Democratie en parlement (Geschiedenis vmbo), les 3: Terugblik quiz

STAATSINRICHTING · PARLEMENT

Quiz

Terugblik: Democratie en parlement

1 / 14
suivant
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

Cette leçon contient 14 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Terugblik met een quiz van elf vragen over de Nederlandse staatsinrichting, van grondwet en rechtsstaat tot Tweede Kamer, Eerste Kamer en staatshoofden.

Éléments de cette leçon

STAATSINRICHTING · PARLEMENT

Quiz

Terugblik: Democratie en parlement

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Hermann Luyken / Wikimedia Commons, CC0

Hoeveel leden heeft de Tweede Kamer?

A

75

B

100

C

150

D

200

Goed: 150 (bron: Tweede Kamer en Parlement.com). De Eerste Kamer heeft 75 leden. Verwachte fout: 75.

Wie kiest de leden van de Eerste Kamer?

A

Alle Nederlanders die mogen stemmen

B

De leden van de Tweede Kamer

C

De leden van de Provinciale Staten

D

De koning en de ministers

Goed: de Provinciale Staten (bron: Eerste Kamer). Verwachte fout: alle Nederlanders, want zo wordt de Tweede Kamer gekozen.

Wat is een dictatuur?

A

Een persoon of groep beslist, zonder vrije verkiezingen

B

Het volk beslist via verkiezingen en een koning

C

Rechters beslissen over alle wetten

D

De Kamers beslissen over alle rechtszaken

Goed: macht bij een persoon of kleine groep, zonder vrije verkiezingen. Het tegenovergestelde is een democratie.

Vul in

De grondwet is de belangrijkste wet van Nederland. In een monarchie is een koning of koningin het staatshoofd.

grondwet
monarchie
republiek
dictatuur

Antwoord: grondwet, monarchie. Verwachte fout: republiek invullen, omdat leerlingen monarchie en republiek door elkaar halen.

Welk recht heeft alleen de Tweede Kamer?

A

Recht van begroting

B

Recht van enquête

C

Recht van verkiezing

D

Recht van amendement

Goed: amendement (en initiatief). Begroting en enquête hebben beide Kamers. Verwachte fout: enquête.

Zet op volgorde: van verkiezing tot nieuwe wet

1

De Eerste Kamer keurt het voorstel goed

2

Een minister doet een wetsvoorstel

3

Burgers kiezen de Tweede Kamer

4

Coalitiepartijen vormen de regering

Juiste volgorde zoals getoond. Verwachte fout: het wetsvoorstel vóór de vorming van de regering zetten.

Welke macht bestaat uit de rechters?

A

De wetgevende macht

B

De rechterlijke macht

C

De uitvoerende macht

D

De koninklijke macht

Goed: rechterlijke macht. Verwachte fout: uitvoerende macht, omdat rechters straffen 'uitvoeren'.

Wat is de oppositie?

A

Partijen die niet in de regering zitten

B

Partijen die samen de regering vormen

C

Partijen die geen zetels in de Kamer hebben

D

De leden van de Eerste Kamer

Goed: partijen in de Kamer die niet regeren en de regering controleren. Neutraal blijven: noem geen partijnamen.

Noem één verschil tussen de Eerste en de Tweede Kamer.

Goede antwoorden: de Tweede Kamer wordt direct gekozen en de Eerste Kamer door de Provinciale Staten; de Tweede Kamer heeft 150 leden en de Eerste Kamer 75; alleen de Tweede Kamer mag wijzigen (amendement) en zelf voorstellen maken (initiatief).

Wat is een referendum?

A

De Kamer onderzoekt zelf een misstand

B

Het volk kiest een nieuwe Tweede Kamer

C

Het volk stemt over één besluit

D

De Kamer wijzigt een wetsvoorstel

Goed: een volksraadpleging over een besluit. Verwachte fout: verkiezingen, omdat het volk daar ook stemt.

Wie was koningin vlak vóór Juliana?

A

Beatrix

B

Wilhelmina

C

Willem III

D

Willem II

Goed: Wilhelmina. Volgorde sinds 1848: Willem II, Willem III, Wilhelmina, Juliana, Beatrix, Willem-Alexander.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

STAATSINRICHTING · PARLEMENT

Goed gedaan!

Je weet nu hoe Nederland wordt bestuurd: wie de macht heeft, wat de Kamers doen en hoe een wet tot stand komt.

Cet élément n'a pas d'instructions