DE DROOMFABRIEK · FILMROL 3
Europa in close-up
Europa en de auteursfilm: concertcomponisten, nieuwe golven en vaste duo’s van regisseur en componist.
1
DE DROOMFABRIEK · FILMROL 3
Europa in close-up
Europa en de auteursfilm: concertcomponisten, nieuwe golven en vaste duo’s van regisseur en componist.
1
Image credit: Andrea Martella / CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons
DRAAIBOEK · LEERDOEL
Na deze les kun je…
uitleggen hoe Europese filmmuziek verschilt van het Hollywood-studiosysteem, de klank van Rota, Morricone, Delerue en Komeda herkennen, en laten zien hoe vaste duo’s van regisseur en componist een film mee vormgeven.
CENTRALE VRAAG
Wat verandert er aan filmmuziek als de regisseur de auteur van de film is?
Cet élément n'a pas d'instructions
Welke Europese film of filmmelodie ken jij? Noem een titel, componist of regisseur.
Verwacht Morricone (The Good, the Bad and the Ugly), The Godfather, Amélie of Harry Potter (Desplat). Bewaar het woordweb: veel namen komen in de les terug. Image credit: Andrea Martella / CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons
INLEIDING
Europa: de componist uit de concertzaal
Hollywood had muziekafdelingen met vaste componisten (Filmrol 2). In Europa vroeg je een componist die ook voor concertzaal, theater of radio schreef. Na de oorlog kwam de auteurstheorie: de regisseur is de auteur, en de muziek moet persoonlijk klinken.
De foto toont Denham Film Studios (1941), het complex van Alexander Korda. Auteurstheorie: zoals een schrijver de auteur van een roman is, is de regisseur de auteur van een film. In plaats van een groot orkest dat elke emotie onderstreept, kwam er ruimte voor één melodie, een jazzgroep, een klein ensemble of een lange stilte. In vaste duo’s is de muziek soms al klaar voordat er gefilmd wordt. Image credit: Ministry of Information Photo Division Photographer / Public domain, via Wikimedia Commons
AKTE 1 · SCÈNE 01 · 1936-1955 · LONDEN, DENHAM, EALING
Suites voor de concertzaal
Muzikaal leider Muir Mathieson haalt Britse concertcomponisten naar de film
Bliss, Things to Come (1936): de mars wordt een concertstuk. Zo ontstaat de suite
Walton schrijft voor Olivier Henry V (1944), met oude melodieën en marsen
Vaughan Williams, Scott of the Antarctic (1948): windmachine, koor en modale harmonie
Ralph Vaughan Williams
Arthur Bliss
Things to Come: March (1936)
Vaughan Williams
Scott of the Antarctic (1948)
Mathieson werkte voor Korda in Denham en na de oorlog voor de Rank Organisation; bij Ealing deed Ernest Irving hetzelfde. Een suite is een reeks fragmenten uit de score, bewerkt zodat ze als zelfstandig orkeststuk werken. Vaughan Williams was bijna zeventig toen hij begon (49th Parallel, 1941); van Scott maakte hij zijn zevende symfonie, Sinfonia antartica (1952). Modaal: dorisch en aeolisch, ouder dan majeur en mineur. Georges Auric schreef voor Ealing komedies als Passport to Pimlico. Keerzijde: bij Battle of Britain (1969) werd Waltons score bijna helemaal vervangen door muziek van Ron Goodwin.
Luistertips:
Arthur Bliss – Things to Come: March: Een filmmars die de concertzaal haalde.Vaughan Williams – Scott of the Antarctic: Hoor de ijsvlakte: windmachine, sopraan en vrouwenkoor zonder tekst, en orgel.
