KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN
INSTRUMENTEN EN ZANGSTEMMEN
Examenstof muziek vmbo
KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN
INSTRUMENTEN EN ZANGSTEMMEN
Examenstof muziek vmbo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: MU/K/3 2.1.i (klankkleur: instrumenten en zangstemmen). Image credit: Huhu Uet / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN
WAT GA JE KUNNEN?
Ik kan instrumenten en zangstemmen horen en zien en ze de juiste naam geven.
Cet élément n'a pas d'instructions
Welke instrumenten ken jij? Noem er zoveel je kunt.
Verwachte woorden: gitaar, piano, drums, viool, fluit, trompet, zang. Zet de woorden op het bord in groepen: slaan, blazen, snaren en stem. Zo bouw je de indeling van deze les op.
Een xylofoon en een marimba
♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN
SLAGINSTRUMENTEN ZONDER VEL
Een slaginstrument laat je klinken door te slaan, te schudden of te schrapen.
Zonder vel: triangel, bekkens, tamtam, cowbell, buisklokken en beatring.
Met stokjes: klokkenspel, xylofoon, marimba, vibrafoon en metallofoon.
Schudden of schrapen: maraca's, shaker, cabasa, guiro, rasp. Klepperen: castagnetten, claves, woodblock.
Syllabus MU/K/3 2.1.i: slaginstrumenten zonder vel. Het verschil tussen deze paren hoeven leerlingen auditief niet te kennen: xylofoon en marimba, vibrafoon en metallofoon, maraca's en shaker, cabasa en guiro en rasp, castagnetten en claves en woodblock. Veelgemaakte fout: de triangel bij de instrumenten met vel rekenen. Image credit: Vassia Atanassova (Spiritia) / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN
SLAGINSTRUMENTEN MET VEL
Bij een trom of drum zit een strak gespannen vel. Je slaat erop met stokken of met je handen.
Grote trom, kleine trom (snaredrum), tomtoms, floortom en basdrum (kickdrum).
Pauken zijn grote trommels in de vorm van een ketel.
Met je handen: bongo's, conga's, djembé en tamboerijn.
Syllabus: slaginstrumenten met vel. Auditief hoeven leerlingen niet te onderscheiden: bongo's, conga's en djembé, en ook beatring en tamboerijn. Zeg kleine trom of snaredrum, niet trommel. Veelgemaakte fout: denken dat alle slaginstrumenten een vel hebben.
Een drumstel van het merk Mapex
♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN
HET DRUMSTEL
Een drumstel is een set slaginstrumenten voor één speler: de drummer.
Basdrum (kickdrum), snaredrum, tomtoms en floortom hebben een vel.
Cymbals (bekkens) en hihat hebben geen vel. De hihat kan gesloten of open klinken.
De basdrum en de hihat bedien je met je voeten.
Syllabus: drumstel bestaande uit basdrum, cymbals, floortom, hihat, snaredrum en tomtoms. Veelgemaakte fout: de pauken of de triangel bij het drumstel rekenen. Luister na deze dia naar het fragment. Image credit: Huhu Uet / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Video: Dave Weckl: Drum Solo (kanaal HudsonMusic). Wat leerlingen horen: alleen een drumstel, zonder andere instrumenten. Je hoort basdrum, snaredrum, tomtoms, hihat en bekkens. Kijkvraag: welke delen van het drumstel hoor je? Antwoord: bijvoorbeeld basdrum, snaredrum, tomtoms en bekkens.
Welk slaginstrument heeft geen vel?
Triangel
Snaredrum
Pauken
Djembé
De triangel is van metaal en heeft geen vel. Snaredrum, pauken en djembé hebben wel een vel. Wie een van die drie kiest, denkt dat elke trom zonder vel kan.
Een blokfluit
♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN
HOUTEN BLAASINSTRUMENTEN
Bij een blaasinstrument maak je geluid door te blazen. Er zijn houten en koperen.
Houten blaasinstrumenten: blokfluit, panfluit, dwarsfluit, hobo, klarinet, fagot en saxofoon.
De naam telt: zeg blokfluit, panfluit of dwarsfluit, niet alleen fluit.
De saxofoon is van metaal, maar hoort bij de houten blaasinstrumenten.
Syllabus: houten blaasinstrumenten. De juiste benaming telt op het examen: blokfluit en panfluit, niet fluit. Veelgemaakte fout: de saxofoon bij de koperen blaasinstrumenten zetten, omdat hij van metaal is. Hij hoort er niet bij, want het geluid ontstaat met een riet. Image credit: Silver Spoon / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Een fluitiste speelt dwarsfluit
♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN
DWARSFLUIT, HOBO EN FAGOT
Een dwarsfluit houd je opzij tegen je lippen. Je blaast over het gat. Hij klinkt hoog en helder.
De hobo klinkt nasaal en scherp.
De fagot klinkt veel lager en dieper dan de hobo.
De klarinet klinkt zacht en rond.
Syllabus: (dwars)fluit, hobo, klarinet en fagot. Hier gaat het om herkennen op gehoor. Veelgemaakte fout: de hobo en de klarinet door elkaar halen. De hobo klinkt scherper, de klarinet zachter. Luister na deze dia naar het fragment. Image credit: Lukasz Kobus, European Commission / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
Video: Debussy: Syrinx voor soloinstrument (Emmanuel Pahud, kanaal Warner Classics). Wat leerlingen horen: een solo voor dwarsfluit, zonder begeleiding. Rustige, hoge, zachte tonen met veel lucht. Kijkvraag: hoe klinkt het instrument? Antwoord: hoog en helder, een dwarsfluit.
Een koperkwintet: trompetten, hoorn, trombone en tuba
♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN
KOPEREN BLAASINSTRUMENTEN
Koperen blaasinstrumenten: trompet, hoorn, trombone en tuba. Je blaast met zoemende lippen in een mondstuk.
