FILMMAKEN
Eigen scène verfilmen in vier lessen
Lessenreeks
Module: Film binnen het vak theater
FILMMAKEN
Eigen scène verfilmen in vier lessen
Lessenreeks
Module: Film binnen het vak theater
Slide 1 (5 minuten)
Introductie van de lessenreeks.
In deze lessenreeks gaan de leerlingen aan de slag om een eigen dialoog in scène te zetten. Aan de hand van een theatertekst (of een eigen verzonnen verhaal) gaan ze zelf een scène uitvoeren, filmen en monteren. Deze lessenreeks dient als structuur voor deze opdracht en maakt de leerlingen bekend met begrippen zoals scenario, rough cut, monteren etc.
De lessenreeks is als volgt opgebouwd: in de eerste les krijgen de leerlingen uitleg over een aantal basisbegrippen voor het filmmaken en maken ze een rolverdeling en een storyboard. Tijdens deze les is ook de ruimte om alvast te oefenen met de iPad en de verschillende shot-types.
Tijdens de tweede les gaan de leerlingen aan de slag met het filmen van de scène.
Tijdens de derde les gaan de leerlingen aan de slag met de montage van hun korte film.
Tijdens de vierde les worden alle films klassikaal getoond en is er ruimte voor reflectie.
De afbeeldingen uit deze lessenreeks komen uit Bad Bunny. (2023, 18 mei). Bad Bunny - WHERE SHE GOES (Official Video) [Videoclip]. YouTube. youtube.com
Het verhaal
Wie zijn de personages?
Wat is het verhaal?
Waar speelt de film zich af?
Wanneer speelt de film zich af?
Waarom gebeurt er iets?
De 5 W's
van een narratief
Slide 2 (10 minuten)
Leg aan de leerlingen uit dat de basis van een film het verhaal (of het narratief) is. Een narratief valt uit te leggen aan de hand van 5 kernprincipes, de 5 W's.
Voor de kijker moet het logisch zijn wat er gebeurt en waarom. Daarom is het belangrijk om de 5 W's altijd in je achterhoofd te houden:
• Wie zijn de personages? Over wie gaat de film?
• Wat is het verhaal? Wat gaat er gebeuren?
• Waar speelt de film zich af? In het bos, op school, in een woonkamer of kasteel?
• Wanneer speelt de film zich af? In het
verleden, nu of in de toekomst?
• Waarom gebeurt iets? Waarom zegt
of doet een personage...?
Opdracht:
Als dit uitgelegd en duidelijk is, gaan de leerlingen in groepjes uitwerken wat de 5W's van hun theatertekst zijn.
Jouw scène
Plot
Scenario
Voice-over?
Slide 3 (10 minuten)
Nu de 5 W's van hun tekst is uitgewerkt, kan je de volgende begrippen aan de leerlingen uitleggen. Vervolgens gaan ze dit ook uitwerken voor hun eigen scène, dus wat is het plot (=wat) en het scenario (=hoe)? Zullen ze gebruik maken van een voice-over in hun scène? Zo ja, van wie is deze voice-over dan?
Begrippen
Het plot van een film verwijst naar de opbouw van gebeurtenissen in een film. Het gaat hier om de verhaallijn: de rode draad.
Een scenario is een chronologische omschrijving van alles wat je te zien of te horen krijgt in een film of video. Een plot is dus waar het verhaal over gaat en het scenario geeft aan hoe dat verhaal in beeld wordt gebracht.
Een voice-over is een vertelstem in films die niet in beeld is, maar wel commentaar, uitleg of de gedachten van een personage deelt.
Camerastandpunt
Close-up
Slide 4 (2 minuten)
Nu ga je een aantal camerastandpunten uitlichten zodat de leerlingen weten wat de opties zijn maar ook vooral wat het effect is van de verschillende soorten shots. Begin bij de close-up.
Begrippen
Een camerastandpunt in film is de fysieke positie en hoek van de camera ten opzichte van het onderwerp (persoon of object) dat wordt gefilmd.
