1. Een oneerlijke verdeling

De Franse Revolutie



1. Een oneerlijke verdeling

1 / 28
suivant
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 2

Cette leçon contient 28 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 50 min

Introduction

Aan het eind van deze presentatie kun je herkennen en uitleggen waarom de Franse Revolutie ontstond en op welke manier de eerste fase verliep.

Éléments de cette leçon

De Franse Revolutie



1. Een oneerlijke verdeling



Leerdoel

Aan het eind van deze presentatie kun je herkennen en uitleggen waarom de Franse Revolutie ontstond en op welke manier de eerste fase verliep.


L'État, c'est Moi


  • De wil van de koning is wet. Dit noem je absolutisme

  • Lodewijk XIV was een Franse koning met asolute macht. 

  • Deze macht is door god gegeven: droit divin (goddelijk recht)

  • Zo hoeft dus ook niemand aan de koning te twijfelen...


De Zonnekoning


  • Lodewijk XIV (1638-1715) was één van de machtigste koningen van Frankrijk. 

  • Hij werd koning toen hij 5 jaar was. Tot zijn 23e werd Frankrijk daarom bestuurd door eerste minister Mazarin.

  • Hij zorgde ervoor dat iedereen naar Lodewijk zou luisteren en dat hij de absolute macht had.

Video

Versailles: from Louis XIII to the French Revolution


Standenmaatschappij


  • Sinds de middeleeuwen was de Franse samenleving verdeeld in 3 standen: 'bidders, strijders en werkers'

  • Over deze verdeling kon niet worden getwijfeld: God had dit zo bepaald.

De 1e stand

  • De geestelijkheid: de mensen van de kerk. Zij zorgden dat de mensen in de hemel zouden komen. De hoge geestelijken woonden in grote paleizen en hadden vooral rechten (en maar weinig plichten).


  • De geestelijken bezaten veel grond: het waren grootgrondbezitters


De 2e stand


  • De edelen: de mensen van adel. Zij zorgen voor het bestuur en de verdediging van het land. Zij woonden in grote paleizen en hadden vooral rechten (en maar weinig plichten).


  • De koning vertrouwde hen niet: daarom mochten (moesten!) ze bij hem in de buurt wonen. Zo kon hij ze in de gaten houden.




De 3e stand

  • De boeren en de burgers. Eigenlijk iedereen die niet bij de 1e of 2e stand hoorde. Daarom waren er in de 3e stand ook grote verschillen. Zo had je de rijke burgerij, de bourgeoisie. Dit waren mensen met een eigen bedrijf of een diploma.


  • De 3e stand had alle plichten: zij moesten bijvoorbeeld wél belasting betalen.





De Verlichting

vanaf ±1700



  • Een periode waarin mensen hun kennis (willen) vergroten, door steeds meer uit te gaan van het verstand (rede, ratio)

  • Hierdoor krijgen mensen ook meer kritiek op de koning, de Kerk en de adel.


Misoogst

1788




  • Door mislukte oogsten waren de graanprijzen (en dus ook de prijs van brood) enorm gestegen. Er ontstonden zelfs hongersnoden.

  • Ondertussen moest de 3e stand wél veel belasting betalen.


Frankrijk gaat failliet

mei 1789



  • Feesten, paleizen, bestuur en oorlogen kosten heel veel geld, maar het geld is op. 

  • Koning Lodewijk XVI wil graag meer geld hebben, en roept daarom (voor het eerst in 175 jaar) de Staten-Generaal bij elkaar. De vergadering van de 3 standen.





  • De 3e stand hoopt dat de koning nu eindelijk eens naar hen zou luisteren: verlaging van de belasting en/of afschaffing van de privileges. 

  • Helaas: er gebeurt erg weinig. Dit komt ook omdat er per stand wordt gestemd. En de koning heeft altijd de adel en de geestelijkheid mee.

  • De leiders van de 3e stand zijn boos en teleurgesteld, en lopen weg...


Eed op de kaatsbaan

juni 1789




  • De 3e stand begint zijn eigen vergadering: de Nationale Vergadering.

  • Een deel van de 1e en 2e stand sluit zich hierbij aan.

  • Op een kaatsbaan spreken ze af pas uit elkaar te gaan als er een nieuwe grondwet is.


Hoe bereik je het volk?





  • Niet iedereen kon lezen, zeker niet in de 3e stand. 

  • Maar spotprenten? Die begreep iedereen!


  • Deze spotprenten werden meestal gemaakt door de bourgeoisie.


Bestorming van de Bastille

14 juli 1789




  • De koning stuurt het leger naar Parijs om groepen mensen uit elkaar te slaan. 

  • Het Franse volk bestormt Bastille, een gevangenis én buskruit-opslag. 

  • De wapens hadden ze al eerder buitgemaakt.

  • De Franse Revolutie is begonnen...en slaat over op andere delen van het land!


'Rien'


'Niets' in het Frans.

Dat was het enige dat Lodewijk XVI 's avonds opschreef in zijn dagboek.


Lodewijk had nog wel aan een adviseur gevraagd of het een 'opstand' was.

Deze gaf aan: "Het is geen opstand, het is een revolutie."

Lodewijk begreep er niets van: "Waarom?"

Video

Histoclips: De Franse Revolutie

Begrippen uit deze les

  • absolutisme

  • standen(maatschappij)

  • Verlichting

  • burgers

  • rijke burgerij (bourgeoisie)

  • edelen

  • geestelijkheid

  • grootgrondbezitters

  • Staten-Generaal

  • revolutie

Personen uit deze les


  • Lodewijk XIV

  • Mazarin

  • Lodewijk XVI

Jaartallen uit deze les


  • 1661: Lodewijk XIV wordt koning van Frankrijk

  • 1715: Lodewijk XIV overlijdt

  • 1774: Lodewijk XVI wordt koning van Frankrijk

  • 1788: Misoogst in Frankrijk

  • 1789: Bestorming van de Bastille

Schrijf 3 dingen op die

je deze les hebt geleerd

Stel 1 vraag over iets dat je

deze les nog niet zo goed hebt begrepen