H6 De overheid

6.1 Collectieve voorziening

Toets H5 bespreken
Begin H6 

Je leert wat maatschappelijke kosten zijn
1 / 70
suivant
Slide 1: Diapositive
EconomieMiddelbare schoolvmbo b, k, tLeerjaar 2

Cette leçon contient 70 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 5 vidéos.

Éléments de cette leçon

6.1 Collectieve voorziening

Toets H5 bespreken
Begin H6 

Je leert wat maatschappelijke kosten zijn

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Collectieve voorzieningen

Voorzieningen die de overheid betaalt en waar iedereen gebruik van mag maken, noem je collectieve voorzieningen. 

‘Collectief’ betekent gezamenlijk.

Slide 2 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Collectieve voorziening

Voorziening van de overheid die wordt betaald uit belastinggeld.

Slide 3 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is GEEN collectieve voorziening?
A
Park
B
Basisschool
C
Sportschool
D
Snelweg

Slide 4 - Quiz

Collectieve voorzieningen
Voorzieningen die de overheid betaalt en waar iedereen gebruik van mag maken.
Wie zorgt er voor het onderhoud van collectieve voorzieningen
A
Burgers (inwoners van een land)
B
De gemeente
C
De overheid
D
Bedrijven

Slide 5 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 6 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 7 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Aan de slag
6.1 collectieve voorzieningen
Maken 1 t/m 20
Blz 32/ 33

Klaar? 
Huiswerk af?
Rekenen leren H10/11

Slide 8 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

6.3 werken voor de overheid


Ik weet meer over het werk dat bij de overheid wordt gedaan. 

Slide 9 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is het sociaal minimum?
A
Het bedrag dat fijn is om te hebben
B
Het bedrag waar je sociale dingen, zoals uitgaan, mee kan doen
C
Het bedrag dat je minimaal moet hebben voor noodzakelijk uitgaven
D
Het bedrag dat je uitgeeft aan sociale dingen zoals uitjes

Slide 10 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is een ww uitkering
A
Geld dat je krijgt als je werkloos bent
B
Geld dat je krijgt als je weinig geld verdiend
C
Geld dat je krijgt als je kinderen hebt
D
Geld dat je krijgt als je studeert.

Slide 11 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

6.2 sociale zekerheid
Herhaling paragraaf 6.1
Huiswerk nakijken 6.1
Uitleg en maken paragraaf 6.2

Je weet hoe de overheid zorgt voor sociale zekerheid

Slide 12 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Bruto en netto loon 
Wat is dit ?
Brutoloon
Inhoudingen - 
_______________
Nettoloon

Slide 13 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Bruto en netto loon verschillen?
  • Brutoloon : loon wat je hebt afgesproken, waarvan nog niks is ingehouden.
  • Nettoloon : je brutoloon - je belastingen en sociale premies.
  • Deze premies worden afgegeven aan de overheid

Slide 14 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

sociale zekerheid
- geeft het recht op voldoende geld om van te leven
- wordt betaald uit sociale premies en belastingen

Slide 15 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Wanneer heb je recht op een ww-uitkering?


Een werkloze heeft recht op een ww-uitkering als:

  • hij 26 weken in loondienst heeft gewerkt tijdens de laatste 36 weken.
  • hij zelf geen schuld heeft aan zijn ontslag.
  • en zich binnen twee na de laaste werkdag heeft ingeschreven als werkzoekende bij het UWV.

Maar hoeveel bedraagt de WW-uitkering?

Slide 16 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoeveel en hoe lang is de WW-uitkering?

De ww-uitkering bedraagt:

  • 1e + 2e maand = 75% van het brutoloon
  • Na 2e maand tot einde WW =  70% van het brutoloon


Hoelang is de ww-uitkering?

- min. 3 maanden en max. 24 maanden → daarna in de bijstand




Slide 17 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoeveel uitkering krijg je?

Je bent inmiddels 6 maanden geleden ontslagen. Je verdiende een bruto inkomen van € 2000,-.

Hoeveel uitkering krijg je nu per maand?

Slide 18 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Leerdoel 6.3 
  • B: Ik kan uitleggen wat de collectieve en particuliere sector is.
  • B: Ik kan de taak van de overheid toelichten en benoemen door wie deze taak wordt uitgevoerd.

Slide 19 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat doet de overheid voor ons?

Slide 20 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Gemeente
-De gemeente regelt alles in je woonplaats.
-Kun je een paspoort, rijbewijs, ID-kaart halen.
-De gemeente wordt bestuurd door een burgemeester en wethouders.

Slide 21 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Provincie
Regelt zaken als het openbaar vervoer in de provincie en de drinkwatervoorziening. En alle zaken die in de provincie geregeld dienen te worden, zoals ruimtelijke ordening en infrastructuur.

Slide 22 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Ambtenaren
Zijn mensen die voor de overheid werken. 

Voorbeelden hiervan zijn: docenten, politieagenten, brandweermensen etc..

Slide 23 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Rekenvaardigheden
Ik let er op dat ik:
  • Een berekening geef
  • De eenheid erbij zet: €
  • Een komma zet ipv een punt
  • 2 cijfers achter de komma zet
Rekentrainer

Slide 24 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Rekenen met grote getallen

Slide 25 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 26 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Rekenen met grote getallen
Als je met miljarden en miljoenen moet rekenen, kun je de miljarden omzetten in miljoenen: 1 miljard = 1.000 miljoen, bijvoorbeeld:
  • € 54 miljard = 54 × € 1.000 miljoen = € 54.000 miljoen
  • € 1,8 miljard = 1,8 × € 1.000 miljoen = € 1.800 miljoen

Het omgekeerde kan ook, van miljoenen kun je miljarden maken:
1.000 miljoen ÷ 1.000 = 1 miljard, bijvoorbeeld:
  • € 12.500 miljoen = (€ 12.500 ÷ 1.000) miljard = € 12,5 miljard
  • € 5.400 miljoen = (€ 5.400 ÷ 1.000) miljard = € 5,4 miljard

Slide 27 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

6.3 maken 1 t/m 16
Blz 40/ 41

Klaar?
Rekentraniner 2/3 (blz 52/ 53)
Leren wiskunde
Iets voor jezelf
Aan de slag

Slide 28 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

De gemeente regelt ...
A
zaken voor het hele land.
B
de indeling van het grondgebied.
C
de infrastructuur.
D
alles in je woonplaats.

Slide 29 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Ambtenaren zijn....
A
de overheid
B
personen die werken voor de overheid
C
de personen waarvoor de overheid werkt

Slide 30 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoe schrijf je 0,6 miljard in cijfers ?
A
600.000.000
B
6.000.000
C
60.000.000
D
600.000

Slide 31 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions


Bedrijven van de overheid:

Bedrijven zoals scholen, bibliotheken, gevangenissen en ziekenhuizen krijgen geld van de gemeente. Dit zijn bedrijven zonder winst. 

Betaald door de overheid: 

Particuliere bedrijven worden door de overheid ingehuurd om werk te doen. Bijvoorbeeld bouwbedrijven om overheidsgebouwen te maken
Bedrijven betaald door de overheid

Slide 32 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Infrastructuur
Alle voorzieningen die nodig zijn voor vervoer en communicatie, zoals wegen, vliegvelden, havens, internet en het elektriciteitsnetwerk. 

Slide 33 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Voorbeelden infrastructuur

Slide 34 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Aan de slag
6.3 maken t/m 26
Blz 41/ 42
rekentrainer 1,2,3

Slide 35 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

6.4 inkomsten van de overheid
Nakijken 6.3
Uitleg 6.4

Ik kan uitleggen welke inkomsten de overheid heeft.
Ik weet wat accijns is.
Ik kan voorbeelden noemen van (niet-)belastinginkomsten.
Ik kan de BTW uitrekenen.

Slide 36 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 37 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Belastingen
Belasting = verplichte bijdrage die bedrijven en burgers aan de overheid betalen

Slide 38 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Inkomsten overheid

Slide 39 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Soorten belasting
  • Inkomstenbelasting
  • Belasting over de winst 
    (=vennootschapsbelasting)
  • BTW
  • Accijns

Slide 40 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Premies
Volksverzekeringen zorgen er voor dat mensen die het nodig hebben, geld krijgen van de overheid. Hiervoor betalen mensen met een inkomen premies
- AOW (Algemene Ouderdoms Wet)
- ANW (Algemene Nabestaande Wet)
- WLZ (Wet Langdurige Zorg)

Slide 41 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Indirecte belasting
Indirecte belasting:
  • Btw
  • Accijns

Slide 42 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

btw=

belasting toegevoegde waarde

Btw staat voor belasting over de toegevoegde waarde en is een belasting die wordt geheven over elk product of dient dat in Nederland wordt verkocht.

Er zijn drie btw-tarieven:

  • 21% (luxe goederen),
  • 9%  (noodzakelijke levensbehoeften, diensten),
  • of 0% (onderwijs, gezondheid)

Slide 43 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 44 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

BTW berekenen
Mijn Kapper rekent voor een knipbeurt €16,53 exclusief 21% BTW. Hoeveel is de knipbeurt inclusief BTW?

Ik koop een voetbal van €15 inclusief 21% BTW in de winkel. Hoeveel is de voetbal exclusief BTW?



Slide 45 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

16,53 : 100 x 21 = 3.47
16,53 + 3,47 = 20 euro

€15,00 = 121 %
115: 1,21 = 12,396.. = €12,40

Slide 46 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Aan de slag!
 Maak paragraaf 6.5  opdracht 1 t/m 16. 

--> Klaar? Rekentrainer 4
                     Huiswerk af?





Slide 47 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat betekent de afkorting BTW?
=leervraag
A
Belasting Totale Waarde
B
Belasting Toegevoegde Waarde
C
Bruto Totale Waarde
D
Bruto Toegevoegde Waarde

Slide 48 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Accijns
Accijns is een belasting op bepaalde producten met als doel de prijs te verhogen. Hierdoor wordt het gebruik verminderd. 

  • Alcohol
  • Benzine
  • Tabak

Slide 49 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoeveel € van het biertje gaat naar de overheid?
A
€0,08
B
€0,38
C
€1,74
D
€0,46

Slide 50 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Accijns
De overheid maakt bepaalde producten duurder omdat deze slecht zijn voor het milieu of de gezondheid. 

  • Benzine, tabak, alcohol

Slide 51 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Niet-belasting ontvangsten
  • Aardgasinkomsten
  • Winst uit overheidsbedrijven
  • Boetes

Slide 52 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Subsidies
Subsidie = financiële bijdrage van de overheid om mensen en bedrijven te stimuleren
  • Sporten
  • Museumbezoek
  • Milieuvriendelijker produceren
  • ...

Slide 53 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Subsidie en accijns
  • Wil je iets stimuleren? -> subsidie
  • Wil je iets afleren? -> accijns 


Slide 54 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Op zonnepanelen
A
accijns
B
subsidie

Slide 55 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Op wijn zit
A
accijns
B
subsidie

Slide 56 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is GEEN soort belasting?
A
BTW
B
Loonbelasting
C
Subsidie
D
Accijns

Slide 57 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Op welk product wordt GEEN accijns geheven?
A
Tabak
B
Museumbezoek
C
Alcohol
D
Benzine

Slide 58 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Aan de slag
6.4 afmaken

Klaar? 
rekentrainer 1 t/m 4 af?
Huiswerk af? 

Slide 59 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

6.5 prinsjesdag
Nakijken 6.4 

Ik kan toelichten wat Prinsjesdag en de troonrede inhouden.
Ik kan toelichten hoe de geldzaken van het Rijk zijn geregeld.



Slide 60 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Prinsjesdag
  • De derde dinsdag in september is Prinsjesdag. 
  • Op die dag maakt de regering bekend hoe ze het land het komende jaar wil besturen. 
  • De regering bestaat uit een groep personen die het land bestuurt. 
  • In Nederland zijn dat de ministers en de minister-president.
  • Koning Willem-Alexander en koningin Máxima komen op die dag met de gouden koets naar de Ridderzaal.

Slide 61 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 62 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Troonrede
  • Toespraak van de koning waarin hij plannen van de regering bekend maakt. 
  • De koning vertelt in de troonrede welke problemen er zijn en hoe de regering ze wil aanpakken. 

Slide 63 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Het parlement
  • Het parlementis een gekozen groep mensen die plannen afkeuren of goedkeuren.
  • De leden van het parlement worden gekozen in verkiezingen. 
  • Alle Nederlanders van 18 jaar en ouder mogen dan stemmen. 
  • De plannen van de regering gaan door als de meerderheid van het parlement het ermee eens is.
  • In Nederland bestaat het parlement uit de Eerste Kamer en de Tweede Kamer. 

Slide 64 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 65 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 66 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Minister van Financiën 
  • In de rijksbegroting staat een overzicht met de inkomsten en uitgaven van de regering in het komende jaar. 
  • Het belangrijkste staat ook in de miljoenennota.
  • De miljoenennota is een samenvatting van de rijksbegroting.
  • De minister van financiën leest de rijksbegroting voor op prinsjesdag.


Slide 67 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Begrotingstekort
  • Begrotingstekort is er als de uitgaven groter zijn dan de inkomsten. 
  • Door de lening wordt de schuld van de overheid groter. 
  • De staatsschuld stijgt.

Slide 68 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Staatschuld
  • De regering leent meer geld dan ze aflost. 
  • Als je meer geld leent, moet je ook meer rente betalen. 
  • Hoe hoger de staatschuld, hoe hoger de rente. 
  • De regering wil een lagere staatschuld. 
  • Ze hoeft dan minder rente te betalen, waardoor ze meer geld over heeft voor andere uitgaven.

Slide 69 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Aan de slag!
  • 6.5 prinsjesdag
  • Opdracht 1 t/m 29
  • Blz 48 t/m 50

Klaar? 
Huiswerk af? 
Leren SO


Slide 70 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions