WATER · WATERMANAGEMENT
Examentraining
Watermanagement Midden-Oosten: zo pak je examenvragen aan
WATER · WATERMANAGEMENT
Examentraining
Watermanagement Midden-Oosten: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: شرف الدين / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
WATER · WATERMANAGEMENT
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over dammen, belangengroepen, conflicten en scenario's aanpakken.
Cet élément n'a pas d'instructions
WATER · WATERMANAGEMENT
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat voor vraag is het? Beschrijven, verklaren of waarderen?
2. Zoek: welke belangengroep en welke dimensie staan in de vraag?
3. Kijk: waar ligt het land? Bovenstrooms of benedenstrooms?
4. Schrijf: noem de groep, het voor- of nadeel en leg uit waarom.
Cet élément n'a pas d'instructions
WATER · WATERMANAGEMENT
Vraagtype 1: de ligging van een dam verklaren
Een dam ligt waar de rivier veel water heeft en waar het land water nodig heeft.
Noem de rivier, de landen en bovenstrooms of benedenstrooms.
Voorbeeld: de Aswandam ligt in de Nijl, vóór de akkers van Egypte.
Syllabus 24.1. Gebruik de kaart bij het kaartbeeld van de casus.
Op een kaart ligt een dam in de Nijl, ver voor de delta. Wat verklaart deze ligging?
Daar valt veel regen, dus de rivier heeft er water nodig
De dam moet zout water uit de delta tegenhouden
Zo regelt de dam het water voor het hele land eronder
Daar is de rivier het breedst en het diepst
Goed: een dam vroeg in de rivier regelt de toevoer naar de akkers benedenstrooms. Verwachte fout: de eerste optie, omdat leerlingen aan regen denken. In Egypte valt nauwelijks regen.
Leg uit waarom Turkije de Eufraat kan afsluiten en Irak niet.
Goed: Turkije ligt bovenstrooms, daar ontspringt de rivier, en Irak ligt benedenstrooms. Verwachte fout: alleen zeggen dat Turkije rijker is.
WATER · WATERMANAGEMENT
Vraagtype 2: voor- en nadelen per belangengroep
Noem altijd de groep: boeren, steden, energiebedrijven, natuur of een land.
Geef één voordeel of nadeel en zeg erbij welke dimensie het is.
Voorbeeld: kunstmest nodig door het slib: nadeel voor boeren, natuurlijk en sociaal-economisch.
Syllabus 24.2. Laat leerlingen het voor- of nadeel en de dimensie steeds samen noemen.
Een stuwmeer zet dorpen onder water. Welke dimensie hoort bij het verlies van die dorpen?
Cultureel, want de plek en het erfgoed verdwijnen
Natuurlijk, want het water blijft altijd op dezelfde plek
Politiek, want het stuwmeer is van de overheid
Geen enkele dimensie, want dorpen zijn geen belang
Goed: cultureel, soms ook sociaal-economisch (werk en huis). Verwachte fout: politiek kiezen. Een cultureel gevolg gaat over erfgoed, tradities en plaatsen.
Noem een voordeel van de Aswandam voor de stad en een nadeel voor de boeren.
Goed: voordeel: elektriciteit voor steden, geen overstromingen; nadeel: slib blijft achter, kunstmest nodig, verzilting. Verwachte fout: twee keer een voordeel noemen.
WATER · WATERMANAGEMENT
Vraagtype 3: een conflict beschrijven en verklaren
Beschrijf wat er gebeurt: wie bouwt, wie krijgt minder water.
Verklaar: bovenstrooms heeft macht, benedenstrooms is afhankelijk.
Noem een mogelijk gevolg: spanning, onderhandelingen of afspraken.
Syllabus 24.3. Oefen zinnen met 'omdat' en 'daardoor'.
Zet op volgorde: conflict om de Eufraat in 1990
Juiste volgorde zoals getoond. Verwachte fout: de dam na het tegenhouden zetten.
Egypte is bang voor een dam van Ethiopië. Wat is de belangrijkste reden?
Egypte wil zelf de stroom van de dam gebruiken
Ethiopië ligt benedenstrooms van Egypte
De dam zorgt voor meer overstromingen in Egypte
Egypte is bijna helemaal van het water uit de Nijl afhankelijk
Goed: afhankelijkheid van de Nijl (ongeveer 90 procent van het water). Verwachte fout: denken dat Ethiopië benedenstrooms ligt; het ligt bovenstrooms.
Ronde, geïrrigeerde akkers in de woestijn van Saudi-Arabië, gezien vanuit de ruimte, 1997
WATER · WATERMANAGEMENT
Vraagtype 4: scenario's afwegen
Vergelijk twee scenario's en noem per scenario een voor- en een nadeel.
Kijk naar de belangengroepen: voor wie is het goed, voor wie niet?
Sluit af met een eigen keuze en een reden.
Syllabus 24.4. Op het examen krijg je een gegeven (tabel of tekst) en beschrijf je gevolgen voor groepen. Image credit: NASA / Wikimedia Commons, publiek domein
Een land kiest voor meer akkers die met grondwater worden besproeid. Wat is een gevolg?
Minder oogst nu, maar het grondwater groeit aan
Meer oogst nu, maar het grondwater raakt op
Meer oogst nu en het grondwater wordt weer aangevuld
De rivier krijgt meer water door de akkers
Goed: sociaal-economisch voordeel nu, natuurlijk nadeel later (fossiel water raakt op). Verwachte fout: denken dat grondwater vanzelf aangevuld wordt.
Geef een voordeel en een nadeel van druppelirrigatie in een droog land.
Goed: voordeel: minder verspilling en verdamping; nadeel: kost eerst geld, vooral voor kleine boeren. Verwachte fout: geen nadeel noemen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
De ligging van een dam verklaren
Voor- en nadelen per belangengroep
Een conflict beschrijven en verklaren
Scenario's afwegen
Oefen het vraagtype met de meeste stemmen nog eens met een opgave uit een oud examen.
WATER · WATERMANAGEMENT
Tips voor op het examen
Zoek eerst de bron en de monding van de rivier: dan weet je wie bovenstrooms zit.
Noem bij elk voor- of nadeel de belangengroep en de dimensie.
Bij 'verklaar' noem je oorzaak en gevolg, verbonden met 'omdat' of 'daardoor'.
Bij scenario's noem je per scenario een voordeel en een nadeel.
Gebruik de begrippen uit de syllabus: stuwdam, belangengroep, scenario.
Cet élément n'a pas d'instructions