Bloedsomloop en bloed (Biologie vmbo), les 1: Uitleg

LICHAAM · BLOEDSOMLOOP

Bloedsomloop en bloed

Examenstof biologie vmbo

1 / 22
suivant
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

Cette leçon contient 22 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min
Signaler cette leçon

Introduction

Uitleg over de taken van het bloed, slagaders, aders en haarvaten, de grote en kleine bloedsomloop, de bouw en werking van het hart, kransslagaders, hartinfarct en hartritmestoornissen, de bloedbestanddelen en weefselvloeistof en lymfe. KB/GT: ook de poortader, halvemaanvormige kleppen, wanddikte en drukverloop, gevolgen van een te hoge of lage bloeddruk, lymfevaten, hemoglobine en antistoffen.

Éléments de cette leçon

LICHAAM · BLOEDSOMLOOP

Bloedsomloop en bloed

Examenstof biologie vmbo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: BI/K/9, specificatie 5 en 6 (BB, KB, GT). Image credit: melvil / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

LICHAAM · BLOEDSOMLOOP

Wat ga je kunnen?

Ik kan bloedvaten, het hart en het bloed beschrijven en de weg van het bloed door het lichaam volgen.

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat gebeurt er in je lichaam als je hard rent?

Verwacht: hart gaat sneller, je wordt warm, ademhaling. Koppel de woorden aan het bloed: je hart pompt harder, je bloed vervoert zuurstof en warmte. Veelgemaakte fout: denken dat alleen de longen reageren op rennen.

LICHAAM · BLOEDSOMLOOP

Bloed vervoert stoffen en warmte

  • Je bloed stroomt door bloedvaten door je hele lichaam. Je hart pompt het rond.

  • Aanvoer: het bloed brengt zuurstof, voedingsstoffen en hormonen naar de cellen.

  • Afvoer: het bloed neemt koolstofdioxide en andere afvalstoffen van de cellen mee.

  • Het bloed vervoert ook warmte: warmte uit je spieren wordt over je lichaam verdeeld.

  • Bloed bestaat uit bloedplasma, bloedcellen en bloedplaatjes. De bloedcellen en bloedplaatjes komen uit het rode beenmerg in je botten.

Syllabus BI/K/9, specificatie 5 (aan- en afvoer van stoffen en warmte door bloed) en specificatie 6 (plaats van vorming). BB, KB en GT. De bloedbestanddelen komen verderop (dia Bloedplasma en bloedcellen) uitgebreider terug. Veelgemaakte fout: denken dat bloed alleen zuurstof vervoert. Bloed vervoert ook voedingsstoffen, afvalstoffen, hormonen en warmte. Het beenmerg zit in botten, bijvoorbeeld in de ribben, het borstbeen en de wervels.

Slagader, ader en haarvat (schema)

LICHAAM · BLOEDSOMLOOP

Slagaders, aders en haarvaten

  • Een slagader voert bloed van het hart af. De wand is dik en sterk.

  • Een ader voert bloed naar het hart toe. De wand is dunner en er zitten kleppen in.

  • Een haarvat is heel dun. De wand is maar één cellaag dik.

  • In de haarvaten wisselen bloed en cellen stoffen uit.

Syllabus BI/K/9, specificatie 5: functies van slagaders, aders en haarvaten. BB, KB en GT. Op het schema zie je de dwarsdoorsnede van een slagader en een ader en een haarvat. Veelgemaakte fout: denken dat het kleur van het bloed bepaalt of iets een slagader of ader is. De richting (van het hart af of naar het hart toe) bepaalt dat. Image credit: Eigen schema voor deze les

LICHAAM · BLOEDSOMLOOP

Verschillen tussen de bloedvaten

  • Bloeddruk: in slagaders is de druk hoog, in haarvaten lager en in aders het laagst.

  • Een te hoge bloeddruk kan bloedvaten en hart beschadigen. Bij een te lage bloeddruk krijgen je hersenen te weinig bloed en word je duizelig.

  • Ligging en wand: slagaders liggen dieper en hebben een dikke wand. Aders liggen vaker vlak onder je huid en hebben een dunne wand.

