Blok 3 Arbeidsomstandigheden

Thema 9 Grondstoffen
Blok 3 
Arbeidsomstandigheden
1 / 24
suivant
Slide 1: Diapositive
Mens & MaatschappijMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

Cette leçon contient 24 diapositives, avec quiz interactif, diapositives de texte et 4 vidéos.

time-iconLa durée de la leçon est: 80 min

Éléments de cette leçon

Thema 9 Grondstoffen
Blok 3 
Arbeidsomstandigheden

Slide 1 - Diapositive

Waar in Nederland stond de eerste fabriek met stoommachine?
A
Groningen
B
Twente
C
Noord Brabant
D
Zuid Holland

Slide 2 - Quiz

Waar gaat dit blok over?
In de negentiende eeuw kwamen er van allerlei machines in de fabrieken. Deze zijn in de loop der jaren vervangen door modernere machines. Ook die worden op een bepaald moment afgedankt. Deze machines moeten worden afgebroken. Dat gebeurd onder onveilige omstandigheden, net zoals mensen in de 19e eeuw onveilige werkomstandigheden hadden. 

Samen maken: opdr 1

Slide 3 - Diapositive

Les 1 leerdoelen
• Je kan beschrijven hoe de leefomstandigheden begin negentiende eeuw waren.
• Je kan oorzaken noemen van de armoede in Nederland.
• Je kan voorbeelden noemen hoe deze armoede werd bestreden.
• Je kan uitleggen waardoor de bevolking groeide.



Slide 4 - Diapositive

Slide 5 - Vidéo

Armoede
Koning Willem I in 1815 aan de macht: veel armoede in Nederland.
Arbeiders verdienden te weinig geld om goed eten te kopen en een goede woning te huren          veel werklozen en bedelaars.

Krotten en vochtige kelders zonder toilet of stromend water.
Slechte oogsten duur eten (bedorven voedsel: rotte aardappels of beschimmeld brood en ernstig vervuild drinkwater uit grachten)           ziekten en epidemieën.
Mensen die niet konden werken, zoals invaliden, zieken en ouderen, hadden het extra moeilijk. 

Slide 6 - Diapositive

Slide 7 - Vidéo

Landbouwkoloniën


1818 bedacht Johannes van de Bosch een plan om armoede te bestrijden               In Drente dorpen met boederijtjes voor arme stedelingen. 

De mensen in het dorp moesten de grond geschikt maken voor landbouw. Ze moesten betalen met koloniegeld en moesten goede burgers zijn

Slide 8 - Diapositive

Bevolkingsgroei
Kunstmest en betere landbouwmachines              landbouw leverde meer voedsel op. Stoomschepen brachten graan uit Amerika                voedsel goedkoper
Einde aan de honger!
Steeds meer kennis over hygiëne. .
In steden kwamen riolering en waterleiding
Minder vuil, bacteriën en virussen.              Minder epidemieën van besmettelijke ziekten. 
Er gingen minder mensen dood, maar er werden nog wel veel kinderen geboren. 
Daardoor groeide de bevolking!
Tussen 1850 en 1900 groeide de Nederlandse bevolking van 3,1 miljoen tot ruim 5 miljoen mensen.

Slide 9 - Diapositive

Bevolkingsgroei

Slide 10 - Diapositive

Opdrachten bij deze les
M: blok 3 Thema 9
opdrachten 3, 4, 5, 6, 8, 9
Blz 46 t/m 51

Klaar:
Huiswerk
Leren wiskunde/ rekenen

Slide 11 - Diapositive

Les 2
• uitleggen waarom er in Nederland in 1848 een nieuwe grondwet kwam.
• belangrijke veranderingen in de Grondwet beschrijven.
• drie stromingen in de politiek beschrijven.
• beschrijven hoe de leefomstandigheden begin negentiende eeuw waren.
• voorbeelden van wetten noemen die de leef- en arbeidsomstandigheden van de arbeiders verbeterden.

Slide 12 - Diapositive

Slide 13 - Lien

Een nieuwe grondwet
In 1840 volgde koning Willem II zijn vader op. De koning had veel macht. Er waren wel ministers, maar die kon hij ontslaan als hij dat wilde.

De liberalen vonden dat het volk meer vrijheid en macht moest krijgen. In 1848 braken in verschillende Europese landen opstanden uit tegen de macht van de koning. Koning Willem II was bang dat dat ook in Nederland zou gebeuren. Daarom gaf hij Thorbecke de opdracht om een nieuwe grondwet te schrijven. 
  • Ministers worden verantwoordelijk voor nieuwe wetten. 
  • Het parlement moet alle wetten eerst goedkeuren. 
  • De leden van het parlement, de Eerste en de Tweede Kamer, worden 
gekozen door het volk. Eerst alleen rijke, mannelijke burgers, maar dit 
kiesrecht werd steeds verder uitgebreid. 

Slide 14 - Diapositive

De Grondwet van 1848 wordt gezien als het begin van de democratie in Nederland.
In het eerste artikel staat dat de staat alle mensen gelijk behandelt.

Slide 15 - Diapositive

Politieke partijen
Er waren verschillende groepen mensen met belangen en ideeën. Zo vonden de liberalen kiesrecht en vrijheid belangrijk.

De protestanten en katholieken vonden het geloof erg belangrijk. Zij wilden graag hun eigen scholen oprichten.

De socialisten kwamen op voor de belangen van de arbeiders. Zij wilden het verschil tussen arm en rijk kleiner maken

Mensen met dezelfde ideeën gingen met elkaar samenwerken en 
richtten politieke partijen op. 

Slide 16 - Diapositive

Slide 17 - Diapositive

Slide 18 - Vidéo

Slide 19 - Vidéo

Politieke partijen

Slide 20 - Diapositive

Slide 21 - Lien

Arbeidsomstandigheden
In de negentiende eeuw spraken de mensen in de Tweede Kamer vaak over de slechte leef- en arbeidsomstandigheden van arbeiders. Dat noemden zij de sociale kwestie
De eerste sociale wet van Nederland is het Kinderwetje van Van Houten uit 1874. Daarin stond dat kinderen jonger dan twaalf jaar niet in fabrieken mochten werken. Ze mochten wel op de boerderij en in het huishouden werken.
Later kwamen er meer sociale wetten. 

Nu moeten werknemers en werkgevers zich aan de Arbowet houden. 
Het doel van deze wet is om ongevallen en ziekten te voorkomen. 
Zo moeten werknemers in de bouw een helm en schoenen met stalen 
neuzen dragen.

Slide 22 - Diapositive

Woningwet
Door urbanisatie konden ziekten zich nog steeds snel verspreiden, ondanks betere hygiëne. Arme en rijke mensen stierven. 

In 1901 kwam er een woningwet waarin kelderwoningen werden verboden. Later werd deze uitgebreid en de woningen verbeterd. Ook werden en rioleringen en leidingen aangelegd. 

Slide 23 - Diapositive

We maken samen: 

16 t/m 20
Blz 56 t/m 58


Slide 24 - Diapositive