Marketingbeleid en -mix (Bedrijfseconomie havo), les 3: Terugblik quiz

Kaaskraam met prijsborden op een markt, Enschede

EXAMENSTOF · MARKETING · BELEID EN MIX

Quiz

Terugblik: Marketingbeleid en -mix

1 / 14
suivant
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

Cette leçon contient 14 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Terugblikquiz van 11 vragen over het hele onderwerp: marktpositie, marktaandeel, procentpunten, productbeleid, prijsbeleid, plaats en promotie en de samenhang in de mix.

Éléments de cette leçon

Kaaskraam met prijsborden op een markt, Enschede

EXAMENSTOF · MARKETING · BELEID EN MIX

Quiz

Terugblik: Marketingbeleid en -mix

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Jens Jäpel / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Wat is de marktpositie van een bedrijf?

A

Waar het bedrijf staat ten opzichte van concurrenten

B

Het deel van de markt dat het bedrijf in handen heeft

C

De totale omzet van alle bedrijven samen

D

Het aantal klanten dat blijft terugkomen

Syllabus 22.1, marktpositie. De andere opties zijn marktaandeel, marktomvang en klantbehoud. Verwachte fout: marktaandeel kiezen.

Bakkerij Mol verkocht 30.000 broden, 6% van alle broden in de stad. Welk gegeven is relatief?

A

De 30.000 broden van Mol

B

De 500.000 broden in de hele stad

C

De 6%, het marktaandeel van Mol

D

Het verschil van 470.000 broden

Syllabus 22.1, marktomvang absoluut en relatief. Relatief is een verhouding in procenten: 6% marktaandeel. De andere gegevens zijn absoluut, in stuks: 30.000 / 0,06 = 500.000 broden in de stad, 500.000 min 30.000 = 470.000. Verwachte fout: 30.000 kiezen omdat het over Mol gaat.

Een bedrijf verkoopt voor € 60.000 in een markt van € 400.000, die groeit naar € 500.000 bij gelijke omzet. Wat gebeurt er?

A

Het marktaandeel blijft 15%, de omzet blijft gelijk

B

Het marktaandeel stijgt, want de markt groeit

C

Het marktaandeel daalt van 15% naar 12%

D

Het marktaandeel daalt van 15% naar 10%

Syllabus 22.1. Uitwerking: eerst 60.000 / 400.000 = 15%; daarna 60.000 / 500.000 = 12%. Controle: 12% van 500.000 is 60.000. Verwachte fout: denken dat het aandeel gelijk blijft omdat de omzet gelijk blijft. Als de markt groeit en het bedrijf niet, daalt het marktaandeel.

Het marktaandeel van een bedrijf stijgt van 20% naar 25%. Wat klopt?

A

Een stijging van 5 procentpunten, procentueel 25%

B

Een stijging van 25 procentpunten, procentueel 5%

C

Een stijging van 5%, procentueel 25 procentpunten

D

Een stijging van 5 procentpunten, procentueel 5%

Syllabus 22.1 en rekenvaardigheid A5.3. Verschil is 25 min 20 = 5 procentpunten; procentueel 5 / 20 x 100% = 25%. Controle: 20 x 1,25 = 25. Verwachte fout: procentpunt en procent door elkaar halen.

Vul in

Een merk is een naam of teken waaraan klanten het product herkennen, en garantie is herstel of vervanging bij een defect.

merk
garantie
verpakking
afroompolitiek

Syllabus 22.2, productbeleid. Verwachte fout: verpakking bij merk invullen; de verpakking beschermt het product en geeft informatie.

Wat is een voordeel van social media als promotiemiddel?

A

Elke klant ziet elk bericht zeker

B

Het bedrijf hoeft geen prijs meer te bepalen

C

Klanten kopen altijd direct in de winkel

D

Het bedrijf bereikt klanten direct en klanten kunnen reageren

Syllabus 22.2, rol van social media. Verwachte fout: denken dat elk bericht iedereen bereikt; dat is niet zeker.

Een webwinkel opent een fysieke winkel. Welk voordeel krijgen klanten?

A

Ze kunnen op elk tijdstip bestellen

B

Ze kunnen het product zien en voelen

C

Het bedrijf heeft geen voorraad nodig

D

Ze hoeven nooit naar het bedrijf toe te gaan

Syllabus 22.2, plaatsbeleid: fysieke winkels en/of online. Zien en voelen is het voordeel van een fysieke winkel; op elk tijdstip bestellen is juist een voordeel van online. Verwachte fout: dat online-voordeel kiezen.

Een boekhandel zet € 7,95 op een boek in plaats van € 8,00. Welk prijsbeleid is dit?

A

Psychologische prijzen

B

Afroompolitiek

C

Penetratiepolitiek

D

Promotiebeleid

Syllabus 22.2. De prijs lijkt lager dan hij is: psychologische prijs. Verwachte fout: penetratiepolitiek, omdat het bedrag lager is; bij penetratie gaat het om een lage instapprijs voor een nieuw product.

Welke gegevens heb je nodig om het marktaandeel van een bedrijf te berekenen?

A

Alleen de omzet van het bedrijf

B

De omzet van de grootste concurrent en de prijs

C

De omzet van het bedrijf en de marktomvang

D

Het marketingbudget en het aantal klanten

Syllabus 22.1. Marktaandeel = omzet of afzet van het bedrijf gedeeld door de marktomvang. Verwachte fout: alleen de eigen omzet, zonder het totaal van de markt.

Aqualoop brengt als eerste een eetbaar bestek uit. Er is nog geen markt voor. Welk marketingdoel past?

A

Klantbehoud

B

Markt creëren

C

Het marktaandeel vergroten

D

De marktpositie verbeteren

Syllabus 22.1. Een nieuw soort product waarvoor nog geen markt bestaat: markt creëren. Er zijn nog geen klanten om te behouden en geen concurrenten om een positie of aandeel van te winnen.

Noem één eis aan een goede marketingmix.

Syllabus 22.3. Goede antwoorden: betaalbaar binnen het marketingbudget, de instrumenten passen bij elkaar (gecoördineerd en consistent), of gericht op de juiste klanten. Verwachte fout: een eis uit een ander domein noemen, zoals 'een hoge winst'.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF · MARKETING · BELEID EN MIX

Goed gedaan!

Je kent nu de marketingdoelstellingen en de vier instrumenten van de marketingmix. Kies bij een casus altijd eerst het doel, en beoordeel dan of de instrumenten daarbij en bij elkaar passen.

Cet élément n'a pas d'instructions