Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE
Quiz
Terugblik: Hoofdgedachte en structuur
Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE
Quiz
Terugblik: Hoofdgedachte en structuur
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Roberto Ferrari / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE
Tekst 6: Wie leest er nog een bijsluiter?
(1) De bijsluiter van een doodgewoon pijnstillertje telt meer woorden dan sommige korte verhalen. Bijna niemand leest hem, en dat wordt de gebruiker meestal kwalijk genomen.
(2) Dat verwijt is te makkelijk. Een tekst die zichzelf moet indekken tegen elke denkbare claim, schrijft zijn eigen onleesbaarheid voor: zeldzame bijwerkingen staan er even nadrukkelijk in als gewone.
(3) De fabrikant is niet kwaadwillend. Die beschermt zich, en dat is begrijpelijk. Maar bescherming van de aanbieder en voorlichting van de gebruiker zijn twee verschillende doelen die in één tekst botsen.
(4) Wie de gebruiker echt wil informeren, begint dus bij wat die moet weten en niet bij wat de aanbieder moet kunnen aantonen.
Eigen tekst voor Examenstof
Bron bij de eerste acht vragen. Verzonnen tekst, zonder cijfers.
Wat is het onderwerp van tekst 6?
Het gevaar van pijnstillers
De bijwerkingen van medicijnen
Het wantrouwen tegen fabrikanten
De onleesbaarheid van bijsluiters
Het onderwerp is waar de hele tekst over gaat. Pijnstillers, bijwerkingen en wantrouwen komen aan bod als voorbeeld of als weerlegging.
Wat is de hoofdgedachte van tekst 6?
Gebruikers moeten bijsluiters beter leren lezen
De onleesbaarheid ligt aan de opzet, niet aan de lezer
Fabrikanten maken bijsluiters bewust onleesbaar
Medicijnen hebben te veel bijwerkingen
Alinea 2 weerlegt het verwijt aan de gebruiker, alinea 3 de kwaadwillendheid van de fabrikant. Optie 1 is het verwijt dat de schrijver afwijst, optie 2 is in alinea 3 weerlegd.
Welke functie heeft alinea 2 van tekst 6?
Een voorbeeld van een bijwerking geven
Het onderwerp inleiden
Het verwijt uit alinea 1 weerleggen
De fabrikant verdedigen tegen kritiek
Alinea 2 begint met 'Dat verwijt is te makkelijk' en geeft de reden. De fabrikant wordt pas in alinea 3 genoemd.
Wat is het deelonderwerp van alinea 3?
De botsing tussen twee doelen van een tekst
De kwade bedoelingen van de fabrikant
De juridische risico's van geneesmiddelen
Het gebrek aan kennis bij gebruikers
Alinea 3 gaat over bescherming van de aanbieder versus voorlichting van de gebruiker. Kwade bedoelingen worden juist ontkend.
Vul in
Een alinea heeft een deelonderwerp (waarover) en een functie (wat hij doet) in het geheel van de tekst.
Het onderscheid uit de uitleg. Verwachte fout: 'kernzin' in het eerste gat.
Welke functie heeft dit fragment in een betoog?
Dat de maatregel duur is, valt niet te ontkennen. Maar de kosten van niets doen zijn op termijn hoger, en dat telt zwaarder.
Een nieuw argument voor de maatregel geven
Een bezwaar erkennen en weerleggen
Het onderwerp van de tekst inleiden
De conclusie van het betoog trekken
Het eerste zinsdeel erkent het bezwaar, 'maar' leidt de weerlegging in.
Zet de stappen voor een hoofdgedachte goed
Dit is het stappenplan uit de training. Verwachte fout: de eenheden verdelen vóór de oriëntatie.
Je hoofdgedachte past alleen op alinea 2 en 3. Wat is er mis?
Hij is te breed: hij zegt meer dan de tekst
Hij is geen hele zin met een oordeel
Hij is een kernzin in plaats van een parafrase
Hij is te smal: hij dekt niet de hele tekst
Een hoofdgedachte geldt voor de hele tekst; past hij maar op een deel, dan is hij te smal.
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE
Tekst 7: Het museum zonder bordjes
(1) In het nieuwe museum hangen de schilderijen zonder bordjes. Geen naam, geen jaartal, geen uitleg. Bezoekers moeten zelf kijken.
(2) Eerst waren ze geïrriteerd. Maar na een kwartier staan ze langer voor een doek dan voorheen, praten ze erover met vreemden en vragen ze een suppoost wat die ervan vindt.
(3) De directrice zegt dat ze zelf niet weet of het de beste aanpak is. Alleen zag ze nog nooit zoveel mensen echt kijken.
Eigen tekst voor Examenstof
Bron bij de laatste drie vragen. Verzonnen tekst. De hoofdgedachte staat er niet letterlijk.
Wat is de hoofdgedachte van tekst 7?
Zonder uitleg gaan bezoekers aandachtiger kijken
Musea moeten alle bordjes afschaffen
Bezoekers vinden bordjes vooral irritant
Een nieuw museum trekt veel nieuwe bezoekers
Alinea 2 en 3 laten zien dat het weglaten van uitleg leidt tot aandachtiger kijken. De directrice twijfelt zelf, dus 'moeten afschaffen' gaat te ver.
Welke functie heeft alinea 2 in tekst 7? Leg kort uit.
Modelantwoord: de alinea laat het effect van de proef zien (resultaat/onderbouwing): na de eerste irritatie kijken bezoekers langer en praten ze erover. Verwachte fout: 'bezoekers reageren' zonder aan te geven dat dit de hoofdgedachte onderbouwt.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE
Goed gedaan!
Je kunt nu de hoofdgedachte en de opbouw van complexe teksten vaststellen. Controleer bij elke examentekst of je zin op alle tekstdelen past en of je ironie niet voor de kern hebt aangezien.
Cet élément n'a pas d'instructions