WERELD · GESCHIEDENIS
Examentraining
Globalisering en geopolitiek: zo pak je examenvragen aan
WERELD · GESCHIEDENIS
Examentraining
Globalisering en geopolitiek: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Alf van Beem / Wikimedia Commons, CC0
WERELD · GESCHIEDENIS
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen beantwoorden waarin ik posities van landen in de tijd vergelijk, relaties leg met machtsverhoudingen, een tijdlijn en kaart combineer en geopolitiek beargumenteer.
Cet élément n'a pas d'instructions
WERELD · GESCHIEDENIS
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is het vraagwoord? Vergelijk, verklaar, beschrijf, beredeneer of beargumenteer.
2. Plaats: in welke periode en op welk schaalniveau speelt de bron? Koloniaal, bipolair, unipolair of multipolair?
3. Verbind: koppel aan een begrip uit de les, zoals hegemoniale staat, offshoring of geopolitiek.
4. Schrijf: een ketting met doordat en daardoor, met een gegeven uit de bron.
Cet élément n'a pas d'instructions
Marina Bay in Singapore, een van de Aziatische tijgers
WERELD · GESCHIEDENIS
Vraagtype 1: posities vergelijken in de tijd
Je krijgt een land op twee momenten en moet de verandering in het wereldsysteem beschrijven.
Noem per moment de economie: grondstoffen, industrie of kennis en diensten.
Bepaal de positie: periferie, semi-periferie of centrum.
Verklaar de verandering met een proces: offshoring, vrijhandel of investeringen.
Vraagtypen: beschrijvend en verklarend. Werkwijze: de (veranderende) posities van landen in het wereldsysteem vergelijken. De situaties zijn fictief gehouden. Veelgemaakte fout: de nieuwe positie noemen zonder de oorzaak. Image credit: Bijay Chaurasia / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Land X exporteerde in 1970 grondstoffen, nu vooral industrie en ict. Wat veranderde?
Het schoof op van centrum naar periferie
Het werd een hegemoniale staat
Het schoof op van periferie naar semi-periferie
Het raakte afhankelijk van een koloniale grootmacht
Goed: een verschuiving van grondstoffen naar industrie en diensten betekent een hogere positie. Een hegemoniale staat bepaalt de spelregels, dat is meer dan opschuiven naar de semi-periferie.
Land X trok sinds 1980 veel offshoring aan. Verklaar de groei van zijn industrie.
Goed antwoord: buitenlandse bedrijven verplaatsten productie naar Land X vanwege lage lonen en vrijhandelsafspraken, waardoor er fabrieken, banen en export kwamen en de positie in de internationale arbeidsverdeling steeg. Verwachte fout: alleen 'lage lonen' noemen zonder vrijhandel of het verband met de groei.
Soekarno leest de onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië voor, Jakarta, 17 augustus 1945
WERELD · GESCHIEDENIS
Vraagtype 2: relaties leggen met machtsverhoudingen
Je moet een ontwikkeling verklaren vanuit macht: wie bepaalt, wie is afhankelijk?
Zoek de hegemoniale staat of grootmacht in de bron.
Leg uit welk middel die inzet: economisch, politiek of militair.
Leg het gevolg uit voor een centrum-, semi-perifeer of perifeer land.
Vraagtypen: verklarend (oorzaak, gevolg). Werkwijze: relaties leggen tussen internationale ontwikkelingen en de wisseling van hegemoniale staten. De foto toont de onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië (1945); Nederland droeg de soevereiniteit in 1949 over na de Rondetafelconferentie. Veelgemaakte fout: het antwoord blijft bij de gebeurtenis en legt geen verband met macht. Image credit: Frans Mendur / Wikimedia Commons, publiek domein
Waarom bleven veel ex-koloniën na dekolonisatie economisch afhankelijk?
Ze bleven vooral grondstoffen leveren aan het centrum
Ze kozen zelf voor handelsbelemmeringen
Ze werden door de VS ingedeeld in het centrum
Ze voerden zelf offshoring uit naar het centrum
Goed: politiek onafhankelijk, economisch bleven ze afhankelijk, dat heet neokolonialisme. De andere opties passen niet bij een perifere positie.
Verklaar waarom de VS na 1991 de regels van de wereldeconomie konden bepalen.
Goed antwoord: met de val van de Sovjet-Unie was er geen tegenmacht meer (unipolaire wereld); de VS hadden als hegemoniale staat het economische, politieke en militaire overwicht en stuurden vrijhandel en neoliberaal beleid. Verwachte fout: alleen 'de VS waren rijk', zonder het wegvallen van de tegenmacht.
Kaart van het gekoloniseerde Afrika in 1912
WERELD · GESCHIEDENIS
Vraagtype 3: tijdlijn en kaart combineren
Je krijgt een tijdlijn met jaartallen en een kaart en moet ze aan elkaar koppelen.
Zoek op de tijdlijn de periode en het bijbehorende proces.
Lees op de kaart de ruimtelijke patronen af: waar, tussen welke gebieden?
Beschrijf het patroon en verklaar het met het proces uit de periode.
Vraagtypen: beschrijvend en verklarend. Werkwijze: tijdlijn en kaart combineren (schaalniveaus wisselen). Veelgemaakte fout: de kaart beschrijven zonder een periode te noemen. Image credit: Harry H. Johnston / Wikimedia Commons, publiek domein
Een kaart toont Chinese havens en spoorlijnen in Afrika. Welke periode past?
De koloniale periode, met imperialisme
De jaren 1950, met dekolonisatie
De jaren 1960, met een bipolaire wereld
Vanaf de jaren 2010, met de Nieuwe Zijderoute
Goed: de Nieuwe Zijderoute startte in 2013 en past bij de opkomst van China. De andere perioden hebben de Europese koloniale mogendheden of de VS en Sovjet-Unie als spelers.
Een tijdlijn toont 1980 vrijhandel en 2018 handelsoorlog. Wat zegt dat over globalisering?
Goed antwoord: vanaf de jaren 1980 nam globalisering toe door vrijhandel en offshoring; sinds de jaren 2010 komen er door nationalisme en de opkomst van China weer handelsbelemmeringen, dus globalisering verandert van richting. Verwachte fout: concluderen dat globalisering is gestopt.
Het Europees Parlement in Straatsburg (Frankrijk), 2015
WERELD · GESCHIEDENIS
Vraagtype 4: geopolitiek beargumenteren
Je moet een standpunt innemen over een keuze van een grootmacht of de EU.
Noem een argument voor en een argument tegen, met een gegeven uit de bron.
Verwijs naar een middel van geopolitiek of een belang.
Eindig met een oordeel en een voorbehoud.
Vraagtypen: waarderend (oordeel, norm, waarde, voorbehoud) en beargumenteren. Er is geen enkel goed standpunt: de argumentatie telt. Veelgemaakte fout: alleen een mening geven zonder argument uit de les. Image credit: Mehr Demokratie / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
Welk voorbeeld is een economisch middel van geopolitiek?
Troepen laten oefenen op een militaire basis
Handelssancties opleggen aan een ander land
Een ambassadeur uitnodigen voor een gesprek
Een culturele uitwisseling tussen scholen organiseren
Goed: sancties zijn een economisch middel. Troepen zijn een militair middel, een ambassadeur uitnodigen is politiek en uitwisseling is sociaal-cultureel.
Beargumenteer of reshoring goed is voor een land als Nederland.
Goed antwoord: voor: meer banen in de industrie, minder afhankelijkheid van verre leveranciers; tegen: hogere productiekosten en prijzen, minder handel met andere regio's. Eindig met een oordeel en een voorbehoud, bijvoorbeeld voor strategische sectoren. Verwachte fout: één kant belichten.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Posities vergelijken in de tijd
Relaties leggen met machtsverhoudingen
Tijdlijn en kaart combineren
Geopolitiek beargumenteren
Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen eerst, met een voorbeeld op het bord.
WERELD · GESCHIEDENIS
Tips voor op het examen
Noem bij elke vraag eerst de periode: koloniaal, bipolair, unipolair of multipolair.
Gebruik het begrip uit de syllabus, zoals hegemoniale staat, offshoring of reshoring, in plaats van een omschrijving.
Een verklaring heeft een ketting: oorzaak, doordat, daardoor, gevolg.
Cet élément n'a pas d'instructions