Bij een close-up is een object of figuur dicht bij de cameralens. Omdat je meer details ziet, kan het gebruikt worden om een gevoel van intimiteit te creëren of de kijker op een belangrijk detail te
wijzen.
Voor meer voorbeelden van verschillende shots neem een kijkje in de Toolbox Filmeducatie.
Medium shot
Slide 5 (1 minuut)
Bespreek wat een medium shot is met de leerlingen.
Begrippen
Een medium shot (of mid-shot) in film toont een persoon ongeveer vanaf de taille tot de bovenkant van het hoofd. Het wordt gebruikt om acteurs en hun omgeving in evenwicht te brengen, waardoor gezichtsuitdrukkingen, lichaamstaal en acties zichtbaar zijn terwijl de context van de scène behouden blijft.
Long shot
Slide 6 (1 minuut)
Bespreek met de leerlingen wat een long shot (of wide shot) is.
Begrippen
Een long shot (of groothoekopname) in film is een camerastandpunt dat een onderwerp (vaak een persoon van top tot teen) volledig in beeld brengt, inclusief een groot deel van de omgeving. Het wordt gebruikt om de relatie tussen personage en omgeving te tonen, schaal te benadrukken of
als 'establishing shot'.
Regisseur
Camerapersoon
Acteur(s)
Editor
Verdeel de rollen
Slide 8 (5 minuten)
Maak groepjes van minstens 5 leerlingen. Laat de leerlingen een rolverdeling maken aan de hand van de volgende rollen:
- De regisseur (1x) bedenkt hoe de film eruitziet en stuurt het team aan.
- De camerapersoon (1x) filmt de scène en kiest hoe alles in beeld komt.
- De acteur(s) gaan de theatertekst opvoeren voor de camera.
- De editor (2x) monteert alle opnames tot één geheel en zorgt dat de scène goed verloopt.
Het kan gebeuren dat een leerling meerdere rollen krijgt, een acteur kan bijvoorbeeld ook een editor zijn in de volgende les.
Maak een storyboard
Wat is een storyboard?
Slide 9 (10 minuten)
De leerlingen gaan nu een storyboard maken. Leg eerst uit wat een storyboard is: een storyboard is een tekening van elk nieuwe camerastandpunt dat uiteindelijk het hele verhaal vertelt. Op basis van de theatertekst gaan de leerlingen op papier een storyboard maken van hun scène, waarin ze de verschillende camerastandpunten die ze hebben gekozen meenemen.
Begrippen
Een storyboard in film is een visuele, chronologische schets van een script, vaak in de vorm van een stripverhaal, dat dient als een blauwdruk voor de uiteindelijke film of scène.
Een format voor een storyboard vind je in de Toolbox Filmeducatie.
OEFENEN
Slide 10 (5 minuten)
Oefenruimte
Geef de leerlingen een moment om alvast met de iPad te oefenen met opnemen. Zo kunnen ze alvast wennen aan het bedienen van de iPad en gevoel krijgen voor de verschillende camerastandpunten.
Een paar tips voor tijdens het opnemen:
- Test het geluid eerst. Is alles goed te verstaan? Gebruik anders een microfoon, film van dichterbij of zoek een rustige plek.
- Let op het licht. Zorg dat jouw onderwerp in het licht staat. Zorg ervoor dat het niet te donker is.
- Film consistent. Dit betekent dat je alle shots op dezelfde manier filmt. Kies van tevoren of je alles horizontaal of verticaal filmt.
- Begin net iets eerder met filmen. Zet de camera altijd 3 seconden eerder aan dan dat je begint met praten. Zo weet je zeker dat je ook echt alle tekst
hebt opgenomen. Camera aan en dan ‘3, 2, 1 - actie!’
- Zoom tijdens het filmen niet in of uit. Dichterbij filmen? Zet een stap naar voren.
-Wissel af met filmkaders. Probeer losse shots te maken en de camera alleen te bewegen als dat met een reden is.
Afronding en vooruitblik
Slide 10 (2 minuten)
Eventueel: ieder groepje vertelt wat over hun scène en hoe ze die willen verfilmen. Vooruitblik op de volgende les: het filmen.