H2 Thuis en buitenshuis

2.1 Geen muziek zonder productie
Toets bespreken H1
Uitleg en maken van 2.1 


Je kan uitleggen wat consumeren en produceren met elkaar te maken hebben
1 / 41
suivant
Slide 1: Diapositive
EconomieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

Cette leçon contient 41 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 2 vidéos.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min
Signaler cette leçon

Éléments de cette leçon

2.1 Geen muziek zonder productie
Toets bespreken H1
Uitleg en maken van 2.1 


Je kan uitleggen wat consumeren en produceren met elkaar te maken hebben

Slide 1 - Diapositive

Begrip: behoefte
Behoefte: alles wat je nodig hebt of waar je naar verlangt.

Slide 2 - Diapositive

Slide 3 - Vidéo

Behoefte bevredigen door.
- iets wat je mist zelf te produceren
- iets wat je mist te kopen

Dit heet consumeren

Slide 4 - Diapositive

Slide 5 - Diapositive

Productie
We maken onderscheid tussen:
- Betaalde productie, iets doen of maken tegen betaling
- Onbetaalde productie, iets doen of maken zonder betaald te worden

Slide 6 - Diapositive

Prioriteiten stellen
Prioriteiten stellen doe je om te bepalen wat je allemaal kan kopen voor je geld.

Slide 7 - Diapositive

Slide 8 - Diapositive

Aan de slag
2.1 Geen muziek zonder productie
Opdracht 1 t/m 30
Blz 32 t/m 34

Klaar? 
Rekentrainer paragraaf 1
Blz 52

Slide 9 - Diapositive

2.2 productie thuis
Herhaling paragraaf 1
Huiswerk paragraaf 1 
Uitleg en maken paragraaf 2


Je kan de waarde uitrekenen van de productie thuis

Slide 10 - Diapositive

Eva heeft behoefte aan een pauze. Ze wil graag iets eten. Ze neemt geen patat. Het is duur en is te heet om snel op te eten. Ze kiest een bruin bolletje kaas.
Waarom maakt Eva deze keuze
A
door alleen gebrek aan geld
B
door alleen gebrek aan tijd
C
door gebrek aan tijd en aan geld
D
door gebrek aan productie

Slide 11 - Quiz

Produceren is
A
het maken van diensten en het leveren van goederen
B
het maken van goederen
C
het leveren van diensten
D
het maken van goederen en het leveren van diensten

Slide 12 - Quiz

consumeren is
A
opeten
B
iets kopen
C
iets kopen om in de eigen behoeften te voorzien
D
iets kopen om iets te kunnen produceren

Slide 13 - Quiz

Slide 14 - Diapositive

Hulpmiddelen
Om te produceren hebben we hulpmiddelen nodig: 
(kapitaalgoederen) Gereedschap: Om brood te snijden heb je een mes nodig

Arbeid: Iemand moet het brood snijden

Natuur: Zonder graan kan je geen brood bakken

Slide 15 - Diapositive

consumenten besteden productie uit
  • Als ze het werk zelf niet kunnen
  • Als ze er geen zin in hebben
  • Als ze er geen tijd voor hebben

Slide 16 - Diapositive

Betaalde productie
Je kan productie door bedrijven laten doen.

Slide 17 - Diapositive

Productie uitbesteden

  • Je moet ervoor betalen
  • Je hebt er vaak geen zin in
  • Je hebt er geen tijd voor
Productie thuis

  • Het is (vaak) gratis
  • Het is makkelijk
  • Je hebt wel tijd/zin om het te doen
Eigen productie - kosten productie bedrijf = 
waarde productie thuis

Slide 18 - Diapositive

waarde productie thuis
zelf nasi maken € 4,- 


nasi ophalen bij de chinees 
€ 8,50

Waarde productie thuis is € 8,50 - € 4,- = € 4,50

Slide 19 - Diapositive

Aan de slag
2.2 Productie thuis
Opdracht 1 t/m 31
Blz 36 t/m 38

Klaar? 
Rekentrainer paragraaf 1, 2
Blz 52

Slide 20 - Diapositive

2.3 productie in bedrijven
Toets bespreken H1
Nakijken 2.2
Uitleg en maken 2.2

Je kan uitleggen wat nodig is voor de productie in bedrijven

Slide 21 - Diapositive

Productiefactoren 

Slide 22 - Diapositive

Wat heb je nodig om dit te maken?

