Hoofdstuk 7 - Vormingsvraagstuk: samenlevingsvormen | HAVO

Hoofdstuk 7
Vormingsvraagstuk: samenlevingsvormen
1 / 66
suivant
Slide 1: Diapositive
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

Cette leçon contient 66 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 16 vidéos.

time-iconLa durée de la leçon est: 200 min

Éléments de cette leçon

Hoofdstuk 7
Vormingsvraagstuk: samenlevingsvormen

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoe had jouw leven eruit gezien als je 100 jaar geleden 
geboren was? 
Hoe had jouw leven eruit
gezien als je 100 jaar
geleden geboren was?

Slide 2 - Carte mentale

Deze vraag zet leerlingen aan om na te denken over hoe samenlevingsvormen veranderd zijn vanaf de jaren '20 van de vorige eeuw.

Slide 3 - Vidéo

Amsterdam, 2025. Een korte sfeerimpressie van het straatbeeld honderd jaar geleden. 
Wat leer ik dit hoofdstuk?
  • wat het begrip representatie inhoudt.
  • welke politieke stromingen er zijn.
  • de functies van politieke partijen.
  • de twee modellen van politieke besluitvorming.
  • wat het begrip globalisering inhoudt.
Vorig hoofdstuk leerde ik ...

Slide 4 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat leer ik dit hoofdstuk?
Ik leer ...
  • wat de kernconcepten institutionalisering, democratisering, individualisering en rationalisering zijn.
  • hoe deze ontwikkelingen de afgelopen 100 jaar tot stand zijn gekomen.

Slide 5 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

§7.1 Vorming, verandering en institutionalisering

Slide 6 - Diapositive

Pagina 121

Slide 7 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Institutionalisering (1920-1960)
Het proces waarbij een complex van waarden en min of meer geformaliseerde regels vastgelegd wordt in standaard gedragspatronen, die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties reguleren. 

Slide 8 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions




Sinds welk jaar is er in Nederland sprake van algemeen kiesrecht?
Sinds welk jaar is er in Nederland sprake van algemeen kiesrecht? 
A
1819
B
1890
C
1919
D
1910

Slide 9 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 10 - Vidéo

Benadruk hier de betekenis van passief en actief kiesrecht.
Verzuiling
De samenleving was opgedeeld in drie (of vier) levensbeschouwelijke en sociaaleconomische groepen: 
Katholiek
Protestants
Socialistisch
(Liberaal)
Mensen bleven voornamelijk binnen ‘de eigen zuil’ en de cultuur was sterk collectivistisch.

Slide 11 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 12 - Vidéo

Benadruk dat er in dit filmpje andere zuilen worden benoemd dan in het lesboek, maar dat we bij Seneca socialistisch, protestants, katholiek (en liberaal) aanhouden.
Bij welke zuil horen de kranten?
Katholiek
Socialistisch
Protestants
Liberaal

Slide 13 - Question de remorquage

Benadruk na deze vraag dat er bij de verzuiling sprake was van min of meer geformaliseerde regels die ervoor zorgden dat gedragspatronen gereguleerd werden, zoals welke krant mensen lazen.
Gezinsleven ('20-'60)
Het gezin kun je zien als een sociale institutie, omdat er regels zijn waardoor iedereen weet wat er van hem of haar verwacht wordt.
Kostwinnersgezin en bevelshuishouding: er was sprake van een duidelijke rolverdeling tussen man en vrouw en een grote machtsafstand. 
Dit was was ook (deels) wettelijk vastgelegd. 

Slide 14 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Veranderingen in instituties (Na WOII)
Maatschappelijke veranderingen: baby-boom, economische vooruitgang en eigen woning bezit
In de wet veranderde onder andere het volgende:
1. De opbouw en de uitbreiding van de verzorgingsstaat
2. Wetswijziging in 1957: vrouwen werden niet langer als handelingsonbekwaam gezien.

