Een bakkerskraam op de weekmarkt Heksenwiel
EXAMENSTOF · ONDERNEMEN · EIGEN BEDRIJF
Examentraining
Een eigen bedrijf starten: zo pak je examenvragen aan
Een bakkerskraam op de weekmarkt Heksenwiel
EXAMENSTOF · ONDERNEMEN · EIGEN BEDRIJF
Examentraining
Een eigen bedrijf starten: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: G.Lanting / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
EXAMENSTOF · ONDERNEMEN · EIGEN BEDRIJF
Wat ga je kunnen?
Ik kan in een casus voor- en nadelen afwegen, de rol van de ondernemer uitleggen en de oprichtingsverplichtingen noemen.
Cet élément n'a pas d'instructions
EXAMENSTOF · ONDERNEMEN · EIGEN BEDRIJF
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wie is de persoon en wat wil die persoon bereiken?
2. Zoek: welke gegevens noemt de casus: inkomen, risico, vrijheid, een activiteit?
3. Koppel: past het bij loondienst, zelfstandig ondernemen of een oprichtingsverplichting?
4. Schrijf: noem je keuze en onderbouw met een gegeven uit de casus.
Cet élément n'a pas d'instructions
EXAMENSTOF · ONDERNEMEN · EIGEN BEDRIJF
Vraagtype 1: voor- en nadelen
Je krijgt een casus en benoemt een voordeel of nadeel.
Let op: voor wie geldt het, voor een werknemer of een ondernemer?
Voorbeeld: loon dat doorloopt bij ziekte is een voordeel van loondienst.
Cet élément n'a pas d'instructions
Bo is kok in loondienst en kan door een gebroken been twee maanden niet werken. Welk voordeel geldt?
Bo houdt het hele resultaat van het restaurant
Bo krijgt meestal het loon doorbetaald
Bo bepaalt zelf het menu en de prijzen
Bo draagt het ondernemersrisico van het restaurant
Syllabus 12.1: loondoorbetaling bij ziekte is een voordeel van een arbeidsrelatie. Verwachte fout: het resultaat houden, dat hoort bij een eigenaar.
Ravi start een eenmanszaak als fotograaf. In een rustige maand is er weinig werk. Welk nadeel merkt Ravi?
Een werkgever vult het loon aan tot het normale niveau
Ravi mag het werk niet zelf indelen
De KvK keert een uitkering uit
Het inkomen is onzeker: er is geen vast loon
Syllabus 12.1: onzeker inkomen is een nadeel van zelfstandig ondernemen. Verwachte fout: denken dat er een werkgever of instantie is die bijspringt.
EXAMENSTOF · ONDERNEMEN · EIGEN BEDRIJF
Vraagtype 2: afwegen en kiezen
Je vergelijkt wat iemand in loondienst verdient met wat een eigen bedrijf oplevert.
Het resultaat is de omzet min de kosten. Een ondernemer krijgt geen loon: het resultaat is het inkomen.
Je kiest op basis van wat de persoon wil: zekerheid of vrijheid.
Cet élément n'a pas d'instructions
Lisa verdient € 2.900 per maand in loondienst. In een eigen bedrijf is de omzet in een maand € 9.000 en zijn de kosten € 6.400. Hoeveel verschilt het inkomen, voor belasting?
€ 300 hoger dan het loon
€ 2.600 lager dan het loon
€ 6.100 hoger dan het loon
€ 300 lager dan het loon
Syllabus 12.1 met resultaat als omzet min kosten. Uitwerking: resultaat 9.000 min 6.400 is 2.600. Loon 2.900 min resultaat 2.600 is 300 lager. Verwachte fout: de omzet vergelijken met het loon (9.000 min 2.900 is 6.100 hoger) of het resultaat zelf als verschil nemen.
Jij wilt zelf bepalen wanneer en voor wie je werkt, en je bent bereid daar risico voor te lopen. Wat past het best?