Slide 23 - Diapositive

Productiefactor kapitaal
Het hout moet gezaagd worden, het ijzer moet gesmeed worden, de onderdelen moeten vastgeschroeft worden. We hebben dus materialen/machines nodig om de stoel te maken. Met kapitaal bedoelen we dan ook gereedschappen, gebouwen, machines en voertuigen.


Slide 24 - Diapositive

Productiefactor arbeid
Als je al het materiaal verzameld hebt voor je stoel, moet je deze nog in elkaar zetten. We hebben dus arbeid nodig om de stoel daadwerkelijk te kunnen maken. Met arbeid bedoelen we zowel de lichamelijk als geestelijke inspanning die mensen leveren bij het produceren.


Slide 25 - Diapositive

Productiefactor natuur
Om een stoel te kunnen maken heb je materialen nodig, zoals hout. Met natuur bedoelen we dan ook alles wat de natuur levert, zoals grondstoffen, fosiele brandstoffen zoals olie en gas, de grond zelf, lucht, zonlicht en water.


Slide 26 - Diapositive

Aan de slag
2.3 Productie in bedrijven
Opdracht 1 t/m 28
Blz 40 t/m 42

Klaar? 
Rekentrainer paragraaf 1, 2
Blz 52

Slide 27 - Diapositive

2.4 productie en milieu
Nakijken 2.3
Uitleg 2.4

Ik kan uitleggen wat de gevolgen van productie zijn voor het milieu

Slide 28 - Diapositive

Milieuvervuiling ontstaat door onbetaalde en betaalde productie

Slide 29 - Diapositive

Afval 
Bij productie ontstaat verschillende soorten afval. Denk aan verpakkingen, onderdelen die niet gebruikt worden, oude onderdelen etc. 

Slide 30 - Diapositive

Milieuschade:
Milieuschade onstaat door:
  • vervuiling van lucht, water en bodem
  • het verbruik van energiebronnen
  • het verbruik van grondstoffen
  • afval
  • groei productie

Slide 31 - Diapositive

Maatschappelijke kosten 
Nadelen die de samenleving van productie heeft. De kosten moeten betaald worden

Bijvoorbeeld afval, milieuvervuiling. 

Slide 32 - Diapositive

Maatschappelijke kosten

De kosten van milieuvervuiling worden betaald door de overheid 

en niet door de vervuiler.

Voorbeeld: Uitstoot van uitlaatgassen en zwerfafval.



Vervuiler= diegene die milieuvervuiling veroorzaakt.

Betaalt de vervuiler de milieukosten zelf dan heeft hij meer kosten en dan zullen er minder maatschappelijke kosten zijn.


Slide 33 - Diapositive

0

Slide 34 - Vidéo

Duurzame energiebronnen
Energiebronnen die onuitputtelijk zijn en geen milieuvervuiling veroorzaken.

Slide 35 - Diapositive

Milieuwetten

Wetten om milieuproblemen tegen te gaan.

Bijvoorbeeld: 
  • Afval scheiden -                                               milieustraat gemeente
  • wet tegen geluidsoverlast, 
  • wet tegen stankoverlast

Slide 36 - Diapositive

Aan de slag
2.4 Productie en Milieu
Opdracht 1 t/m 31
Blz 44 t/m 46

Klaar: 

Slide 37 - Diapositive

2.5 Staafdiagram en cirkeldiagram
Nakijken 2.4
Uitleg 2.5

Je kan gegevens opzoeken in een staafdiagram en een cirkeldiagram. 

Slide 38 - Diapositive

Wat is een staafdiagram?

Slide 39 - Diapositive

Wat is een cirkeldiagram?

Slide 40 - Diapositive

Aan de slag!
2.5 Staafdiagram en cirkeldiagram
Opdracht 
Blz 48 t/m 

Klaar:

Slide 41 - Diapositive