Procenten

REKENEN MET PROCENTEN

1 / 29
suivant
Slide 1: Slide
newEditorEconomieMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavo, havoLeerjaar 3,4

Cette leçon contient 29 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 20 min
Signaler cette leçon

Introduction

Je kunt met procenten rekenen bij economie: - een getal berekenen met procenten - een percentage berekenen - een verschil in procenten berekenen

Éléments de cette leçon

REKENEN MET PROCENTEN

Cet élément n'a pas d'instructions

Leerdoelen

Je kunt met procenten rekenen bij economie:

  • een getal berekenen met procenten

  • een percentage berekenen

  • een verschil in procenten berekenen


Cet élément n'a pas d'instructions

Cet élément n'a pas d'instructions

Een getal berekenen met procenten

Op een school werken 85 leraren. Daarvan is 51% ouder dan 50 jaar. Reken uit hoeveel leraren boven de 50 zijn. 


51% van 85 = 51 : 100 x 85 = 43,35 leraren = 43 leraren

Cet élément n'a pas d'instructions

Een percentage berekenen



85 = .. % van 200 

200 is 100% 


Hoeveel procent is dan 85? 


wat : waarvan x 100% 

85 : 200 x 100 = 42,5%

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoeveel procent meer of minder?

Stijging of daling in procenten:
(nieuw - oud) : oud x 100%

Cet élément n'a pas d'instructions

Als 100% niet bekend is

Latifa verdient 18% van haar al inkomsten per maand met oppassen. Ze verdient met oppassen € 24,30 per maand. 


Hoeveel inkomsten heeft ze in totaal per maand?

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoeveel is 18% van € 250?

33 - Domein: verhoudingen
'Rekenen met procenten’ kent geen specifieke verschillen ten opzichte van 2F. Wel zorg je ervoor dat er in het geval van  een geldbedrag altijd een mooi rond getal uitkomt.

110 leerlingen van een vmbo hebben gekozen voor de sector zorg en welzijn. De meisjes zijn veruit in de meerderheid: er zijn slechts 25 jongens. Hoeveel procent van de leerlingen is meisje? Rond af op hele procenten.

2013 - 36

Fred krijgt 20% korting op alles. 

Hoeveel euro moet hij betalen?

43 - Domein: verhoudingen (antwoorddia)Rekenen met procenten kent geen specifieke verschillen ten opzichte van 2F.

Prijs van een brood vorig jaar: € 3 Prijs van een brood dit jaar: € 3,10 Hoeveel procent is de prijs van het brood dit jaar gestegen t.o.v. vorig jaar?

Cet élément n'a pas d'instructions

84% van de 125 leerlingen heeft de wiskundetoets gehaald. Hoeveel leerlingen hebben de toets gehaald?

21 - Domein: verhoudingen‘Rekenen met procenten’ kent geen verschillen ten opzichte van 2F.

In een klas zitten 30 leerlingen. 10 Leerlingen zijn meisjes. Hoeveel procent van de leerlingen in de klas is een meisje?

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat heb je geleerd?

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoeveel is 25% van 164?

16 - Domein: verhoudingen
Het onderwerp ‘berekeningen uitvoeren met procenten’ kent geen verschillen ten opzichte van 2F.

Fred krijgt 25% korting op alles. 

Hoeveel euro moet hij betalen?  

43 - Domein: verhoudingen (antwoorddia)Rekenen met procenten kent geen specifieke verschillen ten opzichte van 2F.

In 2015 waren er 12 apen in de dierentuin. In 2014 waren het er 8. Wat is de groei in procenten?

A

25%

B

50%

C

75%

D

2,5 bananen

Cet élément n'a pas d'instructions

Met welke formule bereken je de stijging, groei, afname of daling in procenten?

A

nieuw-oud : oud x 100

B

(nieuw-oud) : oud x 100

C

(oud - nieuw) : 100

D

(deel : geheel) x 100

Cet élément n'a pas d'instructions

Hoeveel procent is 672 van 1.200?

A

0,56 %

B

5,6%

C

17,8%

D

56 %

Cet élément n'a pas d'instructions

extra uitleg

Cet élément n'a pas d'instructions

Cet élément n'a pas d'instructions

Cet élément n'a pas d'instructions

Cet élément n'a pas d'instructions

Cet élément n'a pas d'instructions

Cet élément n'a pas d'instructions

Cet élément n'a pas d'instructions

Cet élément n'a pas d'instructions

Cet élément n'a pas d'instructions

Cet élément n'a pas d'instructions