Plantencellen met bladgroenkorrels onder de microscoop (waterpest) (foto: Lilyviolet, CC BY 4.0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · LEVEN · VOEDINGSSTOFFEN
Quiz
Terugblik: Chemie van het leven
Plantencellen met bladgroenkorrels onder de microscoop (waterpest) (foto: Lilyviolet, CC BY 4.0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · LEVEN · VOEDINGSSTOFFEN
Quiz
Terugblik: Chemie van het leven
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Lilyviolet / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
Welke vergelijking beschrijft fotosynthese?
C₆H₁₂O₆ + 6 O₂ → 6 CO₂ + 6 H₂O
6 CO₂ + 6 H₂O → C₆H₁₂O₆ + 6 O₂
6 CO₂ + 12 H₂O → C₆H₁₂O₆ + 6 O₂
CO₂ + H₂O → C₆H₁₂O₆ + O₂
Syllabus L1.2: goede vergelijking. De tweede is de omgekeerde omzetting (ademhaling), de derde klopt niet (links 24 O, rechts 18 O), de vierde klopt niet (1 C links, 6 C rechts). Controle goede: links 6 C, 12 H, 18 O; rechts 6 C, 12 H, 18 O.
Wat gebeurt met koolstofdioxide bij koolstofassimilatie?
Het wordt omgezet in zuurstof
Het wordt in het celmembraan opgeslagen
Het wordt afgebroken tot koolstof en water
Het wordt vastgelegd in glucose
Syllabus L1.2: koolstofassimilatie. Verwachte fout: zuurstof kiezen; de zuurstof komt uit het water.
Zet op volgorde, van klein naar groot
Syllabus L1.3: water is een klein molecuul, glucose een monosacharide, sacharose een disacharide, zetmeel een polysacharide. Verwachte fout: sacharose en zetmeel verwisselen.
Vul in
Een enzym is een eiwit dat als biokatalysator werkt en alleen het juiste substraat omzet.
Syllabus L1.6: enzym, biokatalysator, specificiteit. Verwachte fout: product invullen; het substraat is de stof die wordt omgezet.
Welke groepen heeft elk aminozuur?
Een NH₂-groep en een COOH-groep
Alleen een COOH-groep en een estergroep
Een NH₂-groep en een estergroep
Twee COOH-groepen
Syllabus L1.3: bouw van een aminozuur. Verwachte fout: een estergroep noemen; die komt voor in vetten.
Welke stof is een disacharide?
Zetmeel
Glucose
Sacharose
Glycerol
Syllabus L1.3: sacharose bestaat uit twee monosachariden. Zetmeel is een polysacharide, glucose een monosacharide en glycerol hoort bij vetten.
Welke formule hoort bij een vetzuur met 18 C-atomen en één C=C?
C₁₇H₃₅COOH
C₁₇H₃₁COOH
C₁₇H₃₃COOH
C₁₇H₃₇COOH
Syllabus L1.3: onverzadigd vetzuur. Een verzadigde staart met 17 C heeft 2 × 17 + 1 = 35 H (C₁₇H₃₅COOH); één C=C geeft twee H minder: C₁₇H₃₃COOH. C₁₇H₃₁COOH heeft twee C=C. C₁₇H₃₇COOH kan niet. Verwachte fout: de verzadigde formule kiezen.
Welke functie hebben vetten naast energieopslag?
Bouwstof in membranen
Biokatalysator
Opslag van zetmeel
Bron van aminozuren
Syllabus L1.5: vetten zijn bouwstof in membranen en energieopslag. Verwachte fout: biokatalysator; dat zijn enzymen.
In welke vorm slaat een plant glucose op als energievoorraad?
Cellulose
Glycerol
Vetzuur
Zetmeel
Syllabus L1.5: koolhydraten als energieopslag. Verwachte fout: cellulose kiezen, die zit vooral in celwanden.
Een enzym heeft zijn pH-optimum bij pH 2. Waar werkt het het best?
In een neutrale omgeving, zoals water
In een zure omgeving, zoals de maag
In een basische omgeving, zoals zeepsop
Overal even goed
Syllabus L1.6: pH-optimum; pH 2 is zuur. Verwachte fout: neutraal kiezen of denken dat enzymen overal werken.
Waarvoor gebruikt het lichaam aminozuren uit voedsel?
Syllabus L1.4: de producten van de afbraak zijn de basis voor lichaamseigen stoffen. Antwoord: om lichaamseigen eiwitten te maken (bijvoorbeeld enzymen en bouwstof voor spieren). Verwachte fout: alleen energie noemen.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · LEVEN · VOEDINGSSTOFFEN
Goed gedaan!
Je kent nu de route van licht tot cel: fotosynthese, de bouw van eiwitten, koolhydraten en vetten, hun afbraak en de werking van enzymen.
Cet élément n'a pas d'instructions