Breuken, kommagetallen en procenten

GROEP 8 · REKENEN

Breuken, kommagetallen en procenten

Drie manieren om hetzelfde te zeggen

¾ = 0,75

= 75%

1 / 15
suivant
Slide 1: Slide
newEditorRekenenBasisschoolGroep 8

Cette leçon contient 15 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

Signaler cette leçon

Éléments de cette leçon

GROEP 8 · REKENEN

Breuken, kommagetallen en procenten

Drie manieren om hetzelfde te zeggen

¾ = 0,75

= 75%

Dit drieluik komt op de eindtoets vaak terug. Het honderdveld is de sleutel: elk vakje is 1/100, 0,01 en 1%. Duur ongeveer 45 minuten.

GROEP 8 · VERBANDEN

Dit ga je leren

Ik zet een breuk om in een kommagetal en procent.

Ik zet een procent om in een breuk.

Ik kies de handigste vorm.

Cet élément n'a pas d'instructions

GROEP 8 · VERBANDEN

Eén vakje, drie namen

Het honderdveld heeft 100 vakjes.

Eén vakje is:

1/100 (breuk)

0,01 (kommagetal)

1% (procent)

Cet élément n'a pas d'instructions

GROEP 8 · VERBANDEN

Driekwart

Hier zijn 75 van de 100 vakjes gekleurd.

Als breuk: 75/100 = ¾

Als kommagetal: 0,75

Als procent: 75%

Cet élément n'a pas d'instructions

GROEP 8 · VERBANDEN

Zo zet je om

Breuk naar procent: maak de noemer 100. ⅖ = 40/100 = 40%

Procent naar kommagetal: deel door 100. 35% = 0,35

Kommagetal naar breuk: 0,2 = 2/10 = ⅕

Cet élément n'a pas d'instructions

GROEP 8 · VERBANDEN

0,5 = ... %

A

5%

B

50%

C

0,5%

D

500%

Goed antwoord: 50%.

GROEP 8 · VERBANDEN

¼ = ...

A

0,25

B

0,4

C

1,4

D

0,14

Goed antwoord: 0,25. Wie 0,4 of 1,4 kiest, zet de cijfers van de breuk achter de komma. Denk aan geld: een kwart van een euro is 25 cent.

GROEP 8 · VERBANDEN

60% = ...

A

⅙

B

⅔

C

⅗

D

⅓

Goed antwoord: ⅗.

Sleep elk getal naar het vak waar het bij hoort.

GROEP 8 · VERBANDEN

½

¼

1/5

50%

0,25

20%

0,5

25%

0,2

Cet élément n'a pas d'instructions

GROEP 8 · VERBANDEN

Op één getallenlijn

Onder de lijn staan kommagetallen, boven de stippen breuken. En als procent? Bij ¼ hoort 25%. Elke stip heeft dus drie namen.

Laat kinderen onder 0,25, 0,5 en 0,75 zelf de procenten schrijven: 25%, 50% en 75%.

1

20%

2

75%

3

1/10

4

0,6

5

⅓

6

0,05

GROEP 8 · VERBANDEN

Zet op volgorde, van klein naar groot.

Goede volgorde: 0,05 (5%), 1/10 (10%), 20%, ⅓ (ongeveer 33%), 0,6 (60%), 75%. Zet alles eerst om in procenten.

GROEP 8 · VERBANDEN

In een klas van 25 kinderen zijn er 10 jongens. Hoeveel procent van de klas is jongen?

Goed antwoord: 40%. 10/25 = 40/100.

GROEP 8 · VERBANDEN

Schrijf 3/20 als procent.

Goed antwoord: 15 of 15%.

GROEP 8 · VERBANDEN

Welke is het grootst?

A

⅔

B

65%

C

0,69

D

0,7

Goed antwoord: 0,7 (70%). ⅔ is ongeveer 67%.

GROEP 8 · VERBANDEN

Goed gedaan!

½ = 0,5 = 50%. Drie namen voor hetzelfde.

Procent? Maak de noemer 100.

Vergelijken? Zet alles in dezelfde vorm.

Cet élément n'a pas d'instructions