Slide 15 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 16 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions




Wat zou een nadeel kunnen zijn van institutionalisering?
Wat zou een nadeel kunnen zijn van institutionalisering?

Slide 17 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Voordelen
Gedrag wordt gereguleerd
Er wordt steeds meer geredeneerd vanuit regels en procedures
Leidt tot zingeving (bijvoorbeeld statieflessen)
Nadelen
Gedrag wordt voorspelbaar, wat leidt tot meer vrijheid

Slide 18 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

§7.2 Vorming, verandering en democratisering

Slide 19 - Diapositive

Pagina 126
Waar denk je aan bij democratisering?
Waar denk je aan bij democratisering?

Slide 20 - Carte mentale

Cet élément n'a pas d'instructions

Democratisering (1960-1980)
Het proces van de verandering van de machts- en gezagsverhoudingen door een grotere inspraak en medezeggenschap van degenen met minder macht

Slide 21 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Democratisering in de politiek
Een voorbeeld van democratisering is de verlaging van stemgerechtigde leeftijd in 1965 en 1972. 
Streven naar een politiek systeem waarin burgers participeren in de besluitvorming, door actief- en passief kiesrecht.

Slide 22 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Andere voorbeelden van democratisering in de politiek:
2. Politieke grondrechten, zoals kiesrecht en het recht om een politieke partij op te richten
1. Klassieke vrijheidsrechten,   zoals de vrijheid van  meningsuiting


Democratisering in de politiek
3. Sociale grondrechten, zoals de zorg voor woning, werk, zorg en onderwijs voor iedereen

Slide 23 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 24 - Vidéo

Deel 1 van het fragment over de demonstratie van Black Lives Matter in coronatijd.

Slide 25 - Vidéo

Deel 2 van het fragment
Over wat voor soort grondrecht heeft Femke Halsema het in dit fragment?
Over wat voor soort recht heeft Femke Halsema het in dit fragment?
Klassiek vrijheidsrecht
Politiek grondrecht
Sociaal grondrecht

Slide 26 - Sondage

Antwoord: Halsema sprak over de vrijheid van demonstratie/betoging (Artikel 9, lid 2 van de Grondwet). Net zoals de vrijheid van meningsuiting behoort de vrijheid van demonstratie tot het klassiek vrijheidsrecht. 

Slide 27 - Vidéo

Aanknopingspunt om te vertellen hoe het gezinsleven tussen de jaren '60 en '80 veranderde: 
- Andere gezinssituaties (zoals woongroepen)
- Openlijke homoseksualiteit
- Ongehuwd samenwonen en latrelaties
Onderhandelingshuishouding
Verandering van bevelshuishouding naar onderhandelingshuishouding: 
  • Kleinere machtsafstand tussen ouders en kinderen
  • Over het gedrag, taken en rollen werd steeds meer overlegd
  • Kinderen kregen steeds meer zeggenschap
  • Stimulatie van verantwoordelijkheid en zelfstandigheid

Slide 28 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions



Hoeveel biologische broers en zussen heb jij?
Hoeveel (biologische) broers en zussen heb jij?
1
2
3
4
5 of meer

Slide 29 - Sondage

Bespreek met de leerlingen dat gezinnen steeds kleiner zijn geworden, o.a. door anticonceptie. 
Bovendien was er de opkomst van het moderne kerngezin: vader, moeder en een klein aantal kinderen. 

Al laatste de toename van zeggenschap voor de vrouw. (Pagina 127)

Slide 30 - Diapositive

Afbeelding van een demonstratie van de Provo's in Amsterdam als voorbeeld van een jeugdbeweging.