  • Kleppen zitten in aders en voorkomen dat het bloed terugstroomt. Slagaders en haarvaten hebben geen kleppen.

  • Bloed: in de meeste slagaders is het zuurstofrijk, in de meeste aders zuurstofarm. In de longslagader en de longaders is het andersom.

Syllabus BI/K/9, specificatie 5: onderscheid naar ligging, bloeddruk, bouw van de wand, kleppen en samenstelling van het bloed. BB, KB en GT. Alleen KB/GT: gevolgen van een te hoge en een te lage bloeddruk. BB hoeft die gevolgen niet te kennen, maar het helpt het begrip bloeddruk. Veelgemaakte fout: slagader gelijkstellen aan zuurstofrijk bloed. De longslagader voert zuurstofarm bloed, de longaders voeren zuurstofrijk bloed.

Je sport en krijgt het warm. Wat doet je bloed met die warmte?

A

Het verdeelt de warmte van je spieren over je lichaam

B

Het maakt zelf extra warmte in de haarvaten

C

Het houdt alle warmte vast in je spieren

D

Het voert warmte alleen naar je hart

Bloed vervoert warmte van warme plekken (zoals werkende spieren) naar de rest van het lichaam. Verwachte fout: denken dat bloed zelf warmte maakt. De warmte komt uit de cellen.

Vul in

Een slagader voert bloed van het hart af. Een ader voert bloed naar het hart toe. In een haarvat wisselen bloed en cellen stoffen uit.

slagader
ader
haarvat
kamer
boezem

Slagader van het hart af, ader naar het hart toe, haarvat voor uitwisseling. Verwachte fout: slagader en ader omdraaien omdat leerlingen aan zuurstofrijk of zuurstofarm denken.

Grote en kleine bloedsomloop (schema)

LICHAAM · BLOEDSOMLOOP

De grote en de kleine bloedsomloop

  • De kleine bloedsomloop loopt van het hart naar de longen en terug naar het hart.

  • De grote bloedsomloop loopt van het hart naar de rest van het lichaam en terug.

  • Bij het hart horen de aorta, de holle aders, de longslagader en de longaders.

  • Een vat draagt vaak de naam van een lichaamsdeel. De poortader loopt van de darmen naar de lever.

Syllabus BI/K/9, specificatie 5: grote en kleine bloedsomloop, naamgeving van aders en slagaders (naar of bij een lichaamsdeel, zoals de nierader of halsslagader), aorta en holle aders. BB, KB en GT. Alleen KB/GT: de poortader (bloed met voedingsstoffen van de darmen naar de lever). Beide bloedsomlopen gaan door het hart. Veelgemaakte fout: de aorta een ader noemen. De aorta is een slagader, want hij voert bloed van het hart af. De ligging van de rechter- en linkerhelft: in een schema zit de rechterkant van het hart links in beeld. Image credit: Eigen schema voor deze les

Het hart met kleppen en bloedvaten (schema)

LICHAAM · BLOEDSOMLOOP

Bouw van het hart

  • Het hart is een holle spier. Het ligt in je borstkas, tussen je longen, een beetje naar links.

  • Het hart heeft vier holtes: boven twee boezems, onder twee kamers. Links en rechts zijn gescheiden.

  • Hartkleppen zitten tussen boezem en kamer. Halvemaanvormige kleppen zitten tussen kamer en slagader.

  • De linkerkamer heeft de dikste spierwand: die pompt bloed door je hele lichaam. Boezems hebben een dunne wand.

Syllabus BI/K/9, specificatie 5: bouw, ligging en functie van het hart met kamers, boezems en kleppen. BB, KB en GT. Alleen KB/GT: halvemaanvormige kleppen en de dikte van de wanden van kamers en boezems in relatie tot hun functie. In het schema zit de rechterkant van het hart links in beeld, zoals je het ziet bij iemand die tegenover je staat. Veelgemaakte fout: denken dat bloed uit de rechterboezem direct in de linkerboezem komt. Rechts en links zijn gescheiden. Image credit: Eigen schema voor deze les

LICHAAM · BLOEDSOMLOOP

Zo werkt het hart

  • Het bloed komt via de holle aders in de rechterboezem en via de longaders in de linkerboezem.