Image credit: uncredited press photographer / Public domain, via Wikimedia Commons
AKTE 1 · SCÈNE 02 · 1955-1968 · BRAY STUDIOS, LONDEN
Dra-cu-la: Hammer-horror
Hammer Films maakt horror in felle kleuren; muzikaal leider John Hollingsworth kiest jonge moderne componisten
James Bernard: drie zware noten op het ritme van de naam, een leidmotief in koper en pauken
Elisabeth Lutyens brengt de twaalftoontechniek en clusters in Paranoiac (1963)
Christopher Lee
James Bernard
Dracula (1958)
Elisabeth Lutyens
Paranoiac (1963)
Bernard studeerde aan het Royal College of Music en was assistent van Benjamin Britten. Voor The Quatermass Xperiment (1955) schreef hij voor alleen strijkers en slagwerk. Lutyens kreeg in het Britse concertleven weinig kansen en verdiende haar geld met filmmuziek. Twaalftoontechniek: alle twaalf tonen in een vaste reeks, geen grondtoon of toonsoort. Tristram Cary bracht met Quatermass and the Pit (1967) elektronische klank (zie Filmrol 5). De goedkope genrefilm bracht moderne compositietechniek bij een groot publiek.
Luistertips:
James Bernard – Dracula: Zing de drie noten mee: Dra-cu-la.Elisabeth Lutyens – Paranoiac: Atonale lijnen en clusters: geen melodie om te onthouden, en dus geen houvast.
Image credit: HD Retro Trailers (trailer Hammer Films) / Public domain, via Wikimedia Commons
Waarom werkt het Dracula-motief van James Bernard als leidmotief?
Het is een twaalftoonsreeks
Het keert steeds terug als de graaf in beeld komt
Het wordt door een koor gezongen
Het staat alleen in de titelmuziek
B. Een leidmotief is een vast muzikaal idee dat bij een personage hoort en steeds terugkeert. Twaalftoonsmuziek is van Lutyens, niet van Bernard. Image credit: Andrea Martella / CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons
AKTE 1 · SCÈNE 03 · 1945-1953 · ROME
Neorealisme: melodie bij de straat
Neorealisme: filmen op straat, met lekenacteurs en weinig geld
De Sica werkt met Alessandro Cicognini: Ladri di biciclette (1948)
Cicognini schrijft warme, zingende melodieën bij een harde werkelijkheid
Daartegenover lange scènes zonder muziek, alleen de geluiden van de stad
Vittorio De Sica
Alessandro Cicognini
Ladri di biciclette (1948)
LUISTERTIP Een warme melodie bij een harde werkelijkheid. De straatgeluiden zeggen: dit is echt. De muziek zegt: dit is erg.
Cinecittà was in 1945 beschadigd en werd gebruikt als vluchtelingenkamp. Rossellini maakte Roma città aperta (1945), met muziek van zijn broer Renzo. In Ladri di biciclette wordt de fiets van een werkloze aanplakker op zijn eerste werkdag gestolen. Cicognini schreef ook de Don Camillo-komedies en Stazione Termini (1953). Het vertrouwen in een eenvoudige, zingende melodie gaf het neorealisme door aan Rota en Morricone. Image credit: Federico Patellani / Public domain, via Wikimedia Commons
AKTE 1 · SCÈNE 04 · 1952-1979 · ROME
Rota: circus, wals en weemoed
Rota schrijft alle films van Fellini, van 1952 tot 1979
Hij leent van circus, fanfare, music hall, wals en marsje
Een vrolijke mars in een te langzaam tempo wordt weemoedig
La strada (1954): de trompetmelodie is het hart van Gelsomina
Nino Rota
Nino Rota
Gelsomina (La strada) (1954)
Nino Rota
La passerella (8½) (1963)
Rota was een wonderkind (oratorium op zijn elfde), studeerde ook aan het Curtis Institute en was directeur van het conservatorium van Bari. Voor Visconti schreef hij Il Gattopardo (1963), met een bewerkte wals van Verdi in de balscène. The Godfather (1972) werd uitgesloten van de Oscars omdat Rota een thema uit Fortunella (1958) hergebruikte; voor The Godfather Part II won hij in 1975 wel.
Luistertips:
Nino Rota – Gelsomina (La strada): Een trompetmelodie als het hart van een personage: aan het eind brengt ze de herinnering aan Gelsomina terug.Nino Rota – La passerella (8½): Circusmars als slot: alle personages lopen nog één keer voorbij, hand in hand in een kring.
Image credit: onbekend / CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons
Waarom werd Rota’s muziek voor The Godfather uitgesloten van de Oscars?
De wals was van Verdi
Rota was geen Amerikaan
Hij hergebruikte een thema uit zijn eigen score voor Fortunella
De film had te weinig muziek
C. De Verdi-wals hoort bij Il Gattopardo van Visconti. Voor The Godfather Part II won Rota in 1975 wel de Oscar. Image credit: Andrea Martella / CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons
DE DROOMFABRIEK · FILMROL 3
Alles kan anders
Spaghettiwestern, nouvelle vague en de Oost-Europese golven vinden een nieuwe klank.
2
Image credit: Fabio Alessandro Locati / CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons
AKTE 2 · SCÈNE 05 · 1964-1975 · ROME, ALMERÍA
Fluiten, zweepslag en coyote
Spaghettiwestern: Italiaanse westerns, goedkoper en harder, gefilmd in Almería
Morricone zet naast het orkest fluiten, galmgitaar, zweepslagen, mondharp en een roepend koor
In The Good, the Bad and the Ugly krijgt elke hoofdpersoon een eigen klankkleur
Luis Bacalov: de titelsong van Django als visitekaartje
Ennio Morricone
Ennio Morricone
Il buono, il brutto, il cattivo (1966)
Luis Bacalov
Django (1966)
Morricone was trompettist, studeerde bij Goffredo Petrassi en werkte als arrangeur van popliedjes voor RCA. Leone was een klasgenoot van de lagere school. Op de aftiteling van Per un pugno di dollari (1964) heette hij Dan Savio. Het fluiten is van Alessandro Alessandroni. Vergelijk met de Hollywoodwestern in Filmrol 2, scène 06. Morricone schreef ruim vierhonderd scores, ook giallo (Filmrol 5); ere-Oscar 2007, Oscar 2016 voor The Hateful Eight.
Luistertips:
Ennio Morricone – Il buono, il brutto, il cattivo: Tel de klankbronnen: stem, fluit, gitaar, koor, schoten.Luis Bacalov – Django: De titelsong, in het Engels gezongen door Rocky Roberts. Tarantino gebruikte hem opnieuw in Django Unchained (2012).
Image credit: Olivier Strecker / CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons
Welke klankkleur krijgt Blondie, de rol van Clint Eastwood, in het hoofdthema?
Een fluit
Een ocarina
Menselijke stemmen
Een mondharp
A. De ocarina hoort bij Angel Eyes, de menselijke stemmen bij Tuco. Het thema begint met een tweetonige roep die klinkt als het huilen van een coyote. Image credit: Fabio Alessandro Locati / CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons
LEONE EN MORRICONE
Eerst de muziek, dan de scène
Morricone schreef een deel van de muziek vóór de opnamen. Leone liet die op de set afspelen, en liet in C’era una volta il West (1968) scènes langer duren om de muziek niet af te breken.
Morricone zei later dat de films daardoor zo traag zijn. Het lange zwijgen, de close-ups van ogen en het langzame opbouwen van een duel horen bij die muziek. In Hollywood kwam deze werkwijze zelden voor. Image credit: Fabio Alessandro Locati / CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons
Welk instrument speelt de schutter Harmonica zelf in C’era una volta il West?
Mondharmonica
Fluit
Trompet
Ocarina
A. De frase krijgt pas in de laatste flashback betekenis. Het thema van Jill zingt sopraan Edda Dell’Orso zonder woorden boven het orkest.
Luistertips:
Ennio Morricone – L'uomo dell'armonica: Let op de schrille mondharmonica: het thema van een personage dat nauwelijks praat.
Image credit: Fabio Alessandro Locati / CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons
AKTE 2 · SCÈNE 06 · 1958-1973 · PARIJS
Nouvelle vague: Delerue en Legrand
Critici van Cahiers du cinéma gaan zelf filmen: de nouvelle vague
Delerue schrijft lyrisch, vaak voor strijkers. Godard herhaalt zijn thema in Le mépris (1963)
Legrand komt uit de jazz: in Les parapluies de Cherbourg (1964) wordt alles gezongen, als recitatief
Georges Delerue
Georges Delerue
Thème de Camille (1963)
Michel Legrand
Les parapluies de Cherbourg (1964)
Truffaut en Godard filmden goedkoop, op locatie, met sprongen in de montage. De jazz bij Ascenseur pour l’échafaud en À bout de souffle komt in Filmrol 4. Delerue studeerde bij Milhaud en schreef voor Truffaut Jules et Jim (1962). Godard brak het thema soms midden in een zin af: muziek als filmisch middel, net als de montage. Legrand studeerde bij Nadia Boulanger en maakte in 1958 Legrand Jazz met Miles Davis en John Coltrane. Les parapluies won de Gouden Palm; het liefdesthema werd I Will Wait for You. Oscars: Legrand voor The Windmills of Your Mind, Delerue voor A Little Romance (1979).
