CONJUNCTUUR · BELEID EN ECB
Examentraining
Begrotings- en rentebeleid: zo pak je examenvragen aan
CONJUNCTUUR · BELEID EN ECB
Examentraining
Begrotings- en rentebeleid: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Rijksoverheid.nl / Wikimedia Commons, CC0
CONJUNCTUUR · BELEID EN ECB
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over begrotingsbeleid, stabilisatoren en het rentebeleid van de ECB beantwoorden.
Cet élément n'a pas d'instructions
CONJUNCTUUR · BELEID EN ECB
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is de situatie (groei, werkloosheid, inflatie) en wie grijpt in, de overheid of de ECB?
2. Benoem: hoogconjunctuur (overbesteding) of laagconjunctuur (onderbesteding)?
3. Kies: stimulerend of afremmend beleid, of de rente omhoog of omlaag.
4. Redeneer: werk de keten uit: bestedingen, productie, werkgelegenheid, inflatie, en let op de termijn.
Cet élément n'a pas d'instructions
CONJUNCTUUR · BELEID EN ECB
Groei, werkloosheid en inflatie in vijf jaren
Vraagtype 1: situatie herkennen, beleid kiezen
Lees groei, werkloosheid en inflatie af in de grafiek.
Hoge groei, lage werkloosheid en hoge inflatie: hoogconjunctuur, dus afremmen.
Lage of negatieve groei en hoge werkloosheid: laagconjunctuur, dus stimuleren.
Verzonnen grafiek. Groei: 4,0, 3,0, 0,5, -1,0 en 1,5. Werkloosheid: 3,5, 3,5, 5,0, 6,5 en 6,0. Inflatie: 3,5, 3,0, 1,5, 0,5 en 1,0. Jaar 1 is hoogconjunctuur, jaar 4 laagconjunctuur. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
Zie de grafiek: welk begrotingsbeleid past bij jaar 4?
Afremmend: hogere uitgaven of lagere belastingen
Afremmend: lagere uitgaven of hogere belastingen
Stimulerend: lagere uitgaven of hogere belastingen
Stimulerend: hogere uitgaven of lagere belastingen
In jaar 4 is de groei negatief en de werkloosheid het hoogst: laagconjunctuur, dus stimuleren met hogere uitgaven of lagere belastingen.
Noem een afremmende maatregel voor jaar 1.
In jaar 1 is de groei hoog, de werkloosheid laag en de inflatie hoog. Goed: lagere overheidsuitgaven of hogere belastingen. Verwachte fout: een stimulerende maatregel noemen.
CONJUNCTUUR · BELEID EN ECB
De begroting van Noordland in twee jaren
Vraagtype 2: automatische stabilisatoren
Zoek welke posten vanzelf veranderen: belastingontvangsten en uitkeringen.
Bereken het saldo: ontvangsten min uitgaven.
Vergelijk de jaren: wat dempt de stabilisator?
Noordland (verzonnen, miljard euro). Jaar 1: 250 - (20 + 220) = +10. Jaar 2: 230 - (30 + 220) = -20. De overige uitgaven blijven gelijk: de verandering komt door de stabilisatoren. Image credit: LessonUp Studio (eigen tabel), CC0
Noordland: wat is het saldo van de begroting in jaar 2?
Een overschot van 20 miljard euro
Een tekort van 20 miljard euro
Een tekort van 30 miljard euro
Een overschot van 10 miljard euro
Totale uitgaven = 30 + 220 = 250 en ontvangsten zijn 230, dus saldo -20. Verwachte fouten: alleen de uitkeringen (30) of het saldo van jaar 1 (+10).
Waardoor verandert het saldo van Noordland van jaar 1 naar jaar 2?
Lagere belastingontvangsten en hogere uitkeringen
Hogere overige uitgaven en lagere ontvangsten
Lagere uitkeringen en hogere belastingontvangsten
Een bewust besluit om de uitgaven te verhogen
De overige uitgaven blijven 220. Belastingontvangsten dalen met 20 en uitkeringen stijgen met 10, samen 30 lager saldo. Dat is een automatische werking.
CONJUNCTUUR · BELEID EN ECB
De keten van afremmend begrotingsbeleid
Vraagtype 3: een redeneerketen uitwerken
Begin bij de maatregel en volg de keten: bestedingen, productie, werkgelegenheid, inkomens, inflatie.
Afremmend beleid: minder bestedingen, minder inflatie, mogelijk meer werkloosheid.
Let op de termijn: korte termijn dempt de conjunctuur, lange termijn kan de staatsschuld oplopen.
Voor de keten van stimulerend beleid zie de uitleg. Bij schrijfopdrachten: noem maatregel, gevolg voor bestedingen, gevolg voor inflatie en werkgelegenheid, en de termijn. Image credit: LessonUp Studio (eigen schema), CC0
Zet de keten van afremmend beleid op volgorde
Eerst de maatregel, dan het besteedbaar inkomen, dan de bestedingen en productie, tot slot de inflatie.
De overheid stimuleert met een tekort. Wat is een gevolg op lange termijn?
De inflatie daalt vanzelf
De werkloosheid stijgt direct
De staatsschuld loopt op
De belastingen dalen vanzelf
Een tekort wordt gefinancierd met lenen, dus de schuld stijgt. Het stabiliteitspact begrenst dit.
CONJUNCTUUR · BELEID EN ECB
Inflatie in de eurozone met het ECB-doel van 2%
Vraagtype 4: het rentebeleid van de ECB
Vergelijk de inflatie met de grens van 2% per jaar.
Inflatie boven de grens: rente omhoog, lenen duurder, minder bestedingen.
Deflatie of onderbesteding: rente omlaag, lenen goedkoper, meer bestedingen.
Verzonnen grafiek. Inflatie: 1,5, 3,0, 5,5, 2,5 en -0,5 procent. Jaar 3 ligt ver boven de grens, in jaar 5 is er deflatie. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
Zie de grafiek: wat doet de ECB in jaar 3 met het rente-instrument?
De rente verlagen om de inflatie te remmen
De rente verhogen om de inflatie te remmen
De rente verhogen om de bestedingen te stimuleren
De belastingen verhogen om de inflatie te remmen
De inflatie is in jaar 3 ver boven de 2%: rente omhoog. Belastingen zijn een instrument van de overheid, niet van de ECB.
Zie de grafiek: in jaar 5 is er deflatie. Wat past bij de ECB?
De rente verhogen om de bestedingen te stimuleren
De rente verlagen om de bestedingen te remmen
De rente verhogen om de deflatie te laten dalen
De rente verlagen om de bestedingen te stimuleren
Bij deflatie en weinig bestedingen verlaagt de ECB de rente: lenen wordt goedkoper en de bestedingen stijgen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Situatie herkennen, beleid kiezen
Automatische stabilisatoren
Een redeneerketen uitwerken
Het rentebeleid van de ECB
Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen.
CONJUNCTUUR · BELEID EN ECB
Tips voor op het examen
Bepaal eerst de situatie: onderbesteding of overbesteding.
Anticyclisch is tegengesteld aan de situatie. Een stabilisator werkt vanzelf, beleid is een besluit.
Werk een keten uit in stappen en noem de richting: stijgt of daalt het?
Rente omhoog remt de bestedingen en de inflatie, rente omlaag stimuleert ze.
Cet élément n'a pas d'instructions