  • De boezems trekken samen en duwen het bloed door de hartkleppen naar de kamers.

  • Dan trekken de kamers samen. De hartkleppen sluiten, zodat het bloed niet terug de boezems in gaat.

  • De halvemaanvormige kleppen gaan open: de rechterkamer pompt bloed naar de longen, de linkerkamer naar je lichaam.

  • Als de kamers samentrekken, stijgt de druk in de slagader. Ontspannen ze, dan daalt de druk en sluiten de halvemaanvormige kleppen.

Syllabus BI/K/9, specificatie 5: werking van het hart. BB, KB en GT. Alleen KB/GT: het principe van de verandering van druk in de kamers en slagaders tijdens de hartwerking. Dit komt terug in de examentraining met een grafiek. Laat leerlingen de weg met hun vinger volgen op het schema van de vorige dia. Veelgemaakte fout: denken dat de linkerkamer en de rechterkamer na elkaar samentrekken. Beide kamers trekken tegelijk samen, de boezems doen dat vlak daarvoor.

Zet op volgorde, begin bij de holle ader

1

Rechterboezem

2

Rechterkamer

3

Longen

4

Linkerkamer

5

Linkerboezem

Holle ader, rechterboezem, rechterkamer, longslagader, longen, longaders, linkerboezem, linkerkamer, aorta. Verwachte fout: de linkerkamer voor de longen zetten.

Welke hartholte heeft de dikste spierwand?

A

Rechterkamer

B

Linkerboezem

C

Linkerkamer

D

Rechterboezem

De linkerkamer pompt bloed door het hele lichaam en heeft daarom de dikste wand. Verwachte fout: rechterkamer kiezen, want beide kamers lijken op elkaar. De rechterkamer pompt alleen naar de longen.

Het hart met kransslagaders en kransader (schema)

LICHAAM · BLOEDSOMLOOP

Kransslagaders en hartproblemen

  • De hartspier krijgt bloed via de kransslagaders. De kransaders voeren het bloed weer af.

  • Bij een hartinfarct is een kransslagader verstopt. Een deel van de hartspier krijgt dan geen zuurstof.

  • Bij een hartritmestoornis klopt het hart onregelmatig, te snel of te langzaam.

  • Veelvoorkomende oorzaken: stress, overgewicht, roken, te grote inspanning en erfelijke aanleg.

Syllabus BI/K/9, specificatie 5: kransslagaders en kransaders, en de veelvoorkomende oorzaken van hartinfarct en hartritmestoornissen (stress, overgewicht, roken, te grote inspanning, erfelijke aanleg). BB, KB en GT. De kransslagaders vertakken uit de aorta vlak bij het hart. Veelgemaakte fout: denken dat het bloed in de holtes van het hart de hartspier voedt. De hartspier krijgt zijn zuurstof via de kransslagaders. Bespreek zonder leerlingen angst aan te jagen: een gezonde leefstijl verkleint de kans. Image credit: Eigen schema voor deze les

Bloedcellen onder de elektronenmicroscoop

LICHAAM · BLOEDSOMLOOP

Bloedplasma en bloedcellen

  • Bloedplasma is vooral water. Het vervoert zuurstof, koolstofdioxide, voedingsstoffen, hormonen en eiwitten.

  • Rode bloedcellen zijn ronde, ingedeukte cellen zonder kern. Hemoglobine bindt zuurstof.

  • Witte bloedcellen hebben een kern. Ze ruimen ziekteverwekkers op en beschermen je tegen infecties.

  • Bloedplaatjes zijn kleine stukjes cel. Ze sluiten een wond en zorgen voor bloedstolling.

