H1 oefenen voor de toets

H1 oefenen voor de toets
1 / 19
suivant
Slide 1: Diapositive
EconomieMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 4

Cette leçon contient 19 diapositives, avec diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min

Éléments de cette leçon

H1 oefenen voor de toets

Slide 1 - Diapositive

Productiefactoren

A=
B=
C=

Let op! Er is nog een vierde productiefactor: ondernemen.

Slide 2 - Diapositive

Productiefactoren

Slide 3 - Diapositive

De vier verschillende economische sectoren
primaire sector: Sector waar de grondstoffen en voedsel worden gemaakt.

secundaire sector: bedrijven die grondstoffen verwerken

Tertiaire sector: Commerciële diensten om het product te verkopen

Quartaire sector: niet gericht op het maken van winst: overheidsgebouwen

Slide 4 - Diapositive

Collectieve sector vs particuliere sector
  • Collectieve sector = overheid en instellingen die voor sociale zekerheid zorgen
  • Particuliere sector = alle bedrijven die niet tot de collectieve sector behoren!
Privatiseren:
Van collectieve sector naar particuliere sector

Slide 5 - Diapositive

Omzet
  • Omzet = afzet x verkoopprijs

Slide 6 - Diapositive

Brutowinst
  • Brutowinst = het verschil tussen omzet en inkoopwaarde
  • Formule: brutowinst = omzet - inkoopwaarde

Slide 7 - Diapositive

Vraag 
Anne is bedrijfsleidster van een winkel in audiovisuele apparatuur. Ze verkoopt in een jaar in totaal 300 televisies. De gemiddelde verkoopprijs is € 850 exclusief btw. De gemiddelde inkoopprijs is € 710 exclusief btw. Het btw-tarief op televisies is 21%. Bereken voor Sanne de brutowinst op televisies in dat jaar. Noteer de berekening.

stap 1:

stap 2: 

stap 3:

antwoord: 

Slide 8 - Diapositive

Goed leren!!
• brutowinstmarge in procenten van de inkoopwaarde = (brutowinst : inkoopwaarde) × 100
• brutowinstopslag (in geld) =
inkoopprijs : 100 × brutowinstmarge (in procenten van de inkoopwaarde)
• verkoopprijs exclusief btw = inkoopprijs + brutowinstopslag
• winkelprijs = verkoopprijs exclusief btw + btw

Slide 9 - Diapositive

Slide 10 - Diapositive

Slide 11 - Diapositive

Steven is bedrijfsleider van een fotoshop. Hij gebruikt voor de berekening van de verkoopprijzen een brutowinstmarge van 25%. Steven koopt digitale camera’s in voor € 50 per stuk exclusief btw. Hij zet er een in de vitrine met een prijskaartje ernaast.

Op het prijskaartje noteert hij de verkoopprijs inclusief 21% btw.
Bereken welk bedrag er op het prijskaartje staat. Noteer de berekening. 

Slide 12 - Diapositive

Ying verkoopt Vietnamese loempia’s. In de maand juni had ze een omzet van € 4.875. De inkoopwaarde bedroeg € 975. 
Haar overige bedrijfskosten bedroegen € 834.

De inkoopprijs van één loempia is € 0,20.
Bereken de brutowinstmarge en brutowinstopslag in euro’s. Laat de berekening zien. 

Slide 13 - Diapositive

Slide 14 - Diapositive

MVO 
Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Slide 15 - Diapositive

Marktvormen

Slide 16 - Diapositive

monopolie
  •  wettelijk monopolie of overheidsmonopolie (paspoorten, ID, rijbewijs maken/ geldbiljetten drukken)
  • natuurlijk monopolie of economische monopolie (investering in zo'n bedrijf is zo groot dat niemand dat kan) 
  • natuurlijke monopolie ( er is maar 1 iemand die bij de oliebron kan komen)
  • technisch monopolie (bedrijf heeft als enige de kennis om dit te maken) 

Slide 17 - Diapositive

Slide 18 - Diapositive

Examen 2025

Slide 19 - Diapositive