Use future with "Present Simple":
- Dingen die volgens een vaste tijdsplanning verlopen (bijvoorbeeld een dienstregeling of een rooster).
My plane leaves at 8 a.m.
The bus arrives at 7.30 p.m.
Je gebruikt de present simple ook:
- om aan te geven dat iets vaker voorkomt (of nooit) of een gewoonte is
- bij werkwoorden die iets te maken hebben met de zintuigen (smell, taste, sound etc)