Een arbeidsrelatie met een vaste werkgever
Zelfstandig ondernemerschap
Een baan met een vast maandloon
Een dienstverband met loondoorbetaling
Syllabus 12.1. Vrijheid en risico horen bij zelfstandig ondernemen; zekerheid bij loondienst. Verwachte fout: kiezen voor loondienst omdat dat veilig voelt.
EXAMENSTOF · ONDERNEMEN · EIGEN BEDRIJF
Vraagtype 3: rol van de ondernemer
Je koppelt wat iemand doet aan de rol van de ondernemer in het creatieve proces.
Let op: bedenken, onderzoeken en kiezen horen bij de ondernemer, niet bij een werkgever.
De ondernemer draagt ook het risico.
Cet élément n'a pas d'instructions
Fenna bedenkt een mobiele koffiekar, onderzoekt waar veel wandelaars komen en kiest een menu. Welke rol vervult Fenna?
Werknemer met een arbeidsrelatie
Werkgever die personeel inhuurt
Ondernemer in het creatieve proces voor de oprichting
Medewerker van de Kamer van Koophandel
Syllabus 12.2. Idee, onderzoek en keuzes zijn de rol van de ondernemer. Verwachte fout: werkgever, omdat het om een bedrijf gaat.
Joost start een fietsenwinkel en leent geld voor de voorraad. Wie draagt het risico als het tegenvalt?
Joost zelf, als ondernemer, ook privé
De Kamer van Koophandel
De gemeente die de vergunning gaf
De leverancier van de voorraad
Syllabus 12.1 en 12.2: de ondernemer draagt het risico en is bij een eenmanszaak privé aansprakelijk. Verwachte fout: denken dat de instanties bij de oprichting het risico delen.
EXAMENSTOF · ONDERNEMEN · EIGEN BEDRIJF
Vraagtype 4: oprichtingsverplichtingen
Je noemt wat een starter moet regelen, passend bij de activiteit.
Altijd: inschrijving bij de KvK. Soms: een of meer vergunningen.
Let op: het ondernemingsplan en de rechtsvorm zijn andere onderwerpen.
Cet élément n'a pas d'instructions
Demi schrijft een eenmanszaak in bij de KvK. Wat geldt voor de gegevens in het Handelsregister?
Alleen de Belastingdienst mag ze inzien
Ze zijn openbaar: iedereen kan ze opzoeken
Alleen de ondernemer zelf mag ze inzien
Ze worden pas openbaar na het eerste jaar
Syllabus 12.4: inschrijving bij de KvK. Nagekeken op ondernemersplein.overheid.nl: bedrijfsgegevens in het Handelsregister zijn openbaar. Verwachte fout: denken dat de gegevens privé blijven.
Sven start een kleine bouwonderneming en gaat verbouwingen uitvoeren. Welke verplichting hoort daarbij?
Alleen inschrijven: vergunningen zijn nooit nodig
Alleen een vergunning: inschrijven hoeft niet
Eerst een bv oprichten bij de notaris
Inschrijven bij de KvK en vergunningen nagaan
Syllabus 12.4: inschrijving bij de KvK voor elke starter en vergunningen als de activiteit dat vraagt; bij bouwen of verbouwen is vaak een omgevingsvergunning nodig. Verwachte fout: vergunningen vergeten.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Voor- en nadelen
Afwegen en kiezen
Rol van de ondernemer
Oprichtingsverplichtingen
Herhaal het gekozen vraagtype met een nieuwe casus.
EXAMENSTOF · ONDERNEMEN · EIGEN BEDRIJF
Tips voor op het examen
Noem bij een nadeel of voordeel altijd voor wie het geldt: werknemer of ondernemer.
Gebruik een gegeven uit de casus in je antwoord, niet alleen het begrip.
Inschrijving bij de KvK geldt voor elke starter; vergunningen hangen af van de activiteit.
Reken je: resultaat is omzet min kosten, en let op wat je met wat vergelijkt.
Cet élément n'a pas d'instructions