De trompet klinkt hoog en fel, de tuba klinkt heel laag.
De trombone heeft een schuif die je heen en weer beweegt voor hogere en lagere tonen.
Blaas-/toetsinstrumenten: accordeon en orgel. Je drukt toetsen in en er gaat lucht doorheen.
Syllabus: koperen blaasinstrumenten en blaas-/toetsinstrumenten. De foto toont een koperkwintet: trompetten, hoorn, trombone en tuba. Veelgemaakte fout: trombone en trompet door elkaar halen. Luister na deze dia naar de trompet. Image credit: U.S. Army Band / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
Video: Haydn: Trompetconcert in Es, deel 2 Andante (Alison Balsom, kanaal Alison Balsom - Topic, Warner Classics). Wat leerlingen horen: een trompet die de melodie speelt, begeleid door het orkest. Warme, heldere toon. Kijkvraag: welk koperen blaasinstrument speelt de melodie? Antwoord: de trompet.
Vul in: houten blaasinstrumenten
De saxofoon is van metaal, maar hoort bij de houten blaasinstrumenten.
De saxofoon is een houten blaasinstrument, ook al is hij van metaal. Veelgemaakte fout: koperen invullen.
Een elektrische basgitaar
♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN
SNAARINSTRUMENTEN
Een snaarinstrument heeft snaren die trillen. Zo klinkt het.
Getokkeld: akoestische gitaar, elektrische gitaar, basgitaar, harp en klavecimbel.
Aangeslagen: de piano. Hamertjes slaan tegen de snaren.
Elektrisch versterkt: elektrische gitaar en basgitaar. Elektronisch: keyboard en synthesizer.
Syllabus: getokkelde en aangeslagen snaarinstrumenten, en elektronische en elektrisch versterkte instrumenten. Keyboard en synthesizer hoeven leerlingen auditief niet uit elkaar te houden. Veelgemaakte fout: de piano bij de getokkelde instrumenten rekenen. Image credit: Elmschrat / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Een cello met strijkstok
♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN
GESTREKEN SNAARINSTRUMENTEN
Gestreken: viool, altviool, cello en contrabas. Je strijkt met een strijkstok over de snaren.
De viool is het kleinst en klinkt het hoogst. De contrabas is het grootst en klinkt het laagst.
De altviool is iets groter dan de viool en klinkt iets lager. De cello speel je zittend.
Je speelt ze met een strijkstok, maar je kunt ook tokkelen met je vingers.
Syllabus: gestreken snaarinstrumenten. De altviool staat in de syllabus met een sterretje: leerlingen hoeven hem alleen te herkennen. Vraag hem daarom niet als open vraag of invulantwoord. Veelgemaakte fout: de cello en de contrabas door elkaar halen. Luister na deze dia naar het fragment. Image credit: MichaelMaggs / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Video: Bach: Cellosuite nr. 1, Prelude (Yo-Yo Ma, kanaal YoYoMaVEVO). Wat leerlingen horen: een cello die alleen speelt, met gebroken akkoorden die als een golf op en neer gaan. Diepe, warme toon. Kijkvraag: welk gestreken instrument hoor je? Antwoord: de cello.
Een meisjeskoor: sopranen en alten
♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN
ZANGSTEMMEN
De menselijke stem is ook een instrument. Er zijn vier zangstemmen.
Sopraan: hoge vrouwenstem. Alt: lage vrouwenstem.
Tenor: hoge mannenstem. Bas: lage mannenstem.
Van hoog naar laag: sopraan, alt, tenor, bas.
Syllabus: de menselijke stem: sopraan, alt, tenor, bas. Veelgemaakte fout: denken dat een hoge stem altijd een vrouwenstem is. Een tenor is een hoge mannenstem. Op de foto zingt een meisjeskoor: de sopranen en alten. Image credit: Propa / Wikimedia Commons, CC BY 3.0
Welk instrument bespeel je met een strijkstok?
Harp
Piano
Cello
Basgitaar
De cello is een gestreken snaarinstrument. Harp en basgitaar tokkel je, de piano is aangeslagen. Wie basgitaar kiest, denkt dat alle lage snaarinstrumenten gestreken worden.
Zet de zangstemmen van hoog naar laag
De volgorde van hoog naar laag is sopraan, alt, tenor, bas. Veelgemaakte fout: de tenor boven de alt zetten, omdat een tenor een hoge stem is.
Wat vond je het lastigst?
Slaginstrumenten
Houten en koperen blaasinstrumenten
Snaarinstrumenten
Zangstemmen
Gebruik de uitslag om in de examentraining extra te luisteren naar het onderdeel dat leerlingen het lastigst vonden.
Welk instrument zou jij willen leren spelen?
Laat leerlingen kort uitleggen waarom. Let op of ze de juiste naam gebruiken, bijvoorbeeld blokfluit of dwarsfluit en niet alleen fluit.
♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN
BEGRIPPEN (1/2)
slaginstrument: instrument waarop je slaat, schudt of schraapt
blaasinstrument: instrument waarin je blaast, van hout of van koper
snaarinstrument: instrument met snaren: getokkeld, gestreken of aangeslagen
drumstel: set slaginstrumenten voor één drummer
blokfluit: houten blaasinstrument dat je veel op school speelt
Cet élément n'a pas d'instructions
♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN
BEGRIPPEN (2/2)
saxofoon: houten blaasinstrument van metaal, met een riet
trombone: koperen blaasinstrument met een schuif
basgitaar: laag, elektrisch versterkt snaarinstrument
sopraan en alt: hoge en lage vrouwenstem
tenor en bas: hoge en lage mannenstem
Cet élément n'a pas d'instructions