € 5.000. Welke mogelijkheid is dit?

A

Eigen middelen

B

Lening van overige vermogensverschaffers

C

Lening via banken

D

Crowdfunding

Syllabus 18.1.1. Familie is een geldschieter naast de banken. Verwachte fout: eigen middelen, omdat het om familiegeld gaat. Eigen middelen komen van de ondernemer zelf.

Wat is geen financieringsmogelijkheid voor een startende vof?

A

Aandelen uitgeven op de beurs

B

Eigen middelen van de vennoten

C

Een lening via een bank

D

Crowdfunding

Syllabus 18.1.1. Een vof heeft geen aandelen. Verwachte fout: crowdfunding kiezen omdat het onbekend voelt.

Vul in

De AFM let op eerlijk gedrag op de financiële markten en de ACM op eerlijke concurrentie tussen bedrijven.

AFM
ACM
DNB
KvK

Syllabus 18.2.3. AFM: gedrag op de financiële markten; ACM: concurrentie en consumenten. Verwachte fout: DNB invullen bij de AFM; DNB let erop dat financiële instellingen genoeg geld in kas hebben.

Waarom is toezicht op de vermogensmarkt nodig?

Syllabus 18.2.3. Een goed antwoord noemt dat toezicht spaarders, beleggers en bedrijven beschermt en het vertrouwen in de financiële sector bewaakt, bijvoorbeeld door eerlijk en transparant gedrag af te dwingen. Verwachte fout: alleen zeggen dat het de regels zijn, zonder het doel te noemen.

Welke aanbieder van geld hoort op de vermogensmarkt?

A

Een bedrijf dat een lening zoekt

B

Een starter die crowdfunding wil beginnen

C

Een spaarder die geld wil uitlenen of beleggen

D

Een nv die nieuwe aandelen uitgeeft

Syllabus 18.2.2. Aanbieders leveren geld, vragers zoeken geld. Verwachte fout: een bedrijf dat een lening zoekt is een vrager.

Waarom kiest een grote nv vaak voor openbaar vermogen?

A

Ze hoeft aan beleggers nooit iets te geven

B

Ze kan veel kapitaal ophalen bij een groot publiek

C

Ze heeft geen toezichthouder nodig

D

Ze mag alleen bij bekende verschaffers lenen

Syllabus 18.2.2. Een publiek van veel beleggers levert veel kapitaal. Verwachte fout: denken dat er geen toezicht is, terwijl de AFM juist let op eerlijk en transparant gedrag op de financiële markten.

De twee vennoten van een vof leggen elk € 15.000 in en lenen € 20.000 bij een bank. Hoeveel zijn eigen middelen?

A

€ 15.000

B

€ 20.000

C

€ 50.000

D

€ 30.000

Syllabus 18.1.1. Twee vennoten: 2 x 15.000 = 30.000. De € 20.000 van de bank is een lening via banken. Verwachte fouten: € 15.000 (één vennoot) of € 50.000 (alles opgeteld).

Een crowdfundingcampagne haalt € 12.000 op bij 150 mensen. Hoeveel gaf iedereen gemiddeld?

A

€ 8

B

€ 800

C

€ 150

D

€ 80

Syllabus 18.1.1. 12.000 : 150 = 80. Verwachte fouten: komma verkeerd gezet (€ 8 of € 800) of het aantal mensen als bedrag nemen (€ 150). Schatting: 150 x 100 = 15.000, dus iets minder dan € 100.

Een bv heeft € 60.000 nodig. Ze leent 40% bij een bank en haalt de rest op via aandelen. Hoeveel is aandelenkapitaal?

A

€ 24.000

B

€ 36.000

C

€ 40.000

D

€ 60.000

Syllabus 18.2.1. 40% van 60.000 = 24.000 lening; 60.000 - 24.000 = 36.000 aandelenkapitaal (60% van 60.000). Verwachte fouten: € 24.000 (het bedrag van de lening) of € 40.000 (het percentage als bedrag).

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF · FINANCIEREN · VERMOGEN

Goed gedaan!

Je kunt nu uitleggen hoe een eenmanszaak, vof, bv en nv aan geld komen, wat de vermogensmarkt doet en welke rol AFM, DNB en ACM hebben. Succes met het examen!

Cet élément n'a pas d'instructions