Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Examentraining
Verbanden in een tekst: zo pak je examenvragen aan
Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Examentraining
Verbanden in een tekst: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Roberto Ferrari / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan bij een examenvraag het expliciete of impliciete verband tussen tekstdelen vaststellen en onderbouwen.
Cet élément n'a pas d'instructions
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees de vraag: welk verband of welk tekstdeel wordt gevraagd? Streep het alineanummer aan.
2. Ga naar de plek: lees de zin ervoor, de zin zelf en de zin erna, bij alinea's ook het begin van de volgende.
3. Zoek het signaalwoord: staat er geen, bedenk er dan zelf een (want, maar, dus) en toets of het klopt.
4. Controleer: zet je antwoord op de plek van het verwijswoord en let op ironie of nuance.
Cet élément n'a pas d'instructions
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Vraagtype 1: verwijzingen
Dit vraagtype vraagt waar een verwijswoord of verwijzende woordgroep op slaat
Vaak vat het begrip ('Die gang van zaken') een hele gedachtegang samen
Antwoord in eigen woorden of met een citaat: lees de vraag goed
Bij 4F verwijst een begrip als "Dit mechanisme" vaak naar meerdere zinnen. Leerlingen kiezen vaak alleen de laatste zin.
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Tekst 4: Fundamenteel onderzoek
(1) Wie bij wetenschap denkt aan toepassingen, vergeet dat veel doorbraken begonnen als nieuwsgierigheid zonder bestemming. Onderzoekers die zonder concreet doel een vraag najagen, leggen vaak de basis voor technieken waar later niemand meer zonder kan. Die gang van zaken laat zich slecht plannen en juist dat maakt haar kwetsbaar.
(2) Subsidiegevers houden daar steeds minder rekening mee. Zij willen vooraf weten wat een project oplevert en onderzoekers passen hun aanvragen daarop aan: ze beloven toepassingen die ze zelf nauwelijks geloven. Dit mechanisme verleidt tot opschepperij en beloont vooral wie zijn plannen overtuigend kan inkleden.
(3) Het resultaat is een stelsel dat zekerheid vraagt van een activiteit die van onzekerheid leeft. Wie dat een gezonde vorm van verantwoording noemt, moet uitleggen waarom de grootste vernieuwingen zich zo zelden hebben laten voorspellen.
Eigen tekst voor Examenstof
Hoofdtekst bij vraagtype 1 (ongeveer 160 woorden, 4F). Verzonnen tekst.
Waar slaat "Die gang van zaken" op?
Die gang van zaken laat zich slecht plannen en juist dat maakt haar kwetsbaar.
Onderzoek met een concreet toepassingsdoel
De rol van subsidiegevers
Technieken waar niemand zonder kan
Dat nieuwsgierigheid techniek mogelijk maakt
De zin ervoor beschrijft het proces: onderzoekers volgen zonder doel een vraag en leggen de basis voor technieken. Dat proces is moeilijk te plannen. Verwachte fout: "technieken" kiezen omdat dat het laatste zelfstandig naamwoord is.
Waar slaat "Dit mechanisme" in alinea 2 op?
Modelantwoord: op het feit dat onderzoekers, omdat subsidiegevers vooraf resultaat willen zien, hun aanvragen aanpassen en toepassingen beloven die ze zelf nauwelijks geloven (1 punt voor het aanpassen of beloven van toepassingen, 1 punt voor de reden dat subsidiegevers vooraf resultaat willen). Verwachte fout: alleen "subsidiegevers" noemen.
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Vraagtype 2: oorzaak, doel, voorwaarde
Dit vraagtype vraagt naar oorzaak, gevolg, doel, middel of voorwaarde
Let op signaalwoorden, maar ook op verbanden zonder signaalwoord
Open vragen: antwoord kort en met woorden uit de tekst
Op 4F combineren zinnen vaak meerdere verbanden: een doel binnen een oorzaak-gevolgketen. Laat leerlingen elk verband apart benoemen.
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Tekst 5: Een abonnement op alles
(1) Muziek, films, maaltijden, fitness: bijna alles is tegenwoordig te krijgen via een abonnement. Voor bedrijven is dat aantrekkelijk, want een vaste maandelijkse inkomst maakt hun omzet voorspelbaar. Om klanten vast te houden, maken ze opzeggen bovendien bewust omslachtig.
(2) Consumenten merken die omslachtigheid pas als ze willen stoppen. Doordat ze hun abonnementen zelden nalopen, betalen ze vaak voor diensten die ze nauwelijks gebruiken. Dat is geen toeval, maar een berekening: het bedrijf rekent erop dat gemak het wint van aandacht.