Verandering rol socialisatoren
Peergroup
Media 
Jongeren hadden meer geld en tijd en de mogelijkheid om te studeren
De media ging een grotere rol spelen, wat leidde tot de ontzuiling
Kinderen brachten steeds meer tijd door op school. Ook in het onderwijs was er sprake van democratisering
Onderwijs

Slide 31 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

§7.3 Vorming, verandering en individualisering

Slide 32 - Diapositive

Pagina 129



Wat heeft deze afbeelding met individualisering te maken?
Wat heeft deze afbeelding met 
individualisering te maken?

Slide 33 - Question ouverte

Antwoord: Vroeger werd er vaak met losse koffie een pot koffie gezet, voor meerdere mensen. Op de afbeelding zie je cupjes waarmee een kopje koffie tegelijk kan worden gezet. Daarin zie je de nadruk op het individu in plaats van op het collectief.


Individualisering
Het proces waarbij individuen in toenemende mate hun zelfstandigheid op verschillende gebieden kunnen vergroten

Slide 34 - Diapositive

Hierna zou je als docent uit kunnen leggen wat de relatie met secularisering en ontzuiling is. 
Verklaringen
Verklaringen voor individualisering vanaf 1960:
  • Toename van de welvaart, waardoor mensen   zelfstandiger werden.
  • Stijging van het opleidingsniveau van   arbeidskrachten, waardoor partners minder   afhankelijk van elkaar werden.

Slide 35 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 36 - Vidéo

Aan de hand van dit filmpje kun je als docent uitleggen dat individualisering ook werd geïnstitutionaliseerd, bijvoorbeeld door de invoering van de scheidingswet in 1971. 
Individualisering '80-'00
Zelfstandigheid om eigen keuzes te maken is vergroot, sprake van een meerkeuzemaatschappij.
Mensen met minder macht kregen grote inspraak en medezeggenschap en werden dus zelfstandiger
Groei van het aantal eenpersoonshuishoudens

Slide 37 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Individualisering in het gezin '80-'00
Vrouwenemancipatie leidde tot meer gelijkheid
 

Man en vrouw gingen steeds meer allebei werken huishouden werd soms uitbesteed
Onafhankelijkheid, zelfontplooiing, ontwikkeling en eigen keuzes maken
Gevolg: steeds meer co-ouderschappen en samengestelde gezinnen

Slide 38 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 39 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoe zie je individualisering terug in jouw leven? 
Hoe zie je individualisering
terug in jouw leven?

Slide 40 - Carte mentale

Voorbeelden: eigen slaapkamers, door oortjes en koptelefoons je kunnen afzonderen en je eigen muziek kunnen luisteren of films kunnen kijken, naar de sportschool gaan in plaats van een teamsport doen. 

Slide 41 - Diapositive

Een voorbeeld van hoe individualisering terug te zien is in het leven van de leerlingen, mensen kunnen in deze tijd hun eigen media aanbod bepalen. 
Individualisering (heden)
  • Moderne media stimuleren de eigen keuzes in bindingen
  • Verschuiving van toebedeelde relaties (familie, kerkgenoten) naar verworven relaties (bindingen op basis van interesses of overtuigingen). 



  • Socialisatie vindt steeds meer plaats op school en minder in het gezin. 

Slide 42 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Voordelen
Meer vrijheid en zelfstandigheid
Bedreiging voor solidariteit en de verzorgingsstaat
De nadruk ligt op eigen verantwoordelijkheid en jezelf helpen bij moeilijkheden
Nadelen
Meer tot recht komen als individu

Slide 43 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

§7.4 Vorming, verandering en rationalisering

Slide 44 - Diapositive

Pagina 134

Slide 45 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Rationalisering
het proces van het ordenen en systemeren van de werkelijkheid met de bedoeling haar voorspelbaar te maken en het doelgericht inzetten van middelen om zo efficiënt en effectief mogelijke resultaten te bereiken. 




Slide 46 - Diapositive

Een voorbeeld van rationalisering zijn datingapps, zoals Bumble en Tinder. 