Luistertips:
Georges Delerue – Thème de Camille: Let op hoe vaak dit thema terugkeert, en wat dat met de scène doet.Michel Legrand – Les parapluies de Cherbourg: Alles wordt gezongen: jazzharmonie met septiem- en noonakkoorden onder gewone dialogen.
Image credit: Studio Harcourt / Public domain, via Wikimedia Commons
AKTE 2 · SCÈNE 07 · 1964-1970 · PARIJS, KRETA
Dabadaba en sirtaki
Francis Lai komt uit het chanson, niet uit de concertzaal
Un homme et une femme (1966): de muziek is klaar vóór de opnamen, zoals bij Leone
Het titellied zingt op klanken: scat, de stem als instrument
Theodorakis bedenkt voor Zorba the Greek (1964) de sirtaki, op de bouzouki
Na de staatsgreep van 1967 is zijn muziek in Griekenland verboden
Francis Lai
Un homme et une femme (1966)
Zing het dabadabada mee: twee stemmen als instrumenten, in welke taal je ook spreekt.
Mikis Theodorakis
Zorba’s Dance (1964)
Bouzouki en een tempo dat steeds verder versnelt.
Lai (Nice, 1932, Italiaanse ouders) ontdekte in Marseille de jazz, begeleidde in Parijs Édith Piaf en schreef met Bernard Dimey meer dan honderd chansons. Lelouch speelde de muziek op de set af om de acteurs in de juiste stemming te brengen. Het titellied wordt gezongen door Nicole Croisille en Pierre Barouh, die ook de tekst schreef. De film won de hoofdprijs in Cannes en de Oscar voor beste niet-Engelstalige film. Lai won de Oscar voor Love Story (1970); Andy Williams maakte er een hit van. Theodorakis (Chios, 1925): Zorba the Greek van Michael Cacoyannis, op Kreta in zwart-wit, met Alan Bates en Anthony Quinn. De sirtaki lijkt een oude volksdans, maar combineert de langzame hasapiko met de snelle hasaposerviko; in het snelste deel vaak 2/4. Gebaseerd op een syrtos uit Chania van Giorgis Koutsourelis. Onder de junta werd Theodorakis opgesloten (Oropos); Costa-Gavras gebruikte voor Z (1969) bestaande muziek van hem, zodat buiten Griekenland klonk wat in Griekenland verboden was. Na steun van onder anderen Sjostakovitsj en Bernstein mocht hij in april 1970 naar Parijs; terug na de val van de junta in 1974. Image credit: Hans Paul / CC BY 4.0, via Wikimedia Commons
AKTE 2 · SCÈNE 08 · 1958-1969 · WARSCHAU, PRAAG
Jazz achter het IJzeren Gordijn
Na Stalin (1953) komt er ruimte naast het socialistisch realisme
In Polen wordt jazz na 1956 het symbool van vrijheid
Komeda, arts en jazzpianist, schrijft koele jazz voor Polański’s Nóż w wodzie (1962)
Zdeněk Liška: gregoriaanse motieven en koor in Marketa Lazarová (1967)
Krzysztof Komeda
Krzysztof Komeda
Ballad for Bernt (1962)
Zdeněk Liška
Marketa Lazarová (1967)
Komeda heette eigenlijk Krzysztof Trzciński; zijn album Astigmatic (1965) is een hoofdwerk van de Poolse jazz. In Nóż w wodzie speelt de Zweedse saxofonist Bernt Rosengren. Komeda volgde Polański naar Cul-de-sac (1966) en Rosemary’s Baby (1968), waarin Mia Farrow het wiegelied zonder woorden zingt. Hij overleed in 1969, 37 jaar oud, na een ongeluk in Los Angeles. Na de inval in Tsjechoslowakije (1968) werd de ruimte weer kleiner; de kleine bezetting en ernstige toon hoor je later bij Preisner.
Luistertips:
Krzysztof Komeda – Ballad for Bernt: Koele jazz met veel ruimte tussen de noten, die de spanning tussen drie personages volgt.Zdeněk Liška – Marketa Lazarová: Koor en archaïsche klanken: geen echte middeleeuwse muziek, maar een moderne verbeelding ervan.
Image credit: Zbigniew Kresowaty / Attribution, via Wikimedia Commons
Delerues thema keert in Le mépris steeds terug, soms midden in een zin afgebroken. Wat doet die herhaling met de film?
Goede antwoorden: het thema wordt een refrein van het verlies, als een gedachte die niet weggaat. Godard gebruikt het niet als steun onder een emotionele scène zoals Hollywood, maar als filmisch middel, net als de montage. Image credit: Fabio Alessandro Locati / CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons
DE DROOMFABRIEK · FILMROL 3
Auteur en componist
Vaste duo’s in de Lage Landen, Europa, Groot-Brittannië en de Amerikaanse indiefilm.
3
Image credit: Timantha102938 / Public domain, via Wikimedia Commons
AKTE 3 · SCÈNE 09 · 1966-2006 · BRUSSEL, AMSTERDAM, GENT
Turks Fruit en Daens
Delvaux en Frédéric Devreese: walsen bij het Belgische magisch realisme
Verhoeven en Rogier van Otterloo, man van jazz en lichte muziek
Turks Fruit (1973): Toots Thielemans op mondharmonica boven strijkers
Dirk Brossé: groot romantisch orkest voor Daens (1992)
Rogier van Otterloo
Rogier van Otterloo
Turks Fruit (1973)
Dirk Brossé
Daens (1992)
Delvaux debuteerde met De man die zijn haar kort liet knippen (naar Johan Daisne). Van Otterloo was vanaf 1980 chef-dirigent van het Metropole Orkest; hij schreef ook Keetje Tippel en het heroïsche thema van Soldaat van Oranje (1977) en overleed in 1988, 46 jaar oud. Voor Zwartboek (2006) werkte Verhoeven met Anne Dudley. Daens werd genomineerd voor een Oscar. Wat de Lage Landen verbindt: melodie en lichte muziek, voor een publiek dat het thema daarna op de radio hoorde.
Luistertips:
Rogier van Otterloo – Turks Fruit: Luister naar de mondharmonica van Toots Thielemans: dichtbij en kwetsbaar, bijna een menselijke stem.Dirk Brossé – Daens: Breed romantisch orkest met thema’s in strijkers en koper voor een Vlaams historisch drama.
Image credit: Hans Peters / Anefo / CC BY-SA 3.0 nl, via Wikimedia Commons
AKTE 3 · SCÈNE 10 · 1980-2017 · PARIJS, KRAKAU, ATHENE
Intiem en herhaald
Arthouse: hechte duo’s, kleine bezettingen, veel herhaling
Preisner en Kieślowski verzinnen een fictieve componist: Van den Budenmayer
Karaindrou schrijft voor Angelopoulos trage melodieën op het tempo van lange shots
Desplat kiest de cimbalom: klankkleur boven een groot thema
Zbigniew Preisner
Zbigniew Preisner
Song for the Unification of Europe (1993)
Eleni Karaindrou
Eternity Theme (1998)
Alexandre Desplat
Mr. Moustafa (2014)
Gabriel Yared (Beiroet 1949) schreef 37°2 le matin en The English Patient (Oscar). Preisner studeerde geschiedenis en filosofie en leerde het vak door platen uit te schrijven; Dekalog, La double vie de Véronique, Trois couleurs. In Bleu breken flarden van het koorwerk van Julies overleden man luid in; de tekst komt uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs. Karaindrou schreef alle films van Angelopoulos vanaf 1984; haar soundtracks verschenen bij ECM. Desplat won Oscars voor The Grand Budapest Hotel en The Shape of Water.