Syllabus BI/K/9, specificatie 6: bloedplasma, rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes (vorm, functie, plaats van vorming). BB, KB en GT. Alleen KB/GT: hemoglobine in de rode bloedcellen en eiwitten zoals antistoffen in het plasma. Antistoffen helpen bij de afweer. Alle bloedcellen en bloedplaatjes worden gemaakt in het rode beenmerg. Op de foto zie je de vorm van de cellen: rode bloedcellen zijn plat en rond met een kuiltje, witte bloedcellen zijn ruwer. Veelgemaakte fout: denken dat bloedplaatjes hele cellen met een kern zijn. Image credit: Bruce Wetzel, Harry Schaefer (National Cancer Institute) / Wikimedia Commons, publiek domein

Weefselvloeistof en lymfe (schema)

LICHAAM · BLOEDSOMLOOP

Weefselvloeistof en lymfe

  • In de haarvaten gaan zuurstof en voedingsstoffen naar de cellen. Koolstofdioxide en afvalstoffen gaan naar het bloed.

  • Dat gaat via weefselvloeistof: plasma dat door de wand van de haarvaten is geperst, zonder bloedcellen.

  • Het meeste vocht gaat terug de haarvaten in. De rest stroomt als lymfe door de lymfevaten.

  • Lymfevaten hebben kleppen en lopen uit in aders. Zo komt de lymfe weer terug in het bloed.

Syllabus BI/K/9, specificatie 5 en 6: transport van stoffen tussen bloed en cellen. BB, KB en GT. Alleen KB/GT: lymfevaten met hun kleppen, weefselvloeistof en lymfe. Voor BB: het transport tussen bloed en cellen via de haarvaten. Veelgemaakte fout: denken dat de cellen direct stoffen uit het bloed halen. Er zit weefselvloeistof tussen. Image credit: Eigen schema voor deze les

Wat gebeurt er bij een hartinfarct?

A

Een hartklep sluit niet meer goed

B

De aorta scheurt open

C

Een kransslagader raakt verstopt

D

Het hart klopt veel te langzaam

Bij een infarct is een kransslagader dicht, waardoor een deel van de hartspier geen zuurstof krijgt. Verwachte fout: hartinfarct en hartritmestoornis door elkaar halen, of denken dat een hartklep het probleem is.

Welke bloedcellen vervoeren zuurstof?

Goed: rode bloedcellen (met hemoglobine). Verwachte fout: witte bloedcellen of bloedplasma noemen.

Wat vond je vandaag het lastigst?

1

De bloedvaten en de bloeddruk

2

De bloedsomloop en het hart

3

Hartproblemen en kransslagaders

4

Bloedcellen en lymfe

Gebruik de uitslag om te bepalen welk onderdeel je de volgende les nog eens met het schema doorloopt.

Noem twee dingen die het bloed vervoert.

Goed: twee van zuurstof, voedingsstoffen, koolstofdioxide, afvalstoffen, hormonen of warmte. Verwachte fout: alleen zuurstof noemen of bloedcellen opsommen.

LICHAAM · BLOEDSOMLOOP

Begrippen (1/2)

  • slagader: Bloedvat dat bloed van het hart af voert. De grootste is de aorta.

  • ader: Bloedvat dat bloed naar het hart toe voert. De grootste is de holle ader.

  • haarvat: Heel dun bloedvat waar bloed en cellen stoffen uitwisselen.

  • grote bloedsomloop: Bloed gaat van het hart naar het lichaam en terug.

  • kleine bloedsomloop: Bloed gaat van het hart naar de longen en terug.

Cet élément n'a pas d'instructions

LICHAAM · BLOEDSOMLOOP

Begrippen (2/2)

  • boezem en kamer: De boezems nemen bloed op, de kamers pompen het weg.

  • hartklep: Laat het bloed maar één kant op stromen.

  • kransslagader: Bloedvat dat de hartspier van bloed voorziet.

  • bloedplasma en bloedcellen: Plasma vervoert stoffen, rode cellen zuurstof, witte cellen beschermen, plaatjes stollen.

  • weefselvloeistof en lymfe: Vocht tussen de cellen. Wat overblijft, stroomt als lymfe door de lymfevaten.

Cet élément n'a pas d'instructions