Concerterende structuren (Muziek havo), les 3: Terugblik quiz

VAKTHEORIE · CONCERT

QUIZ

Terugblik: Concerterende structuren

1 / 13
suivant
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

Cette leçon contient 13 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Terugblik met een quiz van negen vragen over soloconcert, solocadens, concerto grosso, concertino, tutti en dubbelkorigheid, met een luistervraag.

Éléments de cette leçon

VAKTHEORIE · CONCERT

QUIZ

Terugblik: Concerterende structuren

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Tatiana El-Bakri / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Video: Bach: Matthäus-Passion, openingskoor Kommt, ihr Töchter, Netherlands Bach Society (kanaal: Netherlands Bach Society). Wat hoor je? Twee koren die elkaar antwoorden, met het orkest eronder. Antwoord: dubbelkorigheid.

Wat hoor je in dit fragment van de Matthäus-Passion?

A

Een solist tegenover het orkest

B

Een concertino tegenover het tutti

C

Een solocadens van het koor

D

Twee koren die elkaar antwoorden

Fragment: Bach, Matthäus-Passion, openingskoor Kommt, ihr Töchter (Netherlands Bach Society). Je hoort twee koren die elkaar antwoorden met korte zinnen, ondersteund door het orkest. Antwoord: dubbelkorigheid. Wie concertino tegenover tutti kiest, denkt aan een concerto grosso.

Waarin verschilt een concerto grosso van een soloconcert?

A

Er zijn twee koren in plaats van een orkest

B

Het orkest speelt alleen tijdens de cadens

C

Het hele stuk wordt zonder orkest gespeeld

D

Een groepje solisten in plaats van één solist

Een concerto grosso heeft een concertino, een groepje solisten. Een soloconcert heeft één solist. De andere opties kloppen voor geen van beide.

Vul in: de solocadens

Een solocadens klinkt meestal vlak voor het einde van een deel, gespeeld door de solist alleen.

solocadens
einde
solist
begin
tutti

Veelgemaakte fout: begin invullen. Een cadens staat meestal vlak voor het einde van een deel.

Uit welke periode komt het concerto grosso?

A

De romantiek

B

De barok

C

De klassieke periode

D

De twintigste eeuw

Het concerto grosso is een barokwerk, zoals bij Corelli, Handel en Bach.

Noem een voorbeeld van een solo-instrument.

Goed: viool, piano, klarinet, cello, hoorn, trompet of een ander instrument dat solo speelt in een soloconcert. Verwachte fout: een ensemble noemen, zoals een strijkkwartet.

Welk werk is een concerto grosso?

A

Het pianoconcert van Grieg

B

Het vioolconcert van Mendelssohn

C

Een Brandenburgs concert van Bach

D

Het klarinetconcert van Mozart

De Brandenburgse concerten van Bach zijn concerti grossi. De andere drie zijn soloconcerten met één solist.

In welke Italiaanse stad werd dubbelkorigheid beroemd?

A

Venetië

B

Napels

C

Milaan

D

Florence

In de San Marco in Venetië schreef Gabrieli voor twee groepen die tegenover elkaar stonden.

Vul in: het soloconcert

Een soloconcert heeft meestal drie delen, met een langzaam deel in het midden.

soloconcert
drie
twee
vier

Een soloconcert heeft vaak drie delen: snel, langzaam, snel.

De solist en het orkest spelen om beurten hetzelfde motief. Welke verhouding is dit?

A

Een solocadens

B

Een gesprek: ze antwoorden elkaar

C

De solist begeleidt het orkest

D

Dubbelkorigheid

Als solist en orkest elkaar antwoorden is het een soort gesprek. Een cadens heeft geen orkest en dubbelkorigheid gaat over twee koren.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

♪ VAKTHEORIE · CONCERT

GOED GEDAAN!

Je herkent nu solo en tutti, de solocadens, het concertino en dubbelkorigheid. Veel succes bij het luisterexamen!

Cet élément n'a pas d'instructions