Luistertips:
Zbigniew Preisner – Song for the Unification of Europe: Uit Trois couleurs: Bleu. Een fictief koorwerk dat in de film een hoofdrol speelt, gezongen in het Grieks.Eleni Karaindrou – Eternity Theme: Uit Mia aioniotita kai mia mera. Traag en sober: muziek op het tempo van lange shots.Alexandre Desplat – Mr. Moustafa: Uit The Grand Budapest Hotel. Cimbalom en balalaika roepen een verzonnen Oost-Europa op.
Image credit: Sławek / CC BY-SA 2.0, via Wikimedia Commons
AKTE 3 · SCÈNE 11 · 1985-2016 · LONDEN
Kostuumfilm: licht en precies
Doyle zingt in Henry V (1989) zelf Non nobis, Domine: van één stem naar koor en orkest
Rachel Portman: kleine dansante figuren in hout en strijkers. Eerste vrouw met een Oscar voor filmmuziek
Marianelli maakt in Atonement (2007) een typemachine tot slagwerk
Patrick Doyle
Rachel Portman
Emma (1996)
Dario Marianelli
Briony (Atonement) (2007)
Merchant Ivory maakte A Room with a View (1985), met aria’s van Puccini en muziek van Richard Robbins. Vergelijk Doyles Henry V met Walton in scène 01: daar marsen en oude melodieën, hier één lange opbouw. Portman won voor Emma de Oscar voor muziek bij een komedie of musical. Atonement werd gespeeld door het English Chamber Orchestra met Jean-Yves Thibaudet en won een Oscar. Anne Dudley (Art of Noise) schreef The Crying Game, The Full Monty (Oscar), Zwartboek en Elle.
Luistertips:
Rachel Portman – Emma: Kleine dansante figuren in hout en strijkers, als een gesprek of een plagerig spel.Dario Marianelli – Briony (Atonement): De typemachine als slagwerk: zoek het ritme van de toetsen.
Image credit: British Council Qatar / CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons
AKTE 3 · SCÈNE 12 · 1984-2001 · TEXAS, PARIJS
Slidegitaar en accordeon
Wenders vraagt voor Paris, Texas (1984) geen filmcomponist, maar gitarist Ry Cooder
Slidegitaar: een bottleneck schuift over de snaren, de toon glijdt traploos
Cooder stemt alles in Es, de toonhoogte van de woestijnwind
Jeunet kiest voor Amélie (2001) de popmuzikant Yann Tiersen: accordeon, speelgoedpiano, walsen
Ry Cooder
Paris, Texas (1984)
Volg de glijdende tonen van de slidegitaar, en de stilte ertussen.
Yann Tiersen
La valse d’Amélie (2001)
Een wals: tel de drie tellen mee en luister welke instrumenten de melodie overnemen.
Paris, Texas: scenario Sam Shepard en L.M. Kit Carson; Travis loopt zwijgend door de woestijn van West-Texas. Cooder (Los Angeles, 1947) was studiomuzikant (onder meer met de Rolling Stones) en maakte voor Walter Hill The Long Riders (1980). Voorbeeld: Dark Was the Night, Cold Was the Ground (1927) van Blind Willie Johnson, die slide speelt met een mes en zonder woorden neuriet. De film won de Gouden Palm. Later Buena Vista Social Club: album (1997, Cooder) en documentaire (1999, Wenders). Tiersen (Brest, 1970) luisterde als tiener naar punk (The Stooges, Joy Division); albums La valse des monstres, Rue des cascades, Le phare. De soundtrack is deels bestaand werk, deels nieuw; in La dispute speelt een fietswiel mee. Nummer één in Frankrijk, meer dan anderhalf miljoen verkocht, César 2002. Gemeenschappelijk: een muzikant met een eigen klank die al bestond voordat de film er was. Image credit: Steve Proctor / CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons
AKTE 3 · SCÈNE 13 · 1984-2016 · NEW YORK
Amerikaanse auteurs
De indiefilm: kleine budgetten, dus slimme en zuinige muziek
Carter Burwell schrijft bijna alle films van de Coens, vaak op volksmelodieën
Thomas Newman bouwt muziek uit kleine patronen van piano, marimba en tabla
Nicholas Britell bewerkt strijkers met chopped and screwed uit de hiphop
Joel en Ethan Coen
Carter Burwell
Fargo, North Dakota (1996)
Thomas Newman
Any Other Name (1999)
Nicholas Britell
Little’s Theme (2016)
Burwell studeerde animatie en elektronische muziek aan Harvard; Blood Simple (1984) was het debuut van de Coens. Fargo bouwt op Den bortkomne sauen (Het verloren schaap). Angelo Badalamenti werkte ruim dertig jaar met David Lynch (Twin Peaks: Filmrol 8). Thomas Newman is een zoon van Alfred Newman. Britell kreeg een klassieke pianoopleiding bij Juilliard en speelde aan Harvard in een hiphopgroep. Gemeenschappelijk: kleine ensembles, herhaling zoals in minimal music, een ironische of vervreemdende toon.
Luistertips:
Carter Burwell – Fargo, North Dakota: Een Noorse volksmelodie met dreunende trommels: ernst met een ironische knipoog.Thomas Newman – Any Other Name: Uit American Beauty. Herhaalde pianofiguren en percussie: na 1999 overal nagevolgd.Nicholas Britell – Little’s Theme: Uit Moonlight. Klassieke strijkers met een hiphoptechniek bewerkt.
Image credit: Georges Biard / CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons
Wat doet Nicholas Britell met de strijkers in Moonlight?
Hij voegt een typemachine toe
Hij vertraagt de opname, zodat de toonhoogte zakt
Hij laat ze op de set afspelen
Hij vervangt ze door een cimbalom
B. Chopped and screwed: een opname vertragen, waardoor ook de toonhoogte zakt, en stukjes herhalen of verschuiven. Een heldere vioolmelodie wordt zwaar en donker. Image credit: Timantha102938 / Public domain, via Wikimedia Commons
Zet deze films in de goede volgorde.
1936, 1948, 1954, 1966, 1973, 1993, 2016. Image credit: Timantha102938 / Public domain, via Wikimedia Commons
Vul in
Uit een Britse filmscore maakte men vaak een suite voor de concertzaal. Het Dracula-motief keert terug als leidmotief. Fellini werkte bijna dertig jaar met Rota. Morricone schreef muziek voor de westerns van Leone. In Les parapluies de Cherbourg wordt alles gezongen als recitatief. Preisner en Kieślowski verzonnen de componist Van den Budenmayer.
Image credit: Timantha102938 / Public domain, via Wikimedia Commons
Kies een scène uit een Hollywoodfilm. Hoe zou een Europese auteurscomponist uit deze les de muziek anders aanpakken?
Slotopdracht. Goede antwoorden noemen een concrete keuze uit de les: één melodie in plaats van een groot orkest (Cicognini, Rota), een eigen klankkleur per personage (Morricone), herhaling van een thema (Delerue, Karaindrou), een kleine jazzbezetting (Komeda), een volksmelodie (Burwell) of stilte. Laat ze ook zeggen wat dat met de scène doet. Image credit: Timantha102938 / Public domain, via Wikimedia Commons
DRAAIBOEK · BEGRIPPEN
Begrippen
Suite: filmmuziek bewerkt voor de concertzaal
Modale harmonie: oude toonladders: dorisch, aeolisch
Leidmotief: terugkerend idee bij een personage
Twaalftoontechniek: twaalf tonen in een vaste reeks
Cluster: akkoord van tonen vlak naast elkaar
Neorealisme: Italiaanse film op straat, na 1945
Auteurstheorie: de regisseur is de auteur
Spaghettiwestern: Italiaanse western, vaak in Spanje
Nouvelle vague: Franse nieuwe golf, eind jaren 50
Recitatief: gezongen spreektekst, als in opera
Scat: zingen op klanken, stem als instrument
Sirtaki: dans voor Zorba, steeds sneller
Bouzouki: Grieks tokkelinstrument, lange hals
Socialistisch realisme: Oostblok-kunststijl
Magisch realisme: werkelijkheid gaat over in droom
Fictieve componist: verzonnen, zoals Van den Budenmayer
Cimbalom: groot hakkebord met hamertjes
Slidegitaar: bottleneck: de toon glijdt traploos
Indiefilm: onafhankelijke film, klein budget
Chopped and screwed: opname vertraagd en verlaagd
Cet élément n'a pas d'instructions