Wateroverlast en droogte (Aardrijkskunde vwo), les 2: Examentraining

WATER · OVERLAST EN TEKORT

Examentraining

Wateroverlast en droogte: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
suivant
Slide 1: Slide
newEditorAardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

Cette leçon contient 17 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min
Signaler cette leçon

Introduction

Examentraining: hoogte- en bodemkaart combineren, klimaatverandering koppelen aan lokale risico's en maatregelen analyseren vanuit dimensies.

Éléments de cette leçon

WATER · OVERLAST EN TEKORT

Examentraining

Wateroverlast en droogte: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Romaine / Wikimedia Commons, CC0

WATER · OVERLAST EN TEKORT

Wat ga je kunnen?

Ik kan hoogte- en bodemkaarten combineren, klimaatverandering koppelen aan lokale risico's en maatregelen tegen wateroverlast en watertekort analyseren vanuit dimensies.

Cet élément n'a pas d'instructions

WATER · OVERLAST EN TEKORT

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat vraagt de vraag? Beschrijf, verklaar, beredeneer of beargumenteer

  • 2. Zoek: hoog of laag, zand of veen, stad of platteland?

  • 3. Koppel: welk proces hoort erbij? Oxidatie, verzilting, verdroging, geringe infiltratie

  • 4. Schrijf: een keten van oorzaak naar gevolg, met het begrip erin

Cet élément n'a pas d'instructions

Veenweidegebied in de Oostpolder, 2014

WATER · OVERLAST EN TEKORT

Vraagtype 1: hoogte- en bodemkaart

  • Je combineert een hoogtekaart met een bodemkaart: waar ligt veen laag, waar zand hoog?

  • Laag en veen: kans op bodemdaling, oxidatie, inklinking en verzilting

  • Hoog en zand: kans op droogte en verdroging; op hellingen snelle afvoer bij buien

Image credit: Hardscarf / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Gebied A: veen, 2 m onder NAP, bij zee. Wat dreigt vooral bij droogte?

A

Verdroging door drinkwaterwinning

B

Snelle afvoer van water over hellingen

C

Wateroverlast door een hoosbui

D

Verzilting en verdere bodemdaling

Laag gelegen veen bij zee: bij droogte zakt het grondwater, veen oxideert en klinkt in, en zoute kwel en zeewater dringen verder binnen. Verwachte fout: verdroging, omdat dat ook over een lage grondwaterstand gaat, maar dat hoort bij hoog Nederland en menselijke onttrekking.

Gebied B: zand, 30 m boven NAP. Verklaar waarom het droogtegevoelig is.

Goed antwoord: zandgrond is goed doorlatend, dus regenwater zakt snel weg; door de hoge ligging kan er nauwelijks water uit rivieren worden aangevoerd, dus het gebied is afhankelijk van neerslag. Verwachte fout: alleen 'het ligt hoog' zonder de bodem erbij te betrekken.

Overstroming van de Geul in Valkenburg, Berkelplein, juli 2021

WATER · OVERLAST EN TEKORT

Vraagtype 2: van mondiaal naar lokaal

  • Je legt een keten van mondiale klimaatverandering naar een risico in één gebied

  • Mondiaal: opwarming. Regionaal: hevigere buien, drogere zomers, hogere zeespiegel

  • Lokaal: ondergelopen straten, verzilte sloten, verdorde akkers

Image credit: Romaine / Wikimedia Commons, CC0

Leg uit hoe mondiale opwarming kan leiden tot ondergelopen straten in een stad.

Goed antwoord: door opwarming kan de lucht meer waterdamp bevatten, waardoor hevige buien vaker voorkomen; in de stad is veel verharding, dus infiltreert weinig water en loopt het riool over. Verwachte fout: de schakel van warmere lucht naar hevigere buien overslaan.

Hoe vergroot zeespiegelstijging het watertekort in West-Nederland?

A

Het regent minder in de kustprovincies

B

Zout water dringt verder landinwaarts

C

De rivieren voeren meer water aan

D

Het veen oxideert sneller door zout

Hogere zeespiegel: meer zoute kwel en een zouttong die verder de rivieren op dringt, zodat er minder bruikbaar zoet water is. Verwachte fout: 'het veen oxideert sneller door zout', omdat leerlingen verzilting en oxidatie koppelen; oxidatie komt door zuurstof.

Wadi in een woonwijk in Arnhem, 2008

WATER · OVERLAST EN TEKORT

Vraagtype 3: maatregelen vanuit dimensies

  • Je analyseert een maatregel vanuit natuur, economie, politiek, sociaal-cultureel of demografie

  • Noem per dimensie een concreet voor- of nadeel, niet alleen de naam van de dimensie

  • Voorbeeld: een wadi kost ruimte (economie), maar geeft groen in de wijk (sociaal-cultureel)

Image credit: RJ Ribbink / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.5

Welk argument voor een waterplein hoort bij de sociaal-culturele dimensie?

A

Het riool hoeft niet vergroot te worden

B

Het water infiltreert later in de bodem

C

Het plein is ook een plek om te sporten

D

Gemeente en waterschap betalen samen

Sporten en ontmoeten is sociaal-cultureel. Geen grotere riolering nodig is economisch, infiltratie is natuur, samen betalen is politiek. Verwachte fout: het riool, omdat dat het hoofddoel lijkt.

Een gemeente verbiedt nieuwe tuinen vol tegels. Noem een voordeel en een nadeel.

Goed antwoord: voordeel (natuur): meer infiltratie en minder water in het riool bij hoosbuien, ook aanvulling van grondwater; nadeel (politiek of sociaal-cultureel): inbreuk op de vrijheid van bewoners, moeilijk te handhaven, of kosten voor bewoners (economie). Verwachte fout: twee voordelen noemen, of een nadeel zonder dimensie.

Verdiept sportveld van het waterplein Benthemplein, Rotterdam, 2017

WATER · OVERLAST EN TEKORT

Vraagtype 4: adaptatie of acceptatie

  • Adaptatie: je past het gebied of het gebruik aan, zodat water minder schade doet

  • Acceptatie: je aanvaardt dat er soms overlast of tekort is en beperkt alleen de schade

  • Bij een waardeervraag geef je een oordeel met argument en zo nodig een voorbehoud

Image credit: Cathrotterdam / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Welk voorbeeld is acceptatie van het risico op wateroverlast?

A

Een straat mag na een extreme bui blank staan

B

Nieuwe huizen worden hoger gebouwd

C

Een wijk krijgt een groot waterplein

D

Regenpijpen worden van het riool gehaald

Acceptatie: je aanvaardt dat de straat soms onder water staat. Hoger bouwen, een waterplein en ontkoppelen zijn aanpassingen (adaptatie). Verwachte fout: het waterplein, omdat daar ook water mag staan; maar dat is een maatregel die ervoor ontworpen is.

Beargumenteer of boeren op zandgrond droogteschade moeten accepteren.

Goed antwoord: een standpunt met argument. Voor acceptatie: beregening met grondwater versterkt verdroging en schaadt natuur. Tegen: oogstverlies kost boeren veel geld, adaptatie kan (water vasthouden in sloten, andere gewassen). Een voorbehoud mag, bijvoorbeeld alleen in extreem droge jaren. Verwachte fout: een mening zonder het verband met verdroging.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Hoogte- en bodemkaart

2

Van mondiaal naar lokaal

3

Maatregelen vanuit dimensies

4

Adaptatie of acceptatie

Bespreek het meest gekozen vraagtype nog een keer met een examenvraag uit een oud examen.

WATER · OVERLAST EN TEKORT

Tips voor op het examen

  • Kijk altijd eerst: hoog of laag, zand of veen, stad of platteland

  • Droogte komt door het weer, verdroging door de mens: gebruik het juiste woord

  • Oxidatie is afbraak door zuurstof, inklinking is samendrukken

  • Bij 'verklaar' schrijf je een keten, niet één los feit

  • Bij dimensievragen: noem de dimensie en een concreet gevolg

Cet élément n'a pas d'instructions