(3) Toch hoeft niemand machteloos te zijn. Zodra je abonnementen in één overzicht zet, zie je meteen wat je werkelijk gebruikt. Mits je daar elk kwartaal tijd voor maakt, houd je grip op je uitgaven.
Eigen tekst voor Examenstof
Hoofdtekst bij vraagtype 2 (ongeveer 140 woorden, 4F). Verzonnen tekst.
Wat is hier het middel?
Om klanten vast te houden, maken ze opzeggen bovendien bewust omslachtig.
Opzeggen bewust omslachtig maken
Klanten vast willen houden
Hun omzet voorspelbaar maken
Een maandelijkse inkomst vragen
Het doel staat na "Om": klanten vasthouden. Het middel is wat de bedrijven doen: opzeggen omslachtig maken. Verwachte fout: het doel als middel kiezen of de eerdere zin met de voorspelbare omzet erbij halen.
Waarom betalen mensen voor ongebruikte diensten?
Modelantwoord: dat consumenten hun abonnementen zelden nalopen (1 punt). Verwachte fout: de omslachtigheid van opzeggen noemen, dat is de reden dat ze niet snel stoppen en komt uit alinea 1.
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Vraagtype 3: functie en impliciet
Dit vraagtype vraagt naar de functie van een alinea of het verband tussen zinnen
Bij een impliciet verband zet je zelf een signaalwoord ertussen
Let op ironie: de letterlijke lezing is dan niet de bedoelde
Alinea 1 bevat milde ironie ("een prachtige gedachte, zolang ..."): de schrijver bedoelt niet dat de gedachte onvoorwaardelijk prachtig is.
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Tekst 6: Jezelf zijn op school
(1) Op elke school hangt wel een poster met de tekst dat je jezelf moet zijn. Het is een prachtige gedachte, zolang jezelf zijn niet leidt tot gedrag dat de rector storend vindt. Scholen prijzen individualiteit graag, mits die zich netjes binnen de lijnen van het rooster voltrekt.
(2) Dat is geen bewijs van hypocrisie, maar van een dilemma. Een school die iedereen vrij laat, kan niet functioneren; een school die niets toestaat, kweekt alleen volgzaamheid. De kunst is om grenzen te trekken die leerlingen kunnen begrijpen.
(3) Leerlingen merken het verschil snel. Een regel die wordt uitgelegd, wekt zelden verzet. Een regel die slechts wordt opgelegd, lokt de vraag uit wie er eigenlijk baat bij heeft. Dat bepaalt of een school als eerlijk geldt.
Eigen tekst voor Examenstof
Hoofdtekst bij vraagtype 3 (ongeveer 140 woorden, 4F, met ironie in alinea 1). Verzonnen tekst.
Welke functie heeft alinea 2 ten opzichte van alinea 1?
Dat is geen bewijs van hypocrisie, maar van een dilemma.
Ze herhaalt de kritiek in andere woorden
Ze geeft een voorbeeld van de kritiek
Ze nuanceert de kritiek uit alinea 1
Ze noemt de oorzaak van de kritiek
Alinea 1 suggereert hypocrisie; alinea 2 zegt "geen bewijs van hypocrisie, maar van een dilemma". Dat nuanceert. Verwachte fout: herhalen, omdat beide alinea's over scholen en regels gaan.
Welk impliciet verband zit in de laatste twee zinnen?
Een regel die wordt uitgelegd, wekt zelden verzet. Een regel die slechts wordt opgelegd, lokt de vraag uit wie er eigenlijk baat bij heeft.
opsomming
oorzaak-gevolg
tegenstelling
doel-middel
Een uitgelegde regel wekt zelden verzet, een opgelegde regel lokt de vraag naar baat uit: dat staat tegenover elkaar zonder "maar". Verwachte fout: oorzaak-gevolg, omdat beide zinnen een reactie van leerlingen beschrijven.
Welk verband vind jij het lastigst?
Verwijzingen naar een hele gedachtegang
Oorzaak, doel en voorwaarde
Functie van een alinea
Impliciete verbanden
Bespreek na de uitslag eerst het lastigste verband met een korte eigen voorbeeldzin.
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Tips voor op het examen
Lees eerst de vraag, dan pas de alinea waar de vraag naar verwijst
Een verwijswoord kan een hele gedachtegang samenvatten: lees ook de zinnen eromheen
Staat er geen signaalwoord? Bedenk er zelf een en toets of de zinnen kloppen
Bij een alinea-vraag: wat doet de alinea voor het betoog, niet alleen waar gaat ze over
Let op ironie en nuance: lees niet alleen letterlijk
Cet élément n'a pas d'instructions