4V 2.4 DNA: het besturingssysteem van de cel

H2 Cel en leven
Deze les:
- Introductie + kennismaken
- Voorkennis test
- 2.1 Cellen leven samen dl1
1 / 31
suivant
Slide 1: Diapositive
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

Cette leçon contient 31 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.

time-iconLa durée de la leçon est: 80 min
Signaler cette leçon

Éléments de cette leçon

H2 Cel en leven
Deze les:
- Introductie + kennismaken
- Voorkennis test
- 2.1 Cellen leven samen dl1

Slide 1 - Diapositive

Deze les:
- Verwerking practicum osmose
- Start 2.4 DNA

Slide 2 - Diapositive

Antwoord Exit ticket
Je hebt net een aardappel in 0% glucose (gedestilleerd water) gedaan. Wat is de toniciteit (hyper-, iso- of hypotoon) van deze vloeistof t.o.v. de cel? En wat verwacht je dan te meten qua buigzaamheid bij dit staafje?

Slide 3 - Diapositive

Verwerking practicum Osmose
Klaar? 
- lezen 2.4


timer
20:00

Slide 4 - Diapositive

Leerdoelen 2.4
12. Je beschrijft de bouw van DNA en de DNA-code voor eiwitten
13. Je beschrijft waarin (de bouw van) RNA verschilt met (die van) DNA en je vertaalt de DNA-code naar RNA-code en andersom
14. Je vertaalt de RNA-code naar aminozuren en andersom en je beschrijft de vorming en de afwerking van eiwitten door organellen

Slide 5 - Diapositive

Cellen
- Meer dan celkern, cytoplasma en celmembraan!
- Maken eiwitten, stoffen betrokken zijn bij alle levensprocessen. 
- De bouwstenen voor eiwitten zijn 20 aminozuren.

Waar in de cel ligt de bouwinstructie voor het maken van eiwitten?

Slide 6 - Diapositive

Slide 7 - Vidéo

Dubbele helix-structuur 

Backbone van fosfaatgroep (PO4) afgewisseld met een suiker (desoxyribose)                     (zie BINAS 71C)
DNA-
molecuul
(nucleïnezuur)

Slide 8 - Diapositive

Nucleotide: kleinste bouwsteen van DNA
Bestaat uit 1 fosfaatgroep, 1 suiker en 1 stikstofbase


DNA-
molecuul
(nucleïnezuur)

Slide 9 - Diapositive

Vier verschillende stikstofbasen: 
Adenine (A), Thymine (T), Cytosine (C), Guanine (G)

Combinaties A=T en C≡G (baseparing)
De ene streng is complementair (tegenovergesteld) aan de andere.
DNA

Slide 10 - Diapositive

Welke basen zitten in de complementaire streng van ATGGT?

Slide 11 - Question ouverte

Eiwitproductie
1. Eiwitproductie begint in de celkern. Een stukje DNA (gen) bevat de bouwinstructie voor een eiwit
2. Dit stukje wordt gekopieerd in de vorm van een mRNA molecuul (transcriptie)
3. Via de kern poriën reist het mRNA molecuul vervolgens naar het cytoplasma
4. Een ribosoom “leest” het mRNA- molecuul en koppelt dan aminozuren aan elkaar volgens de bouwinstructie (translatie)

Slide 12 - Diapositive

Transcriptie: DNA naar RNA
Een stuk DNA dat codeert voor één eiwit (eigenschap) is een gen.
De volgorde van stikstofbasen (A,T,C,G) in dat stuk DNA is de code voor het maken van het eiwit.

Eiwitten bestaan uit een keten van aminozuren. Er zijn 20 verschillende aminozuren.    (zie BINAS 67H1)

Als het eiwit moet worden gemaakt wordt eerst van het gen een kopie gemaakt --> mRNA



Slide 13 - Diapositive

Slide 14 - Diapositive

Transcriptie: DNA naar mRNA
mRNA is enkelstrengs
mRNA heeft Uracil (U) i.p.v. Thymine (T) als stikstofbase

Tegenover de A wordt een U ingebouwd en tegenover T een A

Bij C een G en bij G een C

Slide 15 - Diapositive

Transcriptie: DNA naar mRNA
Bij het maken van mRNA wordt de de matrijsstreng (template) van DNA afgelezen, het mRNA is daarom complementair aan de matrijsstreng.

Het basenvolgorde in mRNA is dus een gelijk aan de ándere DNA streng: de coderende streng (op T = U na).




Slide 16 - Diapositive

In een gen heeft de matrijsstreng de volgende DNA-code:
TTG-TCC-AAG-AAT-CCG-TAA.

Wat is het mRNA kopie van dit gen?

Slide 17 - Question ouverte

In een gen heeft de coderende streng de volgende DNA-code:
TAC-GGC-ACG-CGC-AAT-TCT.

Wat is het mRNA kopie van dit gen?

Slide 18 - Question ouverte

Translatie: mRNA naar eiwit
Het mRNA verlaat de kern (via een kernporie) naar het cytoplasma en bindt aan een ribosoom.

Het ribosoom leest het mRNA in steeds 3 stikstofbasen tegelijk (triplet/ codon).

Slide 19 - Diapositive

RNA naar eiwit: translatie
Translatie begint altijd bij een AUG code (het startcodon). Hiermee wordt een methionine aminozuur ingebouwd.

Er zijn een paar mogelijke stopcodons waarmee de translatie stopt.

Slide 20 - Diapositive

Translatie: RNA naar eiwit

Slide 21 - Diapositive

Transcriptie en translatie

Slide 22 - Diapositive

Kraak de code!
Vertaal de mRNA code naar eiwit:

AAC-AGG-UUC-UUA-GGC-AUU 

Slide 23 - Diapositive

Goede antwoord:
Asparagine - Arginine - Phenylalanine - 
Leucine - Glycine  - Isoleucine

Slide 24 - Diapositive

Translatie m.b.v. BINAS 71G 
1
2
3

Slide 25 - Diapositive

BINAS 71G

Slide 26 - Diapositive

Wat is het startcodon? Voor welk aminozuur codeert het?

Slide 27 - Question ouverte

Welke stopcodons zijn er?

Slide 28 - Question ouverte

Probeer het zelf!
Wat is de aminozuurvolgorde als:

- De DNA matrijsstreng TAC-GAG-CGA-ATC-AGT is?
- De DNA coderende streng ATG-CCG-ACG-AGC-TAA is?
- De DNA matrijsstreng GGC-TAC-CTA-GTT-ACT is?



Slide 29 - Diapositive

Wat gebeurd er na translatie met de aminozuurketen (polypeptide)?

Slide 30 - Diapositive

Opdrachten
- Maken 2.4 opdr. 

Slide 31 - Diapositive