Bedenk een voorbeeld van rationalisering
in het verleden
Bedenk een voorbeeld van rationalisering 
in het verleden 

Slide 47 - Question ouverte

Voorbeelden zijn: innovatie in oorlogsvoering, de industriele revolutie, veranderend wereldbeeld naar aanleiding van wetenschappelijk denken. 
Benadruk dat rationalisering terug te zien is op verschillende gebieden: economie, wetenschap, kunst, politiek en bestuur
Rationalisering en gezinnen
De samenleving wordt steeds meer als maakbaar gezien, bijvoorbeeld: bestrijding criminaliteit.
Gezinsleven en gezondheid werd steeds beheersbaarder door bijvoorbeeld de pil en vaccinaties
Economische rationalisering zorgde voor toename van vrije tijd

Slide 48 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

1

Slide 49 - Vidéo

Voorbeeld van rationalisering en gezinnen. 
00:49
Stelling: 'De Nip-test is een goede ontwikkeling'
Stelling: 'De Nip-test is een goede ontwikkeling'
Eens
Oneens

Slide 50 - Sondage

Deze stelling kan dienen als een aanleiding tot een discussie over deze medisch-ethische kwestie. 

Slide 51 - Diapositive

Relatie tussen rationalisering van gezinnen en rationalisering overheidsbeleid. 

Hiermee probeert de overheid vaders aan te sporen tot een meer gelijke verdeling van taken thuis en wil men het voor vrouwen makkelijker maken om het moederschap te combineren. Hierbij is dus sprake van rationalisering, individualisering en democratisering. 
Rationalisering in overheidsbeleid (nu)
Rationalisering is soms duidelijk zichtbaar in het beleid. De overheid laat vaak wetenschappelijk onderzoeken hoe het beleid de gebeurtenissen zo efficiënt en effectief mogelijk kan beïnvloeden.

Ideologieën hebben verschillende opvattingen over maakbaarheid. 

Slide 52 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Sleep de ideologie naar de juiste opvatting.
'Traditionele rolverdeling is belangrijk en daarom moet er belastingkorting zijn voor éénverdieners.'
'De vrijheid van het individu staat voorop. De overheid moet zich neutraal opstellen.'
'De overheid moet ingrijpen om de gelijkheid tussen man en vrouw en verschillende samenlevingsvormen te bevorderen.'
Confessio-
nalisme
Liberalisme
Socialisme en sociaaldemocratie

Slide 53 - Question de remorquage

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 54 - Diapositive

Bij deze afbeelding kan de rationalisering van nieuwe samenlevingsvormen uitgelegd worden (pagina 137)
Participatiesamenleving
Het idee dat de klassieke verzorgingsstaat, 
waarin de overheid grote verantwoordelijkheid 
draagt voor het welzijn van de burgers, dient te 
veranderen in een samenleving waarin 
iedereen die dat kan een actieve bijdrage 
levert. 

Slide 55 - Diapositive

Pagina 138
Voordelen
De wereld is voorspelbaar en beheersbaar
De wereld is minder geheimzinnig en mysterieus
Bedreiging voor werkgelegenheid
Nadelen
Rationalisering  heeft de wetenschap, politiek en cultuur verder gebracht
De verantwoordelijkheid voor succes of falen wordt steeds groter
Toename van maatschappelijke problemen

Slide 56 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 57 - Lien

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 58 - Lien

Cet élément n'a pas d'instructions


Wat heb je geleerd deze les?

Slide 59 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions


Wat vind je nog lastig?

Slide 60 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 61 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 62 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 63 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 64 - Vidéo

Cet élément n'a pas d'instructions

Volgende les: Maatschappelijke verschillen
Ik leerde ...
  • wat de kernconcepten institutionalisering, democratisering, individualisering en rationalisering zijn
  • hoe deze ontwikkelingen de afgelopen 100 jaar tot stand zijn gekomen

Slide 65 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Einde van hoofdstuk 7
Vormingsvraagstuk: samenlevingsvormen

Slide 66 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions